Procedure : 2015/2572(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0231/2015

Ingediende teksten :

B8-0231/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/03/2015 - 8.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0079

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 153kWORD 85k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0228/2015
4.3.2015
PE552.206v01-00
 
B8-0231/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de prioriteiten van de EU voor de VN-Mensenrechtenraad in 2015 (2015/2572(RSP))


Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo, Laura Agea, Rolandas Paksas, Giulia Moi, Valentinas Mazuronis namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de prioriteiten van de EU voor de VN-Mensenrechtenraad in 2015 (2015/2572(RSP))  
B8‑0231/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens en de mensenrechtenverdragen van de VN alsmede de facultatieve protocollen daarbij, waaronder het Verdrag inzake de rechten van het kind en het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW),

–       gezien resolutie 60/251 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waarmee de VN-Raad voor de mensenrechten (UNHRC) is opgericht,

–       gezien het Europees Verdrag betreffende de rechten van de mens, het Europees Sociaal Handvest en het Handvest van de grondrechten van de EU,

–       gezien het strategisch kader en het actieplan voor mensenrechten en democratie van de EU van 25 juni 2012,

–       gezien zijn eerdere resoluties over de VN-Raad voor de mensenrechten,

–       gezien zijn eerdere resoluties over de schending van mensenrechten, waaronder zijn spoedresoluties over dergelijke kwesties,

–       gezien zijn resolutie van ... over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld in 2013 en het mensenrechtenbeleid van de Europese Unie ter zake(1),

–       gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 9 februari 2015 over de prioriteiten van de EU in mensenrechtenfora van de VN,

–       gezien de artikelen 2, 3, lid 5, 18, 21, 27 en 47 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–       gezien de aanstaande 28e zitting van de UNHRC die van 2 tot 27 maart 2015 zal worden gehouden,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat eerbiediging, bevordering en waarborging van het universele karakter van de mensenrechten een onderdeel is van het ethische en juridische acquis van de Europese Unie en een van de hoekstenen van de Europese eenheid en integriteit,

B.     overwegende dat mensenrechten onvervreemdbare rechten zijn voor alle mensen ongeacht nationaliteit, ras, geslacht, etnische afstamming, godsdienst of welke andere status dan ook en dat eerbiediging van deze rechten verankerd is in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten alsook in latere internationale verdragen, verklaringen en resoluties over de mensenrechten;

C.     overwegende dat alle mensenrechten – zij het burgerrechten, politieke, economische, sociale of culturele rechten – ondeelbaar, onderling verbonden en wederzijds afhankelijk zijn en overwegende dat het ontnemen van een van deze rechten een rechtstreekse en negatieve impact heeft op de overige rechten;

D.     overwegende dat het niet eerbiedigen van mensenrechten en het ontbreken van legitieme democratische participatie tot instabiliteit, falende staten, humanitaire crises en gewapende conflicten leiden;

E.     overwegende dat het optreden van de Unie in haar betrekkingen met derde landen gegrondvest is op artikel 21 van het Verdrag van Lissabon, dat het universele en ondeelbare karakter van mensenrechten en fundamentele vrijheden bekrachtigt en voorziet in eerbiediging van de menselijke waardigheid, de beginselen van gelijkheid en solidariteit en de beginselen van het VN-Handvest en het internationaal recht;

F.     overwegende dat alle staten verplicht zijn de grondrechten van hun volkeren te eerbiedigen en tot taak hebben concrete maatregelen te treffen om de eerbiediging van deze rechten op nationaal niveau te faciliteren, en op internationaal niveau moeten samenwerken om belemmeringen voor de verwezenlijking van de mensenrechten op elk terrein weg te nemen;

G.     overwegende dat de reguliere zittingen van de UNHRC, de benoeming van bijzonder rapporteurs, het universeel periodiek toetsingsmechanisme en de zogeheten speciale procedures voor specifieke situaties in landen of voor thematische kwesties bijdragen tot de bevordering en eerbiediging van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat;

H.     overwegende dat sommige van de huidige leden van de UNHRC helaas te boek staan als behorend tot degenen die de mensenrechten het meest met voeten treden en een slechte reputatie hebben als het gaat om samenwerking in het kader van de speciale VN-procedures en naleving van hun verslagleggingsplichten aan de organen van het Mensenrechtenverdrag;

VN-Mensenrechtenraad (UNHRC)

