Procedure : 2014/2965(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0029/2015

Ingediende teksten :

B8-0029/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 15/01/2015 - 11.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0011

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 142kWORD 71k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0008/2015
12.1.2015
PE547.452v01-00
 
B8-0029/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Oekraïne (2014/2965(RSP))


Cristian Dan Preda, Elmar Brok, Jacek Saryusz-Wolski, Andrej Plenković, Sandra Kalniete, Jerzy Buzek, David McAllister, Esther de Lange, Michael Gahler, Ivo Belet, Daniel Caspary, Lorenzo Cesa, Anna Maria Corazza Bildt, Andrzej Grzyb, Tunne Kelam, Alojz Peterle, Eduard Kukan, Gabrielius Landsbergis, György Schöpflin, Traian Ungureanu, Davor Ivo Stier, Monica Macovei, Dubravka Šuica, László Tőkés, Jarosław Wałęsa, Bogdan Andrzej Zdrojewski, Michał Boni, Michaela Šojdrová, Mariya Gabriel, Claude Rolin, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Joachim Zeller, Giovanni La Via, Barbara Matera, Pascal Arimont, Ivana Maletić, Andrea Bocskor namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Oekraïne (2014/2965(RSP))  
B8‑0029/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over het Europees Nabuurschapsbeleid, het Oostelijk Partnerschap en Oekraïne, en met name zijn resolutie van 18 september 2014 over de situatie in Oekraïne en de stand van zaken in de betrekkingen tussen de EU en Rusland(1),

–       gezien de voorlopige bevindingen van de OVSE/ODIHR over de vervroegde parlementsverkiezingen in Oekraïne op 26 oktober 2014,

–       gezien het verslag van de VN van 20 november 2014 over ernstige mensenrechtenschendingen in het oosten van Oekraïne en het rapport van Human Rights Wacht van november 2014 over misstanden op de Krim,

–       gezien de gezamenlijke verklaring van de NAVO-Oekraïne-Commissie van 2 december 2014,

–       gezien de verklaring van de voorzitter van de Europese Raad, Donald Tusk, na zijn telefoongesprek met de president van Oekraïne, Petro Porosjenko, van 3 december 2014,

–       gezien de uitkomst van de eerste vergadering van de Associatieraad tussen de EU en Oekraïne op 15 december 2014,

–       gezien de conclusies van de Raad over Oekraïne van 18 december 2014 en de restrictieve maatregelen die op 28 november 2014 in werking zijn getreden,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat de vervroegde parlementsverkiezingen van 26 oktober zijn beoordeeld als verkiezingen met talrijke kandidaten, die de kiezers een daadwerkelijke keuze boden, waarbij de fundamentele vrijheden zijn geëerbiedigd en met een efficiënte centrale kiescommissie;

B.     overwegende dat de nieuwe regering is gevormd door pro-Europese krachten waaronder het blok van Petro Porosjenko, Batkivsjtsjyna, het Volksfront van premier Jatsenjoek, de partij Samopomoc en de Radicale Partij, en beschikt over een grondwettelijke meerderheid om hervormingen door te voeren;

C.     overwegende dat de gevestigde pro-Europese meerderheid haar goedkeuring heeft gegeven aan het coalitieakkoord dat de fundamenten legt voor een rigoureus hervormingsproces dat erop is gericht verdere Europese integratie te bevorderen;

D.     overwegende dat Oekraïne hiermee een unieke kans wordt geboden om te moderniseren, zich te ontwikkelen en tot bloei te komen, om een werkelijke democratie en rechtsstaat tot stand te brengen, en om de door Porosjenko in zijn vredesplan voorgestelde grondwetswijzigingen vorm te geven;

E.     overwegende dat de tenuitvoerlegging van de akkoorden van Minsk van 5 en 19 september nog steeds gebrekkig is, dat de akkoorden unilateraal door Oekraïne ten uitvoer worden gelegd en regelmatig worden geschonden door rebellen die door Rusland worden gesteund;

