Procedure : 2014/2717(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0029/2014

Ingediende teksten :

B8-0029/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/07/2014 - 10.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0009

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 135kWORD 67k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0025/2014
15.7.2014
PE534.973v01-00
 
B8-0029/2014

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Oekraïne (2014/2717(RSP))


Cristian Dan Preda, Elmar Brok, Jacek Saryusz-Wolski, Arnaud Danjean, Andrej Plenković, Sandra Kalniete, Lars Adaktusson, Ivo Belet, Jerzy Buzek, Anna Maria Corazza Bildt, Mariya Gabriel, Michael Gahler, Andrzej Grzyb, Gunnar Hökmark, Tunne Kelam, Andrey Kovatchev, Eduard Kukan, Gabrielius Landsbergis, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Monica Luisa Macovei, Francisco José Millán Mon, György Schöpflin, Davor Ivo Stier, Dubravka Šuica, Bogdan Andrzej Zdrojewski namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Oekraïne (2014/2717(RSP))  
B8‑0029/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over het Europees Nabuurschapsbeleid, het Oostelijk Partnerschap en Oekraïne, en met name zijn resolutie van 17 april 2014 over Russische druk op de landen van het Oostelijk Partnerschap en in het bijzonder de destabilisatie van Oost-Oekraïne(1),

–       gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 23 juni en de conclusies van de Europese Raad van 27 juni 2014 over Oekraïne,

–       gezien de verklaring van de NAVO-Oekraïne-Commissie van 1 april 2014,

–       gezien de gezamenlijke verklaring die de G7-leiders hebben afgelegd tijdens hun bijeenkomst in Den Haag op 24 maart 2014,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat Petro Porosjenko op 25 mei 2014 tot nieuwe president van Oekraïne is verkozen; overwegende dat de presidentsverkiezingen in weerwil van het geweld in de oostelijke provincies door de internationale waarnemers over het algemeen als positief werden beoordeeld omdat zij – in het overgrote deel van het land – meestal in overeenstemming waren met de internationale verplichtingen en de fundamentele vrijheden;

B.     overwegende dat de nieuwe president Petro Porosjenko een 15-puntenplan heeft voorgesteld voor een vreedzame regeling van de situatie in Oost-Oekraïne met behoud van de soevereiniteit, de territoriale integriteit en de nationale eenheid van Oekraïne; overwegende dat president Porosjenko als eerste stap een eenzijdig staakt-het-vuren voor de periode van 20-30 juni heeft uitgeroepen en zich bereid heeft verklaard tot het uitroepen van een ​​tweede staakt-het-vuren onder drie voorwaarden, namelijk dat het bestand wederzijds wordt gerespecteerd, dat alle gijzelaars worden vrijgelaten en dat de OVSE effectief toezicht houdt op de grensovergangen;

C.     overwegende dat het Oekraïense leger zich heeft gehouden aan het staakt-het-vuren, maar dat dit door de huurlingen van de hand is gewezen; tevens overwegende dat de niet-erkenning van het staakt-het-vuren door de huurlingen aan beide zijden dodelijke slachtoffers heeft geëist;

D.     overwegende dat president Porosjenko na de mislukking van het eenzijdig staakt-het-vuren opnieuw een antiterroristische operatie heeft opgezet;

E.     overwegende dat het Oekraïense leger opnieuw de controle over een aantal steden in Oost-Oekraïne in handen heeft gekregen en de opstandelingen en huurlingen heeft gedwongen zich terug te trekken in de richting van Donetsk; overwegende dat het geweld echter nog steeds voortduurt;

F.     overwegende dat de EU op 27 juni 2014 de nog resterende bepalingen van de AA/DCFTA (de associatieovereenkomst met de daarin vastgestelde diepe en brede vrijhandelsruimte) met Oekraïne heeft ondertekend;

G.     overwegende dat de ministers van Buitenlandse Zaken van Duitsland, Frankrijk, Rusland en Oekraïne elkaar op 2 juli jl. in Berlijn hebben ontmoet om de veiligheidssituatie in Oost-Oekraïne te bespreken;

