Procedure : 2014/2946(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0284/2014

Ingediende teksten :

B8-0284/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 27/11/2014 - 10.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0068

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 126kWORD 56k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0278/2014
24.11.2014
PE539.007v01-00
 
B8-0284/2014

naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B8‑0042/2014

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over de vertraging bij de start van het cohesiebeleid 2014-2020 (2014/2946(RSP))


Lambert van Nistelrooij, Tamás Deutsch, Marian-Jean Marinescu, Jan Olbrycht, Marc Joulaud, Franck Proust, Tunne Kelam, Claude Rolin, Pascal Arimont, Krzysztof Hetman, Joachim Zeller, Raffaele Fitto, Franc Bogovič, Tomáš Zdechovský, Stanislav Polčák, Maurice Ponga, Daniel Buda, Siegfried Mureşan, Ivana Maletić, Michaela Šojdrová, Lara Comi, Jiří Pospíšil, Iuliu Winkler namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de vertraging bij de start van het cohesiebeleid 2014-2020 (2014/2946(RSP))  
B8‑0284/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad,

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020,

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad,

–       gezien de vraag aan de Commissie over vertraging bij de start van het cohesiebeleid 2014-2020 (O-000082/2014 – B8‑0042/2014),

–       gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat het cohesiebeleid, met een begroting van meer dan 350 miljard euro tot 2020, neerkomt op het belangrijkste EU-brede beleid van investeringen in de reële economie en een motor bij uitstek vormt voor groei in Europa;

B.     overwegende dat de middelen middels een thematische concentratie worden toegespitst op een beperkt aantal strategische doelstellingen met groeipotentieel, zoals innovatie en onderzoek, de digitale agenda, steun voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) en een koolstofarme economie, en onderwijs, opleiding en infrastructuur;

C.     overwegende dat partnerschapsovereenkomsten (PO's) en operationele programma's (OP's) strategische instrumenten zijn om de investeringen in lidstaten en regio's te sturen overeenkomstig de algemene doelstellingen van de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei;

D.     overwegende dat de artikelen 14, 16 en 29 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 in het tijdschema voorzien voor de indiening en goedkeuring van partnerschapsovereenkomsten en operationele programma's, op grond waarvan partnerschapsovereenkomsten eind augustus 2014 moeten zijn goedgekeurd en operationele programma's uiterlijk eind januari 2015;

E.     overwegende dat de programmering een duidelijke vertraging heeft opgelopen, aangezien er naar verwachting slechts een zeer beperkt aantal operationele programma's voor eind 2014 (ongeveer 100) vastgesteld zullen zijn;

F.     overwegende dat de Commissie, op verzoek van de lidstaten, een officieuze nota heeft opgesteld over de behandeling van vastleggingen in 2014 voor niet voor 31 december 2014 goedgekeurde programma's die medegefinancierd worden door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds;

G.     overwegende dat er twee scenario's overwogen worden voor de goedkeuring van operationele programma's, die allebei uitgaan van verdere vertraging bij de aanvang van de tenuitvoerlegging: de overdrachtsprocedure voor de programma's die op 31 december 2014 "klaar voor goedkeuring" worden geacht en de herbudgettering van de ongebruikte toewijzing in 2014 voor de Europese structuur- en investeringsfondsen – met als gevolg een technische herziening van het meerjarig financieel kader (MFK) – voor de programma's die eind 2014 nog niet klaar voor goedkeuring worden geacht;

H.     overwegende dat volgens het door de Commissie gepresenteerde tijdschema, operationele programma's volgens de overdrachtsprocedure tussen 15 februari en 31 maart 2015 kunnen worden goedgekeurd en volgens de herbudgetteringsprocedure na 1 mei 2015;

I.      overwegende dat het cohesiebeleid niet alleen te maken heeft met een vertraging bij de tenuitvoerlegging voor de periode 2014-2020, maar ook met een achterstand bij de betalingen voor de programmeringsperiode 2007-2013, en dat beide de geloofwaardigheid van het beleid ondermijnen;