1.      spreekt zijn voldoening uit over de prioriteiten van de EU voor de aanstaande 28e reguliere zitting van de UNHRC zoals deze worden geschetst in de conclusies van de Raad van 9 februari 2015;

2.      spreekt zijn voldoening uit over de benoeming van ambassadeur Joachim Rücker tot voorzitter van de UNHRC voor 2015;

3.      feliciteert Zeid Ra'ad Zeid Al-Hussein met zijn benoeming tot Hoge VN-Commissaris voor de mensenrechten (UNHCHR) en bekrachtigt zijn uiterste steun voor diens inspanningen en mandaat;

4.      spreekt zijn voldoening uit over de aanwezigheid van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger voor buitenlands en veiligheidsbeleid (VV/HV), Federica Mogherini, op de UNHRC-zitting op hoog niveau, daar dit het juiste signaal geeft wat betreft de grote inzet van de EU voor het multilaterale mensenrechtenstelsel;

5.      is ingenomen met het jaarverslag van de UNHCHR aan de Algemene Vergadering van de VN over de periode december 2013-november 2014 en spreekt zijn volledige steun uit aan de onafhankelijkheid en integriteit van diens kantoor; benadrukt dat deze onafhankelijkheid moet worden verdedigd, teneinde te waarborgen dat de UNHCHR zijn taak op doeltreffende en neutrale wijze kan blijven uitvoeren; herhaalt dat de UNHCHR van voldoende middelen moet worden voorzien;

6.      herinnert eraan dat het Europees Parlement en zijn Subcommissie mensenrechten zich inzetten voor een sterk multilateraal mensenrechtenstelsel onder auspiciën van de VN, met inbegrip van de Derde Commissie van de Algemene Vergadering, de UNHRC, het kantoor van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten, en voor de werkzaamheden van aanverwante gespecialiseerde VN-agentschappen, zoals de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), alsook van de speciale procedures van de VN;

7.      spoort de Dienst voor extern optreden (EDEO) ertoe aan om, met name via de EU-delegaties in New York en Genève, de samenhang van het EU-optreden te vergroten door middel van tijdig en inhoudelijk overleg teneinde het EU-standpunt met één stem te brengen; wijst er opnieuw op hoe belangrijk het is om de in New York en Genève uitgevoerde werkzaamheden in de context van de Algemene Vergadering van de VN, de Derde Commissie en de UNHRC te integreren in de relevante interne en externe activiteiten van de EU, teneinde de samenhang ervan te waarborgen;

8.      bekrachtigt zijn steun voor het mechanisme van universele periodieke toetsing (UPR) en zijn waardering voor de waardevolle resultaten hiervan, en roept de VN-leden op zich actief voor te bereiden op de toetsing, onder meer door het maatschappelijk middenveld hierbij te betrekken, zich tijdens de UPR-zitting in de interactieve dialoog te mengen, de UPR-aanbevelingen op te volgen en concrete maatregelen te treffen om nog beter aan hun mensenrechtenverplichtingen te voldoen;

9.      roept de EU en de lidstaten op om de UPR-aanbevelingen in alle beleidsdialogen tussen de EU en de desbetreffende landen te laten meewegen met als doel manieren te vinden om landen te helpen bij het toepassen van de aanbevelingen;

10.    bekrachtigt zijn steun aan de speciale procedures en de onafhankelijke status van de mandaathouders, bedoeld om hen in staat te stellen hun taak volledig neutraal uit te voeren, en roept alle staten op hun medewerking aan deze procedures te verlenen;

11.    acht het belangrijk om parlementaire delegaties naar de zittingen van de UNHRC en andere relevante zittingen van de Algemene Vergadering van de VN af te vaardigen;

12.    betreurt het feit dat de ruimte voor interactie tussen het maatschappelijk middenveld en de UNHRC voortdurend verder krimpt en dat ngo's tijdens deze zittingen minder gelegenheid krijgen om het woord te voeren; dringt er bij de EU en de UNHRC op aan te waarborgen dat vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld een zo ruim mogelijke bijdrage kunnen leveren aan de 28e vergadering van de UNHRC, alsmede aan het proces van de universele periodieke toetsing en andere mensenrechtenmechanismen van de VN, zonder dat de betrokken organisaties bij hun terugkeer naar eigen land hoeven te vrezen voor represailles;

