Procedure : 2014/2717(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0026/2014

Ingediende teksten :

B8-0026/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/07/2014 - 10.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0009

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 134kWORD 62k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0025/2014
15.7.2014
PE534.970v01-00
 
B8-0026/2014

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Oekraïne (2014/2717(RSP))


Knut Fleckenstein, Victor Boştinaru, Richard Howitt, Ana Gomes, Pier Antonio Panzeri, Ioan Mircea Paşcu, Tonino Picula, Kati Piri, Marju Lauristin, Boris Zala, Andrejs Mamikins, Liisa Jaakonsaari, Goffredo Maria Bettini, Afzal Khan, Jo Leinen, Francisco Assis, Arne Lietz, Miltiadis Kyrkos namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Oekraïne (2014/2717(RSP))  
B8‑0026/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien de gezamenlijke verklaring van de ministers van Buitenlandse Zaken van Oekraïne, Rusland, Frankrijk en Duitsland van 2 juli 2014,

–       gezien de op 27 juni 2014 ondertekende associatieovereenkomst (AO) tussen de EU en Oekraïne, waarin opgenomen een diep en alomvattend vrijhandelsgebied (DCFTA),

–       gezien de conclusies van de EU-Raad Buitenlandse Zaken van 23 juni 2014, en de conclusies van de Europese Raad van 27 juni 2014,

–       gezien de rapporten van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de Verenigde Naties over de mensenrechtensituatie in Oekraïne van 15 mei en 15 juni 2014,

–       gezien de verklaring van de staatshoofden en regeringsleiders over Oekraïne van 27 mei 2014,

–       gezien de verklaring met eerste bevindingen en conclusies van de internationale waarnemingsmissie over de presidentsverkiezingen van 25 mei 2014,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat Oekraïne nog steeds wordt geconfronteerd met ernstige veiligheids-, politieke en sociaaleconomische uitdagingen; overwegende dat het conflict in het oosten van Oekraïne een ernstige belemmering vormt voor de ontwikkeling en welvaart van het land;

B.     overwegende dat de Oekraïense autoriteiten er ondanks de crisis in het oosten van de Oekraïne in zijn geslaagd presidentsverkiezingen te organiseren die grotendeels beantwoordden aan de internationale verplichtingen en waarbij de fundamentele vrijheden in het overgrote deel van het land in acht zijn genomen;

C.     overwegende dat de nieuwgekozen president van Oekraïne, Petro Porosjenko, een plan heeft voorgelegd voor een vreedzame oplossing van de crisis; overwegende dat een trilaterale contactgroep bestaande uit hooggeplaatste vertegenwoordigers van Oekraïne, de Russische Federatie en de OVSE zoekt naar mogelijkheden voor concrete vooruitgang in de richting van een vreedzame oplossing van het conflict, uitgaande van het voorgestelde vredesplan en de gezamenlijke verklaring van de ministers van Buitenlandse Zaken van Duitsland, Frankrijk, Rusland en Oekraïne van 2 juli 2014, waarin de noodzaak is onderstreept van een duurzaam staakt-het-vuren onder toezicht van de speciale monitoringmissie van de OVSE in Oekraïne;

D.     overwegende dat de associatieovereenkomst/DCFTA politieke associatie en economische integratie in het vooruitzicht stelt, op basis van gemeenschappelijke waarden en een toezegging van de Oekraïense autoriteiten over de uitvoering van hervormingen die beantwoorden aan de verwachtingen van het Oekraïense volk ten aanzien van een beter leven, met name op het gebied van de rechtsstaat, democratie, justitie, mensenrechten en corruptiebestrijding;

1.      is zeer verheugd over de ondertekening van de resterende hoofdstukken van de AO/DCFTA tussen de EU en Oekraïne en van de AO/DCFTA's tussen de EU en Moldavië en de EU en Georgië, die een nieuw tijdperk in de politieke en economische betrekkingen van deze landen met de EU inluiden; verwacht dat de overeenkomsten vanaf het najaar van 2014 voorlopig kunnen worden uitgevoerd, en verzoekt de drie landen in kwestie en de EU-lidstaten het ratificatieproces snel af te ronden; dringt aan op doorvoering van de hiermee samenhangende hervormingen en bevestigt nogmaals dat de EU zich ertoe verbindt de geassocieerde landen bij hun inspanningen te ondersteunen;

