Procedure : 2015/2573(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0225/2015

Ingediende teksten :

B8-0225/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/03/2015 - 8.7
CRE 12/03/2015 - 8.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0077

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 129kWORD 58k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0215/2015
4.3.2015
PE552.199v01-00
 
B8-0225/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over het memorandum van overeenstemming tussen de EU en de Arabische Liga om samen te werken in de strijd tegen het terrorisme (2015/2573(RSP))


Cristian Dan Preda, Arnaud Danjean, Elmar Brok, Andrej Plenković, Tunne Kelam, Michèle Alliot-Marie, Mariya Gabriel, David McAllister, Lara Comi, Ramona Nicole Mănescu, Tokia Saïfi, Dubravka Šuica, Fernando Ruas, Davor Ivo Stier, József Nagy namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het memorandum van overeenstemming tussen de EU en de Arabische Liga om samen te werken in de strijd tegen het terrorisme (2015/2573(RSP))  
B8‑0225/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn resolutie van 11 februari 2015 over terrorismebestrijdingsmaatregelen(1),

–       gezien het memorandum van overeenstemming van 19 januari 2015 tussen de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en het secretariaat-generaal van de Arabische Liga,

–       gezien de verklaring die is goedgekeurd tijdens de derde bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie en van de Arabische Liga op 10 en 11 juni 2014,

–       gezien de resolutie van de VN-Veiligheidsraad van 24 september 2014 over terroristische daden die een bedreiging vormen voor de internationale vrede en veiligheid (resolutie 2178 (2014)),

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat op 19 januari 2015 Federica Mogherini, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, en Nabil Elaraby, secretaris-generaal van de Arabische Liga, een memorandum van overeenstemming tussen de EDEO en het secretariaat-generaal van de Arabische Liga hebben onder ondertekend;

B.     overwegende dat beide zijden hun dialoog en samenwerking zullen versterken ter bevordering van de strategische dialoog tussen de EU en de Arabische Liga door: a) het vergroten van hun overeenstemming over politieke en veiligheidsvraagstukken middels diverse uitwisselingen, b) samenwerking op hun bevoegdheidsterrein om tijdens andere bijeenkomsten rekening te houden met de gemaakte vooruitgang en onderwerpen van de strategische dialoog, c) het versterken van hun samenwerking en het bespreken van politieke en veiligheidskwesties op de gebieden van vroegtijdige waarschuwing en crisisrespons, terrorismebestrijding, transnationale georganiseerde misdaad en het tegengaan van de verspreiding van massavernietigingswapens, en d) het afbakenen van uitdagingen, gemeenschappelijke doelstellingen en mogelijke acties op gebieden van gemeenschappelijke belang;

C.     overwegende dat beide zijden zullen streven naar de uitwisseling van ervaringen, informatie en optimale praktijken via de volgende mechanismen: a) het instellen van institutionele communicatiekanalen door het opzetten van contactpunten voor de coördinatie van de activiteiten uit hoofde van dit memorandum van overeenstemming, b) het ontwikkelen van overlegbijeenkomsten en het versterken van raadplegingen, en c) het opzetten van gezamenlijke werkgroepen, workshops en/of conferenties;

D.     overwegende dat de VV/HV op 19 januari 2015 het volgende heeft verklaard: "We hebben het cruciale belang van samenwerking bij het aanpakken van de verschillende crises in de regio bekrachtigd. Ten aanzien van onder andere Libië, het vredesproces in het Midden-Oosten en de situatie in Syrië en Irak hebben we er samen belang bij te zoeken naar langdurige oplossingen om de vrede en stabiliteit in de regio te waarborgen";

E.     overwegende dat de VV/HV op 19 januari 2015 tevens het volgende heeft verklaard: "Europa en de Arabische wereld worden tevens met dezelfde uitdagingen geconfronteerd. We moeten meer in het bijzonder zorgen voor nauwe samenwerking in de strijd tegen het terrorisme. Deze vormt een bedreiging voor onze burgers en samenlevingen. Europa is afgelopen week aangevallen, maar de Arabische en islamitische wereld hebben meer onder de gevolgen van het terrorisme te lijden. Samen met de Arabische wereld zijn wij ons er ten volle van bewust dat dit niet alleen een militaire en veiligheidsstrijd is, maar tevens een politieke en culturele strijd. Een versterkte dialoog zal ons helpen dit scala aan vraagstukken aan te pakken";

F.     overwegende dat de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU en van de Arabische Liga, samengekomen tijdens de derde ministeriële bijeenkomst van de EU en de Arabische Liga in Athene op 10 en 11 juni 2014, een verklaring hebben goedgekeurd waarin zij hun vastberadenheid tot uitdrukking brengen om samen de gemeenschappelijke politieke, economische en veiligheidsuitdagingen aan te gaan met het oog op een betere toekomst voor allen; overwegende dat de ministers de instelling van een strategische dialoog tussen de EU en de Arabische Liga hebben aangekondigd;