Burgerrechten en politieke rechten

13.    herhaalt dat de vrijheid van meningsuiting niet alleen de hoeksteen vormt van elke vrije en democratische maatschappij, maar ook een grondrecht is van ieder individu; veroordeelt ten strengste de moord in januari 2015 in Frankrijk op 12 personen, waaronder striptekenaars van de krant Charlie Hebdo, en op vier mensen in een koosjere supermarkt, alsmede de moord op een filmregisseur en een bewaker van een synagoge in Kopenhagen, door terroristen die het gemunt hebben op de vrijheid van meningsuiting en de godsdienstvrijheid;

14.    veroordeelt het gebruik van religie door extremistische en jihadistische groeperingen in alle landen en vooral in Syrië, Irak, Libië, Myanmar, Nigeria en Centraal Afrika, die gewapende aanvallen, bommen, zelfmoordacties, ontvoering en andere gewelddaden gebruiken om de bevolking te terroriseren; is van mening dat de strijd tegen terrorisme maatregelen moet omvatten die gericht zijn op de dieperliggende oorzaken, waaronder sociale uitsluiting, politieke marginalisering en ongelijkheid; dringt aan op meer inspanningen om de rechten van personen die tot religieuze minderheden behoren te beschermen;

15.    spreekt zijn bezorgdheid uit over alle beperkingen van de vrijheid van vergadering en vereniging, waaronder het verbieden van organisaties van het maatschappelijk middenveld, agressief gebruik van wetgeving inzake smaad en andere restrictieve wetgeving, excessieve regels inzake registratie en verslaglegging en overdreven restrictieve regels inzake buitenlandse financiering, en herhaalt dat de vrijheid van vereniging en vreedzame vergadering fundamentele elementen van de mensenrechten vormen;

16.    roept alle regeringen op organisaties van het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenactivisten te steunen en hen in staat te stellen zonder angst, repressie of intimidatie hun werk te doen en met de UNHRC samen te werken in het UPR-mechanisme, alsmede te waarborgen dat landen die verantwoordelijk zijn voor represailles tegen mensenrechtenactivisten ter verantwoording worden geroepen, met name als represailles een fatale afloop hebben, zoals in het geval van de dood in maart 2014 van de Chinese mensenrechtenactivist Cao Shunli, die geprobeerd had het vliegtuig te nemen om de zitting van de UNHRC in Genève in september 2013 bij te wonen;

17.    bevestigt andermaal zijn veroordeling van het gebruik van de doodstraf, en spreekt zijn krachtige steun uit voor een moratorium hierop, als stap in de richting van de afschaffing ervan;

18.    herinnert aan het belang van de strijd tegen foltering en andere vormen van mishandeling en het feit dat de EU zich ertoe heeft verplicht deze kwestie tot prioriteit te verheffen, ook wat betreft kinderen, en het werk van de speciaal VN-rapporteur te faciliteren; verzoekt de EDEO, de Commissie en de EU-lidstaten blijk te geven van hun gemeenschappelijk engagement voor de bestrijding van foltering en de ondersteuning van slachtoffers, met name door te blijven c.q. te gaan bijdragen aan het vrijwillige VN-fonds voor de slachtoffers van foltering en het speciale fonds dat krachtens het facultatieve protocol bij het Verdrag tegen foltering is ingesteld;

19.    spreekt zijn bezorgdheid uit over de voortdurende en wijdverspreide discriminatie tegen migranten, waaronder asielzoekers en vluchtelingen, en de schendingen van hun rechten; verzoekt de EU en de lidstaten steun te verlenen aan de werkzaamheden van de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten van migranten en aan de tenuitvoerlegging van zijn aanbevelingen; verzoekt de regeringen de mensenrechten alsook de daaraan inherente waardigheid van migranten te eerbiedigen, een einde te maken aan willekeurige arrestatie en opsluiting en de duur van gevangenhouding zo nodig te herzien en gebruik te maken van alternatieven voor opsluiting teneinde excessieve detentie van illegale migranten tegen te gaan; verzoekt de regeringen onder alle omstandigheden het beginsel van non-refoulement na te leven en hun internationale wettelijke verplichtingen met betrekking tot de uitzetting van migranten volledig na te komen; verzoekt staten, indien zij zulks nog niet hebben gedaan, systemen en procedures in te voeren om te waarborgen dat in al hun programma's en instanties op het gebied van migratie de internationale wettelijke mensenrechtenverplichtingen worden nagekomen;

