Procedure : 2014/2843(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0110/2014

Ingediende teksten :

B8-0110/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/09/2014 - 10.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0027

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 134kWORD 68k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0109/2014
16.9.2014
PE537.012v01-00
 
B8-0110/2014

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Irak en Syrië en het IS-offensief (2014/2843(RSP))


Barbara Lochbihler, Alyn Smith, Klaus Buchner, Bodil Ceballos, Heidi Hautala, Jean Lambert, Tamás Meszerics, Michel Reimon, Judith Sargentini, Ernest Urtasun, Jordi Sebastià namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Irak en Syrië en het IS-offensief (2014/2843(RSP))  
B8‑0110/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over Irak, en met name die van 17 juli 2014(1) en 27 februari 2014(2) over de situatie in Irak,

–       gezien zijn eerdere resoluties over Syrië, en met name die van 12 september 2013(3), 9 oktober 2013(4), 6 februari 2014(5) en 17 april 2014(6),

–       gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Irak, anderzijds, en zijn resolutie van 17 januari 2013 over de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Irak(7),

–       gezien de conclusies van de Raad over Irak, met name die van 30 augustus, 15 augustus en 23 juni 2014,

–       gezien de verklaringen van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties over Irak en Syrië,

–       gezien de internationale conferentie van Parijs over vrede en veiligheid in Irak, die de Franse president Hollande op 15 september 2014 bijeen heeft geroepen, en de conferentie van Jeddah van 11 september 2014,

–       gezien het overleg van Genève van februari 2014 over Syrië,

–       gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–       gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966, waarbij Irak en Syrië partij zijn,

–       gezien de op 24 juni 2013 goedgekeurde richtsnoeren van de EU tot bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst en overtuiging,

–       gezien de richtsnoeren van de Europese Unie inzake de bevordering van de naleving van het internationaal humanitair recht,

–       gezien de verdragen van Genève van 1949 en de aanvullende protocollen daarbij, alsook het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof,

–       gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) over Irak en Syrië,

–       gezien zijn resolutie van 11 maart 2014 over Saoedi-Arabië, zijn betrekkingen met de EU en zijn rol in het Midden-Oosten en Noord-Afrika(8), zijn resolutie van 24 maart 2011 over de betrekkingen van de Europese Unie met de Samenwerkingsraad van de Golf(9) en zijn resolutie van 3 april 2014 over de EU-strategie ten aanzien van Iran(10),

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat de jihadistische groepering "Islamitische Staat" (IS) – voorheen Islamitische Staat van Irak en Syrië (ISIS) – de afgelopen maanden na Oost-Syrië ook delen van Noordwest-Irak heeft veroverd , met inbegrip van de op een na grootste stad van Irak, Mosul, waarna Iraakse burgers standrechtelijk werden geëxecuteerd, talrijke gruweldaden werden gepleegd tegen yezidi's, christenen en andersdenkende soennieten, een strenge interpretatie van de shariawetgeving werd ingevoerd, vrouwen werden verkracht en als slavinnen verkocht, bekeringen werden afgedwongen en sjiitische, soennitische, christelijke en soefi-gebedshuizen en –heiligdommen werden vernietigd;

B.     overwegende dat ISIS bij de meest recente wreedheden tot woede van de internationale gemeenschap video's op internet heeft gezet waarin de executie van twee Amerikaanse en een Britse gijzelaar wordt getoond;

C.     overwegende dat een groot deel van de soennitische bevolking van Irak en Syrië in ernstige mate het slachtoffer is geweest van discriminatie, marginalisering, mensenrechtenschendingen en andere ernstige vormen van slechte behandeling door de Iraakse en Syrische instellingen, veiligheidstroepen en met de regering verbonden milities, wat ten dele verklaart waarom de opmars van ISIS door een deel van de gedesillusioneerde soennitische bevolking gedoogd of zelfs gesteund werd;

