Procedure : 2014/2921(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0212/2014

Ingediende teksten :

B8-0212/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/11/2014 - 8.7
CRE 13/11/2014 - 8.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0052

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 118kWORD 51k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0211/2014
5.11.2014
PE537.116v01-00
 
B8-0212/2014

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over het Turkse optreden dat tot spanningen leidt in de exclusieve economische zone van de Republiek Cyprus (2014/2921(RSP))


Johannes Cornelis van Baalen, Alexander Graf Lambsdorff namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het Turkse optreden dat tot spanningen leidt in de exclusieve economische zone van de Republiek Cyprus (2014/2921(RSP))  
B8‑0212/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over Turkije, met name die van 12 maart 2014 over het voortgangsverslag 2013 over Turkije(1) en die van 13 juni 2013 over de situatie in Turkije(2),

–       gezien het binnenvaren van het Turkse schip voor maritiem onderzoek "Barbaros" in de wateren van de exclusieve economische zone van de Republiek Cyprus op maandag 20 oktober 2014 en het daaropvolgende besluit van de regering van de Republiek Cyprus op dinsdag 21 oktober 2014 houdende de vaststelling van een achtpuntenplan, als sanctiemaatregel tegen de Turkse regering voor dit optreden, waaronder een hernieuwde opschorting van de onderhandelingen over bepaalde hoofdstukken in het kader van de toetredingsonderhandelingen met Turkije en een aantal andere politieke en diplomatieke maatregelen,

–       gezien het recente mislukken van de gesprekken (onder leiding van de VN) over een alomvattende oplossing voor de verdeling van Cyprus na het besluit van Turkije om maritiem seismologisch onderzoek te verrichten met het oog op de winning van olie en gas in de door de Republiek Cyprus geclaimde exclusieve economische zone,

–       gezien het feit dat Turkije de Republiek Cyprus sinds de verdeling van het eiland in 1974 niet heeft erkend, en gezien het feit dat Turkije geen partij is bij het VN-zeerechtverdrag (UNCLOS), dat de Republiek Cyprus wel ondertekend en geratificeerd heeft,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat alleen een alomvattende oplossing voor de verdeling van Cyprus, met inachtneming van de parameters van een bi-communale en bi-zonale federale structuur, garanties biedt voor vrede, stabiliteit en economische voordelen voor beide gemeenschappen;

B.     overwegende dat de opgeschorte gesprekken over een alomvattende oplossing van de kwestie-Cyprus hervat moeten worden, en verder overwegende dat de steeds beleden steun van Turkije voor een via onderhandelingen tot stand gebracht oplossing geschraagd moet worden door concrete actie gericht op het tot stand brengen van een klimaat van vertrouwen tussen alle partijen;

C.     overwegende dat de ontdekking van grote koolstofvoorraden in het oostelijk deel van de Middellandse Zee en rond Cyprus gedurende het afgelopen jaar een extra stimulans voor een politieke oplossing voor de verdeling van het eiland zou moeten zijn, en dat de exploitatie ervan beide gemeenschappen in Cyprus ten goede zou moeten komen;

1.      roept de Turkse regering op af te zien van alle verdere activiteiten op het gebied van maritiem onderzoek in de exclusieve economische zone van de Republiek Cyprus, haar schepen terug te trekken en het VN-zeerechtverdrag (UNCLOS) te ondertekenen en te ratificeren;

2.      onderstreept dat de Republiek Cyprus het volledige en soevereine recht heeft om de natuurlijke hulpbronnen in de eigen exclusieve economische zone te exploiteren, en dat het Turkse maritiem onderzoek illegaal is en als een provocatie moet worden beschouwd;

3.      verzoekt de Commissie juridische bijstand ter beschikking te stellen aan de Republiek Cyprus, Griekenland en Turkije, de ondertekening van het VN-zeerechtverdrag (UNCLOS) door Turkije dichterbij te helpen brengen en te helpen bij het vinden van oplossingen voor het geschil over het continentaal plat in de Egeïsche Zee en voor het huidige conflict met de Republiek Cyprus;

4.      spreekt zijn niet-aflatende toegewijdheid aan en steun voor de gesprekken (onder auspiciën van de VN) voor een alomvattende oplossing van de kwestie-Cyprus uit, net als de twee leiders in hun gemeenschappelijke verklaring van 11 februari 2014; betreurt dat deze gesprekken nu opgeschort zijn;

5.      roept beide gemeenschappen in Cyprus, Griekenland en met name Turkije op zich verdere inspanningen te getroosten om tot een snelle hervatting van deze onderhandelingen te komen, en af te zien van elke actie of maatregel die als een provocatie kan worden opgevat; roept de Commissie op zo snel mogelijk te onderzoeken op welke wijze tot een hervatting van de gesprekken kan worden gekomen, en te bekijken of verdere besluiten of betrokkenheid van de EU bij deze gesprekken van nut kunnen zijn;

6.      onderstreept dat de exploitatie van de koolstofvoorraden in de wateren van Cyprus aanzienlijk zal worden vergemakkelijkt door een oplossing voor de verdeling van Cyprus, en dat een normalisatie van de betrekkingen met Turkije zowel Turkije, als de beide gemeenschappen in Cyprus aanzienlijke voordelen zal opleveren;

7.      verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, en aan de president, de regering en het parlement van Turkije.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0235.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0277.

Juridische mededeling - Privacybeleid