Ontwerpresolutie - B7-0159/2014Ontwerpresolutie
B7-0159/2014

    ONTWERPRESOLUTIE over de top EU-Rusland

    4.2.2014 - (2014/2533(RSP))

    naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
    ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

    Helmut Scholz, Patrick Le Hyaric, Nikola Vuljanić namens de GUE/NGL-Fractie

    Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0150/2014

    Procedure : 2014/2533(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    B7-0159/2014
    Ingediende teksten :
    B7-0159/2014
    Aangenomen teksten :

    B7‑0159/2014

    Resolutie van het Europees Parlement over de top EU-Rusland

    (2014/2533(RSP))

    Het Europees Parlement,

    –       gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

    A.     overwegende dat de EU en de Russische Federatie hecht met elkaar zijn verbonden door hun historische, politieke, economische en culturele wortels, dat zij in hun bilaterale betrekkingen sinds het begin van de jaren 1990 hoogten en laagten hebben beleefd en dat zij momenteel meer dan ooit aankijken tegen gemeenschappelijke uitdagingen in verband met de vooruitzichten voor de toekomst van hun bevolking; overwegende dat beide partners van elkaar afhankelijk zijn, zowel economisch als politiek, en dat zij voor hun optreden op het wereldtoneel hun eigen strategieën ontwikkelen; overwegende dat nauwere samenwerking en betrekkingen van goed nabuurschap tussen de EU en Rusland daarom erg belangrijk zijn;

    B.     overwegende dat de EU en haar lidstaten en de Russische Federatie binnen het VN-stelsel en in het kader van andere internationale politieke structuren, bijvoorbeeld de OVSE, een uitgebreid net van betrekkingen hebben ontwikkeld dat is gericht op een versterking van de vrede, het internationale recht, het wederzijdse vertrouwen en het goede nabuurschap, met name door middel van ontwapening en door het overwinnen van het historische wantrouwen, de historische vijandigheden en de historische rivaliteit die de betrekkingen in de tijd van de oost-westconfrontatie kenmerkten; overwegende dat internationale veiligheid en nationale soevereiniteit een complex belang, recht en internationaal beleidsprincipe van alle EU-lidstaten en van de Russische Federatie blijven, zodat wederzijdse erkenning en wederzijds respect een noodzaak zijn; overwegende dat samenwerking op het gebied van politieke en veiligheidsbetrekkingen moet leiden tot een significante verdere vermindering van de militaire confrontatie;

    B.     overwegende dat de EU en Rusland een sterke economische en handelsrelatie onderhouden, met een handel en investeringen die snel blijven toenemen; overwegende dat aan de andere kant de samenwerking op andere terreinen in een impasse zit, doordat geen van de partners bereid is invulling te geven aan het strategische partnership dat is afgekondigd en te werken aan oplossingen voor de bestaande problemen;

    C.     overwegende dat, ondanks het bestaan van vele problemen, bijvoorbeeld gedwongen ontwapening, politieke samenwerking met de landen in het gemeenschappelijke nabuurschapsgebied, mensenrechten en de rechtsstaat, visumfacilitering en -versoepeling, gemeenschappelijke acties voor de gezamenlijke oplossing van mondiale problemen en kwesties waarvoor beide entiteiten verantwoordelijkheid dragen, samenwerking op het gebied van energie en handelsgeschillen die dringend moeten worden besproken, de vorm waarin de EU-Rusland-top is gehouden, geen mogelijkheden bood voor een toekomstgerichte dialoog als kader om de bestaande problemen aan te pakken en een proces voor de oplossing ervan te starten;

    1.      betreurt het feit dat de EU en Rusland er niet in zijn geslaagd een resultaatgerichte dialoog aan te knopen waarmee vooruitgang kan worden geboekt in de richting van de instelling van een waarachtig strategisch partnerschap en de start van onderhandelingen over een nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst;

    2.      merkt op dat tussen de EU en Rusland een samenwerking is gestart met betrekking tot belangrijke internationale kwesties, bijvoorbeeld Syrië en Iran, en dat dit erop wijst dat beide partners in staat zijn constructief bij te dragen aan substantiële politieke oplossingen door het opbrengen van de nodige politieke wil; verzoekt beide partijen daarom een einde te maken aan de confrontatie en opnieuw een resultaatgerichte constructieve dialoog en onderhandelingen aan te knopen, ook binnen het kader van hun bilaterale betrekkingen, met name in het belang van hun burgers;

    3.      verzoekt de EU en Rusland het soevereine recht van volkeren om te beslissen over hun toekomstige ontwikkeling, inclusief hun samenwerking met en aansluiting bij landen en organisaties, volledig te eerbiedigen en zich te onthouden van de uitoefening van welke druk ook; verzoekt de EU, Rusland, de Verenigde Staten en alle andere actoren in de betrokken regio’s met klem om zich niet te mengen in de interne kwesties van andere landen;

