Procedure : 2014/2723(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0072/2014

Ingediende teksten :

B8-0072/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/07/2014 - 10.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 138kWORD 65k
15.7.2014
PE536.974v01-00
 
B8-0072/2014

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/ hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de escalatie van geweld tussen Israël en Palestina (2014/2723(RSP))


Tamás Meszerics, Bodil Ceballos, Margrete Auken, Judith Sargentini, Alyn Smith, Ernest Urtasun, Jan Philipp Albrecht, Rebecca Harms, Bart Staes namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de escalatie van geweld tussen Israël en Palestina (2014/2723(RSP))  
B8‑0072/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn vorige resoluties over het conflict tussen Israël en Palestina en met name die van 22 november 2012 over de situatie in Gaza(1), evenals die van 14 maart 2013 over de zaak van Arafat Jaradat en de situatie van Palestijnse gedetineerden in Israëlische gevangenissen(2),

–       gezien de missie van zijn ad-hocdelegatie voor Palestijnse gevangenen en gedetineerden van maart 2014,

–       gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van de EU over het Midden-Oosten van 16 december 2013,

–       gezien de verklaringen van de woordvoerder van de vicevoorzitter van de Commissie/ hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) over de situatie in Israël en Palestina, waaronder die van 5 en 17 juni en van 2 en 8 juli 2014,

–       gezien de richtsnoeren van de Europese Unie inzake de bevordering van de naleving van het internationaal humanitair recht,

–       gezien de persverklaring van de VN-Veiligheidsraad van 12 juli 2014 en de verklaring van de secretaris-generaal van de VN Ban Ki-moon van 13 juli 2014,

–       gezien de Verdragen van Genève van 1949 en de bijbehorende aanvullende protocollen,

–       gezien de VN-mensenrechtenverdragen waarbij Israël en Palestina partij zijn,

–       gezien de laatste verslagen over de bezette Palestijnse gebieden die zijn goedgekeurd door de VN-Mensenrechtenraad,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat het Israëlische leger op 8 juli 2014 het startsein heeft gegeven voor een militaire operatie in de Gazastrook met massale luchtaanvallen via land en zee, waarbij Hamasmedewerkers en andere islamitische militanten doelgericht worden gedood en talloze, met name dichtbevolkte gebieden in heel Gaza worden gebombardeerd; overwegende dat Israël duizenden troepen aan de grens heeft verzameld; overwegende dat premier Netanyahu de mogelijkheid van een grootschalige grondoperatie niet heeft uitgesloten; overwegende dat Israëlische grondtroepen Gaza op 13 juli 2014 zijn binnengevallen;

B.     overwegende dat dit militaire offensief volgt op een dramatische escalatie van het Israëlisch-Palestijnse conflict, nadat in april 2014 het zogenaamde vredesinitiatief van Kerry stukliep, op 12 juni drie Israëlische tieners op de Westelijke Jordaanoever werden ontvoerd en vermoord, kort daarop op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem een schoonveegactie plaatsvond, en op 2 juli een Palestijnse tiener in Oost-Jeruzalem bij wijze van vergelding werd vermoord;

C.     overwegende dat volgens Palestijnse autoriteiten tijdens het aanhoudende Israëlische offensief meer dan 175 Palestijnen zijn vermoord; overwegende dat volgens een schatting van de Verenigde Naties meer dan 80 % van de doden burgers zijn, van wie 20 % kinderen; overwegende dat minstens 1 200 Palestijnen gewond zijn geraakt, van wie twee derde vrouwen en kinderen; overwegende dat er aanzienlijk meer slachtoffers zijn gevallen dan na de eerste week van het "Pijler van defensie"-offensief van de Israëlische krachten in 2012; overwegende dat de ziekenhuizen in de Gazastrook de noodsituatie niet aankunnen vanwege het grote aantal gewonden, en melding maken van een schrijnend gebrek aan medicijnen en medische apparatuur;

D.     overwegende dat diverse burgerlocaties, waaronder de centrale moskee in Gaza en een islamitisch tehuis voor gehandicapten, zijn geraakt door Israëlische luchtaanvallen; overwegende dat naar verluidt 940 woningen zijn beschadigd of vernietigd; overwegende dat 17 000 Palestijnen in Noord-Gaza hun toevlucht hebben gezocht in VN-faciliteiten nadat Israël had gewaarschuwd voor op handen zijnde luchtaanvallen; overwegende dat 400 000 mensen het door de militaire aanvallen momenteel zonder elektriciteit moeten stellen en er ook sprake is van een watertekort, wat de al bijzonder moeilijke situatie van het door Israël en Egypte geblokkeerde gebied alleen maar verergert;