2.      wijst de instelling van "strafmaatregelen" door Rusland tegen de landen die een associatieovereenkomst met de EU hebben ondertekend, van de hand, aangezien deze overeenkomsten geen bedreiging voor Rusland vormen; stelt met bevrediging vast dat het overleg tussen deskundigen uit de EU, Oekraïne en Rusland over de uitvoering van de associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne en over vrijhandel vooruitgang heeft geboekt en dat op 11 juli 2014 in Brussel een tripartiete ministersvergadering is gehouden; ziet hierin een nuttig proces dat kan bijdragen tot het wegnemen van lang bestaande misverstanden, doordat de voordelen van de AO/DCFTA worden verduidelijkt en rekening wordt gehouden met de legitieme zorgen van alle partijen;

3.      betreurt het dat het eenzijdig door Kiev aangeboden staakt-het-vuren niet tot een oplossing via onderhandelingen heeft geleid en dat de gevechten zijn hervat en verhevigd; is diep bezorgd over de veiligheid van de gewone mensen die nog steeds vastzitten in de regio's rond Donetsk en Loehansk; betreurt het verlies aan levens en het feit dat zich onder de slachtoffers ook kinderen bevinden; spreekt hun familieleden zijn diepgemeende gevoelens van medeleven uit; veroordeelt alle activiteiten waarbij de burgerbevolking tot doelwit wordt gemaakt, en dringt erop aan dat het internationale humanitaire recht strikt in acht wordt genomen; verzoekt de opstandelingen met klem om de levering van humanitaire hulp te aanvaarden en te faciliteren, en geen belemmeringen op te werpen voor vluchtelingen die het conflictgebied trachten te verlaten;

4.      benadrukt het fundamentele recht van het Oekraïense volk om 's lands toekomst vrijelijk te bepalen, en bevestigt het recht van Oekraïne op zelfverdediging overeenkomstig artikel 51 van het VN-Handvest; is er evenwel van overtuigd dat de huidige crisis niet militair kan worden opgelost, en dringt er daarom bij alle partijen op aan om blijk te geven van terughoudendheid, het staakt-het-vuren in acht te nemen en serieuze onderhandelingen aan te gaan die moeten leiden tot een politieke regeling die de territoriale integriteit en soevereiniteit van Oekraïne eerbiedigt;

5.      juicht het door president Porosjenko voorgestelde vredesplan toe, dat een belangrijke kans biedt om de situatie in Oost-Oekraïne te de-escaleren en de eenheid van het land te versterken; geeft zijn volledige steun aan de werkzaamheden van de trilaterale contactgroep en de speciale monitoringmissie van de OVSE in Oekraïne, en prijst de inspanningen die afzonderlijke EU-landen zich getroosten om via onderhandelingen tot een oplossing van de crisis te komen; betreurt het evenwel dat de EU via haar hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid/vicevoorzitter van de Commissie geen vooraanstaande rol in dit proces speelt; verwacht dat de nieuwe voorzitter van de Commissie nauw zal samenwerken met de toekomstige hv/vv om deze ongelukkige situatie te corrigeren, en dat afzonderlijke EU-lidstaten ertoe zullen bijdragen dat de onmiddellijke respons van de EU en haar engagement op langere termijn versterkt worden;

6.      is verheugd over het besluit van de Russische Federatieraad tot intrekking van zijn resolutie over het inzetten van de Russische strijdkrachten op het grondgebied van Oekraïne, waarin toestemming werd verleend voor het inzetten van de Russische strijdkrachten in Oekraïne, alsmede over de Russische verklaring dat het bereid is Oekraïense grensbewakers toegang te verlenen tot het Russische grondgebied met het oog op de controle van het grensverkeer bij de overgangen in Goekovo en Donetsk, terwijl er door beide zijden een staakt-het-vuren is overeengekomen;

