Ontwerpresolutie - B7-0228/2014Ontwerpresolutie
B7-0228/2014

    ONTWERPRESOLUTIE over de EU-strategie voor de Noordpool

    5.3.2014 - (2013/2595(RSP))

    naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
    ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

    Marc Tarabella, Isabella Lövin, Carl Schlyter, Margrete Auken, Satu Hassi, Iñaki Irazabalbeitia Fernández namens de Verts/ALE-Fractie

    Procedure : 2013/2595(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    B7-0228/2014
    Ingediende teksten :
    B7-0228/2014
    Debatten :
    Aangenomen teksten :

    B7‑0228/2014

    Resolutie van het Europees Parlement over de EU-strategie voor de Noordpool

    (2013/2595(RSP))

    Het Europees Parlement,

    –       gezien zijn voorgaande verslagen en resoluties over de Noordpool, in het bijzonder zijn resolutie van 20 januari 2011[1] over "Een duurzaam EU-beleid voor het hoge noorden" , en het verslag van de gemengde parlementaire commissie van 28 oktober 2013 over het beleid ten aanzien van de Noordpool,

    –       gezien de gemeenschappelijke verklaring van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 26 juni 2012 getiteld "Ontwikkeling van een EU-beleid ten opzichte van het Noordpoolgebied: vooruitgang sedert 2008 en volgende stappen" (JOIN(2012)0019), en de begeleidende werkdocumenten getiteld "Inventaris van de activiteiten in het kader van de ontwikkeling van een EU-beleid ten opzichte van het Noordpoolgebied" (SWD(2012)0182) en "De ruimte en het Noordpoolgebied" (SWD(2012)0183),

    –       gezien het partnerschap EU-Groenland 2007-2013 en de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de EU en Groenland, die op 1 januari 2013 in werking trad en een looptijd heeft van drie jaar,

    –       gezien het programma voor onderzoek en innovatie 2014-2020 van Horizon 2020,

    –       gezien het programma van het voorzitterschap van de Arctische Raad, het samenwerkingsprogramma inzake de Noordpool van de Noordse Raad van Ministers en het programma van de Raad voor het Europees-Arctische Barentsz-zeegebied (BEAC),

    –       gezien de toezeggingen van Rio+20 om onderhandelingen te beginnen over een uitvoeringsovereenkomst uit hoofde van UNCLOS inzake de bescherming van biodiversiteit in gebieden die niet onder nationale jurisdicties vallen,

    –       gezien de nieuwe en geactualiseerde nationale strategieën en beleidsdocumenten betreffende aan de Noordpool gerelateerde vraagstukken van respectievelijk Finland, Zweden, Denemarken en Groenland, Noorwegen, Rusland, de VS, Canada en het Verenigd Koninkrijk,

    –       gezien de verklaringen van het tweede Parlementair Forum van de Noordelijke Dimensie in Tromsø in februari 2011,

    –       gezien de gemeenschappelijke verklaring van de derde ontmoeting van ministers van de nieuwe Noordelijke Dimensie in Brussel op 18 februari 2013,

    –       gezien de verklaringen van de negende conferentie van parlementsleden van de Arctische regio op 13-15 september 2010 in Brussel, en van de tiende conferentie van parlementsleden van de Arctische regio op 5-7 september 2012 in Akureyri,

    –       gezien het panelrapport van de Wereldhandelsorganisatie van 25 november 2013 getiteld "European Communities – measures prohibiting the importation and marketing of seal products", hoofdstuk 1.3.5 (waarin de prejudiciële uitspraak van 29 januari 2013 wordt behandeld),

    –       gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 3 oktober 2013 in Zaak C-583/11P en van 25 april 2013 in Zaak T-526/10 betreffende een verzoek tot nietigverklaring van verordening (EU) nr. 737/2010 van de Commissie van 10 augustus 2010 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening (EG) nr. 1007/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handel in zeehondenproducten[2],  gezien Richtlijn 2013/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de veiligheid van offshore olie- en gasactiviteiten en tot wijziging van Richtlijn 2004/35/EG[3],  gezien zijn resolutie van 5 februari 2014 over een kader voor klimaat- en energiebeleid voor 2030[4],

