Procedure : 2013/2595(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0233/2014

Ingediende teksten :

B7-0233/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/03/2014 - 8.29
CRE 12/03/2014 - 8.29
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 125kWORD 57k
5.3.2014
PE529.631v01-00
 
B7-0233/2014

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de EU-strategie voor de Noordpool (2013/2595(RSP))


Sabine Lösing, Willy Meyer, Jacky Hénin, Nikola Vuljanić, Patrick Le Hyaric, Marie-Christine Vergiat namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de EU-strategie voor de Noordpool (2013/2595(RSP))  
B7‑0233/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (UNCLOS), gesloten op 10 december 1982 en van kracht sinds 16 november 1994,

–       gezien het Raamverdrag van de Verenigde Naties over klimaatverandering (UNFCCC) en het Verdrag inzake biologische diversiteit (VBD),

–       gezien de verklaring van de VN over de rechten van inheemse volkeren van 13 september 2007,

–       gezien het verslag over klimaatverandering en internationale veiligheid van de hoge vertegenwoordiger en de Commissie aan de Europese Raad van 14 maart 2008,

–       gezien het verslag inzake de beoordeling van de gevolgen voor het klimaat in de poolstreken, gepubliceerd door de vierde ministeriële bijeenkomst van de Arctische Raad op 24 november 2004,

–       gezien de mededelingen van de Commissie van 26 juni 2012 (JOIN(2012)0019) en 20 november 2008 (COM(2008)0763) over het EU-beleid voor het Noordpoolgebied,

–       gezien zijn resolutie van 20 januari 2011 over een duurzaam EU-beleid voor het hoge noorden(1),

–       gezien de Arctic Roadmap van de Amerikaanse marine van 10 november 2009,

–       gezien artikel 115 van zijn Reglement,

A.     overwegende dat de effecten van de klimaatverandering, die bijna uitsluitend buiten het Noordpoolgebied wordt veroorzaakt, zich ook in dit gebied zullen doen voelen; overwegende dat met name het smelten van het zee-ijs waarschijnlijk onvoorziene en rampzalige gevolgen voor het milieu en consequenties in andere delen van de planeet zal hebben, en ook zal leiden tot een toename van de scheepvaart, in het bijzonder tussen Europa, Azië en Noord-Amerika, voor onderzoek naar en de exploitatie van bodemschatten, met name gas, olie en andere mineralen, maar ook van andere natuurlijke hulpbronnen, zoals vis, en voor de exploitatie van mariene genetische hulpbronnen, en tot meer mijn- en kapactiviteiten en meer toerisme,

B.     overwegende dat de industriële exploitatie van de tot dusver door ijs beschermde Noordelijke IJszee significante effecten zal hebben op het zeer kwetsbare ecosysteem in het Noordpoolgebied en op het klimaat in de hele wereld,

C.     overwegende dat de toegenomen exploiteerbaarheid van de enorme koolwaterstofhulpbronnen in het Noordpoolgebied leidt tot een verandering van de geostrategische dynamiek van dit gebied, met potentiële gevolgen voor de internationale stabiliteit en de Europese veiligheidsbelangen, en verder overwegende dat het toegenomen geostrategische belang van de EU- en de NAVO-lidstaten leidt tot een militarisering van het hoge noorden, overwegende dat Rusland in december 2013 als een van zijn prioriteiten plannen heeft aangekondigd voor het opzetten van een troepenmacht in het Noordpoolgebied om de militaire veiligheid te waarborgen en de Russische nationale belangen in het gebied te beschermen,

D.     overwegende dat Canada in december 2013 bij de VN een verzoek heeft ingediend om uitbreiding van zijn grondgebied tot het Noordpoolgebied, dat ook de noordpool zou omvatten,

E.     overwegende dat de enige inheemse volkeren in de EU in Zweden en Finland wonen; overwegende dat de inheemse volkeren van het Noordpoolgebied en hun maatschappelijke organisaties moeten worden beschouwd als de belangrijkste belanghebbenden in de ontwikkelingen in het Noordpoolgebied;

1.      is van oordeel dat de natuurlijke hulpbronnen het best kunnen worden beschermd door een moratorium op industriële exploitatie van het tot nu toe door ijs bedekte Noordpoolgebied, en dat een dergelijk moratorium van kracht moet blijven tot een overkoepelend, juridisch bindend kader is vastgesteld dat het ecosysteem en de mensen van het gebied volledige bescherming waarborgt; benadrukt dat elke overeenkomst over een moratorium moet worden overeengekomen met de landen en de volkeren, met name de inheemse volkeren, die in de landen van het gebied wonen, meent dat een fonds moet worden opgericht om de mensen van het Noordpoolgebied te vergoeden voor het niet ontginnen van hun natuurlijke rijkdommen;

2.      erkent dat de EU, net als andere ontwikkelde regio's in de wereld, in belangrijke mate bijdraagt aan de klimaatverandering en dus een speciale verantwoordelijkheid draagt;

