Ontwerpresolutie - B7-0232/2014Ontwerpresolutie
B7-0232/2014

ONTWERPRESOLUTIE over de EU-strategie voor de Noordpool

5.3.2014 - (2013/2595(RSP))

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Elmar Brok, Mairead McGuinness, Michael Gahler, Ivo Belet, Dubravka Šuica, Elena Băsescu namens de PPE-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0229/2014

Procedure : 2013/2595(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B7-0232/2014
Ingediende teksten :
B7-0232/2014
Debatten :
Aangenomen teksten :

B7‑0232/2014

Resolutie van het Europees Parlement over de EU-strategie voor de Noordpool

(2013/2595(RSP))

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn voorgaande verslagen en resoluties over de Noordpool, in het bijzonder zijn resolutie van 20 januari 2011 over "Een duurzaam EU-beleid voor het hoge noorden"[1], en het verslag van de gemengde parlementaire commissie van de EER van 28 oktober 2013 over het beleid ten aanzien van de Noordpool,

–       gezien de gemeenschappelijke verklaring van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 26 juni 2012 getiteld "Ontwikkeling van een EU-beleid ten opzichte van het Noordpoolgebied: vooruitgang sedert 2008 en volgende stappen" (JOIN(2012)0019), en de begeleidende werkdocumenten getiteld "Inventaris van de activiteiten in het kader van de ontwikkeling van een EU-beleid ten opzichte van het Noordpoolgebied" (SWD(2012)0182) en "De ruimte en het Noordpoolgebied" (SWD(2012)0183),

–       gezien het partnerschap EU-Groenland 2007-2013 en de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de EU en Groenland, die op 1 januari 2013 in werking trad en een looptijd heeft van drie jaar,

–       gezien Horizon 2020, het EU-kaderprogramma voor onderzoek en innovatie voor de periode 2014-2020,

–       gezien het programma van het voorzitterschap van de Arctische Raad, het samenwerkingsprogramma inzake de Noordpool van de Noordse Raad van Ministers en het programma van de Raad voor het Europees-Arctische Barentszzeegebied (BEAC),

–       gezien de nieuwe en geactualiseerde nationale strategieën en beleidsdocumenten betreffende Arctische aangelegenheden van respectievelijk Finland, Zweden, Denemarken en Groenland, Noorwegen, Rusland, de VS, Canada en het Verenigd Koninkrijk,

–       gezien de verklaringen van het Parlementair Forum van de Noordelijke Dimensie van september 2009 te Brussel en februari 2011 te Tromsø,

–       gezien de gemeenschappelijke verklaring van de derde ontmoeting van ministers van de nieuwe Noordelijke Dimensie in Brussel op 18 februari 2013,

–       gezien de verklaringen van de negende conferentie van parlementariërs van de Arctische regio op 13-15 september 2010 in Brussel, en van de tiende conferentie van parlementsleden van de Arctische regio op 5-7 september 2012 in Akureyri,

–       gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 3 oktober 2013 in Zaak C-583/11P en van 25 april 2013 in Zaak T-526/10 betreffende een verzoek tot nietigverklaring van verordening (EU) nr. 737/2010 van de Commissie van 10 augustus 2010 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1007/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handel in zeehondenproducten,

–       gezien het panelrapport van de Wereldhandelsorganisatie van 25 november 2013 getiteld "European Communities – measures prohibiting the importation and marketing of seal products", hoofdstuk 1.3.5 (waarin de prejudiciële uitspraak van 29 januari 2013 wordt behandeld),

–       gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat de gemeenschappelijke verklaring van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van de zomer van 2012 een reactie was op het verzoek van het Parlement om een coherent beleid voor het Noordpoolgebied;

B.     overwegende dat het Parlement actief heeft geparticipeerd in de werkzaamheden van het permanent comité van parlementariërs van het Noordpoolgebied, via zijn delegatie voor de betrekkingen met Zwitserland en Noorwegen en via de Gemengde Parlementaire Commissie EU-IJsland en de Gemengde Parlementaire Commissie van de Europese Economische Ruimte (EER);

C.     overwegende dat Denemarken, Finland en Zweden Arctische landen zijn en dat zowel Finland als Zweden gedeeltelijk binnen de Noordpoolcirkel liggen; dat het enige inheemse volk van de EU, de Sami, in de arctische regio's van Finland en Zweden alsmede van Noorwegen en Rusland leeft;