    –       gezien de uitkomst van de klimaatconferentie van Cancun, met inbegrip van het akkoord dat emissies beperkt moeten blijven om een stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde van meer dan 2°C in vergelijking met het pre-industriële niveau, te voorkomen,

    –       gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

    A.     overwegende dat de gemeenschappelijke verklaring van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 26 juni 2012 een verdere stap vormt in antwoord op de vraag van het Parlement naar ontwikkeling van een coherent beleid van de EU voor het Noordpoolgebied;

    B.     overwegende dat het Parlement actief heeft deelgenomen aan de werkzaamheden van het permanent comité van parlementariërs van het Noordpoolgebied, via zijn delegatie voor de betrekkingen met Zwitserland en Noorwegen en via de Gemengde Parlementaire Commissie EU-IJsland en de Gemengde Parlementaire Commissie van de Europese Economische Ruimte (EER);

    C.     overwegende dat Denemarken, Finland en Zweden Arctische landen zijn en dat zowel Finland als Zweden gedeeltelijk binnen de noordpoolcirkel liggen; overwegende dat het enige inheemse volk van de EU, de Sami, in de Arctische regio's van Finland en Zweden, alsmede in Noorwegen en Rusland, leeft;

    D.     overwegende dat Noorwegen als betrouwbare partner met de EU geassocieerd is via de EER en de Schengenovereenkomst;

    E.     overwegende dat de EU al sinds lange tijd betrokken is bij het Noordpoolgebied via de rol die zij speelt in het gezamenlijk beleid inzake de noordelijke dimensie met Rusland, Noorwegen en IJsland (waaronder ook het "Arctische venster"), in de Barentssamenwerking en in het bijzonder de Raad voor het Europees-Arctische Barentszzeegebied en de Regionale Raad voor de Barentszzee, de implicaties van de strategische partnerschappen met Canada, de Verenigde Staten en Rusland, en haar deelname als actief ad-hoc waarnemer in de Arctische Raad in de afgelopen jaren;

    F.     overwegende dat het besluit van de Arctische Raad in Kiruna om het verzoek van de EU om verkrijging van de status van waarnemer 'welwillend te ontvangen', op uiteenlopende wijze wordt geïnterpreteerd wat betreft de vraag in hoeverre de EU deze status als waarnemer in de Arctische Raad verkrijgt;

    G.     overwegende dat de EU en de lidstaten een belangrijke bijdrage aan het onderzoek in het Noordpoolgebied leveren en dat er via EU-programma's, zoals het Horizon 2020-kaderprogramma, steun wordt verleend aan grote onderzoeksprojecten in de regio, waarvan niet in de laatste plaats de bevolking en de economie van de Arctische landen profiteren;

    H.     overwegende dat slechts 20% van de mondiale reserves van fossiele brandstoffen in 2050 kunnen worden geëxploiteerd teneinde de gemiddelde temperatuursverhoging onder de 2°C te houden;

    I.      overwegende dat het Noordpoolgebied naar schatting een vijfde van de onontdekte koolwaterstofreserves op aarde herbergt, hoewel er meer onderzoek nodig is om nauwkeuriger vast te stellen hoeveel economisch rendabel te winnen gas en olie zich in de verschillende delen van de Noordpoolregio bevindt, waarbij rekening wordt gehouden met de noodzaak van een deugdelijke en veilige opsporing en winning van deze reserves;

    J.      overwegende dat klimaatverandering en het smeltende zee-ijs een grote bedreiging vormen voor de Noordpool en de ecosystemen en de biodiversiteit op aarde;

    K.     overwegende dat wel 40% van dit gebied, dat tot voor kort permanent bedekt was met zee-ijs, thans een deel van het jaar ijsvrij is;