F.     overwegende dat het overeengekomen staakt-het-vuren nog steeds wordt geschonden;

G.     overwegende dat de Russische Federatie onder humanitaire voorwendselen talrijke humanitaire konvooien heeft gezonden, zonder hiervoor toestemming te hebben gekregen van de Oekraïense regering en zonder dat deze vooraf waren geïnspecteerd door internationale humanitaire organisaties;

H.     overwegende dat volgens de NAVO militair materieel en Russische gevechtstroepen de grens zijn overgestoken en Oekraïne zijn binnengekomen, terwijl Russische bommenwerpers regelmatig het luchtruim van de EU-lidstaten schenden;

I.      overwegende dat er aanvullende restrictieve maatregelen zijn aangenomen tegen in het oosten van Oekraïne opererende separatisten, die onder meer betrekking hebben op 13 extra personen en 5 entiteiten die betrokken zijn bij acties gericht tegen de territoriale integriteit van Oekraïne, zoals de organisatie van een onwettig referendum in Donbas op 2 november 2014;

J.      overwegende dat volgens een VN-rapport in de door het conflict getroffen gebieden in Oost-Oekraïne 4 317 personen zijn omgekomen en 9 921 personen gewond zijn geraakt, van wie bijna 1 000 na het wapenstilstandakkoord dat op 5 september 2014 in Minsk werd gesloten;

K.     overwegende dat de onwettige annexatie van de Krim het eerste geval was van een met geweld afgedwongen wijziging van de grenzen en inlijving van een deel van een land door een ander land in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog;

L.     overwegende dat dit conflict de tragische herinneringen doet herleven aan lang vervlogen jaren toen democratie en vrijheid niet als vanzelfsprekend konden worden beschouwd;

M.    overwegende dat de Ukraine Freedom Support Act van de Verenigde Staten van 2014 op 18 december 2014 door president Barack Obama werd ondertekend en daarmee een officiële wet is geworden; overwegende dat een nauwere samenwerking tussen de EU en de VS inzake beleid met betrekking tot Oekraïne nuttig zou zijn;

N.     overwegende dat het Oekraïense parlement op 23 december 2014 heeft gestemd vóór opheffing van de niet-gebonden status van het land; overwegende dat nauwere betrekkingen tussen de EU en Oekraïne en Oekraïne en de NAVO moeten worden bevorderd;

1.      is ingenomen met de krachtige politieke toezegging van president Porosjenko, premier Jatsenjoek en parlementsvoorzitter Grojsman om samen te werken en het rigoureuze hervormingsproces te versterken;

2.      dringt er bij de EU-instellingen op aan een sterk en doeltreffend antwoord te bieden op de crisis, waarin vrijheid, democratie, soevereiniteit, territoriale integriteit en de rechtsstaat door Rusland worden veronachtzaamd; erkent dat een verzoenende reactie Rusland zou aanmoedigen zijn hybride oorlogstactieken uit breiden naar andere landen;

3.      spreekt zijn krachtige veroordeling uit over het agressieve en expansionistische beleid van Rusland, dat een bedreiging vormt voor de eenheid en onafhankelijkheid van Oekraïne en voor de EU zelf; veroordeelt tevens zijn militaire interventie op en bezetting van Oekraïens grondgebied, met inbegrip van de onwettige annexatie van de Krim, die een inbreuk vormen op het internationaal recht en Ruslands' eigen toezeggingen die voortvloeien uit het Handvest van de VN, de OVSE-Slotakte van Helsinki, het Memorandum van Boedapest van 5 december 1994 en de akkoorden van Minsk van 5 september 2014; onderstreept dat er geen argumenten zijn om in Europa militair geweld in te zetten wegens zogenaamde historische en veiligheidsredenen of om zogenoemde "in het buitenland levende volksgenoten" te beschermen; verlangt dat Rusland zijn verplichtingen nakomt en er alles aan doet om deze verdragen in volledig en goed vertrouwen ten uitvoer te leggen, om zo de weg te bereiden voor een werkelijk vredesproces;

