Procedure : 2014/2717(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0054/2014

Ingediende teksten :

B8-0054/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/07/2014 - 10.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0009

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 137kWORD 74k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0025/2014
15.7.2014
PE536.955v01-00
 
B8-0054/2014

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Oekraïne (2014/2717(RSP))


Rebecca Harms, Ulrike Lunacek, Tamás Meszerics, Heidi Hautala, Benedek Jávor, Bas Eickhout, Ernest Maragall namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Oekraïne (2014/2717(RSP))  
B8‑0054/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over Oekraïne, en met name zijn resoluties van 27 februari 2014 over de situatie in Oekraïne(1), van 13 maart 2014 over de invasie van Oekraïne door Rusland(2) en van 17 april 2014 over Russische druk op de landen van het Oostelijk Partnerschap en in het bijzonder de destabilisatie van Oost-Oekraïne(3),

–       gezien de conclusies van de buitengewone vergadering van de Raad Buitenlandse Zaken over Oekraïne op 3 maart 2014 en de conclusies van de vergaderingen van de Raad Buitenlandse Zaken van 17 maart 2014, 14 april 2014, 12 mei 2014 en 23 juni 2014,

–       gezien de verklaring van de staatshoofden en regeringsleiders over Oekraïne tijdens de Europese Raad van 6 maart 2014,

–       gezien de conclusies van de Europese Raad over Oekraïne van 20 maart 2014 en 27 juni 2014,

–       gezien de op 25 mei 2014 uitgebrachte verklaring met eerste bevindingen en conclusies van de internationale verkiezingswaarnemingsmissie van de OVSE/ODIHR over de vervroegde presidentsverkiezingen in Oekraïne,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat tijdens de gebeurtenissen sinds april 2014 pro-Russische separatistische groeperingen in Zuidoost-Oekraïne eerst de gebouwen van de regionale overheidsdiensten en andere openbare gebouwen hebben bezet en gewelddadige betogingen hebben georganiseerd; overwegende dat de dagen daarop goed bewapende, ongeïdentificeerde milities bij een reeks gecoördineerde aanvallen dorpen en steden in Oost-Oekraïne, en met name in de regio's Luhansk en Donetsk, militair hebben veroverd;

B.     overwegende dat pro-Russische milities in deze regio's "volksrepublieken" hebben uitgeroepen en vervolgens referenda ter ondersteuning van deze "soevereine republieken" hebben gehouden; overwegende dat alle inspanningen van de autoriteiten in Kiev om een echte dialoog aan te gaan teneinde de problemen van het gebied, met name administratieve decentralisatie en de bijbehorende grondwetsherziening, aan te pakken, zijn afgewezen door degenen die de macht hebben gegrepen;

C.     overwegende dat opstandelingen ook Russische tanks, pantserwagens, munitie en wapens, waaronder moderne raketlanceerinrichtingen, hebben gebruikt die over de grens en voorbij de checkpoints zijn gesmokkeld; overwegende dat een aantal leidende strijders van de separatistische milities Russische staatsburgers zijn die banden hebben met de Russische inlichtingen- of veiligheidsdiensten en dat andere uit Tsjetsjenië, de Krim en Servië komen; overwegende dat de Russische Federatie tijdens de crisis troepen en militair materieel heeft samengebracht aan de grens met Oekraïne;

 

D.     overwegende dat Oekraïne op 25 mei 2014 vervroegde presidentsverkiezingen heeft gehouden onder toezicht van een degelijke internationale verkiezingswaarnemingsmissie onder leiding van de OVSE/ODIHR; overwegende dat de verkiezingen, ondanks buitenlandse en binnenlandse pogingen om het proces te doen mislukken, in het algemeen positief zijn beoordeeld door de internationale waarnemers; overwegende dat in Donbas door massale bedreigingen en geweld van separatisten slechts weinig burgers hun stem konden uitbrengen;

E.     overwegende dat de nieuw verkozen president, Petro Porosjenko, tijdens zijn inaugurele rede een vredesplan in vijftien punten heeft gepresenteerd om de situatie in de oostelijke regio's op te lossen op basis van vrijstelling van strafvervolging voor wie zich overgeeft en geen zware misdaden heeft begaan, de instelling van gecontroleerde corridors voor de terugtrekking van Russische huursoldaten en het opzetten van een inclusieve dialoog met vreedzame burgers;