    L.     overwegende dat de ongerepte wateren die ooit met ijs bedekt zijn geweest, waarschijnlijk de enige wateren op aarde zijn waar nooit gevist is en daarom over waardevolle koudwaterkoralen en nog onontdekte ecosystemen beschikken;

    M.    overwegende dat de ijskap van Groenland drie maal zo snel smelt dan in de jaren negentig en daarmee bijdraagt aan stijgende zeeniveaus;

    N.     overwegende dat in 2012 meer dan 2 000 wetenschappers uit 67 landen opgeroepen hebben tot een moratorium op commerciële visserij in het Noordpoolgebied, totdat meer onderzoek is verricht;

    O.     overwegende dat de staten in het Noordpoolgebied de soevereiniteit en rechtsmacht hebben over hun grondgebied en wateren, en het recht van de bevolking in het Noordpoolgebied om duurzaam gebruik te maken van hun natuurlijke hulpbronnen, geëerbiedigd moet worden;

    P.     overwegende dat de Noordpool is omgeven door internationale wateren en de burgers en regeringen wereldwijd, met inbegrip van de Europese Unie, de verantwoordelijkheid hebben om de Noordpool beter te beschermen;

    Q.     overwegende dat er thans geen technologieën ter beschikking staan om olieresten onder ijzige omstandigheden op een deugdelijke manier op te ruimen;

    R.     overwegende dat het vervoer en gebruik van zware stookolie in de wateren rond de Zuidpool door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) verboden is;

    S.     overwegende dat de groeiende belangstelling voor het Noordpoolgebied onder niet-Arctische spelers als China, Japan, India en andere Aziatische landen, de bedragen die zij aan poolonderzoek besteden en niet in de laatste plaats de bevestiging van Zuid-Korea, China, Japan, India en Singapore als waarnemers bij de Arctische Raad wijst op een toenemende geopolitieke interesse in het Noordpoolgebied wereldwijd;

    De EU en het Noordpoolgebied

    1.      herinnert aan zijn resolutie van 20 januari 2011 over een duurzaam EU-beleid voor het hoge noorden, en spreekt zijn voldoening uit over de gemeenschappelijke verklaring van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 26 juni 2012; herhaalt zijn standpunt dat de EU, gezien het feit dat drie lidstaten – Denemarken, Finland en Zweden – Arctische landen zijn en Noorwegen en IJsland deel uitmaken van de EER en het Schengengebied, een legitiem belang heeft bij dit onderwerp, op grond van haar rechten en verplichtingen krachtens het internationaal recht, haar inzet voor milieu-, klimaat- en andere beleidsmaatregelen en haar subsidies, onderzoeksactiviteiten en economische belangen, onder meer op het gebied van de scheepvaart en de ontwikkeling van natuurlijke hulpbronnen; wijst er bovendien op dat uitgestrekte Arctische grondgebieden in Finland en Zweden deel uitmaken van de EU, welke bewoond worden door de enige inheemse bevolkingsgroep van de EU, de Sami;

    2.      neemt kennis van de verklaring die de Arctische Raad in mei 2013 te Kiruna heeft afgegeven en van zijn besluit inzake de waarnemersstatus voor de EU en andere landenentiteiten, en dringt er bij de Commissie op aan nog niet opgeloste vraagstukken met Canada af te handelen en het Parlement van dit proces naar behoren op de hoogte te houden;

    3.      steunt de inspanningen van de Commissie om de status van permanent waarnemer in de Arctische Raad te verkrijgen, maar verzoekt de EU niettemin om actief de doelstellingen van de EU-strategie voor de Noordpool na te streven in alle betreffende internationale organisaties, in afwachting van de volledige goedkeuring van haar status als waarnemer;