D.     overwegende dat Noorwegen als betrouwbare partner met de EU geassocieerd is via de EER en de Schengenovereenkomst;

E.     overwegende dat de EU al sinds lange tijd betrokken is bij het Noordpoolgebied via de rol die zij speelt in het gezamenlijk beleid inzake de noordelijke dimensie met Rusland, Noorwegen en IJsland (waaronder ook het "Arctische venster"), in de Barentssamenwerking en in het bijzonder de Raad voor het Europees-Arctische Barentszzeegebied en de Regionale Raad voor de Barentszzee, en gezien de implicaties van haar strategische partnerschappen met Canada, de Verenigde Staten en Rusland en haar deelname als actief ad-hoc waarnemer in de Arctische Raad in de afgelopen jaren;

F.     overwegende dat het besluit van de Arctische Raad in Kiruna om het verzoek van de EU om verkrijging van de status van waarnemer 'welwillend te ontvangen', op uiteenlopende wijze wordt geïnterpreteerd wat betreft de vraag in hoeverre de EU deze status verkrijgt;

G.     overwegende dat de EU en haar lidstaten een belangrijke bijdrage aan het onderzoek in het Noordpoolgebied leveren en dat er via EU-programma's, zoals het nieuwe Horizon 2020-kaderprogramma, steun wordt verleend aan grote onderzoeksprojecten in de regio, waarvan niet in de laatste plaats de bevolking en de economie van de Arctische landen profiteren;

H.     overwegende dat het Noordpoolgebied naar schatting een vijfde van 's werelds onontdekte koolwaterstofreserves herbergt, hoewel er meer onderzoek nodig is om nauwkeuriger vast te stellen hoeveel gas en olie zich in de verschillende delen van de Noordpoolregio bevindt, met welke technologie die zouden kunnen worden gewonnen en hoe rendabel het zou zijn om die reserves te exploiteren;

I.      overwegende dat de groeiende belangstelling voor het Noordpoolgebied onder niet-Arctische spelers als China, Japan, India en andere Aziatische landen, de bedragen die zij aan poolonderzoek besteden en niet in de laatste plaats de bevestiging van Zuid-Korea, China, Japan, India en Singapore als waarnemers bij de Arctische Raad wijzen op een toenemende geopolitieke interesse in het Noordpoolgebied wereldwijd;

J.      overwegende dat de veiligheid van offshore olie- en gasactiviteiten in het Noordpoolgebied aan de orde komt in Richtlijn 2013/30/EU betreffende de veiligheid van offshore olie- en gasactiviteiten en dat aan dat aspect bijzondere aandacht moet worden besteed om de milieubescherming in het Noordpoolgebied te waarborgen, rekening houdend met het gevaar van zware ongevallen en de noodzaak van een doeltreffende respons daarop;

K.     overwegende dat de noodzaak van een doeltreffende respons in verband met olie- en gasactiviteiten in het Noordpoolgebied aan de orde komt in Richtlijn 2013/30/EU betreffende de veiligheid van offshore olie- en gasactiviteiten;

De EU en het Noordpoolgebied

1.      herinnert aan zijn resolutie van 20 januari 2011 over een duurzaam EU-beleid voor het hoge noorden, en spreekt zijn voldoening uit over de gemeenschappelijke verklaring van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 26 juni 2012; bekrachtigt zijn standpunt dat de EU, gezien het feit dat drie lidstaten – Denemarken, Finland en Zweden – Arctische staten zijn en Noorwegen en IJsland deel uitmaken van de EER en het Schengengebied, een legitiem belang heeft bij dit onderwerp vanwege haar rechten en verplichtingen krachtens het internationaal recht, haar inzet voor milieu-, klimaat- en andere beleidsmaatregelen en haar subsidies, onderzoeksactiviteiten en economische belangen, onder meer op het gebied van de scheepvaart en de ontwikkeling van natuurlijke hulpbronnen; wijst er ook op dat de EU in Finland en Zweden uitgestrekte Arctische grondgebieden heeft, die bewoond worden door de enige inheemse bevolkingsgroep van de EU, de Sami;

