Procedure : 2014/2965(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0008/2015

Ingediende teksten :

B8-0008/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 15/01/2015 - 11.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0011

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 140kWORD 69k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0008/2015
12.1.2015
PE545.688v01-00
 
B8-0008/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Oekraïne (2014/2965(RSP))


Knut Fleckenstein, Victor Boștinaru, Richard Howitt, Tonino Picula, Liisa Jaakonsaari, Ana Gomes, Pier Antonio Panzeri, Ioan Mircea Pașcu, Kati Piri, Goffredo Maria Bettini, Neena Gill, Alessia Maria Mosca, Miroslav Poche, Michela Giuffrida, Brando Benifei, Vilija Blinkevičiūtė, Sorin Moisă, Nicola Caputo, Andi Cristea, Miltiadis Kyrkos, Tanja Fajon, Javi López, Victor Negrescu, Jeppe Kofod, Viorica Dăncilă, Zigmantas Balčytis, Arne Lietz, Afzal Khan, Tibor Szanyi, Boris Zala namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Oekraïne (2014/2965(RSP))  
B8‑0008/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien de conclusies van de Europese Raad van 18 december 2014,

–       gezien de uitkomst van de eerste vergadering van de Associatieraad tussen de EU en Oekraïne op 15 december 2014,

–       gezien het 8e verslag van het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN (OHCHR) over de mensenrechtensituatie in Oekraïne van 15 december 2014 en het door het VN-Bureau voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden (OCHA) uitgebrachte 22ste verslag over de situatie in Oekraïne van 26 december 2014,

–       gezien de conclusies van de Raad van 17 november 2014,

–       gezien de conclusies van de Europese Raad van 24 oktober 2014,

–       gezien de gezamenlijke verklaring van de president van Oekraïne en de voorzitters van de Europese Raad en de Europese Commissie naar aanleiding van het ingaan van de voorlopige toepassing van de associatieovereenkomst van 31 oktober 2014,

–       gezien de verklaring met eerste bevindingen en conclusies over de vervroegde parlementsverkiezingen in Oekraïne van de internationale verkiezingswaarnemingsmissie van 27 oktober 2014, alsook het definitieve verslag van de OVSE/ODIHR-verkiezingswaarnemingsmissie van 19 december 2014,

–       gezien zijn meest recente resoluties over de situatie in Oekraïne,

–       gezien het protocol van Minsk van 5 september 2014 en het memorandum van Minsk van 19 september 2014,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat Oekraïne nog steeds wordt geconfronteerd met ernstige politieke, veiligheids- en sociaaleconomische uitdagingen; overwegende dat het conflict in Oost-Oekraïne een ernstige belemmering vormt voor de stabiliteit, ontwikkeling en welvaart van het land;

B.     overwegende dat, ondanks de afkondiging van een staakt-het-vuren op 5 september 2014 en een hernieuwde toezegging in december om dit staakt-het-vuren te eerbiedigen, de gevechten in Oost-Oekraïne aanhouden, zij het op een kleinere schaal dan voorheen; overwegende dat het aantal slachtoffers volgens schattingen van de VN is opgelopen tot meer dan 4 750 en dat er als gevolg van het conflict meer dan 610 000 intern ontheemden zijn in Oekraïne en er bijna 600 000 mensen gevlucht zijn naar buurlanden, de meesten onder hen naar Rusland;

C.     overwegende dat, na de gedeeltelijke terugtrekking van de illegale Russische strijdkrachten, de OVSE-waarnemers in november opnieuw hebben bevestigd dat er aanzienlijke hoeveelheden zware wapens en troepen zonder insigne de Russisch-Oekraïense grens zijn overgestoken; overwegende dat de terugtrekking van onwettige militaire groepen en militair materieel, alsook van strijders en huurlingen van het grondgebied van Oekraïne een sleutelbepaling is van het protocol van Minsk;

D.     overwegende dat de Oekraïense autoriteiten, in overeenstemming met internationale verplichtingen, op 26 oktober 2014 vervroegde parlementsverkiezingen hebben gehouden; overwegende dat de "presidents- en parlementsverkiezingen" die op 2 november werden gehouden in de "Volksrepublieken" Donetsk en Loehansk, inbreuk maakten op de Oekraïense grondwet en de letter en de geest van het protocol van Minsk, en bijgevolg als onwettig en onrechtmatig moeten worden beschouwd; overwegende dat het houden van deze verkiezingen nefast was voor het vredes- en verzoeningsproces;