F.     overwegende dat president Porosjenko een wapenstilstand heeft afgekondigd die eenzijdig tot 30 juni is verlengd om de uitvoering van het vredesplan te faciliteren; overwegende dat deze wapenstilstand voortdurend is geschonden, voornamelijk door de separatisten;

G.     overwegende dat volgens een snelle beoordeling van UNICEF tot wel 50% van de kinderen in de regio Donetsk getuige is geweest van geweld en met ernstige psychosociale problemen te kampen heeft; overwegende dat de overheid, en met name politie en justitie, niet in staat zijn de rechtsstaat of een minimum aan openbare veiligheid te garanderen; overwegende dat de dienstverlening in vele delen van de regio's Donetsk en Luhansk sterk achteruitgaat: zo heeft de watervoorziening schade opgelopen, worden sociale uitkeringen niet meer betaald en is de gezondheidszorg verstoord; overwegende dat meer dan 100 000 mensen uit de conflictgebieden zijn geëvacueerd naar andere delen van het land en naar Rusland;

H.     overwegende dat de ministers van Buitenlandse Zaken van Duitsland, Frankrijk, Rusland en Oekraïne op 2 juli 2014 in Berlijn zijn samengekomen en overeenstemming hebben bereikt over een reeks maatregelen die tot een duurzame wapenstilstand in Oost-Oekraïne moeten leiden;

I.      overwegende dat de EU en Oekraïne, na de ondertekening van de politieke bepalingen van de associatieovereenkomst op 21 maart 2014, op 27 juni 2014 het resterende deel van deze overeenkomst hebben ondertekend, waaronder een diepe en brede vrijhandelsovereenkomst;

J.      overwegende dat de Raad Buitenlandse Zaken op 27 juni 2014 de beoordeling van de Commissie heeft onderschreven dat Oekraïne voldoet aan alle benchmarks van de eerste fase van het actieplan voor visumliberalisering, en de tweede fase van het visumliberaliseringsproces heeft aangevat;

K.     overwegende dat op 25 juni 2014 de Raad van de Russische Federatie een besluit van president Poetin heeft goedgekeurd om af te zien van het recht om Russische troepen naar het grondgebied van Oekraïne te sturen;

L.     overwegende dat de EU, aangezien er geen concrete stappen zijn genomen om de lont uit het kruitvat te halen, haar sancties met betrekking tot de situatie in Oekraïne heeft uitgebreid door ruimere criteria voor visumverbod en bevriezing van tegoeden vast te stellen en deze maatregelen op meer personen en twee entiteiten toe te passen; overwegende dat deze beperkte en gerichte sancties al effect hebben gesorteerd;

M.    overwegende dat er geen akkoord is bereikt over het aanslepende geschil tussen Oekraïne en Rusland over de gastoevoer;

N.     overwegende dat op alle niveaus krachtige diplomatieke maatregelen genomen moeten worden om de situatie te de-escaleren en te voorkomen dat de crisis in een neerwaartse spiraal terecht komt en onbeheersbaar wordt; overwegende dat de EU doeltreffend moet reageren om Oekraïne en andere landen van het Oostelijk Partnerschap in staat te stellen hun soevereiniteit volledig uit te oefenen en te handhaven zonder druk van buitenaf;

1.      uit zijn diepe bezorgdheid over het aanhoudende conflict dat het oostelijke deel van Oekraïne teistert en ertoe heeft geleid dat honderden mensen het leven hebben verloren, huizen en eigendommen zijn vernield en vele duizenden burgers uit de conflictgebieden zijn gevlucht naar veiliger oorden;

2.      erkent het legitieme recht van Oekraïne op zelfverdediging, als omschreven in artikel 51 van het VN-Handvest; is niettemin van mening dat alleen een echte politieke oplossing de weg kan effenen voor een volledige verzoening tussen de partijen en de eenheid van het land kan versterken; vraagt de Oekraïense veiligheidstroepen het internationaal humanitair recht en de internationale mensenrechtenwetgeving volledig in acht te nemen wanneer zij zogenoemde terrorismebestrijdingsoperaties uitvoeren; benadrukt dat de burgerbevolking beschermd moet worden;

