Procedure : 2015/2530(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0132/2015

Ingediende teksten :

B8-0132/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 11/02/2015 - 9.18
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0032

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 138kWORD 69k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0122/2015
4.2.2015
PE547.537v01-00
 
B8-0132/2015

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over terrorismebestrijdingsmaatregelen (2015/2530(RSP))


Monika Hohlmeier, Roberta Metsola, Elissavet Vozemberg, Elmar Brok, Traian Ungureanu, Heinz K. Becker, Barbara Matera, Daniel Buda, David McAllister, Daniel Caspary, Davor Ivo Stier, Andrey Kovatchev, Fernando Ruas, Monica Macovei, Dubravka Šuica, Andrej Plenković, Cristian Dan Preda, Eduard Kukan, Michael Gahler, Tunne Kelam, Gunnar Hökmark, Emil Radev, Arnaud Danjean namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over terrorismebestrijdingsmaatregelen (2015/2530(RSP))  
B8‑0132/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien de artikelen 2, 3, 6, 7 en 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en de artikelen 4, 16, 20, 67, 68, 70, 71, 72, 75, 82, 83, 84, 85, 86, 87 en 88 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–       gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, in het bijzonder de artikelen 6 t/m 8, artikel 10, lid 1, en de artikelen 11, 12, 21, 47 t/m 50, 52 en 53,

–       gezien de mededeling van de Commissie van 20 juni 2014 over het laatste verslag over de tenuitvoerlegging van de EU-interneveiligheidsstrategie 2010-2014 (COM(2014)0365),

–       gezien het verslag van Europol voor 2014 over de stand van zaken en de tendensen in verband met het terrorisme in de EU (TE-SAT),

–       gezien de resolutie van de VN-Veiligheidsraad van 24 september 2014 over terroristische daden die een bedreiging vormen voor de internationale vrede en veiligheid (Resolutie 2178(2014)),

–       gezien de interneveiligheidsstrategie van de EU, zoals goedgekeurd door de Raad op 25 februari 2010,

–       gezien het plenaire debat van 28 januari 2015 over terrorismebestrijdingsmaatregelen,

–       gezien de informele bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ) van 29 en 30 januari 2015 in Riga,

–       gezien zijn resolutie van 17 december 2014 over verlenging van de interneveiligheidsstrategie voor de EU(1),

–       gezien de verklaring van de informele JBZ-Raad van 11 januari 2015,

–       gezien de conclusies van de JBZ-Raad van 9 oktober en 5 december 2014,

–       gezien het verslag van de EU-coördinator voor terrorismebestrijding aan de Europese Raad van 24 november 2014 (15799/14),

–       gezien het werkprogramma van de Commissie voor 2015 van 16 december 2014 (COM(2014)0910),

–       gezien de mededeling van de Commissie van 15 januari 2014 getiteld "Radicalisering tot terrorisme en gewelddadig extremisme voorkomen: naar een krachtiger beleidsantwoord van de EU" (COM (2013)0941),

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat het Verdrag van Lissabon de basis heeft gelegd voor de ontwikkeling van een EU-veiligheidsbeleid dat gedeeld wordt door de EU en haar lidstaten, en gebaseerd is op de rechtsstaat en op eerbiediging van de grondrechten;

B.     overwegende dat de EU en haar lidstaten in de eerste plaats een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben om de veiligheid en vrijheid van de Europese burgers te waarborgen en om passende maatregelen te nemen om levensbedreigende handelingen te voorkomen; overwegende dat vrijheid en veiligheid doelstellingen zijn die tegelijkertijd moeten worden nagestreefd en dat, om vrijheid en veiligheid te bereiken, terrorismebestrijdingsmaatregelen gebaseerd moeten zijn op de beginselen van noodzakelijkheid, evenredigheid en eerbiediging van de grondrechten, en in overeenstemming moeten zijn met de rechtsstaatbeginselen en internationale verplichtingen;

C.     overwegende dat terrorisme een wereldwijde bedreiging is die op lokaal, nationaal, Europees en mondiaal niveau moet worden aangepakt om de veiligheid van onze burgers te versterken, de fundamentele waarden van vrijheid, democratie en mensenrechten te verdedigen en het internationaal recht te handhaven;