E.     overwegende dat de humanitaire situatie in de regio Donbas onrustbarend blijft; overwegende dat de toegang voor humanitaire hulp beperkt blijft en dat intern ontheemden geconfronteerd worden met aanzienlijke problemen; overwegende dat het lijden van de burgerbevolking toeneemt tijdens de winter; overwegende dat meer internationale hulpverlening nodig is om een humanitaire noodsituatie te vermijden;

1.      betreurt het feit dat schendingen van de internationale mensenrechtenwetgeving en het internationaal humanitair recht blijven voorkomen in Oost-Oekraïne en op de Krim en dat het aantal intern ontheemden aanzienlijk is toegenomen sinds de afkondiging van het staakt-het-vuren op 5 september; veroordeelt alle gevallen van gedwongen verdwijning, foltering en mishandeling en staat erop dat de meldingen van het gebruik van clustermunitie in zowel stedelijke als landelijke gebieden grondig moeten worden onderzocht; roept de regering van Oekraïne en al degenen die betrokken zijn bij de vijandelijkheden in de oostelijke regio's Donetsk en Loehansk op de door de VN-missie voor toezicht op de mensenrechten in Oekraïne gedane aanbevelingen uit te voeren; is ingenomen met de bekrachtiging van de langverwachte wet inzake intern ontheemden, die bepalingen omvat voor het verlenen van sociale bijstand en bescherming aan geregistreerde intern ontheemden, alsook met het besluit om EU-deskundigen in te zetten in het kader van het mechanisme voor civiele bescherming van de Unie om de Oekraïense autoriteiten raad te geven op het vlak van kwesties in verband met intern ontheemden;

2.      vraagt dat bijkomende humanitaire hulp en bijstand worden verleend aan de door het conflict getroffen bevolking; wijst erop dat de verlening van humanitaire hulp aan Oost-Oekraïne plaats moet vinden met volledige inachtneming van het internationaal humanitair recht en de beginselen menselijkheid, neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid en in nauwe samenwerking met de Oekraïense regering, de VN en het Internationale Rode Kruis; vraagt Rusland internationale inspecties toe te laten van de humanitaire konvooien naar Donbas om zo alle twijfel over hun ladingen weg te nemen;

3.      herbevestigt zijn steun voor de soevereiniteit, territoriale integriteit, eenheid en onafhankelijkheid van Oekraïne; veroordeelt de voortdurende instroom van wapens, materieel en troepen van over de Russische grens en benadrukt dat hier onmiddellijk een einde aan moet worden gemaakt en dat, zoals overeengekomen in het protocol van Minsk, alle illegale buitenlandse strijdkrachten, huurlingen en militair materieel uit Oost-Oekraïne moeten worden teruggetrokken;

4.      dringt er bij alle partijen op aan het protocol van Minsk onverwijld volledig uit te voeren en op die manier blijk te geven van een oprecht engagement voor de-escalatie en de grootst mogelijke terughoudendheid; roept Rusland op internationaal toezicht op de Russisch-Oekraïense grens toe te laten, zijn invloed over de separatisten aan te wenden zodat ze het staakt-het-vuren naleven, en op een constructieve manier werk te maken van de tenuitvoerlegging van de akkoorden van Minsk; dringt erop aan vertrouwenswekkende maatregelen te nemen die de vredes- en verzoeningsinspanningen ondersteunen; benadrukt in deze context het belang van een inclusieve politieke dialoog en een economisch programma voor het herstel van de economie in Donbas;

5.      steunt de aanhoudende diplomatieke inspanningen binnen het Normandië-formaat, en is ingenomen met de plannen voor een bijeenkomst van de leiders van Duitsland, Frankrijk, Oekraïne en Rusland in Astana op 15 januari 2015; spreekt zijn hoop uit dat dit tot tastbare resultaten zal leiden;

6.      kijkt uit naar het debat in de Europese Raad op 19 januari over de toekomst van de betrekkingen van de EU met Rusland; verzoekt de VV/HV en de lidstaten te opteren voor een aanpak in het kader waarvan een principieel en krachtig standpunt met betrekking tot de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne en de beginselen van het internationaal recht gecombineerd wordt met een zekere mate van strategische flexibiliteit die toelaat te streven naar een via onderhandelingen tot stand gekomen oplossing van de crisis in Oost-Oekraïne, en in het kader waarvan eveneens rekening wordt gehouden met de gevaren van een verder economisch en politiek isolement van Rusland; herhaalt dat eenheid en samenhang bij de EU-lidstaten noodzakelijke voorwaarden zijn voor het welslagen van elke EU-strategie voor Rusland; roept in deze context de regeringen van de lidstaten op om niet unilateraal maatregelen te nemen of uitspraken te doen en om meer inspanningen te leveren om te komen tot een gezamenlijk Europees standpunt met betrekking tot Rusland;