7.      verzoekt om een collectief verbod op de verkoop van wapens aan Rusland en wenst dat dit verbod van kracht blijft totdat de situatie in het oosten van Oekraïne is genormaliseerd; herinnert eraan dat de EU-lidstaten volgens criterium 4 in Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie geen uitvoervergunning mogen afgeven in gevallen waarin een duidelijk gevaar bestaat voor het behoud van de regionale vrede, veiligheid en stabiliteit en het risico bestaat dat het beoogde ontvangende land de uitgevoerde militaire goederen of technologie voor agressie jegens een ander land gebruikt of er kracht mee wil bijzetten aan territoriale aanspraken; juicht het toe dat verscheidene lidstaten dit voorschrift al toepassen; betreurt het evenwel dat tot op heden een collectief besluit van de EU ontbreekt;

8.      waarschuwt dat verdere stappen van de Russische Federatie gericht op de destabilisering van Oekraïne tot bijkomende sancties zullen leiden en vergaande gevolgen voor de betrekkingen tussen de EU en Rusland zullen hebben;

9.      onderstreept de behoefte aan internationaal toezicht op de situatie in de betrokken regio en steunt de uitbreiding en verlenging van de waarnemingsmissie van de OVSE om de tenuitvoerlegging van een staakt-het-vuren te kunnen volgen en de bescherming van de rechten van alle gemeenschappen te kunnen waarborgen;

10.    is verheugd over de vrijlating van de leden van de speciale monitoringmissie van de OVSE in Donetsk en Loehansk en doet een dringend verzoek om onmiddellijke vrijlating van andere gijzelaars;

11.    veroordeelt opnieuw de annexatie van de Krim en steunt het besluit van de Raad om deze niet te erkennen, o.a. door een verbod in te stellen op de invoer van goederen van de Krim en uit Sebastopol die niet zijn voorzien van een Oekraïens certificaat;

12.    spreekt zijn bezorgdheid uit over berichten dat de Krimtataren nog steeds blootstaan aan aanzienlijke druk, en dringt aan op bijzondere internationale aandacht voor hun situatie; benadrukt de verplichting van de lokale autoriteiten tot eerbiediging van de culturele rechten van de Krimtataren en van hun recht op vrijheid van meningsuiting, godsdienst of geloofsovertuiging, vreedzame vergadering en vereniging;

13.    neemt met bijzondere bezorgdheid kennis van de inperking van de vrijheid van meningsuiting, het verbieden of sluiten van tv-zenders en de gevallen van intimidatie van en geweldpleging tegen journalisten die in Oekraïne werken, met name in het oosten van het land;

14.    onderstreept dat er vertrouwen moet worden geschapen tussen de verschillende gemeenschappen in de samenleving, en dringt aan op een duurzaam verzoeningsproces; benadrukt in dit verband het belang van een inclusieve nationale dialoog, waarbij tot haat aanzettende taal die het conflict nog verder kan verscherpen, moet worden vermeden, terwijl ervoor moet worden gezorgd dat de dodelijke schoten die scherpschutters in februari 2014 op het Maidanplein hebben gelost, en de tragische gebeurtenissen die op 2 mei 2014 in Odessa hebben plaatsgevonden, diepgaand, volledig en transparant worden onderzocht en de verantwoordelijken voor de rechter worden gebracht;

15.    herinnert eraan dat een centrale eis van de Euromaidan-beweging was dat er een einde zou komen aan de stelselmatige en structurele inperking van de mensenrechten, het wanbestuur, de wijdverspreide corruptie en de enorme schaduweconomie; wijst op het belang van het voortgaande proces van constitutionele hervormingen in Oekraïne en moedigt het Oekraïense parlement en de Oekraïense regering aan gebruik te maken van de gelegenheid om een nieuw bestel op te zetten dat de mensenrechten bevordert en beschermt, rechtvaardigheid en goed bestuur voor alle mensen in alle regio's van het land garandeert en daarmee bijdraagt aan de veiligheid en stabiliteit van het land; onderstreept dat het van belang is de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld te ondersteunen bij het streven naar een op echte participatie gebaseerde democratie;

16.    is van mening dat decentralisering van de macht zal bijdragen tot het in stand houden van een duurzame vrede in het oosten van Oekraïne, en spreekt er zijn bevrediging over uit dat dit een van de hoofdpunten in het vredesplan van president Porosjenko is en dat dit plan in spoedige gemeenteraads- en parlementsverkiezingen voorziet; is van mening dat er in Oekraïne zo spoedig mogelijk overeenkomstig de aanbevelingen van de Venetiëcommissie parlementsverkiezingen moeten worden georganiseerd;

