Procedure : 2015/2564(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0218/2015

Ingediende teksten :

B8-0218/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 11/03/2015 - 9.18
CRE 11/03/2015 - 9.18
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0070

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 127kWORD 60k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0217/2015
4.3.2015
PE550.018v01-00
 
B8-0218/2015

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de bestrijding van seksueel misbruik van kinderen op internet (2015/2564(RSP))


Birgit Sippel, Miriam Dalli, Silvia Costa, Viorica Dăncilă namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de bestrijding van seksueel misbruik van kinderen op internet (2015/2564(RSP))  
B8‑0218/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind van 20 november 1989, en de protocollen daarbij,

–       gezien artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–       gezien artikel 24 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–       gezien het Verdrag inzake cybercriminaliteit van de Raad van Europa van 23 november 2001,

–       gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik van 25 oktober 2007,

–       gezien de EU-richtsnoeren ter bevordering en bescherming van de rechten van het kind,

–       gezien Richtlijn 2011/93/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie, en ter vervanging van Kaderbesluit 2004/68/JBZ van de Raad,

–       gezien Algemeen Commentaar nr. 14 (2013) van het VN-Comité voor de rechten van het kind, dat inhoudt dat het kind er recht op heeft dat zijn belang de eerste overweging vormt,

–       gezien de in februari 2011 aangenomen EU-agenda voor de rechten van het kind,

–       gezien de mededeling van de Commissie "Een bijzondere plaats voor kinderen in het externe optreden van de EU" (COM(2008)0055),

–       gezien de strategie van de EU inzake de uitroeiing van mensenhandel (2012-2016), in het bijzonder de bepalingen over de financiering van de uitwerking van richtsnoeren voor kinderbeschermingssystemen en over de uitwisseling van beste praktijken,

–       gezien het debat in de plenaire vergadering van 12 februari 2015 over de bestrijding van seksueel misbruik van kinderen op internet,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen, met inbegrip van materiaal dat seksueel misbruik van kinderen bevat, ernstige schendingen van de grondrechten vormen, in het bijzonder van de rechten van kinderen op de voor hun welzijn noodzakelijke bescherming en zorg, die zijn vastgelegd in het VN-Verdrag van 1989 inzake de rechten van het kind en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie;

B.     overwegende dat ernstige misdrijven zoals de seksuele uitbuiting van kinderen en materiaal dat seksueel misbruik van kinderen bevat, een integrale benadering vergen waarbij aandacht wordt besteed aan het onderzoek van strafbare feiten, de vervolging van de daders, de bescherming van de minderjarige slachtoffers en de preventie van deze praktijken;

C.     overwegende dat bij de uitvoering van maatregelen ter bestrijding van deze misdrijven, overeenkomstig het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het VN‑Verdrag inzake de rechten van het kind, de belangen van het kind op de eerste plaats moeten komen;

D.     overwegende dat internet kinderen aan specifieke risico's kan blootstellen, vanwege de mogelijkheid voor hen om toegang te krijgen tot of the worden onderworpen aan materiaal dat seksueel misbruik van kinderen bevat, of geconfronteerd te worden met de uitwisseling van materiaal over geweld, intimidatie, pesten of kinderlokkerij;

E.     overwegende dat de bescherming van minderjarigen in de digitale wereld op wetgevingsgebied en aan de basis met effectievere maatregelen moet worden aangepakt door samenwerking tussen de wetshandhavingsinstanties en de sector, overeenkomstig het beginsel van een deugdelijke rechtsgang, en op onderwijs- en opleidingsniveau door kinderen, ouders en leraren te leren hoe kan worden voorkomen dat minderjarigen toegang hebben tot illegale inhoud;

F.     overwegende dat dit probleem ten gevolge van zijn internationale aard, waarbij de al dan niet seksuele uitbuiting van kinderen online in honderden landen plaatsvindt en honderden jurisdicties een rol spelen, uiteraard een internationale oplossing vergt;

G.     overwegende dat zowel op nationaal als internationaal niveau nog steeds geen gegevens beschikbaar zijn over het aantal gepleegde misdaden, en overwegende dat dit ertoe leidt dat in de betreffende beleidsevaluatie de daadwerkelijke omvang van het probleem niet per se tot uiting komt;