20.    steunt het meest recente verslag en de conclusies van de speciale UNHRC-rapporteur wat betreft hedendaagse vormen van racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante intolerantie; verzoekt de EU en haar lidstaten de aanbevelingen van de speciale rapporteur op te nemen in hun intern beleid ter bestrijding van de verspreiding van rassenhaat, etnische haat en vreemdelingenhaat en het aanzetten tot geweld op internet en via de sociale media, door passende wetgevingsmaatregelen te nemen en daarbij de andere grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, ten volle te eerbiedigen;

21.    erkent dat de snelle ontwikkeling van informatie- en communicatietechnologieën wereldwijd veranderingen teweeg heeft gebracht voor de omgeving waarin de vrijheid van meningsuiting wordt uitgeoefend en zowel aanzienlijke voordelen als ernstige zorgpunten met zich mee heeft gebracht; is in dit verband verheugd over het feit dat de Raad in mei 2014 de EU-richtsnoeren voor de vrijheid van meningsuiting online en offline heeft goedgekeurd, en veroordeelt alle beperkingen van digitale communicatie, met inbegrip van maatregelen die gericht zijn tegen spelers van het maatschappelijk middenveld; herhaalt dat het van belang is bijzondere aandacht te besteden aan de rechten van journalisten en bloggers;

22.    spoort de UNHRC ertoe aan het debat over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer voort te zetten en met het oog daarop een speciale VN-rapporteur te benoemen voor het recht op privacy, met name in het kader van de digitale communicatie;

Sociale en economische rechten

23.    neemt ter kennis dat met de VN-ontwikkelingsagenda voor de periode na 2015 voor de Millenniumontwikkelingsdoelstellingen uitbanning van de armoede in uiterlijk 2030 wordt nagestreefd middels een holistische aanpak van de economische, sociale en milieuproblematiek; is ingenomen met het syntheseverslag van de secretaris-generaal van de VN in aanloop naar de buitengewone VN-top over de agenda met doelstellingen voor duurzame ontwikkeling na 2015; steunt de oproepen van de VN-secretaris-generaal om te opteren voor een op de behoeften en rechten van mensen toegespitste aanpak om aan de armoede een einde te maken;

24.    acht het van belang dat de toenemende en extreme ongelijkheid wordt aangepakt om de armoede in het algemeen te bestrijden en de sociale en economische rechten in het bijzonder te bevorderen door de toegang tot voedsel, water, onderwijs, gezondheidszorg en passende huisvesting te vergemakkelijken; benadrukt in deze context dat landroof een steeds groter probleem wordt, dat dient te worden aangepakt;

25.    is van mening dat corruptie, belastingontduiking, wanbeheer van openbare goederen en gebrek aan verantwoordingsplicht bijdragen tot de schending van de rechten van burgers, aangezien hierdoor niet de hoognodige investeringen kunnen worden gedaan in openbare diensten zoals onderwijs, basisgezondheidszorg en andere sociale infrastructuur, en aldus de spiraal van armoede in stand wordt gehouden; herinnert eraan dat regeringen er krachtens het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten toe verplicht zijn de rechten van hun burgers te eerbiedigen door voldoende middelen beschikbaar te stellen; benadrukt in dit verband dat bijzondere aandacht dient te worden besteed aan de bescherming van mensenrechtenactivisten die actief zijn op het vlak van economische, sociale en culturele rechten;

26.    herhaalt zijn verzoek aan de EU en haar lidstaten om de instelling van een speciale VN-rapporteur voor financiële criminaliteit, corruptie en mensenrechten te steunen;

Bedrijfsleven en mensenrechten

27.    is groot voorstander van de doeltreffende en brede verspreiding en tenuitvoerlegging van de VN-richtsnoeren inzake bedrijven en mensenrechten binnen en buiten de EU; verzoekt alle belanghebbenden actief deel te nemen aan de 11e zitting van de werkgroep van de VN over de mensenrechtenproblematiek in het kader van transnationale ondernemingen en andere bedrijven en steun te verlenen aan de inspanningen om hun beleid aan te passen aan de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen en de VN-richtsnoeren inzake bedrijven en mensenrechten; herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om vóór eind 2015 verslag uit te brengen over de tenuitvoerlegging van de VN-richtsnoeren inzake bedrijven en mensenrechten door de EU-lidstaten;