    4.      beschouwt de Raad voor het Europees-Arctische Barentsz-zeegebied (BEAC) als een belangrijk forum voor samenwerking tussen Denemarken, Finland, Noorwegen, Rusland, Zweden en de Commissie; neemt kennis van het werk van de BEAC op het vlak van de gezondheidszorg en sociale kwesties, onderwijs en onderzoek, energie, cultuur en toerisme; wijst op de adviserende rol van de werkgroep inheemse volkeren (Working Group of Indigenous Peoples -WGIP) binnen de BEAC;

    5.      wijst op de bijdrage die de EU levert op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, en op de inzet van economische actoren die krachtens EU-recht geregistreerd zijn en actief zijn in het Noordpoolgebied;

    6.      verzoekt de Commissie voorstellen te doen voor de wijze waarop het Galileo-project of andere projecten die een impact kunnen hebben op het Noordpoolgebied, zoals Wereldwijde monitoring voor milieu en veiligheid, uitgebouwd zouden kunnen worden om een veiligere en snellere scheepvaart in de Arctische wateren mogelijk te maken, en zo te investeren in de veiligheid en toegankelijkheid van met name de Noordoostpassage, bij te dragen aan een betere voorspelbaarheid van ijsbewegingen, de zeebodem van het Noordpoolgebied beter in kaart te brengen en meer inzicht te krijgen in de belangrijkste geodynamische processen in het gebied;

    7.      is ingenomen met de inventarisatie van de ecologisch en biologisch gewichtige zones in de Noordpoolregio op grond van het Verdrag inzake Biologische Diversiteit, wat een belangrijk proces vormt om de doeltreffende bescherming van de biodiversiteit op de Noordpool zeker te stellen en benadrukt het belang van de uitvoering van een ecosysteemgebaseerd beheer van het mariene milieu, het kustgebied en het vasteland van de Noordpool, zoals belicht door de groep deskundigen van de Arctische Raad;

    8.      spreekt zijn bezorgdheid uit dat de uitvoering van het Opsporings- en Reddingsverdrag ("Search and Rescue Agreement") en het Verdrag inzake de Respons op Olieverontreiniging ("Oil Spill Response Agreement") van de leden van de Arctische Raad slechts activiteiten ten aanzien van de voorbereidingen en respons betreft, de preventie van olieverontreiniging niet geregeld is en er geen bepalingen zijn die waarborgen dat de exploitanten de volle aansprakelijkheid dragen voor de economische en milieugevolgen;

    9.      vraagt om de actieve betrokkenheid van de inheemse bevolking, Europese instanties, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven bij het uitvoeringsproces;

    10.    wijst nadrukkelijk op de noodzaak van een actieve rol van de EU in alle werkgroepen van de Arctische Raad en in relevante regionale en internationale organisaties, zoals de IMO, CBD en de AVVN;

    11.    neemt kennis van de nieuwe strategieën voor het Noordpoolgebied die onlangs bekend zijn gemaakt door de EU-lidstaten die lid zijn van de Arctische Raad, namelijk Finland, Denemarken en Zweden, en door lidstaten met een waarnemersstatus zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, en spreekt de hoop uit dat geactualiseerde strategieën niet alleen zullen leiden tot een realistischer begrip maar ook tot een concreet engagement in het Noordpoolgebied, waarbij rekening wordt gehouden met de gemeenschappelijke EU-maatregelen en -programma's die van invloed zijn op deze regio;

    12.    neemt kennis van het besluit van de nieuwe regering van IJsland om de onderhandelingen over EU-lidmaatschap op te schorten; betreurt het dat beide partijen niet in staat zijn geweest een oplossing te vinden voor hun meningsverschillen op sommige punten, ondanks hun nauwe culturele banden en het feit dat IJsland als lid van de EER en Schengen al veel van de EU-wetgeving heeft overgenomen, en daarmee de kans hebben gemist om IJsland, ook al was het met bijzondere vrijstellingen, voor toekomstige generaties meer te integreren, gezien zijn strategische geopolitieke en geo-economische positie;