4.      erkent dat de EU, door Oekraïne steun te bieden, ook haar eigen veiligheid op de lange termijn waarborgt; benadrukt dat de diplomatieke inspanningen van de EU gepaard moeten gaan met een plan om het conflict te de-escaleren, waarbij krachtig moet worden vastgehouden aan de Europese waarden; erkent dat de EU bereid moet zijn om steun te bieden aan aangrenzende lidstaten, die hetzelfde veiligheidsniveau verdienen als alle lidstaten;

5.      dringt er bij de EU op aan om, met name tijdens de komende vergadering van de Raad in maart 2015, haar restrictieve maatregelen te handhaven tegen Russische personen en separatisten en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor de destabilisering van de regio, zolang Rusland zijn uit het akkoord van Minsk voortvloeiende verplichtingen niet volledig eerbiedigt en ten uitvoer legt, met inbegrip van met name de volledige en onvoorwaardelijke terugtrekking uit Oekraïne van alle Russische troepen, illegale gewapende groeperingen, militair materieel, militanten en huurlingen, de permanente monitoring en verificatie van de Oekraïens-Russische grens door de bijzondere waarnemingsmissie van de OVSE in Oekraïne, en de uitwisseling van alle gevangenen, onder wie Nadia Savtsjenko, en zolang Rusland zijn handelswijze ten aanzien van Oekraïne niet verandert; verzoekt de Europese Raad om, in het geval van eventuele verdere acties van Rusland die een destabiliserende werking op Oekraïne hebben, nadere restrictieve maatregelen te nemen en het toepassingsgebied ervan te verbreden, door ook de nucleaire sector erin op te nemen en door de mogelijkheden van Russische entiteiten om internationale financiële transacties uit te voeren, te beperken;

6.      benadrukt dat de politieke en diplomatieke kanalen richting Rusland open moeten blijven teneinde diplomatieke oplossingen voor het conflict mogelijk te maken, en ondersteunt derhalve formats als het "Genève-format" en het "Normandië-format", indien tastbare resultaten kunnen worden behaald;

7.      benadrukt dat het Europees Parlement een verkiezingsobservatiemissie heeft georganiseerd voor de vervroegde parlementsverkiezingen in Oekraïne op 26 oktober 2014, die samen met andere internationale organisaties heeft geconcludeerd dat de verkiezingen, ondanks de veeleisende omstandigheden, hebben plaatsgevonden in overeenstemming met de internationaal erkende normen; is ingenomen met de uitkomst van de vervroegde parlementsverkiezingen van 26 oktober 2014 en met de goedkeuring van de ambitieuze hervormingsagenda door de hervormingsgezinde en pro-Europese regering; wijst erop dat de legitimiteit van de Oekraïense autoriteiten om snel en vastberaden hervormingen door te voeren teneinde hun land te moderniseren en te ontwikkelen, dit jaar tweemaal werd bevestigd, bij de presidents- en bij de parlementsverkiezingen;

8.      benadrukt dat de tenuitvoerlegging van de associatieovereenkomst en de diepe en brede vrijhandelsovereenkomst (AA/DCFTA) de routekaart moet vormen voor snelle, noodzakelijke hervormingen die dringend moeten worden doorgevoerd ondanks de moeilijke oorlogssituatie in delen van Loehansk en de provincie Donetsk; wijst er nogmaals op dat de tenuitvoerlegging van de AA/DCFTA Rusland potentiële voordelen biedt, zoals meer handels- en economische activiteiten en een stabielere regio; onderstreept dat Rusland geen reden heeft om kritiek te uiten op de overeenkomst tussen de EU en Oekraïne of deze met ongerechtvaardigde handelsbeperkingen en militaire agressie te beantwoorden; wijst op het belang van ingrijpende en alomvattende economische, sociale en politieke hervormingen op basis van de sociale markteconomie, met inbegrip van een onafhankelijke rechterlijke macht, de rechtsstaat, meer transparantie en de strijd tegen endemische corruptie; spreekt nogmaals de bereidheid uit om steun te bieden bij te de tenuitvoerlegging van deze noodzakelijke hervormingen;