28.    verzoekt de Commissie en de EDEO om EU-delegaties over de hele wereld aan te sporen de dialoog aan te gaan met EU-bedrijven om de eerbiediging van de mensenrechten te bevorderen en ervoor te zorgen dat "bedrijfsleven en mensenrechten" wordt opgenomen in de lijst van focusthema's van de lokale oproepen tot het indienen van voorstellen in het kader van het Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR); verzoekt de EU en haar lidstaten deel te nemen aan het komend debat over een juridisch bindend internationaal instrument voor bedrijfsleven en mensenrechten in het kader van de VN;

Vrouwenrechten

29.    bekrachtigt zijn steun voor de in 1995 aangenomen verklaring en het actieplatform van Beijing; spreekt zijn voldoening uit over de brede evaluatie van de verklaring van Beijing die wordt uitgevoerd ter gelegenheid van het feit dat de Vierde Wereldvrouwenconferentie 20 jaar geleden plaatsvond en dat de VN-resolutie over geweld tegen vrouwen 15 jaar geleden werd aangenomen; is van mening dat de evaluatie een goede kans biedt om vooruitgang en hindernissen te beoordelen en nader te bepalen, met het doel door middel van concrete maatregelen de genderkloof te overbruggen en gendergelijkheid verder te bevorderen;

30.    merkt op dat vrouwen, ondanks de tot dusver geboekte vooruitgang bij het bereiken van gelijkheid van mannen en vrouwen en de versterking van de positie van vrouwen, nog steeds het slachtoffer worden van seksueel geweld en massale verkrachtingen in gebieden met gewapende conflicten, en dat een ronduit afschuwelijk aantal vrouwen dagelijks sterft als gevolg van huiselijk geweld; verzoekt alle regeringen concrete stappen te ondernemen om alle vormen van geweld tegen vrouwen te bestrijden, en herhaalt zijn oproep aan de EU-lidstaten om het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld te ratificeren;

31.    wijst erop dat gendermainstreaming, dat wil zeggen de reorganisatie, verbetering, ontwikkeling en evaluatie van beleidsmaatregelen met het doel te waarborgen dat gelijke kansen door de reguliere beleidsmakers in alle beleidsmaatregelen – op ieder niveau en in elke fase – worden geïntegreerd, een belangrijk instrument is om gendergelijkheid te bereiken;

Rechten van het kind

32.    uit zijn bezorgdheid over het feit dat, hoewel er vooruitgang geboekt is sinds de aanneming van het Verdrag inzake de rechten van het kind in 1989, ten minste 58 miljoen kinderen, en met name meisjes, kinderen van arme gezinnen, kinderen met een handicap en kinderen in conflictgebieden, niet naar school gaan en veel kinderen nog steeds aan ziektes lijden die makkelijk voorkomen kunnen worden, terwijl andere kinderen kinderarbeid verrichten;

33.    roept alle staten op zich ertoe te verbinden de ergste vormen van kinderarbeid, zoals gedefinieerd in artikel 3 van IAO-verdrag nr. 182, uit te bannen, waaronder kinderslavernij, kinderhandel, kinderprostitutie en gevaarlijk werk dat de lichamelijke en geestelijke gezondheid van het kind schaadt;

34.    herinnert eraan dat het een van de primaire plichten van de staat is om alle kinderen onderwijs te bieden door voor betere kansen te zorgen, adequate instellingen op te richten en de structurele oorzaken van grote problemen in het algemeen basisonderwijs aan te pakken, zoals het percentage vroegtijdige schoolverlaters, dat in het algemeen basisonderwijs een groot struikelblok blijft;

35.    vraagt dat voldoende EU-financiering wordt uitgetrokken voor demobilisatie- en reïntegratieprogramma's voor kinderen die betrokken zijn bij gewapende conflicten en voor voormalige kindsoldaten; herhaalt zijn krachtige steun voor de campagne "Kinderen, geen soldaten", zoals aangegeven tijdens de hoorzitting over hetzelfde thema die werd gehouden in de Subcommissie mensenrechten op 3 december 2014; is ingenomen met de door de speciale vertegenwoordiger van de VN voor kinderen in gewapende conflicten en de speciale vertegenwoordiger van de VN voor geweld jegens kinderen ingediende jaarverslagen, samen met het verslag van de speciale rapporteur voor kinderhandel, kinderprostitutie en kinderpornografie;

Klimaatverandering en mensenrechten

36.    benadrukt dat de klimaatverandering grote gevolgen heeft voor kwetsbare groepen en personen, vooral in lage-inkomenslanden en in landen met een kust en laaggelegen eilandstaten die de economische middelen ontberen om zich aan te passen aan verregaande ecologische veranderingen;