H.     overwegende dat de al dan niet seksuele uitbuiting van kinderen op internet – zoals de proliferatie op internet van materiaal dat seksuele uitbuiting van kinderen bevat en cyberlokken – nog steeds een groot probleem vormt voor de wethandhavingsinstanties, dat het daarbij gaat om misdrijven uiteenlopend van seksuele chantage en kinderlokkerij tot zelfgeproduceerd kinderpornografisch materiaal en livestreaming, die het onderzoek voor specifieke problemen stellen vanwege de technologische innovaties waarmee de plegers gemakkelijker en sneller toegang hebben tot materiaal;

I.      overwegende dat een toenemend aantal delinquenten het Darknet gebruiken waarin zij anonieme groepen vormen die gebruik maken van verborgen forums, diensten, sociale netwerkplatformen en opslagproviders voor materiaal dat misbruik van kinderen bevat;

J.      overwegende dat de maatregelen die de lidstaten hebben genomen om illegale online inhoud te voorkomen niet doeltreffend genoeg zijn;

K.     overwegende dat de lidstaten Richtlijn 2011/93/EG ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie op 18 december 2013 hadden moeten omzetten en dat tot dusverre minder dan de helft van de lidstaten deze richtlijn volledig ten uitvoer heeft gelegd;

1.      benadrukt met klem dat het een van de voornaamste taken van de Europese Unie en haar lidstaten is om een veilige omgeving voor kinderen en hun ontwikkeling te beschermen en te waarborgen;

2.      is van mening dat persoonsgegevens van kinderen op internet naar behoren beschermd moeten worden en dat kinderen op een gemakkelijke en kindvriendelijke wijze moeten worden voorgelicht over de gevaren en de gevolgen van onlinegebruik van hun persoonsgegevens; wijst nogmaals op de noodzaak de hervorming van de Europese gegevensbescherming spoedig af te ronden, ook in verband hiermee;

3.      onderstreept, met het oog op de samenhang van de beleidsvorming en de te nemen maatregelen, de noodzaak van een allesomvattende, EU‑wijde gecoördineerde benadering die de misdaadbestrijding, de grondrechten, de privacy en de gegevensbescherming, de cyberveiligheid, de consumentenbescherming en de e‑handel omvat;

4.      is van oordeel dat ter bestrijding van cyberlokken verdere stappen moeten worden genomen en dat de Commissie, samen met de nationale regeringen, het maatschappelijk middenveld, socialemediabedrijven, leraren, schoolverpleegsters, sociaal werkers, ambtenaren voor de kinderbescherming, kinderartsen en kinder- en jongerenorganisaties een actieve rol moet vervullen bij het vergroten van de bewustwording over deze kwestie middels het vaststellen van richtsnoeren, het uitwisselen van optimale praktijken, het opzetten van sociale platformen voor samenwerking en de legale uitwisseling van informatie, ten einde de potentiële risico's en bedreigingen voor kinderen op te sporen;

5.      benadrukt de noodzaak van internationale samenwerking met de strategische partners van de EU en wethandhavingsinstanties wereldwijd bij de bestrijding van materiaal dat seksueel misbruik van kinderen bevat; onderstreept de noodzaak om de internationale samenwerking en transnationale onderzoeken op dit gebied te verbeteren middels het gebruik van overeenkomsten inzake wederzijdse rechtshulp en samenwerking en legale internationale uitwisseling van rechtshandhavingsinformatie over deze misdrijven en plegers, onder meer via Europol;

6.      is in dit verband verheugd over het gemeenschappelijke initiatief van de EU en 55 landen uit de hele wereld om zich te verenigen in de wereldwijde alliantie tegen seksuele uitbuiting van kinderen via het internet, met het doel meer slachtoffers te redden, een meer effectieve vervolging te waarborgen en een algemene afname van de hoeveelheid materiaal op internet dat seksueel kindermisbruik bevat, te bewerkstelligen; verzoekt de Commissie met grotere regelmaat over de in het kader van deze alliantie geboekte vooruitgang verslag uit te brengen;

7.      roept de Commissie en de lidstaten op de samenwerking tussen wetshandhavingsinstanties, onder meer via Europol en het Europees Centrum voor de bestrijding van cybercriminaliteit (EC3), te verbeteren om netwerken van kindermisbruikers meer doeltreffend te onderzoeken, te ontmantelen en te vervolgen, en daarbij de rechten en veiligheid van de betrokken kinderen voorrang te geven;