9.      staat paraat om de betrokkenheid van het Europees Parlement bij de werkzaamheden van de Verchovna Rada (het Oekraïense parlement) met betrekking tot Europese aangelegenheden te vergroten; onderstreept dat de activiteiten van de toekomstige parlementaire associatiecommissie gericht moeten zijn op versterking van de democratie en de zichtbaarheid van de EU in Oekraïne, en zouden kunnen voorzien in een kader voor bilaterale bijstand door de parlementen van de lidstaten;

10.    dringt aan op snellere en substantiëlere technische bijstand door de steungroep voor Oekraïne van de Commissie, onder meer door de inzet van adviseurs van EU-instellingen en lidstaten; benadrukt dat dergelijke bijstand van cruciaal belang is, aangezien hervormingen alleen op effectieve wijze ten uitvoer kunnen worden gelegd indien de bestuurlijke capaciteit wordt versterkt; dringt er bij de Oekraïense autoriteiten op aan een ministerie of een bureau voor EU-integratie en hulpcoördinatie op te zetten, evenals een interministerieel coördinatiecomité op hoog niveau, dat de bevoegdheid zou moeten krijgen om de aanpassing aan de EU en de hervormingen effectief te monitoren en te controleren, alsook om de tenuitvoerlegging hiervan voor te bereiden en te coördineren;

11.    dringt er bij het Oekraïense leiderschap op aan de systematische corruptie uit te roeien door een politiek onafhankelijk corruptiebestrijdingsbureau op te zetten, uitgerust met toereikende bevoegdheden en middelen die het in staat stellen om een aanzienlijke bijdrage te leveren aan de opbouw van goed functionerende overheidsinstellingen;

12.    herinnert eraan dat de Raad van de Europese Unie op 16 juli het wapenembargo tegen Oekraïne heeft opgeheven en dat er nu bijgevolg voor lidstaten geen bezwaren of juridische beperkingen kleven aan de levering van defensieve wapens aan Oekraïne, hetgeen zou kunnen worden gebaseerd op een soort "leen-en-pacht"-regeling; is van mening dat de versterking van de Oekraïense defensiecapaciteiten, waarom is gevraagd door de Oekraïense autoriteiten, absolute prioriteit verdient en dat de EU manieren moet onderzoeken om de Oekraïense regering te ondersteunen bij de versterking van haar defensiecapaciteiten en de bescherming van de buitengrenzen, op basis van de ervaringen die zijn opgedaan met de transformatie van de strijdkrachten van de EU-lidstaten die vroeger deel uitmaakten van het Warschaupact, met name binnen het kader van reeds voorziene trainingsmissies voor strijdkrachten in andere delen van de wereld;

13.    verzoekt de Europese Commissie en commissaris Hahn om binnen twee maanden een communicatiestrategie voor te bereiden en aan het Europees Parlement te presenteren, teneinde de Russische propagandacampagne gericht op de EU, haar oostelijke buurlanden en Rusland zelf, te pareren, alsook instrumenten te ontwikkelen die de EU en haar lidstaten in staat zouden stellen de propagandacampagne op Europees en nationaal niveau aan te pakken;

14.    benadrukt dat het noodzakelijk is het maatschappelijk middenveld in Oekraïne te versterken, daar dit als een effectieve waakhond en klokkenluider kan fungeren en de autoriteiten kan helpen hun hervormingsbeloften in te lossen;