2.      neemt nota van de verklaring van Kiruna van de Arctische Raad en van het besluit van die Raad inzake de waarnemersstatus voor de EU en andere staten, en verzoekt de Commissie en Canada de resterende kwesties op te lossen en het Parlement gedurende dit hele proces steeds op de hoogte te houden;

3.      steunt het streven van de Commissie naar het verkrijgen van de waarnemersstatus in de Arctische Raad; herinnert aan de rol van de EU en haar lidstaten als actieve leden van andere instellingen die zich met voor het Noordpoolgebied relevante aangelegenheden bezighouden, zoals de Internationale Maritieme Organisatie (IMO); is van oordeel dat de EU-instellingen hun inspanningen moeten richten op die gebieden waar de politieke, milieu- en economische belangen van de EU en haar lidstaten in het geding zijn;

4.      wijst op de rol van de Raad voor het Europees-Arctische Barentszzeegebied (BEAC) als een belangrijk forum voor samenwerking tussen Denemarken, Finland, Noorwegen, Rusland, Zweden en de Commissie; neemt kennis van het werk van de BEAC op het vlak van milieu, gezondheidszorg en sociale kwesties, onderwijs en onderzoek, energie, cultuur en toerisme; wijst op de adviserende rol van de werkgroep inheemse volkeren (Working Group of Indigenous Peoples -WGIP) binnen de BEAC;

5.      benadrukt de bijdrage die de EU levert op het gebied van onderzoek en ontwikkeling en de inzet van economische actoren die krachtens EU-recht geregistreerd zijn en opereren in het Noordpoolgebied;

6.      verzoekt de Commissie voorstellen te doen voor de wijze waarop het Galileo-project of andere projecten die een impact kunnen hebben op het Noordpoolgebied, zoals Wereldwijde monitoring voor milieu en veiligheid (GMES), uitgebouwd zouden kunnen worden om een veiligere en snellere scheepvaart in de Noordelijke wateren mogelijk te maken, en zo te investeren in de veiligheid en toegankelijkheid van met name de Noordoostpassage, bij te dragen aan een betere voorspelbaarheid van ijsbewegingen, de zeebodem van het Noordpoolgebied beter in kaart te brengen en meer inzicht te krijgen in de belangrijkste geodynamische processen in het gebied;

7.      spreekt zijn voldoening uit over de tenuitvoerlegging van het Opsporings- en Reddingsverdrag ("Search and Rescue") en het Verdrag inzake de respons op olieverontreiniging ("Oil Spill Response Agreement") door de leden van de Arctische Raad en dringt erop aan dat Europese instituten en bedrijven actief aan deze tenuitvoerlegging deelnemen;

8.      wijst nadrukkelijk op de noodzaak van een actieve rol van de EU in alle werkgroepen van de Arctische Raad en in relevante regionale en internationale organisaties, zoals de IMO;

9.      is ingenomen met de nieuwe Noordpoolstrategieën van afzonderlijke EU-lidstaten, zowel de landen die lid zijn van de Arctische Raad, zoals Finland, Denemarken en Zweden, als landen zoals Duitsland en het VK, die een waarnemersstatus hebben; benadrukt dat deze strategieën niet alleen tot een realistischer begrip moeten leiden, maar ook tot een concreet engagement in het Noordpoolgebied, en dat dit duidelijk aantoont dat rekening moet worden gehouden met gemeenschappelijk EU-beleid en EU-programma's die gevolgen hebben voor het Noordpoolgebied;

10.    neemt nota van het besluit van de nieuwe regering van IJsland om niet verder te onderhandelen over toetreding tot de EU; betreurt dat beide partijen niet in staat zijn geweest een oplossing te vinden voor hun meningsverschillen op sommige punten, ondanks hun nauwe culturele banden en het feit dat IJsland als lid van de EER en Schengen al veel van de EU-wetgeving heeft overgenomen, en daarmee de kans hebben gemist om IJsland, ook al was het met bijzondere vrijstellingen, voor toekomstige generaties meer te integreren, gezien zijn strategische geopolitieke en geo-economische positie; verzoekt de Commissie nauwer te gaan samenwerken met IJsland op gebieden die voor beide partijen van belang zijn, zoals de ontwikkeling van het zeevervoer en hernieuwbare energie, en daarbij ten volle gebruik te maken van bestaande instrumenten; vraagt haar ook om samenwerking op het gebied van onderzoek en handel tussen Europese en IJslandse actoren aan te moedigen, met name gezien de toenemende aanwezigheid van Chinese actoren, en ervoor te zorgen dat de Europese belangen in deze strategisch belangrijke regio niet in het gedrang komen;