3.      beschouwt het Noordpoolgebied als een zeer kwetsbaar ecosysteem waar de effecten van de klimaatverandering bijzonder zichtbaar zijn en rampzalige en onherstelbare repercussies hebben voor andere regio's in de wereld;

4.      wijst erop dat het kwetsbare milieu van het Noordpoolgebied beschermd moet worden en onderstreept het belang van algemene stabiliteit en vrede in de regio; wijst erop dat de EU een beleid moet voeren waarbij absolute prioriteit gaat naar de bescherming van het Noordpoolgebied, dat op zijn beurt sterk bepalend is voor het klimaat op aarde en een belangrijke bron van inkomsten is voor de bewoners van het gebied;

5.      benadrukt de leidende rol die de EU moet vervullen in het verminderen van de vervuiling die het Noordpoolgebied binnendringt via langeafstandstransport; wijst erop dat de klimaatverandering in het Noordpoolgebied een rampzalige en onherstelbare invloed zal hebben op kustgebieden in Europa en elders, en op klimaatafhankelijke bedrijfstakken in Europa en elders, zoals de landbouw, hernieuwbare energie, visserij en vervoer;

6.      wijst erop dat de effecten van het smeltende ijs slechts geringe, tijdelijke positieve aspecten voor economische ontwikkeling met zich meebrengen tegenover de veel omvangrijkere ontwikkelingen die op lange termijn nefast zijn voor het milieu in het Noordpoolgebied;

7.      stelt met zorg vast dat het Noordpoolgebied in toenemende mate wordt gemilitariseerd door de Arctische staten, Rusland en de NAVO-landen, de VS, Canada, Denemarken en Noorwegen, en meent dat de Arctic Roadmap van de Amerikaanse marine, de uitbreiding van het aantal Canadese Arctic Rangers, de militaire oefeningen die in augustus 2010 werden gehouden, alsmede de geplande stationering van Russische troepen tegen 2020 niet bevorderlijk zijn voor het tot stand brengen van wederzijds begrip en samenwerking in de regio; wijst erop dat de Arctische staten bij verschillende gelegenheden hebben verklaard dat zij zich ertoe verbinden eventuele belangenconflicten op te zullen lossen volgens de beginselen van het internationaal recht en daar in sommige gevallen ook aan hebben gewerkt;

8.      erkent dat er weliswaar duidelijke verschillen bestaan tussen het Noord- en Zuidpoolgebied, maar dat er ook duidelijke overeenkomsten zijn; merkt op dat de tekst van het Verdrag inzake Antarctica met succes een kader tot stand brengt voor vreedzaam onderzoek en vreedzame samenwerking, waarbij territoriale geschillen uit de weg worden gegaan en niet wordt geraakt aan de bestaande soevereine grenzen; benadrukt dat de doelstellingen van vreedzaam onderzoek en vreedzame samenwerking ruim genoeg zijn en de situatie voldoende vergelijkbaar is om ze ook voor het Noordpoolgebied zeer relevant te achten;

9.      steunt samenwerking binnen het kader van de Arctische Raad, die kan dienen als een raamwerk voor vreedzame samenwerking voor de bescherming van de volkeren van het Noordpoolgebied en voor het Noordpoolgebied zelf;

10.    respecteert het initiatief van de regering van IJsland om een eind te maken aan de onderhandelingen over EU-lidmaatschap; meent dat het belangrijk is om goede betrekkingen te behouden en nauwere samenwerking tot stand te brengen met IJsland in gebieden van gemeenschappelijk belang;

11.    drukt zijn bezorgdheid uit over de ontwikkelingen tussen de EU en de kuststaten inzake vangstquota, en hoopt op een eerlijke oplossing;

12.    beseft dat een groeiende wereldbevolking behoefte heeft aan hulpbronnen; onderkent dat voor de huidige wereldbevolking voldoende hulpbronnen voorhanden zijn, met name wanneer op grote schaal de weg wordt ingeslagen van hernieuwbare energie en energiebesparende technologieën; maar stelt tegelijkertijd vast dat een onrechtvaardige verdeling van de exploitatie van de hulpbronnen leidt tot extreem arme en extreem rijke regio’s in de wereld; dringt daarom aan op politieke, economische en sociale maatregelen, alsmede een verregaande omschakeling naar hernieuwbare energie en energiebesparende technologieën om een einde te maken aan dat onevenwicht; ziet geen heil in de milieuschadelijke exploitatie van de vermoedelijk in het Noordpoolgebied aanwezige olie- en gasvoorraden, maar vraagt in plaats daarvan om onbeperkte bescherming van deze zeer kwetsbare ecosystemen;

13.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Arctische Raad, de regeringen en parlementen van de lidstaten, alsmede aan de regeringen en parlementen van de landen van het Noordpoolgebied.

 

(1)

PB C 136E van 11 mei 2012, blz. 71.

Juridische mededeling - Privacybeleid