H.     overwegende dat de Russische Federatieraad zijn besluit om toestemming te geven voor de inzet van Russische troepen voor een militaire interventie in Oekraïne heeft ingetrokken;

I.      overwegende dat president Porosjenko op 14 juli 2014 heeft verklaard dat officieren van het Russische leger aan de zijde van separatistische opstandelingen strijd leverden met de Oekraïense troepen en dat er een nieuw Russisch raketsysteem is ingezet tegen de strijdkrachten van Oekraïne;

1.      is ingenomen met de ondertekening van de nog resterende bepalingen van de Associatieovereenkomst met de daarin vastgestelde diepe en brede vrijhandelsruimte, en is ervan overtuigd dat deze overeenkomst een drijvende kracht zal vormen voor politieke en economische hervormingen, voor modernisering, versterking van de rechtsstaat en economische groei; betuigt zijn steun aan Oekraïne in de aanloop naar de voorlopige toepassing van de overeenkomst; verklaart dat het Europees Parlement zijn procedure voor de ratificatie van de overeenkomst zo spoedig mogelijk zal afronden; roept de lidstaten en Oekraïne ertoe op de overeenkomst spoedig te ratificeren, zodat zij zo snel mogelijk volledig ten uitvoer kan worden gelegd;

2.      is eveneens ingenomen met de ondertekening van de associatieovereenkomsten met Georgië en Moldavië; dringt aan op de spoedige ratificatie daarvan en is verheugd dat het parlement van Moldavië daartoe al is overgegaan; spreekt zijn afkeuring uit over het beleid van Rusland om handelsmaatregelen te treffen tegen landen die de AA/DCFTA hebben ondertekend, met als meest recente voorbeeld de maatregelen tot instelling van een verbod op de export van rundvlees uit Moldavië; onderstreept dat deze maatregelen in strijd zijn met de regels van de WTO, dat zij politiek gemotiveerd zijn en dus niet aanvaardbaar; onderstreept dat de betrekkingen tussen de EU en de oostelijke partners geenszins gericht zijn tegen Rusland en de bilaterale betrekkingen tussen Rusland en deze landen niet in de weg zullen staan;

3.      is verheugd over het feit dat Petro Porosjenko al in de eerste ronde tot president van Oekraïne is gekozen; merkt op dat de uitslag van de verkiezingen wijst op de krachtige steun van de bevolking voor een Europees en democratisch perspectief voor hun land;

4.      steunt het vredesplan als een belangrijke kans voor de-escalatie en vrede; spreekt zijn steun uit voor de doortastende maatregelen van president Porosjenko om de eenheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne te waarborgen; is verheugd over zijn vaste voornemen om het probleem van de systematische corruptie en misbruik van overheidsmiddelen aan te pakken; wijst er eens te meer op dat Rusland is betrokken bij de militaire interventie en de bevoorrading; dringt er bij Rusland op aan zijn internationale verplichtingen na te komen, zich daadwerkelijk in te zetten voor vreedzame onderhandelingen en zijn reële invloed aan te wenden voor de stopzetting van alle vormen van geweld;

5.      wijst er eens te meer op dat de internationale gemeenschap de eenheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne steunt; wijst er nogmaals op dat de Oekraïense autoriteiten het volste recht hebben om alle nodige middelen aan te wenden, met inbegrip van het recht op zelfverdediging zoals gedefinieerd in artikel 51 van het VN-Handvest; wijst er nogmaals op dat het de illegale annexatie van de Krim niet erkent en nooit zal erkennen; benadrukt dat Oekraïne, net als elk ander land, het volste recht heeft om zijn eigen keuzes te maken wat betreft politieke samenwerking en economische integratie; huldigt met nadruk de opvatting dat de EU haar samenwerking met Oekraïne derhalve moet intensiveren om te helpen zorgen voor grotere welvaart en meer politieke stabiliteit in dat land;