8.      is van mening dat het cruciaal is om de juiste terminologie te gebruiken voor misdrijven tegen kinderen, waaronder de beschrijving van beelden van seksueel misbruik van kinderen, en de passende term "materiaal dat seksueel kindermisbruik bevat" te gebruiken in plaats van "kinderpornografie";

9.      vraagt de Commissie en de lidstaten de middelen voor de identificatie van slachtoffers en voor diensten voor slachtoffers te bevorderen en te versterken en verzoekt dat zo spoedig mogelijk relevante platformen worden opgericht;

10.    herinnert eraan dat de lidstaten de nodige maatregelen moeten nemen om ervoor te zorgen dat personen die vrezen dat zij strafbare feiten in verband met seksueel misbruik zouden kunnen plegen, in voorkomend geval toegang kunnen krijgen tot doeltreffende interventieprogramma's of -maatregelen die erop zijn gericht het risico te beoordelen en te voorkomen dat dergelijke strafbare feiten worden gepleegd;

11.    spoort de lidstaten aan de nationale meldpunten van voldoende middelen te voorzien om hen in staat te stellen strafbare en schadelijke inhoud en gedragingen op internet te melden;

12.    verzoekt de lidstaten hun wetshandhavingsinstanties van de nodige middelen, personeelsleden, onderzoeksbevoegdheden en technische capaciteiten te voorzien om plegers naar behoren te kunnen opsporen en te vervolgen, met inbegrip van passende scholing om de kennis bij de justitie- en politie-eenheden te vergroten;

13.    uit zijn bezorgdheid over de huidige tendensen en de ontwikkeling van commercieel seksueel misbruik van kinderen online, waaronder nieuwe zakelijke modellen voor commerciële distributie en nieuwe manieren om, vooral via Darknet, materiaal dat kindermisbruik bevat te verhandelen, en met name het verschijnsel van livestreaming van misbruik tegen betaling;

14.    vraagt de Commissie en de lidstaten om met vertegenwoordigers van alternatieve betalingssystemen meer overleg te voeren teneinde tot betere vormen van samenwerking te komen met wetshandhavingsinstanties, waaronder scholing om betalingsprocessen die gebruikt worden voor de commerciële distributie van materiaal dat kindermisbruik bevat, effectiever te identificeren;

15.    verzoekt om een effectieve, op partnerschap gebaseerde aanpak en informatie-uitwisseling tussen wetshandhavingsinstanties, gerechtelijke autoriteiten, de sector van de informatie- en communicatietechnologie (ICT), internetaanbieders, de bankensector en niet-gouvernementele organisaties, inclusief kinder- en jeugdorganisaties, om ervoor te zorgen dat kinderen en hun rechten op internet worden beschermd en opsporing en vervolging van strafbare feiten plaatsvinden; verzoekt de Commissie het initiatief te nemen en alle lidstaten te vragen maatregelen te nemen om alle vormen van cyberlokken en -pesten te bestrijden;

16.    benadrukt dat iedere maatregel die de uitoefening van grondrechten op het internet beperkt, noodzakelijk en proportioneel moet zijn, in overeenstemming met recht van de EU en de lidstaten; herinnert eraan dat illegale inhoud onmiddellijk van het internet moet worden verwijderd op basis van een deugdelijke rechtsgang; beklemtoont de rol van ICT en internetaanbieders om te zorgen voor een snelle en efficiënte verwijdering van illegale inhoud van het internet op verzoek van de bevoegde wetshandhavingsinstantie;

17.    dringt er bij de lidstaten die Richtlijn 2011/93/EU nog niet volledig hebben omgezet op aan dit zo spoedig mogelijk te doen; verzoekt de Commissie derhalve strikt toe te zien op de volledige en doeltreffende tenuitvoerlegging van de richtlijn, en tijdig het Parlement, met name de bevoegde commissie, over haar bevindingen verslag uit te brengen;

18.    verzoekt zijn Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van Richtlijn2011/93/EU en een diepgaand onderzoek te verrichten naar het huidige beleidskader voor de bestrijding van seksueel kindermisbruik, en hiervan in de vorm van een uitvoeringsverslag over de richtlijn binnen een jaar aan de plenaire vergadering te rapporteren;

19.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de parlementen van de lidstaten.

 

Juridische mededeling - Privacybeleid