11.    is ingenomen met de voorbereidingen voor een Arctische Economische Raad, die als adviesorgaan voor de Arctische Raad moet gaan fungeren; wijst op het grote aantal Europese bedrijven en instituten die een bijdrage leveren aan of investeren in het Noordpoolgebied, wat erop wijst dat niet alleen het bedrijfsleven van de drie Arctische EU-lidstaten doeltreffend participeert, maar ook dat van andere landen (met een waarnemersstatus), gezien de mondiale aard die veel bedrijven tegenwoordig hebben;

12.    is ingenomen met bottom-up-initiatieven zoals de Arctic Business Round Table, die zorgen voor een evenwichtig en langdurig engagement van Europese en niet-Europese bedrijven, en verzoekt de Commissie met voorstellen te komen voor manieren om Europese bedrijven die zich inzetten voor een duurzame en evenwichtige ontwikkeling van het Noordpoolgebied op de lange termijn te ondersteunen;

13.    verzoekt de Commissie, gezien het grote aantal wetenschappelijke, economische en maatschappelijke activiteiten, met name in het Europese Noordpoolgebied, het gebied van de Barentszzee en daarbuiten, methodes te ontwikkelen die leiden tot een beter gebruik van bestaande EU-subsidies en tot een goed evenwicht tussen bescherming en ontwikkeling van het Noordpoolgebied als er EU-middelen naar dit gebied gaan;

14.    stelt tevens voor dat er maatregelen worden genomen om bestaande programma's, zoals die in het kader van Interreg IV, het programma voor de noordelijke periferie (NPP), het Kolarctic-programma, het programma voor de Oostzee en de strategie voor blauwe groei, beter op elkaar af te stemmen, evenals de bijdragen aan de financiering van partnerschappen voor de Noordelijke dimensie, zoals het Milieupartnerschap voor de Noordelijke Dimensie (NDEP) en het Partnerschap van de noordelijke dimensie voor vervoer en logistiek (NDPTL), of van subsidies in het kader van het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument (ENPI), zodat de financieringsstromen beter worden gekanaliseerd, en om duidelijk investeringsprioriteiten voor het Noordpoolgebied vast te stellen; verzoekt nadrukkelijk om instelling van een platform van de Commissie en de EDEO dat moet zorgen voor een coherente verdeling van middelen voor het Noordpoolgebied;

15.    bevestigt zijn steun voor de oprichting van een EU-Informatiecentrum voor het Noordpoolgebied, een in dat gebied gevestigd netwerk dat tot doel heeft Arctische en EU-actoren te informeren en met elkaar in contact te brengen; wijst er in dit verband nadrukkelijk op dat het absoluut noodzakelijk is daarin een speciale interface voor institutionele actoren van de EU op te nemen; erkent de rol van het EU-Arctic Forum in Brussel als uniek platform dat het begrip tussen de talrijke relevante actoren in het Noordpoolgebied en de EU bevordert en besluitvorming, wetenschap en handel bijeen brengt;

16.    betwijfelt of de EDEO in staat is om voor coördinatie tussen de verschillende betrokken DG's van de Commissie te zorgen, nu RELEX losgekoppeld is van de infrastructuur van de Commissie en een aparte entiteit is geworden; verzoekt de Commissie en de EDEO derhalve voor het einde van de ambtstermijn van de Commissie verslag uit te brengen aan het Parlement over hoe een doeltreffend systeem - zoals het systeem dat voorheen door de horizontale werkgroep van de Commissie werd toegepast - georganiseerd zou moeten worden om een horizontale werkgroep te coördineren die voor de horizontale coherentie, coördinatie en efficiëntie in de EU-beleidsontwikkeling en -programma-uitvoering kan zorgen waarom het Parlement heeft gevraagd;

17.    verzoekt de Commissie een samenhangende sociaaleconomische strategie uit te werken en in te voeren voor het engagement van de EU in het Noordpoolgebied, zodat gewaarborgd wordt dat de belangen van de EU en de lidstaten worden behartigd wanneer beleid met gevolgen voor het Noordpoolgebied wordt uitgestippeld, gewijzigd of geactualiseerd;

