Ontwerpresolutie - B8-0213/2014Ontwerpresolutie
B8-0213/2014

ONTWERPRESOLUTIE over de humanitaire situatie in Zuid-Sudan

5.11.2014 - (2014/2922(RSP))

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement

Judith Sargentini, Heidi Hautala, Jordi Sebastià, Maria Heubuch, Bodil Ceballos, Igor Šoltes, Bart Staes, Davor Škrlec namens de Verts/ALE-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0213/2014

Procedure : 2014/2922(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B8-0213/2014
Ingediende teksten :
B8-0213/2014
Debatten :
Aangenomen teksten :

B8‑0213/2014

Resolutie van het Europees Parlement over de humanitaire situatie in Zuid-Sudan

(2014/2922(RSP))

Het Europees Parlement,

–       gezien het alomvattend vredesakkoord voor Sudan van 2005,

–       gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

–       gezien het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten van 1966,

–       gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van 1981,

–       gezien de routekaart voor Sudan en Zuid-Sudan zoals vervat in het door de Raad voor vrede en veiligheid van de Afrikaanse Unie op 24 april uitgebrachte communiqué,

–       gezien de onderzoekscommissie van de Afrikaanse Unie over Zuid-Sudan, die de schendingen van de mensenrechten onderzoekt die zijn voorgekomen sinds het conflict op 15 december 2013 is uitgebroken,

–       gezien zijn eerdere resoluties over Zuid-Sudan, met name die van 10 december 2013 over de inspanningen van de internationale gemeenschap ten behoeve van de ontwikkeling en de staatsopbouw in Zuid-Sudan[1] en van 16 januari 2014 over de situatie in Zuid-Sudan[2],

–       gezien de verklaringen van 23 januari 2014 en 10 mei 2014 van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over de situatie in Zuid-Sudan,

–       gezien de verklaring van 28 augustus 2014 van de woordvoerder van de hoge vertegenwoordiger over de situatie in Zuid-Sudan,

–       gezien de verklaring van 10 juli 2014 van de Raad van de Europese Unie over Zuid-Sudan,

–       gezien de conclusies van de Raad van 20 januari 2014 en 17 maart 2014 over Zuid-Sudan,

–       gezien de op 25 september 2014 door Kristalina Georgieva, de EU-commissaris voor internationale samenwerking, humanitaire hulp en crisisbestrijding afgelegde verklaring,

–       gezien de verklaring van de secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-moon, van 30 oktober 2014,

–       gezien de op 20 oktober 2014 door de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit (IGAD) uitgegeven verklaring,

–       gezien de herziene Overeenkomst van Cotonou,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat de gevechten zijn uitgebroken op 15 december 2014, nadat Salva Kiir, president van het land en een etnische Dinka, zijn ontslagen vicepresident Riek Machar, een etnische Nuer, ervan beschuldigde een staatsgreep tegen hem voor te bereiden, wat door Riek Machar werd ontkend;

B.     overwegende dat lang voor de uitbraak van het geweld in december 2013, de politieke stabiliteit in Zuid-Sudan werd bedreigd door de onopgeloste en aanslepende rivaliteit tussen president Kiir en voormalig vicepresident Machar, die terug te voeren is op de breuk binnen de Sudanese Volksbevrijdingsbeweging in 1991; overwegende dat de politieke machtsstrijd tussen de twee mannen over het leiderschap en bestuur van het land en de richting die het land zou moeten uitgaan aangewakkerd is door de instrumentalisering van etnische identiteiten aan beide zijden;

C.     overwegende dat de partijen die bij het conflict in Zuid-Sudan zijn betrokken, op 7 januari 2014 in Addis Abeba onderhandelingen zijn gestart onder de auspiciën van de IGAD; overwegende dat de vredesbesprekingen tot weinig vooruitgang hebben geleid, ondanks steeds dwingendere oproepen van de internationale gemeenschap om een compromis te bereiken;

D.     overwegende dat er op 23 januari 2014 een staakt-het-vuren is ondertekend dat op 9 mei 2014 werd bevestigd, maar voortdurend geschonden blijft worden;