D.     overwegende dat vrij verkeer binnen het Schengengebied een van de belangrijkste verworvenheden is van het Europees project; overwegende dat onze buitengrenzen in feite één gemeenschappelijke buitengrens vormen;

E.     overwegende dat de veiligheidssituatie in Europa de afgelopen jaren drastisch is veranderd vanwege nieuwe conflicten en omwentelingen in de onmiddellijke nabijheid van de EU, de snelle ontwikkeling van nieuwe technologieën en de zorgwekkende opkomst van radicalisering, die tot barbaars geweld en terrorisme leidt;

F.     overwegende dat er sprake is van een paradigmatische verschuiving in de aard en de handelswijzen van het terrorisme, van geïnternationaliseerde, aaneengesloten, gecentraliseerde organisaties tot meer versnipperde, alomtegenwoordige en gedecentraliseerde autonome netwerken, waardoor een multilaterale en ambitieuze aanpak noodzakelijk wordt;

G.     overwegende dat de EU, en bepaalde lidstaten in het bijzonder, te kampen hebben met een ernstige en groeiende dreiging van 'buitenlandse strijders', namelijk personen die naar een andere staat dan hun lidstaat van verblijf of nationaliteit trekken met het oog op het plegen, plannen of voorbereiden van terroristische daden, of het verstrekken of ontvangen van terroristische opleiding, onder meer in verband met gewapende conflicten;

H.     overwegende dat de kwestie van 'buitenlandse strijders' geen nieuw fenomeen is, maar zich wel op een dramatisch tempo ontwikkelt, waarbij 15 000 mannen en vrouwen uit meer dan tachtig landen wereldwijd, onder wie tussen de 3 500 en 5 000 EU-burgers, in het licht van het uitbreken van de oorlog en het geweld in Syrië, Irak en Libië hun woonplaats hebben verlaten om buitenlands strijder te worden, wat een enorme uitdaging vormt voor de veiligheid van EU-burgers;

I.      overwegende dat de recente aanvallen in Parijs afschuwelijk waren en nogmaals duidelijk hebben gemaakt dat extremisme en radicalisering een bedreiging vormen voor vrije en open samenlevingen; overwegende dat die aanvallen werden gevolgd door verenigde demonstraties van EU-burgers die een vuist maakten voor de fundamentele waarden van de Europese Unie en voor het behoud van de EU als een veilige samenleving;

J.      overwegende dat de bij de recente terroristische aanvallen gevolgde werkwijze en het verfijnde en militaire karakter van de gebruikte vuurwapens en apparatuur grote vragen hebben opgeroepen over de financiering van de activiteiten van buitenlandse strijders, hun reizen en de illegale wapenhandel;

K.     overwegende dat terrorisme een mondiale bedreiging vormt die meerdere landen treft, met als recent voorbeeld de barbaarse terroristische aanval op het Corinthia Hotel in Tripoli, Libië, dat in Maltese handen is en waar de ondersteuningsmissie van de Verenigde Naties in Libië vergaderde, waarbij ten minste negen mensen om het leven kwamen;

1.      veroordeelt de recente terroristische aanvallen in Parijs krachtig en ten stelligste, en spreekt zijn oprechte medeleven en solidariteit uit met de families van de slachtoffers van de afschuwelijke terroristische aanvallen; herinnert aan de fundamentele verantwoordelijkheid van de EU om alle slachtoffers van terrorisme in de Unie te beschermen en ondersteunen, en vraagt daarom om gerechtigheid en om erkenning en genoegdoening van deze slachtoffers;

2.      benadrukt dat de bedreiging die uitgaat van buitenlandse strijders en terrorisme in het algemeen een pact voor terrorismebestrijding vergt dat gebaseerd is op een gelaagde totaalaanpak met aandacht voor onderliggende factoren zoals radicalisering, het ontwikkelen van sociale cohesie en integratie, en dat gericht is op het vergemakkelijken van reïntegratie door politieke en religieuze verdraagzaamheid te bevorderen, het analyseren en neutraliseren van de factoren die aanzetten tot het plegen van terreurdaden, het voorkomen van het afreizen om zich aan te sluiten bij terroristische organisaties, het voorkomen en indammen van het ronselen voor en deelnemen aan conflicten, het doorbreken van de financiële steun aan terroristische organisaties en aan personen die zich daarbij willen aansluiten, het in voorkomend geval overgaan tot vastberaden rechtsvervolging en het aanreiken van de passende instrumenten aan rechtshandhavingsinstanties om hun taak te vervullen met volledige eerbiediging van de fundamentele rechten;