18.    verzoekt de Commissie een actieplan op te stellen met concrete maatregelen voor een coherente tenuitvoerlegging van een dergelijke strategie alsmede van de bestaand beleid en bestaande programma's in verband met het Noordpoolgebied, teneinde te voorzien in een gecoördineerde benadering ten opzichte van het Noordpoolgebied;

Duurzame sociaaleconomische ontwikkeling en afzwakking van en aanpassing aan de klimaatverandering in de Noordpoolregio

19.    wijst op de wereldwijde impact van veranderingen in het Noordpoolgebied en op de belangrijke rol die niet alleen de poollanden, maar ook de EU en andere industrielanden moeten gaan spelen bij het terugdringen van de verontreiniging van de Noordpoolregio als gevolg van de toenemende activiteiten aldaar; wijst erop dat de klimaatverandering in het Noordpoolgebied een grote invloed zal hebben op kustgebieden in Europa en elders en op klimaatafhankelijke sectoren in Europa, zoals de landbouw en visserij, hernieuwbare energie, rendierhouderij, jacht, toerisme en vervoer;

20.    beseft dat de effecten van het smeltende ijs en de zachtere temperaturen niet alleen de inheemse bevolking dreigen te verdrijven en daarmee de inheemse leefwijze bedreigen, maar ook kansen kunnen creëren voor economische ontwikkeling in het Noordpoolgebied; erkent de wens van de bevolkingen en regeringen in het Noordpoolgebied om met soevereine rechten en verantwoordelijkheden een duurzame economische ontwikkeling te blijven nastreven en tegelijkertijd de traditionele middelen van bestaan van de inheemse bevolking en de uiterst gevoelige ecosystemen in het Noordpoolgebied te beschermen;

21.    weet dat de VS soortgelijke wetgeving kent, maar betreurt niettemin de gevolgen die de EU-regelgeving inzake het verbod op zeehondenhuiden heeft gehad voor delen van de bevolking en met name de cultuur en de inkomstenbronnen van de inheemse bevolking, wat een belemmering vormt voor EU-optreden in het Noordpoolgebied; verzoekt de Commissie te zoeken naar mogelijkheden om die wetgeving aan te passen of te hervormen en in overeenstemming te brengen met de behoeften van haar Arctische partners;

22.    herhaalt zijn standpunt over de rechten van inheemse volkeren in het algemeen en de Sami, als enig inheems volk van de EU, in het bijzonder; verzoekt de Commissie verder te zoeken naar mogelijkheden om bij de EU-beleidsvormingsprocessen rekening te houden met hun zienswijze en ervaring; verzoekt in dit verband om de instelling van een Onafhankelijke Inheemse Vertegenwoordiging in Brussel;

23.    wijst op de belangrijke bijdrage van de EU aan het onderzoek in het kader van Horizon 2020; verzoekt de Commissie om in het nieuwe Horizon 2020 duidelijke posten te definiëren voor de ondersteuning van onderzoek - zowel algemeen als toegepast - in verband met het Noordpoolgebied;

24.    benadrukt dat speciale aandacht moet worden besteed aan de ernstige milieuzorgen met betrekking tot de Arctische wateren, teneinde de bescherming van het milieu in het Noordpoolgebied in verband met eventuele offshore-olie- en -gasactiviteiten te waarborgen, daarbij rekening houdend met het risico op zware ongevallen en de noodzaak van een doeltreffende respons daarop, zoals bepaald in Richtlijn 2013/30/EU;

25.    wijst nadrukkelijk op de noodzaak van een doeltreffende respons in verband met olie- en gasactiviteiten in het Noordpoolgebied, zoals bepaald in Richtlijn 2013/30/EU betreffende de veiligheid van offshore olie- en gasactiviteiten;

