Procedure : 2014/2724(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0068/2014

Ingediende teksten :

B8-0068/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/07/2014 - 10.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0013

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 120kWORD 56k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0066/2014
15.7.2014
PE536.969v01-00
 
B8-0068/2014

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over het misdrijf agressie (2014/2724(RSP))


Helmut Scholz, Miloslav Ransdorf, Dimitrios Papadimoulis, Marie-Christine Vergiat namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het misdrijf agressie (2014/2724(RSP))  
B8‑0068/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien het Handvest van de Verenigde Naties,

–       gezien artikel 5 van het Statuut van Rome, waarin het misdrijf agressie wordt genoemd als een van de centrale misdrijven ten aanzien waarvan het Internationaal Strafhof rechtsmacht heeft,

–       gezien de Kampala-amendementen op het Statuut van Rome, die werden aangenomen tijdens de herzieningsconferentie in Kampala (Oeganda) in 2010, waarbij in het bijzonder wordt verwezen naar resolutie RC/Res. 6, met betrekking tot het misdrijf agressie,

–       gezien Besluit 2011/168/GBVB van de Raad van de EU en de daarin opgenomen verwijzing naar de Kampala-amendementen,

–       gezien het herziene actieplan dat in overeenstemming met Besluit 2011/168/GBVB van de Raad op 12 juli 2011 aangenomen,

–       gezien zijn resolutie van 19 mei 2010 over de herzieningsconferentie over het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof in Kampala (Oeganda)(1),

–       gezien zijn resolutie van 17 november 2011 over steun van de EU voor het Internationaal Strafhof: aangaan van uitdagingen en overwinnen van moeilijkheden(2),

–       gezien zijn resolutie van 18 april 2012 over het jaarverslag over de mensenrechten in de wereld en het mensenrechtenbeleid van de Europese Unie, waaronder de implicaties voor het strategische mensenrechtenbeleid van de EU(3),

–       gezien zijn resolutie van 11 december 2013 over het jaarverslag over de mensenrechten in de wereld en het mensenrechtenbeleid van de Europese Unie, waaronder de implicaties voor het strategische mensenrechtenbeleid van de EU(4),

–       gezien de resolutie van de algemene vergadering van het Latijns-Amerikaans parlement van 19 en 20 oktober 2013 over de "bevordering van het Internationaal Strafhof en de ratificatie van de Kampala-amendementen" (AO/2013/07XXIX),

–       gezien de resolutie van de vergadering van de staten die partij zijn bij het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof van 27 november 2013 inzake de "versterking van het Internationaal Strafhof en de vergadering van staten die partij zijn", die onder meer een oproep bevat aan de staten die willen toetreden om het Statuut in zijn gewijzigde vorm te ratificeren, een oproep aan alle staten die partij zijn om te overwegen de amendementen te ratificeren evenals een erkenning van de recente ratificatie van de amendementen door een aantal staten die partij zijn (ICC-ASP/12/Res. 8),

–       gezien het handboek inzake de ratificatie en tenuitvoerlegging van de Kampala-amendementen op het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof dat is uitgegeven door de permanente missie van het Vorstendom Liechtenstein bij de Verenigde Naties, het mondiale instituut ter voorkoming van agressie en het instituut inzake zelfbeschikking van Liechtenstein aan de universiteit Princeton,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat de ratificatie van de Kampala-amendementen op het Statuut van Rome inzake het misdrijf agressie door ten minste 30 staten die partij zijn en een na 1 januari 2017 door een twee derde meerderheid van de staten die partij zijn te nemen besluit het mogelijk zullen maken een permanent systeem van internationale strafrechtelijke verantwoordingsplicht te creëren voor het misdrijf agressie;

B.     overwegende dat de ratificatie door staten van beide Kampala-amendementen en de inwerkingtreding van de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof over het misdrijf agressie er toe zullen bijdragen dat een einde wordt gemaakt aan de straffeloosheid van degenen die dit misdrijf hebben begaan;

C.     overwegende dat de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof met betrekking tot het misdrijf agressie op internationaal niveau zal bijdragen aan de rechtsstaat alsook aan wereldwijde vrede en veiligheid aangezien zij het illegitiem gebruik van geweld zal ontmoedigen en aldus proactief zal bijdragen aan de voorkoming van dergelijke misdrijven en aan de consolidering van duurzame vrede;

D.     overwegende dat de ratificatie van de Kampala-amendementen en de inwerkingtreding van de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof over het misdrijf agressie zullen bijdragen tot de bescherming van mensenrechten door de strafbaarstelling van de daad van agressie die altijd aan het begin staat van een causale keten van massale mensenrechtenschendingen en ernstige inbreuken op het internationaal humanitair recht;

E.     overwegende dat de Kampala-amendementen volledig verenigbaar zijn met het Handvest van de Verenigde Naties aangezien zij alleen de ernstigste vormen van illegale geweldpleging strafbaar stellen, namelijk de vormen die duidelijk inbreuk plegen op het VN-Handvest uit hoofde van de "aard, ernst en omvang" ervan; overwegende dat de inwerkingtreding van de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof met betrekking tot het misdrijf agressie zal bijdragen aan de universaliteit van het Statuut van Rome, aangezien diverse staten wellicht bereid zullen zijn het aangevulde Statuut van Rome, met inbegrip van de Kampala-amendementen, te ratificeren, hetgeen tevens in dienst staat van hun nationale beleidsdoelstelling om het illegaal gebruik van geweld jegens hen te ontmoedigen;

1.      spoort de lidstaten aan eerst het amendement te ratificeren en dan positieve steun te verlenen aan het eenmalige besluit van de vergadering van de staten die partij zijn bij het Statuut van Rome — zodra de vereiste 30 ratificaties bereikt zijn — om de rechtsmacht van het Strafhof voor het misdrijf agressie in werking te stellen;

2.      verzoekt de EU-lidstaten om hun nationale wetgeving spoedig in overeenstemming te brengen met de definities van de Kampala-amendementen, alsook met overige uit het Statuut van Rome voortvloeiende verplichtingen, teneinde nationaal onderzoek naar en vervolging van de misdrijven door de lidstaten te faciliteren en samen te werken met het Strafhof;

3.      dringt er bij de EU op aan zich in te zetten voor de bestrijding van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en het misdrijf agressie, en benadrukt dat bestrijding van straffeloosheid bij ernstige mensenrechtenschendingen tot prioriteit moet worden gemaakt van het extern optreden van de EU en haar lidstaten;

4.      benadrukt het belang van het universaliteitsbeginsel van het Statuut van Rome en dringt er bij de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid op aan om toetreding tot en ratificatie van het gewijzigde Statuut en ratificatie van beide Kampala-amendementen te bevorderen; dringt er op aan dat ratificatie en tenuitvoerlegging van het Statuut van Rome belangrijke doelstellingen voor de EU zouden moeten zijn in haar betrekkingen met overige partners, met name de Verenigde Staten, China, Rusland en Israël;

5.      dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan zich opnieuw te scharen achter het Internationaal Strafhof en het in de toekomst actief – ook financieel - te blijven ondersteunen;

6.      verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen van de EU-lidstaten en de Europese Dienst voor extern optreden.

(1)

PB C 161E van 31.5.2011, blz. 78.

(2)

PB C 161E van 31.5.2013, blz. 115.

(3)

PB C 258E van 7.9.2013, blz. 8.

(4)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0575.

Juridische mededeling - Privacybeleid