    4.      neemt kennis van de verklaring van president Poetin dat Rusland zich zal houden aan de financiële en economische akkoorden met Oekraïne, inclusief de lening van ongeveer 15 miljard EUR als dringende, onvoorwaardelijke economische hulp voor het overwinnen van de economische crisis in dat land, en hoopt dat de recente akkoorden tussen Rusland en Oekraïne in het belang van de Oekraïense bevolking zo spoedig mogelijk zullen worden uitgevoerd;

    5.      benadrukt het feit dat het EU-beleid waarbij het oostelijke nabuurschap gescheiden wordt gehouden van de ontwikkeling van de betrekkingen tussen de EU en Rusland, is mislukt; onderstreept het feit dat het oostelijke nabuurschapsbeleid moet worden herzien, om een regionale samenwerking te ontwikkelen waarbij geen enkel land wordt uitgesloten; verzoekt Rusland om proactief aan dit proces deel te nemen en zich bereid te tonen om aan beleid ter bevordering van goed nabuurschap mee te werken;

    6.      betreurt het feit dat de EU niet bereid was haar beleid ten aanzien van de Russische Federatie lang vóór de top van Vilnius te heroriënteren, met als gevolg dat alle deelnemende landen de gevolgen van de blokkering in de bilaterale betrekkingen tussen de EU en de Russische Federatie moesten ondergaan;

    7.      bekritiseert de EDEO om het feit dat zij niet samen met Rusland en de landen van het oostelijke nabuurschap van de EU heeft gewerkt aan een manier om te komen tot een co-existentie en een wederzijdse verrijking van de economische ruimte van de Europese Unie en de Europees-Aziatische (douane-)unie; is tevreden met de verklaring van EU-autoriteiten dat het oostelijke nabuurschap geen gevolgen heeft voor de economische, commerciële, sociale, menselijke en culturele banden van Rusland met de gemeenschappelijke buren; verzoekt de EU en haar lidstaten en de leden en waarnemers van de Europees-Aziatische Unie met aandrang een constructieve dialoog aan te knopen om de mogelijkheden te onderzoeken inzake toekomstige samenwerking in het gemeenschappelijk belang en om een einde te maken aan de rivaliteit;

    8.      neemt kennis van de besluiten die hierover tijdens de top zijn genomen en verzoekt beide partijen een precieze routekaart op te stellen met concrete stappen om de problemen op te lossen en de uitdagingen aan te gaan waarmee de bilaterale relatie geconfronteerd wordt met betrekking tot politieke samenwerking en samenwerking op het gebied van veiligheid, ontwapening, een versterking van het gerechtelijke en het wettelijke systeem, de ontwikkeling van samenwerking op het gebied van energie en grondstoffen, een modernisering van de Russische economische productie en gezamenlijke inspanningen ter overwinning van de milieuproblemen en vóór de volgende EU-Rusland-top tastbare vooruitgang op dit gebied te boeken;

    9.      herhaalt bezorgd te zijn over de situatie in Rusland met betrekking tot de mensenrechten en de democratie; verzoekt Rusland zijn verplichtingen als lid van de OVSE en de Raad van Europa volledig na te komen, inclusief eerbiediging van het recht van vereniging, van de pers- en mediavrijheid en van het recht op vreedzame protestacties; verzoekt het Russische parlement en de Russische regering onverwijld civiele wetgeving in te voeren om te zorgen voor bescherming tegen discriminatie op grond van seksuele geaardheid en genderidentiteit op alle terreinen van het leven, inclusief werkgelegenheid, onderwijs, gezondheid, de toegang tot goederen en diensten, huisvesting en de toegang tot sociale zekerheid en sociale voordelen;

    10.    vestigt, nu de Olympische Winterspelen van Sotsji weldra van start gaan, de aandacht op de uitbuiting van arbeidsmigranten en op de schending van de rechten van deze migranten op de bouwterreinen van Sotsji, waar hun werkgevers hun lonen niet hebben betaald en hen hebben gedwongen om tot 12 uur per dag te werken zonder hun maandelijks één dag verlof toe te staan, een schending van het Russische recht; bekritiseert de Russische autoriteiten en het Internationaal Olympisch Comité, omdat zij er zelfs niet in zijn geslaagd om te zorgen voor eerbiediging door hun partner Olympstroy van de fundamentele arbeidsrechten; verzoekt de Russische autoriteiten een instrument te creëren voor arbeidsmigranten om veilig een klacht in te dienen tegen hun werkgever en corrupte werkgevers om rekenschap te vragen; betreurt ten zeerste het feit dat dit en andere problemen in verband met de voorbereiding en het houden van de Olympische Winterspelen tijdens de recente EU-Rusland-top niet ter sprake zijn gekomen:

    11.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Internationaal Olympisch Comité en de parlementaire vergaderingen van de OVSE en de Raad van Europa.