37.    is ingenomen met het feit dat de UNHRC inziet dat ecologische veranderingen de bestaanszekerheid van bevolkingen bedreigen en de verwezenlijking van fundamentele, internationaal erkende mensenrechten in de weg staan; verzoekt de staten die partij zijn bij de UNHRC met klem om op de conferentie over klimaatverandering van 2015 in Parijs dringende en ambitieuze matigings- en aanpassingsmaatregelen aan te nemen;

 

De strijd tegen straffeloosheid en het Internationaal Strafhof (ICC)

38.    herhaalt zijn volledige steun voor de werkzaamheden van het ICC die erop gericht zijn een einde te maken aan de straffeloosheid ten aanzien van plegers van de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap met zorg vervullen, en gerechtigheid te bieden aan slachtoffers van oorlogsmisdaden, misdrijven tegen de menselijkheid en genocide; blijft alert op pogingen om de legitimiteit of de onafhankelijkheid van het ICC te ondermijnen; spoort de EU en haar lidstaten aan om samen te werken met het Strafhof en het krachtige diplomatieke, politieke en financiële steun te bieden, waaronder in de VN; dringt er bij de EU, haar lidstaten en de speciale vertegenwoordigers van de EU op aan om het ICC, de handhaving van zijn besluiten en de strijd tegen straffeloosheid met betrekking tot misdrijven die onder het Statuut van Rome vallen, actief te steunen;

Inheemse bevolkingsgroepen

39.    roept de EDEO, de Commissie en de lidstaten op de herziening van het mandaat van het deskundigenmechanisme inzake de rechten van inheemse volken te steunen, in overeenstemming met het slotdocument van de Wereldconferentie over inheemse volkeren (Resolutie 69/2 van de Algemene Vergadering van de VN), met het oog op het toezicht op en de evaluatie en verbetering van de tenuitvoerlegging van de Verklaring inzake de rechten van inheemse volkeren; dringt er bij de lidstaten op aan te verzoeken dat alle houders van mandaten voor speciale VN-procedures bijzondere aandacht besteden aan problemen waarmee inheemse vrouwen en meisjes kampen, en hierover stelselmatig verslag uitbrengen aan de UNHRC; dringt er bij de EDEO en de lidstaten op aan de ontwikkeling van het op het hele bestel gerichte actieplan inzake inheemse volken actief te steunen, zoals de Algemene Vergadering van de VN in haar resolutie van september 2014 heeft verzocht, in het bijzonder wat betreft de organisatie van regelmatige raadplegingen van inheemse volken als onderdeel van dit proces;

Internationale cultuur- en sportevenementen en mensenrechten

40.    stelt aan de kaak dat autoritaire staten steeds vaker grootscheepse culturele of sportevenementen organiseren om hun internationale legitimiteit te onderbouwen, terwijl ze de kritiek uit eigen land steeds verder de mond snoeren; verzoekt de EU en haar lidstaten dit probleem aan de orde te stellen, onder andere bij de UNHRC, en met nationale sportfederaties, het bedrijfsleven en organisaties uit het maatschappelijk middenveld in discussie te gaan over de praktische details van hun deelname aan dergelijke evenementen, bijvoorbeeld de eerste Europese Spelen in Baku in 2015 en het door FIFA georganiseerde WK in Rusland in 2018;

Mainstreaming van mensenrechten in de EU

41.    verzoekt de EU de universaliteit en ondeelbaarheid van de mensenrechten, met inbegrip van de burgerrechten en de politieke, economische, sociale en culturele rechten, te bevorderen in overeenstemming met artikel 21 van het Verdrag van Lissabon en de algemene bepalingen inzake het externe optreden van de Unie die in het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn neergelegd;

42.    roept de EU, haar lidstaten, de Commissie en de EDEO op mensenrechten te integreren in al hun beleidsgebieden die derde landen betreffen; onderstreept bovendien dat het EU-beleid op het gebied van mensenrechten moet waarborgen dat interne en externe beleidsmaatregelen coherent zijn en aansluiten bij de verplichtingen van het EU-Verdrag, en dat een dubbele moraal wat de eerbiediging van mensenrechten betreft moet worden vermeden;