    13.    verzoekt de Commissie, met het oog op het bovenstaande, nauwer te gaan samenwerken met IJsland op gebieden die voor beide partijen van belang zijn, zoals de ontwikkeling van het zeevervoer en duurzame energie, en daarbij ten volle gebruik te maken van bestaande instrumenten en samenwerking op het gebied van onderzoek en handel tussen Europese en IJslandse actoren aan te moedigen;

    14.    neemt kennis van de voorbereidingen voor de oprichting van een zogenaamde Arctic Business Council als adviesorgaan voor de Arctische Raad, en wijst op het percentage Europese ondernemingen en instituten dat een bijdrage levert aan en investeert in het Noordpoolgebied; roept het bedrijfsleven op de rechten van de inheemse bevolkingsgroepen te eerbiedigen en investeringen op een ecologisch en maatschappelijk verantwoorde manier te doen;

    15.    bevestigt zijn steun voor de oprichting van een EU-Informatiecentrum voor het Noordpoolgebied, een in dat gebied gevestigd netwerk dat tot doel heeft Arctische en EU-actoren te informeren en met elkaar in contact te brengen;

    16.    verzoekt de Commissie, gezien de bovenvermelde feiten en ontwikkelingen, een van visie getuigende, coherente strategie te ontwikkelen en te presenteren voor het engagement van de EU in het Arctisch gebied, die waarborgt dat de sociaaleconomische en milieubelangen van de EU en de lidstaten, evenals de mondiale doelstellingen ten aanzien van biodiversiteitsbescherming en klimaatverandering, in aanmerking worden genomen wanneer er beleidsmaatregelen worden ontwikkeld, gewijzigd of bijgewerkt die van invloed zijn op dit gebied;

    17.    verzoekt de Commissie een actieplan op te stellen met concrete maatregelen voor een coherente tenuitvoerlegging van een dergelijke strategie alsmede van bestaand beleid en bestaande programma's in verband met het Noordpoolgebied, teneinde te voorzien in een gecoördineerde aanpak ten opzichte van het Noordpoolgebied, die gebaseerd is op het voorzorgsbeginsel en de ecosysteembenadering;

    18.    wijst op het feit dat energiezekerheid nauw verwant is aan klimaatverandering; meent dat de energiezekerheid moet worden verbeterd door de EU minder afhankelijk te maken van fossiele brandstoffen, zoals de via pijpleidingen uit Rusland geïmporteerde brandstoffen; herinnert eraan dat deze pijpleidingen kwetsbaar zullen worden voor onderbrekingen door het smelten van de permafrostgebieden, en benadrukt dat de transformatie van het Noordpoolgebied een belangrijk effect van de klimaatverandering op de veiligheid van de EU is; benadrukt dat deze risicofactor met behulp van een versterkte EU-strategie voor het Noordpoolgebied moet worden aangepakt, en via een verbeterd beleid voor in de EU gegenereerde duurzame energie en energie-efficiëntie waarmee de afhankelijkheid van de Unie van externe bronnen aanzienlijk wordt verminderd en haar energiezekerheid wordt verhoogd;

    19.    meent dat de indruk die door bepaalde waarnemers gewekt wordt als zou er een race gaande zijn om het Noordpoolgebied in bezit te nemen, vaak gesymboliseerd door het planten van de Russische vlag op de zeebodem van de Noordpool, niet bevorderlijk is voor het wederzijds begrip en de samenwerking in de regio; benadrukt dat de Arctische staten bij verschillende gelegenheden hebben verklaard dat zij zich ertoe verbinden eventuele belangenconflicten op te zullen lossen volgens de beginselen van het internationaal recht; is bezorgd dat de toenemende inzet van militaire capaciteit in het Noordpoolgebied de regio potentieel kan destabiliseren; dringt er bij de landen rond de Noordpool op aan geen militaire of met militairen toegeruste wetenschappelijke buitenposten op te richten;

