Procedure : 2014/2946(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0279/2014

Ingediende teksten :

B8-0279/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 27/11/2014 - 10.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0068

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 120kWORD 53k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0278/2014
24.11.2014
PE539.002v01-00
 
B8-0279/2014

naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B8‑0042/2014

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over vertragingen bij de start van het cohesiebeleid 2014-2020 (2014/2946(RSP))


Rosa D'Amato, Rolandas Paksas namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over vertragingen bij de start van het cohesiebeleid 2014-2020 (2014/2946(RSP))  
B8‑0279/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien de artikelen 174, 175 en 176 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020,

–       gezien punten 2 en 3 van de conclusies van de Europese Raad van 7 en 8 februari 2013,

–       gezien artikel 26 van Verordening (EU) nr. 1303/2013,

–       gezien artikel 19 van het meerjarig financieel kader,

–       gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio's met als titel "Zesde verslag over de economische, sociale en territoriale cohesie: investeren in groei en werkgelegenheid",

–       gezien de vraag aan de Commissie over vertraging bij de start van het cohesiebeleid 2014-2020 (O-000082/2014),

–       gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat de crisis ingrijpende gevolgen heeft gehad voor overheidsinvesteringen, die tussen 2008 en 2013 in reële termen met 20% zijn afgenomen en met 60% in de meest getroffen lidstaten, waardoor de rol van het cohesiebeleid zal toenemen op het vlak van het stimuleren van groei en werkgelegenheid en het verminderen van de ongelijkheden tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende regio's;

B.     overwegende dat volgens de meest recente informatie tot nu toe slechts enkele operationele programma's goedgekeurd zijn en er slechts 100 zullen worden aangenomen tegen het einde van dit jaar, ondanks het feit dat het cohesiebeleid in 2014 van start had moeten gaan;

C.     overwegende dat het gemeenschappelijk strategisch kader (GSK), waarvan de doelstelling om de prestaties van de fondsen te verbeteren met meer zichtbare resultaten een van de belangrijkste elementen is, opgesteld is met het doel de samenhang te verhogen tussen de beleidstoezeggingen in het kader van Europa 2020 en de investeringen in de praktijk;

D.     overwegende dat in de conclusies van de Raad Algemene Zaken van 18 en 19 november 2014 wordt herhaald dat passende regelgevende, institutionele en strategische kaders belangrijk zijn om te zorgen voor doeltreffende investeringen die ondersteuning genieten van ESI-fondsen, en wordt benadrukt dat de aangenomen programma's ontworpen zijn en zullen worden uitgevoerd overeenkomstig de beginselen van subsidiariteit, gedeeld beheer en partnerschap en uitgaan van een specifieke programma-aanpak;

E.     overwegende dat voor programma's die op 31 december 2014 nog niet goedgekeurd kunnen worden, de bedragen alleen kunnen worden aangehouden door ongebruikte toewijzingen van 2014 over te dragen, overeenkomstig artikel 19 van de verordening inzake het Meerjarig Financieel Kader (MFK);

F.     overwegende dat het bovenstaande een herziening van het MFK impliceert op basis van een Commissievoorstel, in overeenstemming met de Raad en met goedkeuring van het Parlement, en overwegende dat dit als direct gevolg zal hebben dat er aanzienlijke vertraging zal ontstaan bij de concrete start van de uitvoering van de projecten;

G.     overwegende dat Corina Creţu, commissaris voor regionaal beleid, op 19 november 2014 heeft aangegeven dat ze verwacht dat het cohesiebeleid een aanzienlijke bijdrage zal leveren aan het investeringspakket ter waarde van 300 miljard dat werd aangekondigd door voorzitter Juncker, hoewel ze tijdens haar hoorzitting in oktober niet kon uitleggen hoe ze van plan was de enorme vertraging bij de betalingen op het vlak van het cohesiebeleid aan te pakken;

H.     overwegende dat de voorzitter van het Comité van de regio's, Michel Lebrun, op 20 november 2014 heeft gezegd dat "de huidige vertragingen voor problemen zorgen voor de planning en tenuitvoerlegging van de Europese structuur- en investeringsfondsen 2014-2020 door de regionale en lokale overheden" en dat "deze situatie volledige en stabiele samenwerking vergt tussen Europese Commissie, nationale regeringen, regio's en steden, zo niet kunnen de investeringen te laat komen";

I.      overwegende dat de onbetaalde rekeningen op het vlak van het cohesiebeleid voor 2011-2012 11 miljard EUR beliepen, voor 2012-2013 16 miljard EUR, en voor 2013-2014 niet minder dan 23,4 miljard EUR;

1.      is uitermate bezorgd over deze institutionele en financiële impasse, gelet op het feit dat vertragingen bij de uitvoering van het cohesiebeleid uiteindelijk zullen leiden tot bijkomende lasten voor de Europese burgers, die reeds zeer zwaar worden getroffen door de crisis;

2.      is ingenomen met het standpunt van de Raad Algemene Zaken van 20 november 2014 en met de oproep aan de Commissie en de lidstaten om de goedkeuring van partnerschapsovereenkomsten en operationele programma's te versnellen;

3.      stelt met verontrusting vast dat de verklaarde noodzaak "alle mogelijkheden te onderzoeken om de beschikbaarheid van financiële EU-begrotingsmiddelen veilig te stellen" de aandacht vestigt op het gebrek aan duidelijkheid met betrekking tot de beschikbaarheid van 350 miljard EUR voor duurzame en inclusieve groei in het kader van het regionaal beleid;

4.      dringt er bij de Commissie op aan duidelijkheid te verschaffen over haar huidige standpunt ten aanzien van de behandeling van kredieten voor OP's die gemedefinancierd worden door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en het Cohesiefonds en die niet voor het eind van 2014 goedgekeurd zullen worden;

5.      wijst erop dat de kwestie van de overdracht van 2014 naar 2015 van ongebruikte toewijzingen via een herziening van het MFK tot dusver niet onder de aandacht van het Parlement is gebracht;

6.      stelt met verontrusting vast dat de vermeende bijdrage van het cohesiebeleid aan het investeringspakket ter waarde van 300 miljard dat werd aangekondigd door voorzitter Juncker het pad zou kunnen effenen op weg naar een herverdeling van de middelen die reeds werden toegewezen aan duurzame en inclusieve groei in het kader van het regionaal beleid;

7.      benadrukt dat de noodzaak de programmering te versnellen om ervoor te zorgen dat de aangenomen operationele programma's worden uitgevoerd de kwaliteit ervan op geen enkele manier in het gedrang mag brengen;

8.      dringt er bij de Commissie op aan te verduidelijken hoe de situatie met betrekking tot de onbetaalde rekeningen uit de programmeringsperiode 2007-2013 van invloed is op de goedkeuring van OP's en op de start van de nieuwe uitvoeringsperiode;

9.      verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, het Comité van de Regio's, het Europees Economisch en Sociaal Comité en de andere betrokken instellingen.

Juridische mededeling - Privacybeleid