3.      stelt met verontrusting vast dat terroristische organisaties steeds meer gebruikmaken van internet en communicatietechnologie om hun hatelijke retoriek te verspreiden, om van de maatschappij vervreemde mensen verder te radicaliseren, om meer strijders te werven voor terroristische organisaties zoals ISIL (Islamitische Staat in Irak en de Levant), Al Qaeda en de verschillende takken daarvan, zoals Jabhat al-Nusrah in Syrië, en om terroristische daden te plegen; doet een beroep op internet- en socialemediabedrijven om nauwer samen te werken met rechtshandhavingsinstanties om de toegang tot online terroristisch materiaal te beperken, en om online terroristische propaganda op te sporen en te verwijderen; verzoekt de Commissie en de lidstaten de bewustzijnscampagnes tegen radicalisering op internet met spoed te intensiveren en bevorderen door middel van een krachtigere, proactievere en creatievere aanpak die gericht is op de ontwikkeling van gerichte, positieve tegengeluiden, en door antihaatcampagnes op te zetten;

4.      dringt er bij de lidstaten op aan dat zij hun onmiddellijke reactie op de groeiende dreiging van 'buitenlandse strijders' doeltreffend coördineren door voor gemeenschappelijke maatregelen te kiezen, zoals de intrekking van EU-paspoorten in geval van dubbele nationaliteit, de tijdelijke inbeslagname van paspoorten, de signalering van de identiteitskaarten van jihadisten, de herinvoering van machtigingen tot reizen voor jongeren, de aanscherping van gerechtelijke vervolgingen (voor de werving voor terroristische organisaties en opleidingen in terroristenkampen), de opstelling van een zwarte lijst van Europese jihadisten en jihadistische terroristische verdachten;

5.      wijst op de dringende noodzaak om meer werk te maken van het voorkomen van radicalisering en om deradicaliseringsprogramma's te bevorderen door het mondig maken en actief betrekken van gemeenschappen en maatschappelijke organisaties op nationaal en lokaal vlak, om de verspreiding van extremistische ideologieën een halt toe te roepen; verzoekt de Commissie om het EU-netwerk voor voorlichting over radicalisering (RAN) te versterken, aangezien dit netwerk alle spelers die betrokken zijn bij de ontwikkeling van antiradicaliseringscampagnes en bij de opzet van deradicaliseringsstructuren en procedures voor terugkerende buitenlandse strijders samenbrengt, en om extremistische ideologieën rechtstreeks uit te dagen door positieve alternatieven te bieden;

6.      wijst met ernstige bezorgdheid op het verschijnsel van radicalisering in de gevangenissen; verzoekt de lidstaten te overwegen radicale islamistische gevangenen in algemene isolatie te plaatsen, de administratiesystemen van gevangenissen zodanig te verbeteren dat gevangenen die betrokken zijn bij de voorbereiding van terroristische daden gemakkelijk kunnen worden opgespoord, radicaliseringsprocessen te volgen en voorkomen, en specifieke deradicaliseringsprogramma's op te zetten; spoort de lidstaten aan optimale werkwijzen op dit gebied uit te wisselen, rechtstreeks of via de desbetreffende EU-agentschappen;

7.      geeft uiting aan zijn diepe verontrusting over het feit dat een van de aanvallen in Parijs opzettelijk tegen Europese Joden was gericht en dus het verschrikkelijke resultaat vormde van een nieuwe vorm van antisemitisme, die een bedreiging vormt voor de religieuze en etnische diversiteit in de Europese Unie; vraagt de Commissie daarom zich te buigen over een eventueel noodzakelijke herziening van Kaderbesluit 2008/913/JBZ van de Raad om haatpredikers en de verspreiding van ernstige vormen van haatzaaiende taal doeltreffender aan te pakken;