D.     overwegende dat de IS erin geslaagd is zijn staatsstructuur op te leggen in de gebieden onder zijn controle en op 29 juni 2014 de wederinvoering van het kalifaat heeft afgekondigd, na zich van aanzienlijke inkomstenbronnen te hebben verzekerd door banken en bedrijven in de gebieden onder zijn controle te plunderen, wel zes olievelden in Syrië over te nemen, waaronder het olieveld al-Omar, de grootste Syrische olie-faciliteit dichtbij de grens met Irak, en dankzij het geld dat hij ontvangt van vermogende donoren, met name in Saoedi-Arabië, Qatar, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten;

E.     overwegende dat de snelle opmars van IS de vinger heeft gelegd op de kwetsbaarheid van het Iraakse en het Koerdische leger en vooral ook van de Iraakse instellingen, die geteisterd worden door corruptie, sektarisme en door het door de regering van premier Noeri al-Maliki gevoerde beleid van uitsluiting, dat er in aanzienlijke mate toe heeft bijgedragen dat de soennieten en de minderheden in Irak in hoge mate vervreemd zijn;

F.     overwegende dat het Assad-regime bij wijze van overlevingsstrategie opzettelijk een dynamiek van sektarische polarisering heeft uitgelokt; dat deze dynamiek de latente en tot dusverre grotendeels onderdrukte spanningen tussen de verschillende gemeenschappen heeft doen opflakkeren, met name tussen de heersende alevitische sekte en de soennitische moslimmeerderheid in het land; dat het sektarisme nog verder is aangewakkerd door inmenging van regionale spelers, met name uit de Golfstaten, en van jihadistische en buitenlandse extremistische groeperingen;

G.     overwegende dat legereenheden van de Koerdische Regionale Regering medio juni de controle over de multi-etnische stad Kirkuk hebben overgenomen en daarmee hun controle over betwiste olierijke gebieden in de provincie Kirkuk hebben uitgebreid, en dat de Koerdische regering in juni het plan heeft aangekondigd om een referendum te houden onder de Koerdische bevolking over afscheiding van Irak, een plan dat zij vervolgens uitstelde om haar inspanningen te wijden aan de vorming van een nieuwe Iraakse regering om de opmars van IS te stuiten;

H.     overwegende dat er na het aftreden van Noeri al-Maliki op 8 september 2014 een nieuwe, meer inclusieve regering is aangetreden onder leiding van de nieuwe premier Haider Al-Abadi, maar dat de twee belangrijke ministersposten binnenlandse zaken en defensie nog steeds niet bezet zijn;

I.      overwegende dat honderden buitenlandse strijders, waaronder vele uit EU-lidstaten, zich naar verluidt bij de IS hebben aangesloten; dat diverse regeringen, met name die van Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Tunesië en Rusland juridische en veiligheidsmaatregelen aan het nemen zijn om activiteiten die verband houden met IS en andere extremistische moslimgroeperingen te verbieden; dat de Britse en Nederlandse regering aangekondigd hebben de paspoorten te zullen intrekken van burgers die terugkeren na zich bij IS te hebben aangesloten; dat de Veiligheidsraad op 24 september een door de VS gepresenteerde resolutie over dit onderwerp zal bespreken;

J.      overwegende dat de Turkse regering eindelijk heeft ingestemd met strengere controles aan de grens met Syrië om te proberen verdere rekruteringen voor IS te voorkomen; dat Turkije rechtstreeks het doelwit is van IS, die 49 personeelsleden van het Turkse consulaat in Mosul, waaronder de algemene raad, sinds juni in gijzeling houdt;

K.     overwegende dat soennitische leiders overal ter wereld de acties van IS veroordelen en als niet-islamitisch bestempelen;

L.     overwegende dat de opmars van IS een rampzalige humanitaire crisis heeft veroorzaakt, met miljoenen mensen die op de vlucht zijn, met name naar de autonome regio Koerdistan, naast de miljoenen ontheemden als gevolg van de oorlog in Syrië; dat de EU haar humanitaire steun heeft opgevoerd en een luchtbrug tot stand heeft gebracht tussen Brussel en Erbil;