6.      spreekt zijn veroordeling uit over het voortdurende geweld en het dagelijkse verlies aan mensenlevens in Oost-Oekraïne; wijst er nogmaals op dat de opstandelingen en huurlingen het unilateraal door de Oekraïense autoriteiten afgekondigde staakt-het-vuren niet hebben gerespecteerd, hetgeen heeft geleid tot verder bloedvergieten;

7.      roept Rusland ertoe op het vredesplan met reële vastberadenheid te steunen, maatregelen te nemen om zijn eigen grens met Oekraïne daadwerkelijk te controleren, en een halt toe te roepen aan de voortdurende invasie van illegale gewapende manschappen, wapens en uitrusting, zijn gezag over de rebellen en huurlingen metterdaad aan te wenden om hen te dwingen het staakt-het-vuren te respecteren, hun wapens neer te leggen en zich via een beschermde corridor naar Rusland terug te trekken, zoals in het vredesplan van Porosjenko is aangeboden, en alle gijzelaars te bevrijden;

8.      betreurt de detentie en eist de onmiddellijke vrijlating van de Oekraïense luchtmachtnavigator Nadija Savchenko, die wederrechtelijk is gearresteerd en wordt vastgehouden in Rusland, alsook de vrijlating van alle in Oekraïne of Rusland vastgehouden gijzelaars;

9.      verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken (VV/HV) en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) zich te beijveren voor een grotere presentie en zichtbaarheid in de dialoogmechanismen die zijn opgezet om de crisis op te lossen, ook in het kader van de Contactgroep; is ingenomen met de uitbreiding van de lopende sancties tot elf personen, voornamelijk functionarissen van de zogenaamde separatistische autoriteiten; is ingenomen met de voorbereidende werkzaamheden van de Raad, de EDEO en de lidstaten tot instelling van verdere sancties tegen Rusland, die zich ook zouden moeten uitstrekken tot de economische, financiële en energiesector, alsook tot het embargo op de handel in wapens en technologie voor tweeërlei gebruik;

10.    verlangt dat ​​de Raad een ​​nieuwe termijn aankondigt waarbinnen Rusland krachtens het internationale recht aan zijn verplichtingen moet voldoen, en dat hij zogenaamde fase 3-sancties toepast wanneer de situatie daartoe noopt;

11.    wijst nogmaals op de noodzaak dat de EU jegens Rusland met één stem spreekt, ook in aangelegenheden die te maken hebben met de continuïteit van de energievoorziening van de EU; betreurt dat sommige lidstaten in dit opzicht blijk geven van verdeeldheid en gebrek aan solidariteit in EU-verband;

12.    spreekt zijn steun uit voor een nieuw, onderling overeen te komen staakt-het-vuren om de veiligheidssituatie te stabiliseren, te komen tot een reële de-escalatie en een nieuwe impuls te geven aan de uitvoering van het vredesplan van president Porosjenko, met als voorwaarde dat het staakt-het-vuren wederzijds wordt gerespecteerd, dat de gijzelaars worden vrijgelaten en de grens effectief wordt gecontroleerd door de OVSE; is verheugd over het feit dat de Oekraïense strijdkrachten in Oost-Oekraïne er de laatste dagen in zijn geslaagd opnieuw een aantal belangrijke steden onder controle te krijgen;

13.    spoort de Oekraïense autoriteiten ertoe aan hun hervormingsinspanningen voort te zetten, waaronder met name de constitutionele en op decentralisatie gerichte hervormingen, de hervorming van het justitieel apparaat, de bestrijding van corruptie, de verbetering van het ondernemingsklimaat en van de rechten van personen die tot nationale minderheden behoren; is ingenomen met de recente verlening van financiële steun in het kader van het contract voor staatsopbouw en de macrofinanciële bijstand; herinnert eraan dat internationale financiële bijstand uitsluitend concrete resultaten voor Oekraïne kan opleveren wanneer deze gebonden is aan strikt te handhaven voorwaarden en de uitvoering van het hervormingsprogramma van de Oekraïense regering;