3.      wijst op de implicaties, impact en gevolgen van deze crisis voor de stabiliteit en de veiligheid in de hele regio en voor de huidige en toekomstige betrekkingen tussen de EU en Rusland; vraagt Rusland af te zien van een unilaterale interpretatie van de feiten en gebeurtenissen ter plaatse die tot doel heeft de weg te effenen voor een rechtstreekse interventie van Russische troepen in het conflict;

4.      steunt in dit verband het vredesplan van president Porosjenko en pleit voor een nieuwe bijeenkomst van de trilaterale contactgroep over de beslechting van het geschil in Zuidoost-Oekraïne, met als doel onmiddellijk een wapenstilstand onder toezicht van de OVSE uit te roepen en Oekraïense grenswachten en OVSE-personeel toegang te geven tot grenscontroleposten aan de Russische zijde om toezicht te houden op de situatie in de gebieden waar de Oekraïense grenscontroleposten door separatistische groeperingen zijn ingenomen;

5.      vraagt alle partijen de gevechten te staken teneinde de crisis te de-escaleren, humanitaire hulp te bieden aan en veilige corridors in te stellen voor vluchtelingen en ontheemden, en de voorwaarden te creëren voor een echte dialoog en een duurzame oplossing die de situatie stabiliseert; vraagt de opstandelingen ook alle gijzelaars vrij te laten;

6.      is ervan overtuigd dat de OVSE de centrale operationele rol moet spelen in het oplossen van de Oekraïense crisis, omdat de OVSE ervaring heeft met het omgaan met gewapende conflicten en crises en omdat Rusland en Oekraïne beide lid zijn van deze organisatie; vraagt de EU-lidstaten, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en de Europese Commissie de rol van de OVSE in het Oekraïense conflict verder te versteken; pleit voor meer middelen voor de bijzondere waarnemingsmissie om een sterke aanwezigheid van de OVSE mogelijk te maken aan de grens met Rusland en overal waar is of wordt gevochten; vraagt de OVSE zoveel mogelijk informatie over alle gewelddadige en belangrijke politieke incidenten openbaar te maken teneinde de invloed van desinformatie en propagandacampagnes te beperken; vraagt de OVSE ook aandacht te schenken aan alle mensen die de afgelopen weken verdwenen zijn en ervoor te zorgen dat zij worden vrijgelaten;

7.      vestigt de aandacht op het recente verslag van Amnesty International en veroordeelt ten stelligste de gevallen van ontvoering, afranseling, foltering, moord, buitengerechtelijke executie en andere zware schendingen van de mensenrechten en het humanitaire recht die de afgelopen drie maanden zijn gepleegd tegen actievoerders, betogers, journalisten en tal van andere burgers die niet actief zijn in het conflict in Oost-Oekraïne, voornamelijk door gewapende separatisten en in sommige gevallen ook door regeringstroepen; steunt de oproep aan de Oekraïense regering om één regelmatig geactualiseerd register van gemelde ontvoeringen te creëren en alle aantijgingen van misbruik van geweld, mishandeling en foltering aan een grondig en onafhankelijk te onderzoeken te laten onderwerpen;

8.      vraagt Moskou zijn troepen onmiddellijk te verminderen en van de grens met Oekraïne terug te trekken en alle acties, infiltraties, wapenleveringen of heimelijke steun aan de opstandelingen in het oosten van Oekraïne te staken als langverwachte eerste concrete stap om te bewijzen dat het Rusland menens is met het de-escaleren van de crisis;

9.      benadrukt dat Rusland sinds de annexatie van de Krim niet voldoet aan zijn wettelijke verplichtingen als ondertekenaar van het memorandum van Boedapest van 1994 en de overeenkomst inzake vriendschap, samenwerking en partnerschap van 1997, waarin de partijen hebben afgesproken zich te onthouden van dreiging met of gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van Oekraïne;