M.    overwegende dat diverse strijdkrachten, waaronder die van de Koerdische Regionale Regering en van Irak, alsook gewapende groeperingen, waaronder Koerdische strijders van de PKK en door Iran gesteunde sjiitische milities, de opmars van IS in Noord-Irak en Syrië proberen te stuiten, met luchtsteun van de VS;

N.     overwegende dat de Amerikaanse president Obama een open campagne met luchtaanvallen op ISIS-militanten in Syrië heeft aangekondigd, in aanvulling op de luchtaanvallen die al in Irak worden uitgevoerd, en actief steun opbouwt voor een internationale militaire coalitie; dat Frankrijk naar verwachting mee zal doen aan het militaire offensief in Irak, terwijl de regeringen van diverse andere landen, waaronder met name Duitsland, hebben aangekondigd de Koerdische strijdkrachten te zullen steunen door wapens te leveren; dat het Assad-regime zich bereid heeft verklaard mee te doen aan de internationale inspanningen om ISIS te stoppen, maar verzocht heeft om voor luchtaanvallen eerst om toestemming te vragen, en dat het onlangs luchtaanvallen heeft uitgevoerd op stellingen van ISIS;

O.     overwegende dat Bahrein, Koeweit, Oman, Qatar, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte, Irak, Jordanië en Libanon op een regionale vergadering te Jeddah op 10 september 2014 een gezamenlijk communiqué met de VS hebben ondertekend waarin zij ermee instemmen om deel te nemen aan de talrijke aspecten van de gecoördineerde militaire campagne tegen ISIS en zich verbinden tot een reeks acties om terrorisme te bestrijden, onder meer door de toestroom van buitenlandse strijders via buurlanden te stoppen, de financiering van ISIS en andere terroristische groeperingen een halt toe te roepen en de jihadistische ideologie af te zweren;

1.      veroordeelt de gruweldaden die ISIS gepleegd heeft – of waarmee hij gedreigd heeft - tegen diverse groeperingen die zijn overtuigingen niet delen, en vooral godsdienstige en etnische minderheden zoals christenen, yezidi's, shabaks en Turkmenen, maar ook sjiieten en soennieten; veroordeelt de gruwelijke moord door ISIS op twee Amerikaanse journalisten en een Britse hulpverlener;

2.      meent dat er voor een doeltreffend optreden van de internationale gemeenschap tegen de infame handelingen en aard van ISIS een gezamenlijk, inclusief strategisch actieplan nodig is dat op internationale legaliteit berust; herinnert in dit verband aan de verwoestende en langdurige gevolgen van het morele, juridische en geopolitieke echec van het avonturisme van na 11 september; wijst er met klem op dat onwettig of juridisch twijfelachtige buitenlandse anti-terrorismeoperaties in landen als Pakistan, Somalië en Jemen, met name in de vorm van luchtaanvallen, tot onaanvaardbare slachtoffers onder en verdere radicalisering van de plaatselijke bevolking hebben geleid;

3.      benadrukt dat ISIS in de allereerste plaats eerder het gevolg dan de oorzaak is van de huidige onrust in het Midden-Oosten en daarbuiten; verzoekt de EU en andere internationale leiders met klem naar de diepere sociaaleconomisch, culturele en politieke wortels van het ISIS-verschijnsel te zoeken en zich daarop te concentreren; beklemtoont dat ISIS het gevolg is van langdurige mensenrechtenschendingen en straffeloosheid, corrupt kapitalisme, wijdverbreide corruptie, sektarisme, marginalisering en discriminatie van hele bevolkingsgroepen, met name soennieten, alsook van een lange geschiedenis van manipulatie van buitenaf en inmenging van regionale en westelijke actoren;

4.      neemt kennis van het feit dat de IS-organisatie met een staat te vergelijken capaciteiten en aantrekkingskracht heeft verworven en een verschijnsel vormt dat zou kunnen leiden tot ingrijpende verschuivingen in grote delen van het Midden-Oosten en daarbuiten, volgens zijn regressieve, extremistische agenda;