7.      steunt het onpartijdige werk van de bijzondere waarnemingsmissie van de OVSE en prijst haar rapportageactiviteiten; dringt er bij de conflictpartijen op aan de werkzaamheden van de bijzondere waarnemingsmissie niet te belemmeren en roept de leden van de OVSE op ervoor te zorgen dat de missie beschikt over al het nodige materiaal en personeel om haar mandaat uit te voeren, alsook te zorgen voor een verruiming van haar toezichtcapaciteiten en mogelijkheden om de dialoog in het veld te bevorderen;

8.      is ingenomen met de op 24 december 2014 in Minsk bereikte overeenkomst over de uitwisseling van gevangenen, alsook met de voorlopige afspraak om zo spoedig mogelijk nog een bijeenkomst te organiseren van de contactgroep betreffende de oplossing van de situatie in Donbas; spreekt zijn voldoening uit over het feit dat er reeds een uitwisseling van gevangenen heeft plaatsgevonden en roept de conflictpartijen op de uitwisseling van de overblijvende gevangenen te bespoedigen, op basis van het beginsel "all-for-all";

9.      steunt het beleid inzake de niet-erkenning van de illegale annexatie van de Krim door Rusland en neemt in deze context met instemming nota van de recent overeengekomen bijkomende sancties op het vlak van investeringen, diensten en handel tegen de Krim en Sebastopol;

10.    is van mening dat sancties onderdeel moeten uitmaken van een bredere EU-aanpak betreffende Rusland en de inspanningen van de VV/HV om de dialoog met Moskou opnieuw op te starten; herinnert eraan dat deze sancties enkel tot doel hebben de Russische regering te overtuigen haar huidige beleid te wijzigen en op een betekenisvolle manier bij te dragen tot een vredevolle oplossing van de crisis in Oekraïne; benadrukt dat de vraag of de restrictieve maatregelen van de EU behouden blijven, geïntensiveerd worden of omkeerbaar zijn, afhankelijk is van de houding van Rusland zelf en van de situatie in Oekraïne;

11.    is ingenomen met het feit dat de vroegtijdige parlementsverkiezingen in Oekraïne op 26 oktober ordelijk en volgens de internationale normen verlopen zijn, ondanks de penibele veiligheidssituatie en politieke omstandigheden, alsook met de vorming van een brede pro-Europese coalitie die beschikt over een grondwettelijke meerderheid in de Verkhovna Rada; dringt er ten stelligste bij de nieuwe regering en het nieuwe parlement van Oekraïne op aan onverwijld de broodnodige politieke en sociaaleconomische hervormingen goed te keuren en door te voeren om een democratische en welvarende staat op te bouwen die gestoeld is op de rechtsstaat;

12.    betreurt dat, als gevolg van de huidige situatie in het land, niet alle delen van het grondgebied en de bevolking van Oekraïne vertegenwoordigd zijn in de Verkhovna Rada; herinnert eraan dat de regering en het parlement van Oekraïne ervoor moeten zorgen dat de rechten en behoeften van de burgers die niet vertegenwoordigd zijn in de besluitvorming van het land beschermd zijn, ook wanneer het gaat om hun linguïstische, religieuze en sociale rechten;

13.    veroordeelt het feit dat er op 2 november 2014 "presidents- en parlementsverkiezingen" zijn gehouden in de separatistische delen van de Oekraïense regio's Donetsk en Loehansk, in strijd met de Oekraïense wetgeving en de bepalingen van het protocol van Minsk, alsook de bekrachtiging ervan door Rusland; wijst erop dat deze maatregel de Oekraïense president ertoe bewogen heeft alle staatsfinanciering aan de separatistische delen van de Oekraïense regio's Donetsk en Loehansk te schrappen en het nieuwe parlement van het land te vragen de wet betreffende hun "bijzondere statuut" in te trekken; is uitermate bezorgd over de gevolgen van deze maatregelen voor het vredes- en verzoeningsproces;