17.    benadrukt dat de rechtsstaat moet worden versterkt, ook door middel van een hervorming van justitie, die zou bijdragen tot het herstel van het vertrouwen van de burgers in het gerechtelijk apparaat, en dat de structuur van de wetshandhavingsinstanties moet worden gedepolitiseerd en gedemilitariseerd; is ingenomen met het besluit van de Raad tot instelling van een GVDB-missie die Oekraïne moet bijstaan bij de hervorming van de civiele beveiligingssector, waarbij ook gekeken wordt naar de politie en de werking van de rechtsstaat;

18.    dringt aan op extra inspanningen bij de bestrijding van discriminatie en neemt met bijzondere zorg kennis van de negatieve houding ten aanzien van LGTB-personen en het feit dat twee rechtse partijen in Oekraïne het bestrijden van homoseksualiteit openlijk aanmerken als een van hun beleidstaken;

19.    bevestigt nogmaals dat de EU zich ertoe verbindt Oekraïne steun te verlenen bij zijn inspanningen met het oog op de uitvoering van de AO/DCFTA; verzoekt de Europese Commissie voort te bouwen op de Europese Hervormingsagenda en met een specifieke en concretere routekaart te komen die Oekraïne steun biedt bij de doorvoering van de nodige hervormingen, het stabiliseren van de economie en het voorzien in de basisbehoeften van de bevolking;

20.    is verheugd over het initiatief van de Commissie om op 8 juli 2014 in Brussel een coördinatiebijeenkomst op hoog niveau te organiseren, waarop besloten is een organisatiecomité in te stellen dat een dit najaar te houden donorconferentie moet voorbereiden; is verheugd over de uitbetaling van de eerste tranche van de lening uit het nieuwe programma voor macrofinanciële bijstand (MFA II) aan Oekraïne, alsmede over de goedkeuring van een lening van 0,3 miljard USD van de Wereldbank aan Oekraïne voor de modernisering van het socialebijstandsstelsel; verwacht een nog substantiëlere bijstandsverlening van de geplande donorconferentie;

21.    betreurt het dat het overleg tussen Oekraïne, Rusland en de EU over een gegarandeerde energievoorziening en -doorvoer nog geen positieve resultaten heeft opgeleverd; onderstreept dat de EU en alle lidstaten een nieuw evenwicht moeten vinden in de afhankelijkheid van Rusland voor energie en zich sterker moeten committeren aan EU-initiatieven gericht op een grotere diversifiëring door middel van alternatieve energiebronnen en aanvoerroutes; is zo gezien bezorgd dat het South Stream-project de EU nog afhankelijker van Rusland zal maken in plaats van een oplossing voor het probleem te bieden; onderstreept dat bij het ontwerpen van en het onderhandelen over oplossingen om een continue energievoorziening voor de EU te waarborgen, altijd rekening moet worden gehouden met de behoeften van alle 28 lidstaten en niet mag worden uitgegaan van het belang van afzonderlijke lidstaten; is in dit verband verheugd over de recente mededeling van de Commissie over een Europese strategie voor energiezekerheid (COM(2014)0330); is van mening dat de EU de Oekraïense overheid moet steunen bij de hervorming en modernisering van de energiesector en bij de integratie van de Oekraïense energiemarkt in de energiemarkt van de EU;

22.    onderstreept dat er een duidelijke, eerlijke en stabiele oplossing moet worden gevonden om een continue gasvoorziening door Rusland aan Oekraïne te waarborgen, omdat dit een noodzakelijke voorwaarde is voor de economische ontwikkeling en voor de stabiliteit van Oekraïne; is van mening dat de EU een faciliterende rol moet blijven spelen bij het zoeken naar een akkoord;

23.    juicht het toe dat Oekraïne is doorgestroomd naar de tweede fase van de versoepeling van de visumvoorschriften, en ziet uit naar de uitvoering hiervan, zodat Oekraïense burgers zonder visum kunnen reizen;

24.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de lidstaten van de EU, de president, de regering en het parlement van Oekraïne en de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie.

 

Juridische mededeling - Privacybeleid