1.      uit zijn ernstige bezorgdheid over de aanzienlijke vertraging bij de tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid voor de periode 2014-2020, al moet worden erkend dat het belangrijk is bij het begin van de programmeringsperiode operationele programma's van hoge kwaliteit vast te stellen om in een later stadium geen herprogrammering te hoeven doorvoeren;

2.      herinnert eraan dat het cohesiebeleid, samen met de door de lidstaten verzorgde cofinanciering, een belangrijk deel van de groeigerelateerde overheidsuitgaven in de EU voor zijn rekening neemt; benadrukt dat het derhalve absoluut noodzakelijk is om de tenuitvoerlegging van de nieuwe programma's zo spoedig mogelijk te starten, teneinde de investeringsdynamiek te versterken, banengroei te stimuleren en groei van de productiviteit verder te vergroten;

3.      dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan hun verantwoordelijkheid te nemen en hun uiterste best te doen om de vaststelling in 2014 te versnellen van een zo groot mogelijk aantal operationele programma's en ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk programma's op 31 december 2014 klaar voor goedkeuring zijn, teneinde gebruik te kunnen maken van de overdrachtsprocedure, overeenkomstig artikel 13, lid 2, onder a), van het Financieel Reglement en artikel 4 van de Uitvoeringsvoorschriften daarvan;

4.      dringt er bij de Commissie op aan alle mogelijkheden te onderzoeken om haar interne procedures te stroomlijnen en zodoende ervoor te zorgen dat de operationele programma's die na de uiterste datum van 17 november 2014 opnieuw worden ingediend in overweging worden genomen, teneinde het interdienstenoverleg voor het eind van het jaar te kunnen afronden, en als klaar voor goedkeuring worden geacht indien ze aan de eisen inzake kwaliteit voldoen;

5.      is zich ervan bewust dat het tweede scenario, van toepassing op de operationele programma's die aan het eind van 2014 niet klaar voor goedkeuring zijn, namelijk het herbudgetteren in 2015 van de niet-vastgelegde bedragen van 2014, tot een herziening van het MFK op uiterlijk 1 mei leidt, overeenkomstig artikel 19 van het MFK, en dat daarbij te allen tijde, ook al betreft het een puur technische kwestie, de procedure voor de meerjarige begroting in acht moet worden genomen; verzoekt derhalve de Commissie om zo spoedig mogelijk met het Parlement en de Raad in overleg te treden om tot een geloofwaardig stappenplan te komen dat ervoor zorgt dat de herziening van het MFK in 2015 zo spoedig mogelijk plaatsvindt;

6.      onderstreept dat met het oog op de goedkeuring van de operationele programma's een dienovereenkomstig ontwerp van gewijzigde begroting voor de desbetreffende vastleggingskredieten voor 2015 moet worden goedgekeurd, hetgeen in het gunstigste scenario resulteert in een vertraging van de start van de tenuitvoerlegging van die programma's tot medio 2015;

7.      verzoekt de Commissie, gezien het bovenstaande, het Parlement de maatregelen te presenteren die zij wil treffen om zo spoedig mogelijk de tenuitvoerlegging van de operationele programma's te vergemakkelijken, alsmede het tijdschema dat zij in gedachte heeft;

8.      is uiterst verontrust over de betalingsachterstanden in het kader van het cohesiebeleid voor de operationele programma's in de periode 2007-2013, alsook over de huidige impasse bij de vaststelling van het ontwerp van de gewijzigde begroting nr. 3/2014 over de achterstallige betalingen en de begroting van 2015, hetgeen de situatie van de onbetaalde rekeningen nog nijpender maakt; benadrukt het belang en de urgentie om in dit opzicht voor het einde van 2014 op grond van de nieuwe Commissievoorstellen tot een akkoord te komen;

9.      verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Comité van de Regio's, het Europees Economisch en Sociaal Comité en de andere betrokken instellingen.

Juridische mededeling - Privacybeleid