E.     overwegende dat het geweld tussen stammenmilities in Zuid-Sudan herhaaldelijk is opgelaaid sinds de in 2011 uitgeroepen onafhankelijkheid van Sudan; overwegende dat het geweld duizenden burgerslachtoffers heeft geëist en de humanitaire situatie er verder op achteruit is gegaan;

F.     overwegende dat de VN de crisis in Zuid-Sudan hebben aangemerkt als noodsituatie van niveau 3, het hoogste niveau van een humanitaire crisis;

G.     overwegende dat ongeveer 1,9 miljoen mensen hun huizen zijn ontvlucht in Zuid-Sudan, onder wie er 469 000 hun toevlucht hebben gezocht in buurlanden; overwegende dat het land tegelijkertijd ongeveer een kwart miljoen vluchtelingen herbergt, hoofdzakelijk uit Sudan; overwegende dat het waarschijnlijk is dat het aantal ontheemden in Zuid-Sudan verder zal toenemen als de onveiligheid aanhoudt;

H.     overwegende dat Zuid-Sudan geteisterd blijft worden door een voedselvoorzieningscrisis, hoewel hongersnood door middel van humanitaire hulpverlening vermeden is kunnen worden voor de meest kwetsbaren; overwegende dat wordt verwacht dat 1,5 miljoen mensen te kampen zullen blijven hebben met voedselonzekerheid omwille van de crisis en de noodtoestand; overwegende dat vooral vrouwen kwetsbaar zijn voor voedselonzekerheid, aangezien 57% van de huishoudens in de beschermingszones wordt geleid door een vrouw;

I.      overwegende dat de EU, haar lidstaten en de Commissie in 2014 tot dusver ter waarde van ruim 254 miljoen euro hulp hebben verstrekt; overwegende dat de capaciteit en financiering van de humanitaire acties in Sudan ruim onvoldoende blijken in het licht van de enorme behoeften;

J.      overwegende dat het conflict wordt gekenmerkt door wreedheden aan beide zijden; overwegende dat vooral wordt gevreesd dat de gevechten tussen de troepen van president Salva Kiir en de rebellen die trouw zijn aan Riek Machar, zijn voormalige vicepresident, zullen hervatten wanneer het regenseizoen aan het einde van deze maand voorbij is; overwegende dat toonaangevende hulporganisaties, zoals Oxfam, CARE en Cafod, hebben gewaarschuwd dat delen van Zuid-Sudan begin volgend jaar getroffen kunnen worden door hongersnood, indien de gevechten worden hervat;

K.     overwegende dat de goedkeuring van een "ngo-wet", die tot doel zou hebben de bewegingsvrijheid van ngo's en het maatschappelijke middenveld in Zuid-Sudan te beperken, is uitgesteld tot december; overwegende dat toepassing van deze wet ernstige gevolgen zou kunnen hebben voor de hulpverlening op dit kritische moment, wanneer de internationale gemeenschap een hongersnood tracht te voorkomen;

L.     overwegende dat de actieve vijandelijkheden en de onveiligheid in verschillende staten, en met name Eenheid en Boven-Nijl, de humanitaire hulpverlening zijn blijven bemoeilijken en de toegang van humanitaire hulpverleners over de weg of door de lucht beperken;

M.    overwegende dat de economie van Zuid-Sudan, los van de humanitaire hulp en steun van donoren, bijna volledig afhankelijk is van de oliesector;

N.     overwegende dat het grootste deel van de bevolking in grote armoede leeft, ondanks het feit dat het land rijk is aan olie en natuurlijke hulpbronnen en de olie-export 70% van het bbp en ongeveer 90% van de overheidsinkomsten vertegenwoordigt;

O.     overwegende dat inkomsten uit de olie-industrie gewelddadige conflicten hebben doen oplaaien; overwegende dat een hervormd Sudan in staat zou moeten zijn de rijkdom aan hulpbronnen om te vormen van een vloek tot een zegen die het land welvaart oplevert;

P.     overwegende dat voor het huidige conflict een democratische politieke oplossing moet worden gevonden en dat democratisch tot stand gekomen instellingen de kans moeten krijgen om een levensvatbare staat op te bouwen;