10.    betreurt ten zeerste dat Frankrijk doorgaat met de voorbereiding van de uitvoer van twee Mistral-helikoptervliegdekschepen naar Rusland en is begonnen met het opleiden van 400 Russische mariniers in de haven van Saint-Nazaire; herinnert eraan dat deze levering de Russische marine strategisch zal versterken en zeer snelle aanvalsacties mogelijk zal maken in gebieden als de Oostzee en de Zwarte Zee; herinnert er ook aan dat deze levering de wapenwedloop in de regio in de hand werkt; is er stellig van overtuigd dat deze levering een rechtstreekse en ernstige bedreiging vormt voor de veiligheid van Europa en in strijd is met Gemeenschappelijk Standpunt 944/2008 betreffende wapenuitvoer, in het bijzonder met de criteria die uitvoer verbieden naar een land waar er sprake is van spanningen, niet-nakoming van het internationaal recht en internationale verplichtingen zoals het memorandum van Boedapest van 1994, en ook een bedreiging vormt voor de veiligheid van aangrenzende EU-lidstaten; vraagt alle EU-lidstaten onmiddellijk een wapenembargo in te stellen dat ook bewakingstechnologie omvat;

11.    maakt zich zorgen over de verklaringen van Anders Fogh Rasmussen, secretaris-generaal van de NAVO, over de noodzaak om de defensie-uitgaven in de NAVO-landen aanzienlijk te verhogen wegens de rol die Rusland in de Oekraïense crisis speelt; maakt zich ook zorgen over de aankondiging van de president van de VS over het investeren van ongeveer een miljard dollar in wapentuig in Oost-Europa; herinnert eraan dat zowel de uitvoer van Franse Mistral-schepen als de Amerikaanse investeringen in Oost-Europa niet alleen deel uitmaken van een gevaarlijk en onverantwoordelijk nulsomspel, maar ook duidelijke tekenen zijn van een beginnende wapenwedloop; is van mening dat de door de Franse, Amerikaanse en NAVO-besluitvormers geplande stappen in de richting van een verdere militarisering de solide civiele aanpak van de EU, op basis van sancties en onderhandelingen, zullen ondermijnen en aanzienlijk zullen verzwakken; benadrukt voorts dat de aan de gang zijnde wapenuitvoer volkomen in strijd is met de gemeenschappelijke standpunten van de EU en de daarmee verband houdende economische sancties;

12.    vraagt de Europese Raad een meer coherente en standvastige strategie te hanteren ten aanzien van de Oekraïense crisis en met name de gedragingen van de Russische regering; is ingenomen met het besluit van de Europese Unie om gerichte sancties, waaronder reisbeperkingen en de bevriezing van activa, in te voeren tegen personen die verantwoordelijk zijn voor daden van onverdraagzaamheid en haat, waaronder het oproepen tot oorlog, of voor acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne kunnen ondermijnen of bedreigen; betreurt evenwel het besluit om ondanks de escalatie van de crisis niet over te gaan tot de derde fase van de sancties; vraagt met aandrang om de derde fase van de sancties, waaronder een wapenembargo, uit te voeren;

13.    vraagt de Oekraïense autoriteiten een open, transparante en inclusieve dialoog aan te gaan; vraagt hen in dit verband en in het licht van het aanhoudende conflict onverwijld werk te maken van de nodige en verwachte hervormingen op grondwettelijk, politiek en economisch vlak; is in dit verband van mening dat grondwetshervorming in Oekraïne het onderwerp moet zijn van een brede en grondige discussie waaraan alle onderdelen van de Oekraïense samenleving deelnemen en die uiteindelijk tot een referendum moet leiden;

14.    is verheugd dat er overeenkomstig de internationale democratische verbintenissen vervroegde parlementsverkiezingen zijn gehouden, ondanks de vijandelijkheden in het oostelijke deel van het land; benadrukt de positieve beoordeling van de waarnemingsmissie van de OVSE/ODIHR, die wees op een verbetering ten opzichte van eerdere raadplegingen, en vraagt de Oekraïense autoriteiten alle resterende kwesties die in de eerste bevindingen en conclusies worden vermeld, aan te pakken;

15.    steunt het voornemen van president Porosjenko om in het najaar vervroegde parlementsverkiezingen te houden;