14.    vraagt een echte, inclusieve nationale dialoog te hervatten die eveneens zou kunnen leiden tot een oplossing voor de betaling van sociale uitkeringen en pensioenen en het verstrekken van humanitaire hulp door de Oekraïense regering aan de bevolking van de conflictgebieden; dringt aan op de uitvoering van een programma voor amnestie en ontwapening; betreurt het feit dat in het recent aangenomen actieprogramma van de regering niet wordt vermeld dat het noodzakelijk is verzoening te bewerkstelligen;

15.    is van mening dat het, om verzoening een echte kans te kunnen geven, van wezenlijk belang is op een onpartijdige en effectieve manier alle ernstige gewelddadige episodes te onderzoeken, waaronder die in Maidan, Odessa, Marioepol en Rymarska; is het volstrekt eens met de vaststelling van de VN-missie voor toezicht op de mensenrechten in Oekraïne dat bij de uitvoering van onderzoeken de internationale normen ten volle moeten worden geëerbiedigd en dat de daders op een eerlijke en niet-selectieve manier voor de rechter moeten worden gebracht;

16.    is van mening dat de organisaties van het maatschappelijk middenveld een belangrijke rol kunnen spelen bij de bevordering van de contacten tussen mensen en het wederzijds begrip in Oekraïne, en tevens democratische veranderingen en de eerbiediging van de mensenrechten in de hand kunnen werken; verzoekt de EU het maatschappelijk middenveld meer te steunen;

17.    spreekt nogmaals zijn steun uit voor het internationaal onderzoek naar de omstandigheden van het neerhalen met noodlottige afloop van het toestel met vluchtnummer MH17 van Malaysian Airlines en herhaalt zijn oproep om de verantwoordelijken voor de rechter te brengen; betreurt de problemen die hiermee gepaard gaan en dringt er bij alle partijen op aan te tonen oprecht te willen samenwerken; spreekt de wens uit op de hoogte te worden gehouden van de vooruitgang van dit onderzoek;

18.    neemt kennis van de aanneming van een wet waarmee de "neutrale status" van het land wordt afgeschaft; erkent het recht van Oekraïne om vrijelijk eigen keuzes te maken, maar onderschrijft het standpunt van president Porosjenko dat Oekraïne zich nu dringend moet toespitsen op politieke, economische en sociale hervormingen en dat de toetreding tot de NAVO een kwestie is waarover de burgers in een later stadium moeten kunnen beslissen door middel van een referendum in heel Oekraïne; benadrukt dat nauwere betrekkingen tussen Oekraïne en de EU losstaan van de mogelijke toetreding tot de NAVO;

19.    herhaalt ervan overtuigd te zijn dat dringend meer werk moet worden gemaakt van de politieke en economische hervormingen in Oekraïne om tot een blijvende politieke oplossing te kunnen komen; benadrukt dat het belangrijk is de problemen met betrekking tot de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht aan te pakken en te zorgen voor tastbare resultaten op het vlak van de bestrijding van corruptie, alsook werk te maken van constitutionele hervormingen en decentralisatie; is ingenomen met het feit dat het coalitieakkoord de ondertekenaars ervan ertoe verbindt een reeks belangrijke maatregelen op dit vlak te nemen; merkt echter op dat er geen precies tijdskader is vastgesteld voor hun aanneming en uitvoering;

20.    deelt de mening van de Commissie van Venetië dat het, om een constitutionele hervorming te doen slagen, essentieel is dat de hervorming op een inclusieve manier wordt voorbereid, met brede publieke raadplegingen; is van oordeel dat de bepalingen met betrekking tot politieke decentralisatie samen met regionale en plaatselijke belanghebbenden moeten worden uitgewerkt;

21.    is bezorgd over de aanneming, in de loop van augustus 2014, van antiterrorismewetgeving die gevolgen kan hebben voor de naleving van de internationale wettelijke normen op het vlak van de mensenrechten; benadrukt dat hoewel dergelijke strafwetgeving, die algemeen gesproken betrekking heeft op gerechtelijke vooronderzoeken, preventieve hechtenis en het gebruik van geweld door rechtshandhavingsinstanties, aangenomen is om de situatie in Oost-Oekraïne aan te pakken, de delicate veiligheidssituatie in het land niet uitsluit dat Oekraïne zijn internationale wettelijke verplichtingen nakomt; vraagt de Oekraïense autoriteiten daarom zich ertoe te verbinden de internationale mensenrechtenwetgeving en het internationaal humanitair recht na te leven en benadrukt dat dergelijke toezegging van cruciaal belang is om een samenleving op te bouwen die echt vrij en democratisch is;