26.    wijst erop hoe enorm belangrijk het is dat de nieuwe mondiale handelsroutes over zee in het Noordpoolgebied veilig en zeker zijn, vooral voor de economieën van de EU en haar lidstaten, aangezien deze landen 40% van de mondiale commerciële scheepvaart controleren; is verheugd over de afronding van het werk van de Internationale Scheepvaartorganisatie (IMO) over een verplichte zeevaartcode voor het Noordpoolgebied; verzoekt de lidstaten en de Commissie nauw contact te houden met Europese onderzoeksinstellingen en met het vervoers- en verzekeringswezen om ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met nieuwe technologieën en ervaringen; onderstreept dat de EU en haar lidstaten de vrijheid van scheepvaart en het recht op vrije vaart over de internationale waterwegen actief in stand moeten houden; moedigt aan tot samenwerking op het gebied van zowel onderzoek als investering met als doel een robuuste en veilige infrastructuur voor de zeevaartroutes in het Noordpoolgebied tot stand te brengen;

27.    wijst nadrukkelijk op het belang van de werkzaamheden die in dit verband zijn verricht in het Partnerschap van de noordelijke dimensie voor vervoer en logistiek (NDPTL);

28.    verzoekt de staten in de regio te waarborgen dat alle huidige vervoersroutes – en de routes die in de toekomst kunnen ontstaan – open staan voor de internationale scheepvaart en zich te onthouden van de invoering van eenzijdige financiële of administratieve lasten, die de scheepvaart op de Noordpool kunnen belemmeren, met uitzondering van internationaal overeengekomen maatregelen ter verhoging van de veiligheid of ter bescherming van het milieu;

29.    neemt nota van de recente exploratie-activiteiten in het Europese Noordpoolgebied, de Barentszzee, en benadrukt de bilaterale samenwerking tussen Noorwegen en Rusland die erop gericht is bij het boren naar olie en gas in de Barentszzee de hoogst mogelijke technische normen op het gebied van milieubescherming toe te passen; wijst in het bijzonder op het belang van de omstreden ontwikkeling van speciale, nieuwe technologie voor de Noordpoolomgeving, zoals de technologie voor installatie onder de zeebodem;

30.    is zich bewust van de interne debatten in de EU en de lidstaten over klimaatverandering en nieuw energiebeleid ('Energiewende') en herinnert aan de positie van de EU als grootafnemer van gas uit het Noordpoolgebied en aan de betrokkenheid van Europese economische actoren; wijst nadrukkelijk op het feit dat aardgas dat afkomstig is van een veilige en zekere bevoorradingsbron en geproduceerd is volgens de hoogst mogelijke normen een belangrijk tussenstation vormt op de weg naar een koolstofarme economie in de toekomst; staat achter de stapsgewijze, op voorzorg gebaseerde aanpak bij de ontwikkeling van energiebronnen in het Noordpoolgebied en wijst erop dat de verschillende regio's in het Noordpoolgebied heel verschillende omstandigheden kennen en dus afzonderlijk moeten worden behandeld;

31.    herinnert eraan dat de bevolking van het Noordpoolgebied het recht heeft haar eigen middelen van bestaan te bepalen en erkent haar verlangen naar een duurzame ontwikkeling van de regio; verzoekt de Commissie om een verslag over de vraag welke EU-programma's zouden kunnen worden gebruikt om zo'n evenwichtige en duurzame ontwikkeling voor de lange termijn te ondersteunen en maatregelen voor te bereiden om concreter bij te dragen aan de verwezenlijking van die wens;

32.    neemt nota van de ontwikkelingsprioriteiten van de nieuwe regering van Groenland; verzoekt de Commissie na te gaan hoe EU-programma's zouden kunnen bijdragen aan de duurzame ontwikkeling van Groenland, vooral in het licht van de dramatische toename van de activiteiten van niet-Europese actoren in Groenland; verzoekt zowel de Commissie als de lidstaten een strategische kijk te ontwikkelen op de toekomst van Groenland en de ontwikkeling van zijn rijkdommen, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de Europese participatie naar behoren bijdraagt aan de duurzame ontwikkeling van het land;

33.    spreekt zijn bezorgdheid uit over het zeer geringe succes van de intentieverklaring die een vicevoorzitter van de Commissie met Groenland heeft ondertekend in verhouding tot de snelheid waarmee Aziatische landen verbintenissen aangaan en investeren; verzoekt de Commissie en de lidstaten ook te zorgen voor coördinatie met het Europese bedrijfsleven, opdat de langetermijnbelangen van de EU en haar vermogen om bij te dragen aan een duurzame ontwikkeling voor de lange termijn in aanmerking worden genomen;

34.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de regeringen en parlementen van de landen van het Noordpoolgebied.