15.    dringt er bij de Commissie op aan een Europees Marshallplan voor Oekraïne te ontwikkelen ter ondersteuning van de nieuw gevormde pro-Europese regering en haar hervormingsagenda; beveelt aan in dit plan de prioriteiten, haalbare criteria en het tijdschema van de tenuitvoerlegging op te nemen, zodat de financiële steun kan worden gekoppeld aan concrete hervormingssectoren; is verheugd over het steunpakket voor Oekraïne van 11 miljard euro dat in de komende paar jaar wordt uitbetaald, met inbegrip van de macrofinanciële bijstand en de leningen van het IMF, de Wereldbank en de in de EU gevestigde internationale financiële instellingen; is ingenomen met het voorstel van de Commissie om nog eens 1,8 miljard euro in leningen op middellange termijn aan Oekraïne te verstrekken en dringt aan op een herprofilering van de Oekraïense schuld; dringt aan op de actieve betrokkenheid en bijdrage van deskundigen uit zowel Oekraïne als de EU, middels de verstrekking van onafhankelijke expertise en toezicht op het tenuitvoerleggingsproces van de hervormingen;

16.    is verheugd over de lancering van de adviesmissie van de Europese Unie voor de hervorming van de civiele veiligheidssector in Oekraïne, die ten doel heeft efficiënte, betrouwbare civiele veiligheidsinstituties tot stand te brengen, inclusief politiële en civiele veiligheidsdiensten, openbare aanklagers en rechtbanken;

17.    dringt aan op grotere eenheid en samenwerking tussen de lidstaten en de oostelijke partners; verzoekt de EU haar veiligheidsstrategie te actualiseren en de coördinatie met de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) te versterken, teneinde een effectief antwoord op de nieuwe veiligheidsuitdagingen te bieden; is ingenomen met het feit dat de bondgenoten tijdens de laatste NAVO-top opnieuw hun steun hebben uitgesproken voor de Oekraïense soevereiniteit, onafhankelijkheid en territoriale integriteit; erkent dat Oekraïne zich geconfronteerd ziet met een onverklaarde hybride oorlog, die een mengeling is van elementen van cyberoorlog, de inzet van reguliere en illegale strijdkrachten, propaganda, economische druk, chantage op energiegebied, diplomatie en politieke destabilisatie;

18.    verzoekt de Oekraïense regering en de internationale gemeenschap om samen te werken met het oog op de organisatie van een donorconferentie en een investeerdersconferentie, die het mogelijk zouden maken extra financiële steun evenals expertise en beste praktijken naar diverse sectoren te leiden;

19.    benadrukt het belang van energievoorzieningszekerheid in Oekraïne; is ingenomen met het onder leiding van de voormalige EU-commissaris voor energie Günther Oettinger bereikte akkoord tussen de EU, Rusland en Oekraïne over het "winterpakket" dat de levering van gas vanuit Rusland tot maart 2015 moet waarborgen; veroordeelt de verklaring van de Russische minister voor energie, Alexander Novak, waarin hij stelde dat het trilaterale akkoord niet van bindende aard is, en dringt er bij de Russische Federatie op aan verder samen te werken in een geest van goed vertrouwen; dringt er bij de Oekraïense autoriteiten op aan de energie-efficiëntie van Oekraïne te vergroten teneinde de hulpbronnen van het land optimaal te benutten; dringt er bij de EU op aan een werkelijk gemeenschappelijk extern energiebeleid na te streven evenals de oprichting van een Europese energie-unie; spoort aan tot de volledige handhaving van de interne gemeenschappelijke energiemarkt, met inbegrip van het derde energiepakket en de afhandeling, zonder aanziens des persoons, van de lopende rechtszaak tegen Gazprom;

20.    onderstreept dat prioriteit moet worden gegeven aan pijpleidingprojecten om de energievoorziening naar de EU te diversifiëren, en steunt derhalve de stopzetting van het South Stream-project; verzoekt de Europese Energiegemeenschap een agenda op te stellen voor de samenwerking met Oekraïne, alsook met de zuidelijke Kaukasus, Centraal-Azië, het Midden-Oosten en mediterrane landen, teneinde, onafhankelijk van de Russische geopolitiek, infrastructuur en onderlinge connectiviteit te ontwikkelen tussen de EU en haar Europese buurlanden; erkent dat stabiele gasleveranties aan Oekraïne eveneens van cruciaal belang zijn om de energievoorzieningszekerheid van de lidstaten te waarborgen;