16.    benadrukt dat de ondertekening van de associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne op 27 juni 2014 een essentiële stap was voor de verdieping van de betrekkingen tussen beide partijen en de opneming van Oekraïne in het Europese integratieproces; kijkt uit naar de vaststelling van een routekaart voor de uitvoering van de overeenkomst en vraagt de Commissie meer technische en financiële bijstand te verlenen om voor een geslaagde uitvoering te zorgen; herhaalt in dit verband zijn standpunt dat deze overeenkomst niet het einddoel in de betrekkingen tussen de EU en Oekraïne vormt; wijst er voorts op dat Oekraïne overeenkomstig artikel 49 VEU net als alle andere Europese landen een Europees perspectief heeft en het EU-lidmaatschap kan aanvragen, mits het de democratische beginselen in acht neemt, de fundamentele vrijheden, de mensenrechten en de rechten van minderheden eerbiedigt en het functioneren van de rechtsstaat garandeert; benadrukt dat een associatieovereenkomst of een diepe en brede vrijhandelsovereenkomst met de EU geen verband houdt met integratie in de NAVO;

17.    is verheugd over de eerste bijeenkomst op hoog niveau over Oekraïne, die op 8 juli 2014 plaatsvond in Brussel en waaraan werd deelgenomen door de EU en haar lidstaten, Oekraïne, andere donorlanden, internationale organisaties, internationale financiële instellingen en maatschappelijke organisaties, met als doel de internationale steun voor het land te coördineren; benadrukt hoe belangrijk het is dat de internationale gemeenschap zich ertoe verbindt economische en politieke stabilisatie en hervormingen in Oekraïne te steunen, met name in het kader van de politieke associatie en economische integratie van Oekraïne met de EU, in combinatie met een geloofwaardig noodplan voor wederopbouw en ontwikkeling in de regio's die onder het conflict te lijden hebben en humanitaire hulp voor vluchtelingen en ontheemden;

18.    neemt er kennis van dat op 11 juli 2014 een eerste trilaterale bijeenkomst tussen de EU, de Russische Federatie en Oekraïne is gehouden over de uitvoering van de associatieovereenkomst en de mogelijke gevolgen en implicaties daarvan voor Rusland; is ervan overtuigd dat de EU niet mag toelaten dat Rusland deze associatieovereenkomst of die met Georgië en Moldavië ondermijnt, verzwakt of er zijn veto over uitspreekt; benadrukt dat de EU en Rusland in het verleden nauwe economische betrekkingen hebben ontwikkeld, maar dat Rusland alleen door het internationaal recht weer te eerbiedigen, de voorwaarden zal creëren voor goede samenwerking en betrekkingen in de toekomst;

19.    vraagt de Oekraïense regering werk te maken van een ambitieuze reeks transparante en allesomvattende structurele hervormingen die prioriteit geven aan de versterking van de rechtsstaat, de uitroeiing van corruptie door de vaststelling en handhaving van de nodige wetgeving, de instelling van een evenwichtig en functionerend bestuurssysteem op basis van de scheiding der machten en overeenkomstig de Europese normen, een grondige hervorming van het gerechtelijk apparaat en de kieswet, en de afstemming van de antidiscriminatiewetgeving op de EU-normen, met name wat de komende hervorming van de arbeidswetgeving betreft; meent voorts dat het van het grootste belang is een proces aan te vatten waarbij centrale bevoegdheden geleidelijk worden gedecentraliseerd naar de regionale en gemeentelijke overheden, zonder het interne machtsevenwicht of de doeltreffende werking van de staat te ondermijnen; is in dit verband ingenomen met het besluit van de Commissie om een steungroep voor Oekraïne op te richten die zich zal bezighouden met de tenuitvoerlegging van de "Europese hervormingsagenda";

20.    is ingenomen met het besluit van de Raad om in het kader van het GVDB een missie voor de hervorming van de civiele veiligheidssector in te stellen; benadrukt de noodzaak van een grondige hervorming van politie en justitie en van meer transparantie, rekenschap en democratisch en parlementair toezicht op de politie;