E.     overwegende dat er volgens Israëlische autoriteiten circa 1 000 raketten zijn afgevuurd vanuit de Gazastrook; overwegende dat er op 13 juli 2014 ook raketten werden afgevuurd vanuit Syrië en Libanon; overwegende dat deze raketten zelfs Haifa, Tel Aviv en Jeruzalem zouden hebben bereikt; overwegende dat het Israëlische luchtafweersysteem "Iron Dome" een groot aantal van deze raketten zou hebben onderschept; overwegende dat er sinds het begin van het offensief naar verluidt vier Israëli's gewond zijn geraakt, maar er geen enkele om het leven is gekomen; overwegende dat de Israëlische autoriteiten Hamas ervan beschuldigen zonder onderscheid raketten op Israëlische burgers af te vuren vanuit de Gazastrook, terwijl het zich achter zijn eigen bevolking verschuilt en burgers als menselijk schild gebruikt;

F.     overwegende dat de secretaris-generaal van de VN Ban Ki-moon alarm heeft geslagen over de vijandigheden in Gaza en ervoor heeft gewaarschuwd dat een Israëlisch grondoffensief ongetwijfeld zal leiden tot een stijging van het dodental en het lijden van de burgerbevolking in de Gazastrook zal verergeren; overwegende dat de VN-Veiligheidsraad heeft opgeroepen tot een staakt-het-vuren en nieuwe vredesonderhandelingen; overwegende dat de Veiligheidsraad er tot dusver niet in is geslaagd overeenstemming te bereiken over een resolutie over de huidige crisis;

G.     overwegende dat de Palestijnse president Mahmoud Abbas de Verenigde Naties heeft gevraagd Palestina onder "internationale bescherming" te plaatsen vanwege de verslechterende situatie in Gaza;

H.     overwegende dat de Egyptische president na een spoedbijeenkomst van de Arabische Liga op 14 juli in Caïro een voorstel heeft gedaan voor een staakt-het-vuren tussen Israël en de Palestijnse groepen in de Gazastrook; overwegende dat het antwoord van de partijen op dit initiatief nog onbekend is; overwegende dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry op dinsdag 15 juli naar Caïro afreist[te herzien];

I.      overwegende dat het VN-Handvest, met name in artikel 51, expliciet voorziet in het recht op individuele of collectieve zelfverdediging bij een gewapende aanval; overwegende dat het willekeurig afvuren van raketten een schending van het humanitaire recht vormt;

J.      overwegende dat Israël Hamas ervan heeft beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor het ontvoeren en vermoorden van drie Israëlische tieners op 12 juni in de buurt van nederzettingen ten noorden van Hebron, maar daar nog geen bewijs voor heeft kunnen leveren; overwegende dat Hamas deze beschuldigingen heeft ontkend; overwegende dat op 14 juli 2014 drie Israëlische Joden de moord op de Palestijnse tiener in Oost-Jeruzalem, Mohammed Abu Khdair, bij wijze van vergelding voor de moord op de drie Israëlische tieners, hebben bekend;

K.     overwegende dat de Israëlische veiligheidstroepen in reactie op de ontvoeringen betrokken zijn geweest bij een hardvochtig optreden in de Westelijke Jordaanoever, waarbij onwettig geweld werd gebruikt, meer dan 700 willekeurige Palestijnen werden gearresteerd (waarvan er 450 nog vastzitten en minstens 150 nog in administratieve detentie zijn) en woningen als straf werden verwoest; overwegende dat deze anti-Hamascampagne door maatschappelijke organisaties is aangemerkt als een collectieve bestraffing; overwegende dat er tijdens de zoekacties zes Palestijnen door Israëlische veiligheidstroepen om het leven zijn gebracht, waaronder verschillende jongeren na schermutselingen in vluchtelingenkampen; overwegende dat de kantoren van mediabedrijven Transmedia en Palmedia op 18 en 22 juni 2014 zijn geplunderd en van hun apparatuur zijn beroofd, omdat zij zouden hebben bijgedragen tot de aanzetting tot geweld; overwegende dat er volgens schattingen van Human Rights Watch sinds 12 juni 2014 1 600 Palestijnse woningen, bedrijven en andere locaties door Israëlische militairen zijn binnengevallen en doorzocht;