G.     overwegende dat het terrorisme en gewelddadig extremisme tot de belangrijkste bedreigingen voor onze veiligheid en vrijheden behoren;

1.      is verheugd over het memorandum van overeenstemming tussen de EDEO en het secretariaat‑generaal van de Arabische Liga, dat op 19 januari 2014 is ondertekend; steunt de door beide zijden geuite wens om meningen uit te wisselen, dialoog en samenwerking te ontwikkelen op gebieden van gemeenschappelijk belang op basis van de beginselen van wederzijds vertrouwen en voordeel;

2.      steunt het feit dat beide zijden hun dialoog en samenwerking versterken ten einde de strategische dialoog tussen de EU en de Arabische Liga te bevorderen waartoe uitwisselingen over politieke en veiligheidskwesties behoren, alsmede geregelde bijeenkomsten van het Politiek en Veiligheidscomité van de EU en de Arabische permanente vertegenwoordigers;

3.      is verheugd over de verklaring die is goedgekeurd tijdens de derde bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU en de Arabische Liga op 10 en 11 juni 2014; steunt het feit dat de ministers de Euro-Arabische samenwerking hebben toegejuicht als een manier om te zorgen voor een geïntegreerde regionale reactie op strategische uitdagingen, om te zorgen voor capaciteitsopbouw binnen het institutionele kader van de Arabische Liga en om technische uitwisselingen verder uit te bouwen; constateert dat de ministers verheugd waren over de geboekte vooruitgang inzake vroegtijdige waarschuwing en crisisrespons, met name de volledige tenuitvoerlegging van het project inzake vroegtijdige waarschuwing en crisisrespons;

4.      onderstreept dat de ministers alle terroristische daden hebben veroordeeld, en het belang van samenwerking met betrekking tot dit verschijnsel hebben onderstreept, waartoe de dreiging behoort die uitgaat van terroristische groepen en buitenlandse strijders; is verheugd over het feit dat zij zijn overeengekomen om, waar van toepassing, evaluaties en optimale praktijken te delen, alsmede om samen te werken bij het vaststellen van praktische maatregelen voor de aanpak van dreigingen, en dat hiertoe behoort het doeltreffender optreden tegen radicalisering, rekrutering en het reizen van terroristen en buitenlandse strijders, alsmede de omgang met terugkerende strijders;

5.      onderstreept dat de ministers tevens zijn overeengekomen te werken aan de allesomvattende tenuitvoerlegging van de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de VN; steunt het feit dat zij hebben ingestemd met de oprichting van het centrum voor terrorismebestrijding van de VN op initiatief van de hoeder van de twee heilige moskeeën, dat zij hebben verzocht om steun voor dit centrum en dat zij zich hebben uitgesproken voor het houden van de eerste internationale conferentie over terrorismebestrijding in maart 2014 in Bagdad als een gelegenheid om te passende middelen en wegen te bespreken en te vinden ter bevordering van de internationale samenwerking en ter bestrijding van het terrorisme op regionaal niveau;

6.      bekrachtigt zijn wens dat de EU actief ijvert voor een wereldwijd partnerschap tegen het terrorisme en nauw samenwerkt met regionale spelers zoals de Afrikaanse Unie, de Samenwerkingsraad van de Golf en de Arabische Liga, en in het bijzonder met de buurlanden van Syrië en Irak, alsook met de VN en met name het VN-Comité voor terrorismebestrijding; dringt in dit verband aan op meer dialoog tussen de ontwikkelings- en veiligheidsdeskundigen van de EU en deze landen;

7.      is van oordeel dat de EU zich moet bezinnen over de onmiskenbaar zwakke plekken die kenmerkend waren voor de eerdere samenwerking inzake terrorismebestrijding met de landen van herkomst, doorreis en bestemming van buitenlandse strijders en van de middelen om hen te ondersteunen, met inbegrip van lidstaten van de Arabische Liga, teneinde de inspanningen in de strijd tegen terrorisme te bundelen door vaker informatie en ervaringen uit te wisselen, de illegale handel in vuurwapens aan te pakken, de financiering van terrorisme te achterhalen en een nieuw tegengeluid te laten horen om extremisme en fundamentalisme te bestrijden; onderstreept dat samenwerking en uitwisseling bij de terrorismebestrijding een essentieel onderdeel moeten vormen van de betrekkingen tussen de EU en de Arabische Liga;

8.      beklemtoont dat bij een alomvattende EU-strategie voor terrorismebestrijdingsmaatregelen ook volledig gebruik moet worden gemaakt van het buitenlands beleid en het ontwikkelingsbeleid van de EU om armoede, discriminatie en marginalisatie tegen te gaan, corruptie te bestrijden, goed bestuur te bevorderen en conflicten te voorkomen en op te lossen, aangezien al deze factoren bijdragen aan de marginalisatie van bepaalde groepen en sectoren van de samenleving, en deze dus kwetsbaarder maken voor de propaganda van extremistische groepen;

9.      verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, en de secretaris-generaal van de Arabische Liga.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0032.

Juridische mededeling - Privacybeleid