43.    dringt er bij de EU op aan een op rechten gebaseerde benadering te kiezen en eerbiediging van de mensenrechten te integreren in handel, investering en ontwikkelingssamenwerking, alsmede in haar gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid;

Prioriteiten van de EU inzake landenspecifieke kwesties

Oekraïne

44.    spreekt zijn ernstige verontrusting uit over de verdere escalatie van het geweld en het gewapende conflict in de opstandige gebieden in het zuidoosten; veroordeelt de grootschalige mensenrechtenschendingen door alle partijen in het conflict, en staat volledig achter de VN-missie voor toezicht op de mensenrechten en de speciale waarnemingsmissie van de OVSE in Oekraïne; blijft verontrust over de discriminatie van en de veelvuldige mensenrechtenschendingen tegen de plaatselijke bevolking in Oekraïne;

Democratische Volksrepubliek Korea (DVK)

45.    is ingenomen met de geplande verlenging van het mandaat van de speciale rapporteur voor de mensenrechtensituatie in de Democratische Volksrepubliek Korea (DVK); is eveneens ingenomen met de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN waarin de VN-Veiligheidsraad ertoe wordt aangespoord gepaste maatregelen te nemen om de verantwoordingsplicht te waarborgen en onder meer te overwegen om de situatie in de DVK door te verwijzen naar het Internationaal Strafhof;

Iran

46.    is ingenomen met de resolutie van de UNHRC van maart 2014 over de mensenrechtensituatie in de Islamitische Republiek Iran en met de verlenging van het mandaat van de speciale rapporteur van de VN, en roept Iran ertoe op de speciale rapporteur het land binnen te laten, wat een cruciaal teken zou zijn van Irans bereidheid om een dialoog over de mensenrechten aan te gaan; veroordeelt andermaal de toepassing van de doodstraf en het grote aantal terechtstellingen in Iran; sluit zich aan bij de gezamenlijke verklaring van de houders van mandaten voor speciale VN-procedures van augustus 2014 waarin zij de golf van arrestaties en veroordelingen van vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld in Iran afkeuren; verzoekt de EU en de UNHRC de mensenrechtensituatie van nabij te blijven volgen en ervoor te zorgen dat mensenrechten in het kader van alle contacten met de Iraanse regering een essentiële prioriteit blijven;

Myanmar/Birma

47.    steunt het verslag van de speciale rapporteur van de VN voor de 69e zitting van de Algemene Vergadering van de VN over de mensenrechtensituatie in Myanmar, waarin wordt erkend dat er vorderingen zijn gemaakt maar tevens wordt gewezen op het feit dat er nog altijd grote problemen zijn; vraagt de regering mensenrechten op te nemen in het institutionele en rechtskader van het land en in alle beleidsdomeinen, en de vrijheid van meningsuiting en vergadering te eerbiedigen opdat de burgers hun standpunten over het beleid van de regering vrijuit kenbaar kunnen maken, zonder bang te zijn, geïntimideerd te worden of lastig te worden gevallen;

Belarus

48.    maakt zich ernstige zorgen over de aanhoudende mensenrechtenschendingen in Belarus; spreekt zijn afkeuring uit over de drie terechtstellingen die in 2014 hebben plaatsgevonden, de intimidatie van mensenrechtenactivisten, de vervolging van onafhankelijke journalisten, de censuur op alle internetcommunicatie en de restrictieve wetgeving betreffende niet-gouvernementele organisaties; vraagt dat het mandaat van de speciale rapporteur van de VN wordt verlengd en roept de regering van Belarus ertoe op om de houders van mandaten voor speciale VN-procedures en de speciale rapporteur onbeperkt toegang tot het land te verlenen;

Bahrein

49.    blijft bezorgd over de onvrede onder burgers in Bahrein en de situatie van mensenrechtenactivisten en politieke opposanten in het land; vraagt alle belanghebbenden in Bahrein een constructieve en inclusieve dialoog aan te gaan met als doel echte verzoening te bereiken en de eerbiediging van de mensenrechten van alle gemeenschappen in Bahrein te waarborgen; eist de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle gewetensgevangenen, journalisten, mensenrechtenactivisten en vreedzame demonstranten, en steunt de gezamenlijke verklaring van houders van mandaten voor speciale VN-procedures van 4 februari 2015 betreffende de arrestatie van een oudere politieke opposant en de ontbinding van de demonstraties naar aanleiding van deze arrestatie; verzoekt de EU-lidstaten en de andere leden van de UNHRC om de mensenrechtensituatie in Bahrein van nabij te blijven volgen en hierbij met name te letten op de tenuitvoerlegging van de toezeggingen die Bahrein tijdens de universele periodieke toetsing heeft gedaan alsmede van de aanbevelingen van de Bahreinse onafhankelijke onderzoekscommissie, die positief zijn onthaald door de koning van Bahrein;