    20.    spreekt zijn bezorgdheid uit over de pogingen om uranium te winnen in Groenland en verzoekt het Arctisch gebied tot een kernenergievrije zone uit te roepen;

    Duurzame sociaaleconomische ontwikkeling, milieubeheer en matiging van en aanpassing aan de klimaatverandering in de Noordpoolregio

    21.    herinnert aan zijn resolutie van 2011 waarin nadruk gelegd werd op de wereldwijde impact van veranderingen in het Noordpoolgebied en op de belangrijke rol die niet alleen de poollanden, maar ook de EU en andere industriële machten moeten gaan spelen bij het terugdringen van de verontreiniging van de Noordpoolregio als gevolg van de toenemende activiteiten aldaar; wijst erop dat de klimaatverandering in het Noordpoolgebied een grote invloed zal hebben op kustgebieden wereldwijd, waaronder kustgebieden in de Europese Unie, en op klimaatafhankelijke sectoren in Europa, zoals de landbouw en visserij, energie, rendierhouderij, jacht, toerisme en vervoer;

    22.    erkent de verantwoordelijkheid van alle regeringen en burgers wereldwijd voor de bescherming van de Noordpool;

    23.    onderkent dat de effecten van het smeltende ijs en de snel stijgende temperaturen niet alleen de inheemse bevolking dreigen te verdrijven en daarmee de inheemse leefwijze in gevaar brengen, maar ook kansen creëren voor economische ontwikkeling in het Noordpoolgebied; erkent de wens van de bewoners en regeringen met soevereine rechten en verantwoordelijkheden in het Noordpoolgebied om een duurzame economische ontwikkeling te blijven nastreven en tegelijkertijd de traditionele middelen van bestaan van de inheemse bevolking en de uiterst gevoelige ecosystemen in het Noordpoolgebied te beschermen;

    24.    bevestigt zijn voorgaande verklaringen over de rechten van inheemse volkeren in het algemeen, en de Sami als het enige inheemse volk van de EU in het bijzonder, en dringt er bij de Commissie op aan verder te zoeken naar mogelijkheden om te zorgen dat hun stem en ervaring in de EU-beleidsvormingsprocessen doorklinken;

    25.    roept op tot de start van een internationaal debat over het milieubeheer en betere milieubescherming in het Noordpoolgebied, waarbij de kuststaten van de Noordpool betrokken worden, de internationale gemeenschap, organisaties die inheemse bevolkingsgroepen vertegenwoordigen en maatschappelijke organisaties;

    26.    benadrukt dat de wateren rond de Noordpool internationale wateren vormen en roept op tot de totstandbrenging van een mondiale vrijplaats in de wateren buiten de exclusieve economische zones van de Arctische kuststaten die door zowel de poolstaten als de niet-poolstaten moet worden overeengekomen en geëerbiedigd;

    27.    wijst erop hoe enorm belangrijk het is dat de nieuwe mondiale handelsroutes over zee in het Noordpoolgebied veilig en zeker zijn, met name voor de economieën van de EU en haar lidstaten, aangezien deze landen 40% van de mondiale commerciële scheepvaart controleren; neemt kennis van de werkzaamheden van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) met betrekking tot de voltooiing van een verplichte zeevaartcode voor het Noordpoolgebied; onderstreept dat de EU en haar lidstaten een veilige en ecologisch verantwoorde scheepvaart, de vrijheid van scheepvaart en het recht op vrije vaart over de internationale waterwegen actief moeten verdedigen; spoort aan tot samenwerking op het gebied van zowel onderzoek als investeringen met als doel een degelijke en veilige infrastructuur voor de zeevaartroutes in het Noordpoolgebied tot stand te brengen;

    28.    verzoekt in dit verband de EU om strikte grenzen aan het gebruik en vervoer van zware stookolie in het Noordpoolgebied te bevorderen, in navolging van soortgelijke restricties in de wateren rond de Zuidpool;