21.    spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de mensenrechtenschendingen in het oosten van Oekraïne en op de, illegaal geannexeerde, Krim, waar de Tataren en andere, met name religieuze, minderheden, het doelwit van gerichte mensenrechtenschendingen vormen als gevolg van de volledige ontwrichting van de rechtsorde; dringt in dit verband aan op de samenstelling en uitzending van een onafhankelijke observatiemissie, overeenkomstig het verzoek van de officiële vertegenwoordigers van de Krim-Tataren; wijst op het belang van verantwoordingsplicht en het einde van straffeloosheid als kernelementen voor de bevordering van vrede, verzoening en herstel op de lange termijn; verzoekt de EU om projecten op de Krim ter bevordering van het maatschappelijk middenveld en democratie in Oekraïne voort te zetten;

22.    benadrukt dat de EU, samen met de Oekraïense autoriteiten, aandacht moet blijven besteden aan de humanitaire crisis in Oekraïne en de catastrofale humanitaire situatie, in het bijzonder de toestand van intern ontheemden, moet aanpakken; dringt er bij de Europese Commissie en commissaris Stylianidis op aan een robuuste, onmiddellijke en reeds lang noodzakelijke humanitaire actie voor te bereiden, zonder betrokkenheid van intermediaire organisaties, in de vorm van een humanitaire "Blue Convoy"-actie, waarvan duidelijk is dat zij afkomstig is van de EU; verzoekt de Europese Commissie een plan voor een dergelijke actie binnen de komende twee maanden aan het Europees Parlement voor te leggen; benadrukt dat Oekraïne extra financiële bijstand van de EU nodig heeft om de deerlijke humanitaire crisis het hoofd te kunnen bieden;

23.    dringt er bij de EU op dat zij van alle betrokken partijen blijft verlangen dat zij permanente, veilige en onbelemmerde toegang tot de plek waar de MH17 is neergestort waarborgen, en toegang verlenen tot alle andere relevante bronnen die kunnen bijdragen aan het onderzoek; wijst op de morele en juridische plicht om de gebeurtenissen volledig te onderzoeken en de verantwoordelijken voor de rechter te brengen;

24.    benadrukt dat de werkzaamheden van de bijzondere waarnemingsmissie van de OVSE van cruciaal belang zijn om de spanningen te doen afnemen en om vrede, stabiliteit en veiligheid te helpen bevorderen; onderstreept niettemin dat de inspanningen ter plaatse moeten worden opgeschroefd om te zorgen voor doeltreffende controle en verificatie van de Oekraïens-Russische grens, waarbij de objectiviteit van het optreden moet worden gehandhaafd; is van mening dat de EU, indien zij hiertoe een verzoek van de Oekraïense autoriteiten ontvangt, een EU-waarnemingsmissie moet inzetten om bij te dragen aan de effectieve controle op en monitoring van de Oekraïens-Russische grens; pleit voor nauwere samenwerking met andere landen van het Oostelijk Partnerschap binnen het kader van het GVDB;

25.    dringt er bij de Hoge Vertegenwoordiger Mogherini en commissaris Hahn op aan om, binnen het kader van hun bevoegdheden, stappen te zetten om een politieke oplossing voor de crisis in Oekraïne te faciliteren die door alle betrokken partijen wordt geëerbiedigd; benadrukt dat bij een dergelijke oplossing het scenario van een bevroren conflict in Oost-Oekraïne en op de Krim moet worden vermeden;

26.    dringt er bij het Comité van de Regio's en het Economisch en Sociaal Comité op aan een goede samenwerking tot stand te brengen met de overeenkomstige organen in Oekraïne, aangezien sterk zelfbestuur in Oekraïne en efficiënte overheidsactoren de nationale eenheid zouden versterken en een stabiele lokale democratie zouden bevorderen;

27.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de president, de regering en het parlement van Oekraïne, de Raad van Europa en de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0025.

Juridische mededeling - Privacybeleid