22.    moedigt de Oekraïense regering aan het verbod op de dubbele nationaliteit en de zware straffen in geval van niet-naleving te herzien, gelet op het hoge aantal Oekraïense immigranten en vluchtelingen in de buurlanden;

23.    is bezorgd over de toestand van de Oekraïense economie, met een inflatiepercentage van ongeveer 19,8% en een devaluatie van de nationale munteenheid van 58,9% in de periode januari-oktober 2014, en de gevolgen hiervan voor de meest kwetsbare geledingen van de samenleving; benadrukt dat het nodig is structurele en economische hervormingen door te voeren, met eveneens aandacht voor sociale aspecten, en verzoekt de Oekraïense regering de sociale partners ten volle te betrekken bij het hervormingsproces;

24.    steunt het verbinden van financiële bijstand met vooruitgang in het kader van de hervormingsagenda, en meer bepaald op het vlak van corruptiebestrijding; steunt het bijeenroepen van een donorconferentie zodra de nieuwe Oekraïense regering een nationale hervormingsstrategie heeft gepresenteerd en er resultaten worden geboekt; besteedt bijzondere aandacht aan de tenuitvoerlegging van het op 14 oktober 2014 aangenomen omvattende pakket wetgeving ter bestrijding van corruptie en kijkt uit naar verdere stappen op het vlak van justitiële hervorming, met inbegrip van een strategie voor de hervorming van de strafrechtspleging, die moet worden voorbereid in nauwe samenwerking met de Commissie van Venetië;

25.    vraagt de goedkeuring van een bijgewerkte versie van de associatieagenda EU-Oekraïne die dienst kan doen als routekaart voor de tenuitvoerlegging van de associatieovereenkomst;

26.    moedigt de Oekraïense autoriteiten aan vorderingen te maken bij de uitvoering van alle benchmarks in het kader van de tweede fase van het actieplan voor visumliberalisering en de justitiële samenwerking met de EU te intensiveren met het oog op de onverwijlde invoering van visumvrij reizen naar het Schengengebied; dringt er in dit opzicht op aan dat het nodig is dat Oekraïne antidiscriminatiewetgeving aanneemt die volledig in lijn is met de Europese normen, onder meer met betrekking tot het expliciete verbod op discriminatie op grond van seksuele geaardheid;

27.    constateert met voldoening de recente ondertekening van de overeenkomst inzake de status van de missie (SOMA) tussen de EU en Oekraïne, waardoor de adviesmissie van de EU voor de hervorming van de civiele veiligheidssector in Oekraïne (EUAM Ukraine) kon worden opgestart op 1 december 2014, die de Oekraïense autoriteiten moet bijstaan bij de hervormingen op het vlak van politie en rechtsstaat;

28.    prijst de faciliteringsinspanningen van de Europese Commissie die hebben geleid tot de ondertekening op 30 oktober 2014 van een akkoord inzake uitstaande energieschuld tussen Oekraïne en Rusland en van een akkoord betreffende een tussentijdse oplossing die de voortzetting van de levering van gas tijdens de winter mogelijk maakt; betreurt echter dat Rusland energie blijft gebruiken als een instrument voor buitenlands beleid; wijst in dit verband op de onregelmatige levering van kolen van Rusland aan Oekraïne, vanaf 24 november 2014; benadrukt nogmaals dat het belangrijk is dat de EU-lidstaten met één stem spreken wanneer het gaat over energie; onderstreept dat het belangrijk is dat Oekraïne werk maakt van de hervorming van de energiesector en de modernisering van zijn gastransportsysteem;

29.    is ingenomen met de voorlopige toepassing van belangrijke delen van de associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne vanaf 1 november 2014 en met de uitbreiding van de autonome handelspreferenties van de EU voor Oekraïne tot eind 2015; dringt aan op de ratificatie van de associatieovereenkomst door alle EU-lidstaten, en dit zo spoedig mogelijk; herhaalt dat de associatieovereenkomst niet het einddoel van de samenwerking tussen de EU en Oekraïne vormt;

30.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de lidstaten van de EU, de president, de regering en het parlement van Oekraïne en de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie.

 

Juridische mededeling - Privacybeleid