14.    is verheugd over de goedkeuring van de wet inzake overheidsopdrachten en dringt erop aan dat daaraan strikt de hand wordt gehouden; spreekt de hoop uit dat er spoedig een politiek onafhankelijk bureau voor corruptiebestrijding wordt opgericht met bevoegdheden om corrupte gedragingen te onderzoeken;

15.    spreekt opnieuw zijn steun uit voor het streven van president Porosjenko om spoedig parlementsverkiezingen te houden;

16.    geeft uiting aan zijn diepe bezorgdheid over de verslechterende mensenrechten- en humanitaire situatie in Oost-Oekraïne en de Krim, die op instigatie van Rusland is teweeggebracht door rebellen en huurlingen, met berichten over martelingen, moorden, verdwijningen van journalisten en activisten en het nemen van gijzelaars, waaronder gevallen van ontvoering van kinderen; pleit voor betere bescherming van burgers en voor het verlenen van humanitaire hulp door de Oekraïense autoriteiten in de betrokken regio's;

17.    is ingenomen met het verbod op de import van goederen uit de Krim of Sebastopol, met inbegrip van financiering of financiële bijstand, verzekering en herverzekering voor de invoer van dergelijke goederen; roept de lidstaten van de VN ertoe op soortgelijke maatregelen te overwegen in overeenstemming met resolutie 68/262 van de AVVN;

18.    brengt in herinnering dat Rusland de aardgastoevoer naar Oekraïne heeft afgesloten en nu vooruitbetaling eist voor toekomstige leveranties; spreekt de hoop uit dat de trilaterale energiebesprekingen onder auspiciën van de Europese Commissie een positief resultaat zullen opleveren, zodat Oekraïne in staat wordt gesteld om een ​​concurrerende en niet politiek gemotiveerde prijs voor zijn gasvoorziening te betalen;

19.    verzoekt de lidstaten een toereikende gasvoorziening te waarborgen door het mogelijk te maken gas in omgekeerde richting te sturen uit de buurlanden in de EU; is in dit verband ingenomen met het memorandum van overeenstemming inzake omgekeerde gasstromen tussen Slowakije en Oekraïne, waardoor Oekraïne ertoe zou moeten worden aangemoedigd een transparant en betrouwbaar gastransportsysteem tot stand te brengen; wijst in dit verband opnieuw op de strategische rol van de energiegemeenschap, waarvan Oekraïne in 2014 voorzitter is; is verheugd over het feit dat de samenwerking met Oekraïne een integraal onderdeel vormt van de in juni 2014 door de Commissie gepresenteerde Europese strategie voor energiezekerheid;

20.    is verheugd over het feit dat Oekraïne onlangs is overgegaan tot de tweede fase van het Actieplan voor visumliberalisering, en daarmee opnieuw blijk heeft gegeven van zijn vaste voornemen om het daarvoor benodigde wetgevings-, beleids- en institutionele kader tot stand te brengen; wijst er nogmaals op dat de spoedige invoering van een visumvrije regeling daarvan het einddoel zou moeten zijn; dringt ondertussen aan op de onmiddellijke invoering van tijdelijke, zeer eenvoudige en goedkope visumprocedures op het niveau van de EU en de lidstaten;

21.    is ingenomen met het besluit om een solide, naar Oekraïne te sturen civiele gemeenschappelijke veiligheids- en defensiebeleidsdelegatie samen te stellen; dringt er bij de VV/HV en de lidstaten op aan binnen korte termijn tot stationering van deze delegatie over te gaan; is ervan overtuigd dat deze delegatie een ambitieus mandaat dient te krijgen om de Oekraïners effectief te ondersteunen bij de noodzakelijke vergaande inspanningen om de situatie in het land te stabiliseren;

22.    is ingenomen met de oprichting door de Commissie van de Steungroep voor Oekraïne, die de Oekraïense autoriteiten de nodige bijstand moet verlenen bij het doorvoeren van politieke en economische hervormingen;

23.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de waarnemend president, de regering en het parlement van Oekraïne, de Raad van Europa en de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0457.

Juridische mededeling - Privacybeleid