L.     overwegende dat de Israëlische blokkade in de Gazastrook ondanks internationale oproepen al sinds 2007 van kracht is, en dat de 1,7 miljoen inwoners van de strook gebukt gaan onder een diepe humanitaire crisis;

M.    overwegende dat de onderhandelingen tussen de twee zijden over een alomvattende beslechting van het Israëlisch-Palestijnse conflict voor onbepaalde tijd zijn opgeschort, nadat de Israëlische regering haar toezegging om een laatste groep Palestijnse gevangenen vrij te laten in april 2014 had ingetrokken; overwegende dat de Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever zich blijven uitbreiden, en dat de VV/HV hier onlangs in haar verklaring van 5 juni 2014 kritiek op heeft geuit; overwegende dat Israëlische nederzettingen in de bezette gebieden in het kader van het internationaal recht onwettig zijn en afbreuk doen aan de vredesinspanningen en de levensvatbaarheid van een tweestatenoplossing;

N.     overwegende dat in een in mei 2014 in opdracht van de Commissie uitgevoerde evaluatie van de samenwerking van de EU met de bezette Palestijnse gebieden en van de steun aan het Palestijnse volk werd geconcludeerd dat het huidige samenwerkingsparadigma zijn grenzen heeft bereikt, bij gebrek aan een parallel politiek traject van de EU ten aanzien van de obstakels die voortvloeien uit de Israëlische bezetting en het Israëlische nederzettingenbeleid en de politieke verdeeldheid van de Westelijke Jordaanoever en Gaza;

1.      veroordeelt de nieuwe cyclus van geweld in en rond de Gazastrook ten zeerste, en keurt de afschuwelijke aanvallen op burgers af; roept op tot een einde van de militaire operaties en spoort alle partijen ertoe aan onmiddellijk in te stemmen met een staakt-het-vuren;

2.      is diep gechoqueerd door het dramatische verlies van Palestijnse levens, waaronder veel kinderen, en door de grootschalige schade die de Israëlische militaire aanvallen aan de civiele infrastructuur hebben aangericht; geeft uiting aan zijn solidariteit met de slachtoffers, en roept op tot grotere inspanningen om de belegerde inwoners van de Gazastrook die gebukt gaan onder het conflict humanitaire hulp te bieden;

3.      waarschuwt dat een nieuwe Israëlische invasie van de Gazastrook enorme gevolgen zou kunnen hebben in het hele Midden-Oosten, en de reeds dramatische situatie in de regio verder zou verergeren;

4.      staat positief tegenover alle inspanningen voor onderhandelingen over een permanente wapenstilstand tussen de partijen, en verzoekt de VV/HV en de lidstaten de diplomatieke druk op te voeren met het oog op de ondersteuning van deze acties;

5.      is van oordeel dat een eenvoudige oproep om zich te houden aan het staakt-het-vuren dat is overeengekomen na het Israëlische offensief tegen Gaza van 2012 ver tekortschiet als betekenisvolle reactie voor de lange termijn; roept op tot een onmiddellijke beëindiging van de blokkade van de Gazastrook, voornamelijk met het oog op een onbelemmerde verstrekking en verdeling in heel Gaza van humanitaire hulp; maakt zich in dit verband zorgen over de ontoereikende EU-financiering die voor 2015 is uitgetrokken voor de UNRWA, en onderstreept dat de steun evenredig moet zijn aan de reële kritieke behoeften;

6.      benadrukt dat eerbiediging van het internationaal recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door alle partijen en onder alle omstandigheden onverminderd een conditio sine qua non is voor het bereiken van een eerlijke en duurzame vrede in het Midden-Oosten; beklemtoont dat Israël zich als bezettende macht moet houden aan het internationale humanitaire recht en het internationale recht op het gebied van de mensenrechten, en de grootst mogelijke terughoudendheid moet betrachten;