21.    wijst erop dat de beperkte aard van de maatregelen die de EU heeft ingesteld in reactie op de invasie van Oekraïne door Rusland mede het gevolg is van het feit dat de Unie voor haar energievoorziening sterk afhankelijk is van de Russische Federatie; meent dat het in dit verband van het grootste belang is de EU minder afhankelijk te maken van Moskou en andere autoritaire regimes en de mogelijkheid van een volledige boycot te overwegen, en tegelijk in concrete alternatieven te voorzien om de lidstaten te helpen die momenteel afhankelijk zijn van Rusland als enige leverancier; vraagt de Commissie in dit verband werk te maken van de volledige tenuitvoerlegging van het derde energiepakket en steun te verlenen aan energie-efficiëntieprojecten, aangezien extra pijpleidingen zoals South Stream daardoor overbodig zouden worden, en ook de energiebronnen effectief te diversifiëren door hernieuwbare energie te ontwikkelen; vraagt de lidstaten hun openbare bedrijven niet in zee te laten gaan met Russische projecten zoals South Stream, die Europa nog kwetsbaarder maken en tot doel hebben Oekraïne te isoleren; vraagt de Europese Raad in dit verband bindende nationale streefcijfers voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie voor 2030 vast te stellen waardoor Europa minder afhankelijk zal worden van ingevoerde fossiele brandstoffen;

22.    is verheugd over het besluit van de Bulgaarse regering om de werkzaamheden in het kader van het South Stream-project stil te leggen; is echter uiterst bezorgd over het recente besluit van de Oostenrijkse regering om verder in het South Stream-project te investeren en het besluit van de Hongaarse regering om een overeenkomst over kernenergie met Rusland te ondertekenen; is ervan overtuigd dat het recente bezoek van president Poetin aan Wenen en de ondertekening van een met South Stream verband houdende overeenkomst tussen OMV en Gazprom een ernstige achteruitgang betekenen voor de doelstelling om een samenhangende Europese aanpak van de crisis in Oekraïne en met name een Europees energievoorzieningsbeleid tot stand te brengen;

23.    is ingenomen met de eerste maatregelen die de Commissie heeft genomen om Oekraïne in staat te stellen een energiecrisis te bezweren na het besluit van Rusland om de gasleveringen aan het land stop te zetten, en dringt er bij de Raad en de Commissie op aan Kiev verder bij te staan en te ondersteunen bij zijn inspanningen om het aanslepende gasgeschil met Moskou op te lossen;

24.    vraagt aandacht voor de dramatische maatschappelijke situatie in het land; verzoekt de Oekraïense regering volledige openheid te geven over de voorwaarden die verbonden zijn aan de overeenkomst met het IMF en dringt aan op flankerende maatregelen om de huidige situatie met name voor de kwetsbaarste bevolkingsgroepen te verlichten; is van mening dat de IMF-voorwaarden de interne spanningen zouden kunnen doen toenemen en zouden kunnen leiden tot een snelle daling van de lonen en het aantal banen in de publieke sector, met een toename van de corruptie als mogelijk bijkomend effect; wijst erop dat het risico van infectieziekten in Oekraïne toeneemt omdat het land te kampen heeft met een ernstig tekort aan vaccins door vertragingen bij de openbare aanbestedingen en prijsstijgingen ten gevolge van de devaluatie van de lokale munt;

25.    vraagt dat er een onafhankelijk en onpartijdig onderzoek komt naar de dodelijke incidenten van 2 mei 2014 in Odessa en naar alle andere misdrijven tegen de menselijkheid die sinds november 2013 zijn gepleegd, met een duidelijke internationale component en onder toezicht van de Raad van Europa, en dat de verantwoordelijken worden berecht; is ervan overtuigd dat alleen een effectief onderzoek naar deze misdrijven de Oekraïense samenleving en de familie en vrienden van de slachtoffers zal helpen opnieuw vertrouwen te hebben in de instellingen;

26.    is ingenomen met de vaststelling van het vierde voortgangsverslag van de Commissie over de uitvoering van actieplan voor visumliberalisering door Oekraïne en over het besluit van de Raad om de tweede fase aan te vatten; dringt erop aan dat de regeling inzake visumvrij verkeer tussen de EU en Oekraïne spoedig wordt afgerond als concreet antwoord op de Europese aspiraties van de betogers van het Maidanplein; vraagt dat in afwachting daarvan onmiddellijk tijdelijke, eenvoudige en goedkope visumprocedures worden ingevoerd;

27.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de president, de regering en het parlement van Oekraïne, de Raad van Europa, de OVSE, en de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie.

 

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0170.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0248.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0457.

Juridische mededeling - Privacybeleid