5.      is ingenomen met het besluit van de Raad om de bedreigde bevolking te hulp te schieten overeenkomstig de door de VN gedefinieerde verantwoordelijkheid voor het bieden van bescherming, en met name met het inzetten van het Uniemechanisme voor civiele bescherming en de door ECHO opgezette luchtbrug; verzoekt om meer humanitaire steun voor de door het conflict getroffen bevolking, waaronder de Syrische Koerden;

6.      spreekt evenwel de vrees uit dat de wapenleveringen van sommige EU-lidstaten aan de Koerden of aan de Syrische rebellen wel eens in strijd zouden kunnen zijn met de EU-gedragscode inzake wapenexport, die het leveren van militaire uitrusting aan crisisgebieden verbiedt; vreest ten zeerste dat deze wapens in verkeerde handen zouden kunnen vallen en dat de benodigde evaluatie en coördinatie tussen de leverende lidstaten veel te wensen overlaat;

7.      verzoekt om meer financiële steun voor de Koerdische regionale autoriteit, zodat deze het hoofd kan bieden aan de ongekend grote toestroom van vluchtelingen;

8.      benadrukt het symbolische belang van het feit dat het EU-besluit van 15 augustus over Irak ook gedragen werd door de regeringen van alle landen die tegen de oorlog in Irak waren en wijst erop dat de EU in haar geheel een historische verplichting heeft om de Iraakse bevolking gerust te stellen en te laten weten dat het de EU-lidstaten alleen maar te doen is om de verdediging van hun vrede en van hun lichamelijke en geestelijke integriteit;

9.      is ingenomen met de recentelijk gevormde nieuwe, inclusievere Iraakse regering en verzoekt alle partijen het conflict tussen de provincies over de olie-inkomsten en -uitvoer op een van wederzijds respect getuigende wijze bij te leggen;

10.    verzoekt de regering en het parlement van Irak de wetgeving en rechtspraktijken met spoed te herzien, het rechtsstelsel en het veiligheidsapparaat van het land te hervormen en een inclusief beleid te voeren jegens alle Irakezen en zo een eind te maken aan het beleid van discriminatie van met name de soennitische bevolking;

11.    neemt nota van de militaire aanvallen van de VS-strijdkrachten op IS op verzoek van de Koerdische en de Iraakse regering, en benadrukt dat dergelijke aanvallen strikt beperkt moeten blijven qua tijdsduur en qua doelen, uitsluitend bedoeld moeten zijn om de opmars van de IS te stuiten en moeten stoelen op de premisse dat militaire middelen het laatste redmiddel moeten zijn;

12.    betreurt het dat er voorafgaand aan de Amerikaanse bombardementen geen pogingen gedaan zijn om goedkeuring van de VN te verkrijgen in de vorm van een resolutie van de Veiligheidsraad;

13.    benadrukt dat in het geval van Syrië voor elk wettig militair ingrijpen van buitenaf toestemming van het heersende Assad-regime of van de VN-Veiligheidsraad vereist is; beklemtoont dat het absoluut huiverig staat tegenover elk vooruitzicht op welke vorm van samenwerking dan ook met het verwerpelijke Assad-regime;

14.    herinnert aan de bijzondere verantwoordelijkheid die het Assad-regime samen met externe machten, met name Saudi-Arabië en Qatar, draagt voor het aanwakkeren van de steeds sektarischere dimensie van de oorlog in Syrië, waarmee het de opkomst van ISIS in de hand werken heeft gewerkt; verzoekt het Assad-regime en alle landen die daar invloed op hebben te onderhandelen over wapenstilstanden met de gewapende oppositiegroeperingen die tegen IS vechten;

15.    blijft ervan overtuigd dat er geen duurzame vrede in Syrië en Irak mogelijk is zonder dat rekenschap wordt afgelegd voor de misdaden die tijdens het conflict zijn gepleegd, met name misdaden op religieuze of etnische gronden; herhaalt zijn oproep om de situatie in Syrië aan het Internationaal Strafhof voor te leggen en steunt alle initiatieven in die zin;