7.      herinnert eraan dat het recht op individuele of collectieve zelfverdediging bij een gewapende aanval behelst dat de reactie evenredig moet zijn en in geen geval inhoudt dat zonder aanzien des persoons mag worden teruggeslagen of collectief mag worden gestraft; acht het aanhoudend afvuren op gebieden waar burgers wonen na een mogelijk eenzijdig staakt-het-vuren onaanvaardbaar;

8.      veroordeelt de afschuwelijke moorden op vier tieners in Hebron en Jeruzalem, die wereldwijd diepe verontwaardiging hebben opgeroepen; onderstreept dat zulke gruwelijke misdaden niet mogen worden beantwoord met verdere bangmakerij, aanzetting tot haat of collectieve bestraffing;

9.      spoort alle partijen ertoe aan om de vredesbesprekingen in alle ernst te hervatten; herhaalt zijn standpunt dat er geen alternatief is voor een alomvattende en via onderhandelingen tot stand gebrachte beslechting van het conflict die leidt tot een tweestatenoplossing, waarbij Israël en een Palestijnse staat naast elkaar bestaan binnen veilige en internationaal erkende grenzen op grond van het in 1967 geschepte kader; dringt in dit verband nogmaals aan op bevriezing van alle Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, onder meer om de weg vrij te maken voor de hervatting van constructieve en inhoudelijke onderhandelingen tussen de partijen;

10.    herhaalt in dit verband dat de aanstelling van Tony Blair als speciaal gezant van het Kwartet voor het Midden-Oosten (Verenigde Staten, Verenigde Naties, Europese Unie en Rusland) een noodlottig teken was en gekenmerkt is door belangenverstrengeling, en dat zijn mandaat moet worden beëindigd; dringt aan op een vergaande herziening van de rol en de relevantie van het Kwartet; beklemtoont hoe belangrijk het is dat de VN een ondersteunende rol speelt bij de hervatting van de vredesonderhandelingen;

11.    is ingenomen met de bemoedigende stappen die vóór het Israëlische militaire offensief zijn gezet in de richting van inter-Palestijnse verzoening en de samenstelling van een technocratische regering; verzoekt alle Palestijnse krachten om zich opnieuw in te spannen voor verzoening; veroordeelt alle pogingen om dit potentieel historische proces te ondermijnen en dringt er bij de Israëlische autoriteiten op aan dat zij iedereen die sinds 12 juni in antwoord op de ontvoering van en de moord op de drie Israëlische tieners is gearresteerd, vrijlaten of een erkend misdrijf ten laste leggen;

12.    roept op tot een alomvattend VN-wapenembargo voor alle partijen in de regio om verdere schendingen van het internationale humanitaire recht en de mensenrechten te voorkomen;

13.    onderschrijft het verzoek van Amnesty International om een door de VN ingesteld internationaal onderzoek naar de door beide partijen begane overtredingen;

14.    verzoekt de EU haar verantwoordelijkheden als invloedrijke speler na te komen en een duidelijk en alomvattend vredesinitiatief te nemen voor de regio, onder meer door al haar invloed – op juridisch, economisch en diplomatiek vlak – aan te wenden om de daadwerkelijke eerbiediging van het internationaal humanitair recht en de mensenrechten te bevorderen;

15.    bevestigt nogmaals dat een opwaardering van de betrekkingen tussen de EU en Israël ten strengste afhankelijk moet zijn van de strikte naleving van het internationale humanitaire recht en de mensenrechten, inclusief de onmiddellijke opheffing van de blokkade van de Gazastrook, een totale bevriezing van de bouw van nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, waaronder Oost-Jeruzalem, en een reëel engagement en daadwerkelijke acties met het oog op een alomvattende vredesregeling;

16.    vreest dat door de EU en de lidstaten gefinancierde ontwikkelingsprojecten in Gaza zouden kunnen zijn vernietigd of beschadigd door het Israëlische offensief, en verzoekt de VV/HV verslag uit te brengen over de schade-inspecties door de diensten van de Commissie en om, indien deze vermoedens juist blijken, plannen te formuleren voor een antwoord op de herhaalde vernietiging door Israël van door de EU gefinancierde projecten;

17.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en de parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de gezant van het Kwartet voor het Midden-Oosten, de Israëlische regering, de Knesset, de president van de Palestijnse Autoriteit, de Palestijnse Wetgevende Raad en de organen van de Euro-mediterrane Parlementaire Vergadering.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0454.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0102.

Juridische mededeling - Privacybeleid