Egypte

50.    spreekt zijn voldoening uit over het verloop van de universele periodieke toetsing voor Egypte in november 2014 en verwacht dat de UPR op de komende zitting van de UNHRC zal worden goedgekeurd; dringt bij Egypte aan op onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle personen die gevangen worden gehouden omdat zij op vreedzame wijze gebruik maakten van hun recht op vrijheid van meningsuiting, vergadering en vereniging; vraagt voorts dat de Egyptische regering wetgeving aanneemt die aansluit bij de internationale normen, het in de Egyptische grondwet vastgelegde recht op vereniging waarborgt evenals het recht om financiering te ontvangen en te verstrekken, en de wet op protestdemonstraties van november 2013 intrekt en een nieuwe wet aanneemt die de vrijheid van vergadering vrijwaart; vraagt de Egyptische regering met klem een gerechtelijk onderzoek te starten naar de identiteit van de opdrachtgevers en uitvoerders van buitengerechtelijke executies bij de onderdrukking van de overwegend vreedzame demonstraties die sinds 3 juli 2013 hebben plaatsgevonden, waaronder de ontruiming van het Rabaa- en Nahda-plein op 14 augustus 2013, waarbij een groot aantal demonstranten om het leven kwam;

Mali

51.    is ingenomen met het werk van de onafhankelijke deskundige van de VN inzake de mensenrechtensituatie in Mali, en roept de UNHRC op zijn mandaat te verlengen; is ingenomen met de vooruitgang die de regering van Mali heeft geboekt bij het opnieuw instellen van de rechterlijke macht in bepaalde delen van het land en bij het onderzoek naar de foltering van en moord op 21 elitesoldaten in 2012, alsmede met de oprichting van de Commissie voor waarheid, gerechtigheid en verzoening; blijft bezorgd over de verslechtering van de veiligheidssituatie en het aanhoudende inzetten en rekruteren van kindsoldaten, en roept de regering van Mali ertoe op te onderzoeken wie er binnen alle strijdende partijen verantwoordelijk waren voor oorlogsmisdaden tijdens het gewapende conflict in 2012-2013 en hen ter verantwoording te roepen, en ervoor te zorgen dat in eventuele toekomstige vredesovereenkomsten wordt opgeroepen tot verantwoordingsplicht, versterking van de waarheidscommissie en doorlichting van leden van de veiligheidstroepen;

Zuid-Sudan

52.    roept de Afrikaanse Unie op het rapport van haar onderzoekscommissie naar door alle partijen in Zuid-Soedan begane mensenrechtenschendingen publiek te maken, ter bevordering van de rechtspleging wat betreft de mensenrechtenschendingen die sinds het begin van het conflict zijn begaan;

Sri Lanka

53.    neemt kennis van de toezeggingen van de onlangs gekozen regering van Sri Lanka en roept haar op concrete stappen te zetten op het gebied van verantwoordingsplicht, met inbegrip van gedegen onderzoek en vervolging alsmede andere stappen om het algemenere probleem van straffeloosheid en mensenrechtenschendingen aan te pakken, en volledige medewerking te verlenen aan het kantoor van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten en diens internationale onderzoek in Sri Lanka;

Mexico

54.    dringt er bij de Mexicaanse regering op aan voor vorderingen te zorgen in het onderzoek naar aanleiding van de verdwijning van 43 studenten in Iguala, Mexico, degenen die deze misdrijven hebben begaan voor de rechter te brengen en de strijd tegen corruptie, straffeloosheid en georganiseerde misdaad op te voeren, alsmede nauw samen te werken met de organen van de speciale procedures en het VN-verdrag in het kader van de UNHRC evenals regionale mensenrechtenmechanismen die deze zaak volgen, en hen van alle faciliteiten te voorzien die nodig zijn opdat zij hun toezicht kunnen voortzetten;

55.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de EUSR voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de voorzitter van de 69e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de voorzitter van de UNHRC en de Hoge VN-commissaris voor de mensenrechten.

 

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015).

Juridische mededeling - Privacybeleid