8.      uit zijn zorgen over de verspreiding van haat en extremistische propaganda in gebedshuizen in verschillende lidstaten die voor radicaliseringsdoeleinden worden misbruikt, en wijst op de dramatische effecten hiervan op de opkomst van het fundamentalisme in onze samenleving; verzoekt de lidstaten gepaste maatregelen te nemen om dit verschijnsel nauw en met vastberadenheid te volgen, en om de kwestie van de aanwerving en financiering van imams uit derde landen aan te pakken;

9.      onderstreept dat de dialoog met de moslimgemeenschap moet worden geïntensiveerd met het oog op het bundelen van onze inspanningen om het hoofd te bieden aan fundamentalisme en terroristische propaganda;

10.    verzoekt alle lidstaten het verkeer van terroristische personen te voorkomen door versterkte controles aan de buitengrenzen, een meer systematische en efficiënte controle van reisdocumenten, de aanpak van illegale wapenhandel en frauduleus gebruik van identiteitsdocumenten en het identificeren van risicogebieden;

11.    benadrukt zijn zorgen over de berichten over mensenhandelaars die het verkeer van fundamentalisten en terroristische cellen naar Europa vergemakkelijken; vraagt de EU de bestrijding van mensensmokkelnetwerken tot prioriteit te maken en verder onderzoek te doen naar deze netwerken, die een van de meest lucratieve inkomstenbronnen van terroristische organisaties vormen; beklemtoont voorts dat terroristische organisaties hun inkomsten hebben gediversifieerd door de verkoop en handel in vrouwen en kinderen te gebruiken ter financiering van hun operaties; veroordeelt deze praktijken ten stelligste en verzoekt de internationale gemeenschap met klem deze activiteiten serieus aan te pakken;

12.    herhaalt dat het zeer hecht aan vrij verkeer binnen de EU, en dat voorstellen om het Schengensysteem op te schorten daarom bij voorbaat zijn uitgesloten; spoort de lidstaten in plaats daarvan aan om de bestaande regels – op grond waarvan de tijdelijke invoering van documentcontroles reeds mogelijk is – aan te scherpen, en om beter gebruik te maken van het SIS-II-systeem; onderstreept hoe belangrijk het nieuwe Schengenevaluatiesysteem is, en verzoekt de Commissie volledig gebruik te maken van haar bevoegdheden om een correcte tenuitvoerlegging van het Schengenacquis te waarborgen;

13.    verzoekt de Commissie een geharmoniseerde definitie van 'buitenlandse strijders' voor te stellen en spoort de lidstaten aan om het afreizen naar een conflictgebied met het doel zich bij een terroristische organisatie aan te sluiten in hun nationaal recht als een ernstig misdrijf aan te merken, op grond van de in de resolutie van de VN-Veiligheidsraad voorgestelde definitie, zodat de gerechtelijke autoriteiten plegers van dit misdrijf waar wenselijk kunnen vervolgen en veroordelen;

14.    verzoekt zijn commissie die bevoegd is voor burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken de in 2011 door de Commissie voorgestelde EU-richtlijn inzake persoonsgegevens van passagiers (PNR-richtlijn) spoedig te behandelen en aan te nemen, en vraagt de Commissie en de Raad dringend met nuttige voorstellen te komen zodat snel overeenstemming kan worden bereikt over een Europese PNR-richtlijn, aangezien deze de rechten van EU-burgers optimaal zou waarborgen en tegelijkertijd een efficiënt en doeltreffend instrument zou vormen in de strijd tegen ernstige misdaad en terrorisme; verzoekt deze commissie voorts dit onderwerp spoedig in de plenaire vergadering aan te kaarten;

15.    verzoekt de Commissie zo spoedig mogelijk een nieuwe richtlijn gegevensbewaring in te dienen, en daarbij naar behoren rekening te houden met de recente uitspraak van het Hof van Justitie over deze richtlijn, waarin het eist dat de beginselen van evenredigheid, noodzakelijkheid en wettigheid worden nageleefd om rechtshandhavingsautoriteiten een geschikt juridisch kader te bieden voor het onderzoeken, voorkomen en opsporen van ernstige misdaad en terrorismenetwerken;