16.    verzoekt de hoge vertegenwoordiger en alle EU-lidstaten de EU-leden in de Veiligheidsraad alle inspanningen te richten op een initiatief van de Veiligheidsraad om een regionale strategie uit te stippelen voor de bestrijding van het radicalisme van IS en Al-Qaeda, waarbij de belangen van de bevolking van de regio in acht worden genomen;

17.    verzoekt, gezien de existentiële crises in het Midden-Oosten en elders, dat er opnieuw wordt gedacht over een permanente, ter beschikking van de secretaris-generaal staande VN-vredesmacht, waaraan de EU een actieve bijdrage moet leveren;

18.    veroordeelt de activiteiten van landen en/of hun burgers die IS of andere extremistische islamitische groeperingen ideologisch of materieel steunen, met name Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar en Koeweit, alsook Turkije en Syrië; neemt nota van de verklaring van Jeddah en roept de genoemde staten op concrete maatregelen te nemen om alle steun, zowel door de staat of door privépersonen, aan met IS of Al-Qaeda verwante groeperingen te staken;

19.    benadrukt dat het van belang is dat de landen in de regio het voortouw nemen bij de bestrijding van moslimextremisme en betreurt de afwezigheid van Iran op de conferentie in Parijs;

20.    wijst er met klem op dat de EU een authentieke eigen langetermijnstrategie moet ontwikkelen ten aanzien van haar buren in het Nabije en Midden-Oosten, met inbegrip van Iran;

21.    waarschuwt voor het serieuze risico dat een kortetermijndynamiek voor het opbouwen van een coalitie tegen ISIS de overhand krijgt op op waarden stoelende overwegingen bij de betrekkingen van de EU met regionale autoritaire regimes, zoals die in Egypte of Saoedi-Arabië;

22.    betuigt zijn aanhoudende steun voor de vrede, de veiligheid en de ontwikkeling die in de Koerdische autonome regio zijn bereikt en die absoluut behouden moeten blijven, en roept de Koerden op hun zelfbeschikkingsrecht via onderhandelingen na te streven;

23.    vraagt dat er meer vluchtelingen uit Irak en Syrië worden opgenomen in Europa, met inbegrip van de yezidi's, die een bijzonder kwetsbare en vaak vervolgde minderheid vormen; meent dat er met de grootste spoed een internationale conferentie voor de coördinatie van de vluchtelingenopvang moet worden georganiseerd en dat de EU daartoe een spoedprogramma moet opzetten;

24.    vraagt, gezien de berichten volgens welke duizenden Europeanen als strijders voor IS worden gerekruteerd, om een beleidsomslag in de EU-lidstaten waarbij de nadruk ligt op de noodzaak beleid te ontwikkelen om extremisme onder EU-burgers aan te pakken en sociale uitsluiting en gebrek aan toekomstverwachtingen te bestrijden, met name onder immigranten van de tweede en derde generatie; verzoekt om een openbare campagne om de notie van de Islam als integraal onderdeel van de Europese cultuur te versterken; laakt in dit verband het voornemen van diverse EU-regeringen om burgers met een dubbele nationaliteit hun burgerschap te ontnemen als zij terugkeren van de gevechtsterreinen in het Midden-Oosten;

25.    blijft ernstig bezorgd over de implicaties van de aanhoudende en toenemende aanwezigheid van Syrische vluchtelingen in de buurlanden, met name Jordanië, Libanon en Turkije; spoort de Commissie en de EU-lidstaten aan de door het Syrische conflict getroffen bevolkingsgroepen op grote schaal humanitaire bijstand te blijven verlenen; betreurt het zeer beperkte aantal Syrische vluchtelingen dat in de EU wordt opgevangen en dringt er bij de lidstaten op aan een grotere mate van verantwoordelijkheid aan de dag te leggen, met name door beter te reageren op verzoeken om bescherming;

26.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de VN, de speciale gezant van de VN-Arabische Liga in Syrië, en de regering en het parlement van Syrië en Irak.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0011.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0171.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0378.

(4)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0414.

(5)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0461.

(6)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0099.

(7)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0023.

(8)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0207.

(9)

Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0109.

(10)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0339.

Juridische mededeling - Privacybeleid