    29.    roept de Commissie op, bij afwezigheid van toereikende internationale maatregelen, te komen met voorstellen betreffende voorschriften voor schepen die havens van de EU aandoen volgend op of voorafgaand aan reizen door de Arctische wateren, met het oog op het verbod van het gebruik of vervoer van zware stookolie;

    30.    verzoekt de landen in de regio te waarborgen dat alle huidige vervoersroutes – en de routes die in de toekomst kunnen ontstaan – open staan voor de internationale scheepvaart en zich te onthouden van de invoering van eenzijdige financiële of administratieve lasten, die de scheepvaart op de Noordpool kunnen belemmeren, met uitzondering van maatregelen ter verhoging van de veiligheid of ter bescherming van het milieu;

    31.    benadrukt dat het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid over de nodige middelen moet beschikken om verontreiniging van het Noordpoolgebied door zeescheepvaart en olie- en gasinstallaties, te kunnen monitoren en voorkomen; benadrukt dat de milieu- en veiligheidsvoorschriften van de IMO en de EU in dit gebied moeten worden nageleefd;

    32.    spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de haast die wordt betracht om olie in het Noordpoolgebied op te sporen en te boren zonder dat adequate normen worden gehandhaafd, zoals door het platform Prirazlomnaya van Gazprom in de Russische exclusieve economische zone, en over de vergunningverlening voor gebieden in de wateren rond Groenland en in andere delen van de Noord-Atlantische Oceaan;

    33.    verzoekt de EU om strikte wettelijke preventieve normen te bevorderen op het gebied van milieubescherming en veiligheid ten aanzien van de internationale opsporing, prospectie en productie van olie; vraagt om een verbod op olieboringen in de ijzige Arctische wateren van de EU en de EER en de bevordering door de EU van vergelijkbare preventieve normen in de Arctische Raad en voor Arctische kuststaten;

    34.    steunt het initiatief van de vijf kuststaten van de Noordpool om tussentijdse preventieve maatregelen overeen te komen die toekomstige commerciële visserij in volle zee in de centrale Arctische Oceaan moeten voorkomen in afwachting van passende wettelijke procedures en bescherming;

    35.    benadrukt het grote energiebesparingspotentieel in de energie- en vervoerssystemen van de EU, en de mogelijkheden om de EU-economie koolstofvrij te maken en de afhankelijkheid van de invoer van fossiele brandstoffen, waaronder olie uit bronnen op de Noordpool, te verminderen;

    36.    herinnert eraan dat de bevolking van het Noordpoolgebied het recht heeft haar eigen middelen van bestaan te bepalen en erkent haar verlangen naar een duurzame ontwikkeling van de regio; verzoekt de Commissie om een verslag over de EU-programma’s die kunnen worden gebruikt om zo'n evenwichtige en duurzame ontwikkeling voor de lange termijn te ondersteunen en maatregelen voor te bereiden om concreter bij te dragen aan de verwezenlijking van die wens;

    37.    neemt kennis van de prioriteiten van de nieuwe regering van Groenland die aandringt op de ontwikkeling van het land, en verzoekt de Commissie te onderzoeken hoe EU-programma’s kunnen bijdragen aan de duurzame ontwikkeling van Groenland, en op welke manier ervoor kan worden gezorgd dat de banden met Denemarken en Europa als geheel, duurzame ontwikkeling kunnen bevorderen die de langetermijnbelangen van zowel de bevolking van Groenland als EU-actoren dient, met name in het licht van de drastische toename van activiteiten van niet-Europese actoren in Groenland; verzoekt zowel de Commissie als de lidstaten een strategische visie te ontwikkelen op de toekomst van Groenland en de duurzame en milieuvriendelijke ontwikkeling van zijn rijkdommen, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de Europese participatie naar behoren bijdraagt aan de duurzame ontwikkeling van Groenland;

    38.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de regeringen en parlementen van de landen van het Noordpoolgebied.