1.      veroordeelt krachtig de wreedheden die worden begaan door beide partijen in het conflict; spreekt, in de sterkst mogelijke bewoordingen, zijn afkeuring uit over met name het op grote schaal vermoorden van burgers, vaak op basis van hun etnische afkomst, de massale vernietiging en plundering van eigendommen van burgers, en het vermoorden van humanitaire hulpverleners; veroordeelt eveneens de grove schendingen van de mensenrechten die straffeloos aanhouden, zoals foltering en seksueel geweld, gepleegd door legerofficieren, onder meer tegen kinderen, waarvan er sommigen zijn gestorven als gevolg van deze afschuwelijke daden, buitengerechtelijke executies en willekeurige detenties, die vaak gepaard gaan met slechte behandeling; is eveneens zeer verontrust over de toenemende beperkingen van de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en het maatschappelijk middenveld;

2.      benadrukt dat de enige duurzame oplossing van deze crisis bestaat in het op een vredevolle manier oplossen van de geschillen tussen de partijen die bij het conflict betrokken zijn en het vooropstellen van de belangen van het land en de mensen; roept beide betrokken partijen op de vijandelijkheden te staken en zich op een ernstige manier in te zetten voor vredesonderhandeling, om de omvang van de humanitaire ramp in te kunnen perken; dringt er bij beide zijden met name op aan ongehinderde toegang voor humanitaire hulp toe te laten en te zorgen voor de deelname van het maatschappelijk middenveld aan het vredesproces;

3.      maakt zich ernstige zorgen over de etnische dimensie van het conflict; stelt met grote bezorgdheid vast dat er nog steeds ongeveer 1,4 miljoen mensen ontheemd zijn na maanden van gevechten, die het leven hebben gekost aan minstens 10 000 personen en die hebben geleid tot een heropflakkering van etnische moorden; wijst er eveneens op dat er nog steeds ongeveer 100 000 personen vastzitten in VN-kampen verspreid over het hele land, te bang om, zelfs wanneer de gevechten zijn gestaakt, terug naar huis te keren;

4.      moedigt de onderzoekscommissie van de Afrikaanse Unie over Zuid-Sudan, die de schendingen van de mensenrechten en van het humanitair recht moet onderzoeken die tijdens het conflict zijn begaan en die aanbevelingen moet doen op het vlak van gezondheid, verzoening, verantwoordingsplicht en institutionele hervormingen, aan haar onderzoeken naar mensenrechtenschendingen voort te zetten; dringt er ten stelligste bij haar leden op aan ervoor te zorgen dat plegers van mensenrechtenschendingen, als een noodzakelijke voorwaarde voor een waarachtig en duurzaam verzoeningsproces, voor de rechter worden gebracht zodat een eind wordt gemaakt aan de straffeloosheid;

5.      betreurt het feit dat de partijen, ondanks de voortdurende inspanningen van de IGAD om te komen tot een politieke oplossing van het conflict in Zuid-Sudan met het oog op de vorming van een overgangsregering van nationale eenheid, tot dusver weinig wezenlijke vooruitgang hebben geboekt: ze blijven sporadisch vechten, wat ernstige gevolgen heeft voor de burgerbevolking, en waardoor ze een steeds erger wordende humanitaire crisis creëren en het akkoord over een staking van de vijandelijkheden schenden;

6.      dringt er niettemin bij de EU op aan de IGAD te blijven bijstaan in haar inspanningen om te bemiddelen bij beide partijen in het conflict, zowel in inhoudelijk als in financieel opzicht, en haar van personeel te helpen voorzien ten behoeve van het toezicht op het staakt-het-vuren en het verificatiemechanisme;

7.      verzoekt alle buurlanden van Zuid-Sudan en de regionale machten om nauw samen te werken teneinde de veiligheidssituatie in het land en de grotere regio te verbeteren en een pad te vinden in de richting van een vreedzame en duurzame politieke oplossing van de huidige crisis;