16.    vraagt de lidstaten beter gebruik te maken van de unieke capaciteiten van Europol door ervoor te zorgen dat hun nationale eenheden Europol systematischer en geroutineerder van relevante informatie voorzien; wenst dat Europol de specifieke taak krijgt om onwettig extremistisch of terroristisch materiaal online te identificeren en dit rechtstreeks door te verwijzen naar internetbedrijven en sociale media zodat zij het kunnen verwijderen; is voorts voorstander van de oprichting van een Europees antiterrorismeplatform binnen Europol om zijn operationele, technische en gegevensuitwisselingscapaciteiten te optimaliseren;

17.    herhaalt dat het vastbesloten blijft de maatregelen voor het identificeren, opsporen en doorbreken van terrorismefinanciering te versterken; verzoekt de Commissie daarom nader te overwegen een wetgevingsvoorstel in te dienen voor de opzet van een Europees systeem voor het traceren van terrorismefinanciering (TFTS);

18.    vraagt de Commissie de bestaande EU-regelgeving met betrekking tot het verkeer van illegale vuurwapens, explosieven en wapenhandel in verband met georganiseerde misdaad dringend te evalueren en de juridische leemte op te vullen;

19.    benadrukt dat de doeltreffendheid en coördinatie van de strafrechtelijke respons via Eurojust moeten worden verbeterd, dat de strafbaarstelling van misdaden die verband houden met buitenlandse strijders in de hele EU moet worden geharmoniseerd om een juridisch kader te bieden en om grensoverschrijdende samenwerking te vergemakkelijken, dat mazen in de strafrechtelijke vervolging moeten worden voorkomen en dat het hoofd moet worden geboden aan de praktische en juridische uitdagingen voor de verzameling en ontvankelijkheid van bewijsmateriaal in terrorismezaken, door Kaderbesluit 2008/919/JBZ te herzien;

20.    onderstreept de noodzaak van een verbeterde, intensievere en snellere wereldwijde uitwisseling van informatie inzake rechtshandhaving; ziet af van zijn verzoek om de PNR-overeenkomst tussen de EU en Canada aan het Europees Hof van Justitie voor te leggen voor advies, gezien de nieuwe omstandigheden en de onmiddellijke terroristische dreiging, en legt zich toe op de goedkeuring van deze overeenkomst met het oog op een grotere rechtszekerheid voor luchtvaartmaatschappijen en burgers in de EU; wijst nogmaals op de voordelen van het inzetten van alle passende instrumenten voor meer uitwisseling van inlichtingen en een betere samenwerking tussen instanties met onze nauwste bondgenoten, zoals de VS, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland;

21.    is van oordeel dat de EU zich moet bezinnen over de zwakke plekken die kenmerkend waren voor de eerdere samenwerking op het gebied van terrorismebestrijding met de landen van herkomst, doorreis en bestemming van buitenlandse strijders en de middelen om hen te ondersteunen, zoals de Westelijke Balkan, Turkije, de Golf- en de Maghreblanden, teneinde de inspanningen in de strijd tegen terrorisme te bundelen door vaker informatie en ervaringen uit te wisselen, de illegale handel in vuurwapens aan te pakken, de financiering van terrorisme te achterhalen en een nieuw tegengeluid te laten horen om extremisme en fundamentalisme te verhinderen;

22.    wenst dat de EU actief ijvert voor een wereldwijd partnerschap tegen terrorisme en nauw samenwerkt met regionale spelers zoals de Afrikaanse Unie, de Samenwerkingsraad van de Golf en de Arabische Liga, en in het bijzonder met de buurlanden van Syrië en Irak, alsook met de VN en met name het VN-Comité terrorismebestrijding;

23.    beklemtoont dat bij een alomvattende EU-strategie voor terrorismebestrijdingsmaatregelen ook volledig gebruik moet worden gemaakt van het buitenlands en het ontwikkelingsbeleid van de EU om armoede, discriminatie en marginalisatie tegen te gaan, corruptie te bestrijden, een goed bestuur te bevorderen en conflicten te voorkomen en op te lossen, aangezien al deze factoren bijdragen aan de marginalisatie van bepaalde groepen en sectoren van de samenleving, en deze dus kwetsbaarder maken ten aanzien van de propaganda van extremistische groepen;

24.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de parlementen van de lidstaten.

 

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0102.

Juridische mededeling - Privacybeleid