8.      herhaalt dat om op lange termijn te komen tot een vreedzame co-existentie en ontwikkeling, omvattende institutionele hervormingen nodig zijn die het land een bestuursproces bieden waarmee de rechtsstaat wordt gewaarborgd; roept de autoriteiten van Zuid-Sudan bijgevolg op om ingrijpende institutionele hervormingen door te voeren die, onder meer, zorgen voor i) de bescherming van de mensenrechten en de grondrechten, waaronder die van kwetsbare groepen (zoals vrouwen en etnische minderheden), ii) de totstandbrenging van mechanismen voor de vreedzame oplossing van het conflict en van een klimaat waarbinnen de diverse bevolking van het land op een vreedzame manier kan samenleven, en iii) een efficiënt en billijk beheer van de natuurlijke hulpbronnen en de uitroeiing van de corruptie;

9.      veroordeelt het feit dat de toegang voor humanitaire hulpverlening moeizaam blijft verlopen omwille van gevechten en geweldplegingen door beide partijen tegen hulpverleners, materiaal en infrastructuur; dringt er bij de regering op aan om in de gebieden onder haar controle haar verplichtingen na te komen om het internationale humanitaire recht en het internationale recht inzake de mensenrechten te eerbiedigen en te zorgen voor de bescherming van burgers;

10.    dringt er met name bij de partijen op aan om de aanvoer van humanitaire hulpverlening naar de mensen die deze hulp bitter nodig hebben te vergemakkelijken, en samen te werken met en het vrije verkeer te ondersteunen van alle personen die werken voor humanitaire organisaties;

11.    verzoekt de internationale gemeenschap eveneens haar financieringstoezeggingen voor Zuid-Sudan en de regio na te komen en middelen ter beschikking te stellen om onmiddellijk op de erger wordende humanitaire situatie in Zuid-Sudan te reageren;

12.    benadrukt dat Zuid-Sudan er op het vlak van gezondheid en voedselvoorziening op mondiaal niveau zeer slecht voorstaat, onder meer omdat de toegang tot primaire gezondheidszorg van hoge kwaliteit problematisch is als gevolg van onderontwikkeling, lopende conflicten, aanvallen op gezondheidszorgvoorzieningen en de beperkte toegankelijkheid van veel gebieden; onderstreept dat gebrekkige gezondheidszorg met name de meest kwetsbare personen treft, wat leidt tot hogere sterftecijfers bij kinderen en vrouwen;

13.    betreurt het feit dat het conflict heeft gezorgd voor een verstoring van veel sociale basisvoorzieningen, en dat honderdduizenden kinderen niet naar school gaan; is verontrust over het feit dat kinderen het meest getroffen blijven worden door het geweld, aangezien ze psychologische problemen ondervinden en geen toegang hebben tot diensten, waaronder onderwijs; dringt er bij de partijen op aan niet langer kinderen te rekruteren en te gebruiken voor gewapende strijdkrachten en alle andere ernstige schendingen ten aanzien van kinderen te stoppen;

14.    benadrukt dat de opbouw van passende instellingen en een rechtskader om de rijkdom aan olie in het land te beheren binnen het kader van het etnische federalisme een uiterst belangrijk element is voor de vreedzame ontwikkeling van het land; roept de EU met name op om een langetermijnstrategie voor Zuid-Sudan te ondersteunen die de totstandbrenging van een krachtig systeem voor goed bestuur, transparantie en verantwoordingsplicht (met name met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het initiatief inzake transparantie van winningsindustrieën) mogelijk maakt, alsook de ontwikkeling van infrastructuur, onderwijs, de gezondheidszorg en socialebijstandsprogramma's die gebruikmaken van inkomsten uit olie en ontwikkelingshulp;

15.    dringt er bij de autoriteiten van Zuid-Sudan op aan ervoor te zorgen dat de inkomsten uit olie ten goede komen aan het volk; dringt er bij de onderhandelende partijen op aan in het vredesakkoord aandacht te besteden aan transparantie en publieke controle in de oliesector, zodat de inkomsten uit deze sector kunnen worden ingezet voor de duurzame ontwikkeling van het land en voor het verhogen van de levensstandaard van de bevolking;

16.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering van Zuid-Sudan, de mensenrechtencommissaris voor Zuid-Sudan, de Nationale Wetgevende Vergadering van Zuid-Sudan, de instellingen van de Afrikaanse Unie, de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit, de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en de secretaris-generaal van de VN.