Procedure : 2015/2592(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0247/2015

Ingediende teksten :

B8-0247/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/03/2015 - 8.4
CRE 12/03/2015 - 8.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0074

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 134kWORD 63k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0239/2015
9.3.2015
PE552.226v01-00
 
B8-0247/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de moord op de Russische oppositieleider Boris Nemtsov en de toestand van de democratie in Rusland (2015/2592(RSP))


Guy Verhofstadt, Johannes Cornelis van Baalen, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, Dita Charanzová, Gérard Deprez, Marielle de Sarnez, Martina Dlabajová, Fredrick Federley, Juan Carlos Girauta Vidal, Antanas Guoga, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Kaja Kallas, Ilhan Kyuchyuk, Louis Michel, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Marietje Schaake, Pavel Telička, Ramon Tremosa i Balcells namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de moord op de Russische oppositieleider Boris Nemtsov en de toestand van de democratie in Rusland (2015/2592(RSP))  
B8‑0247/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn vorige resoluties en aanbevelingen over Rusland, met name zijn aanbeveling aan de Raad van 23 oktober 2012 over de instelling van gemeenschappelijke visumbeperkingen voor Russische functionarissen die betrokken zijn bij de zaak-Magnitski(1), zijn resolutie van 13 juni 2013 over de rechtsstaat in Rusland(2), zijn resolutie van 13 maart 2014 over Rusland: veroordeling van demonstranten die betrokken waren bij de protesten op het Bolotnaya-plein(3), zijn resolutie van 23 oktober 2014 over de ontbinding van Memorial (winnaar van de Sacharov-prijs 2009) in Rusland(4), zijn aanbeveling aan de Raad van 2 april 2014 over de instelling van gemeenschappelijke visumbeperkingen voor Russische functionarissen die betrokken zijn bij de zaak-Magnitski(5) en zijn resolutie van 15 januari 2015 over Rusland, in het bijzonder de zaak Alexei Navalny(6),

–       gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Oekraïne, met name zijn resolutie van 15 januari 2015(7),

–       gezien zijn eerdere resoluties over het Europees Nabuurschapsbeleid en het Oostelijk Partnerschap,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat eerbiediging van de onafhankelijkheid, territoriale integriteit, onschendbaarheid van de grenzen en vreedzame geschillenbeslechting belangrijke beginselen zijn die Rusland gehouden is te respecteren, aangezien het land het VN-handvest en de Slotakte van Helsinki van de OVSE heeft geratificeerd; overwegende dat de beginselen van democratie, mensenrechten en de rechtsstaat de belangrijkste toezeggingen zijn die samenhangen met het Russische lidmaatschap van de Raad van Europa, de OVSE en de VN;

B.     overwegende dat de annexatie van de Krim door Rusland, de militaire interventie in Oekraïne en de steun voor de separatisten in Oost-Oekraïne een schending vormen van het internationaal recht, onder meer van het VN-Handvest, de Slotakte van Helsinki en de Overeenkomst van Boedapest van 1994; overwegende dat deze acties niet enkel een bedreiging vormen voor de eenheid en onafhankelijkheid van Oekraïne, maar voor het hele Europese continent;

C.     overwegende dat het Parlement meermaals zijn bezorgdheid heeft geuit over de stand van de democratie in Rusland en over het feit dat het land stelselmatig nalaat de rechtsstaat te handhaven en de grondrechten te eerbiedigen; overwegende dat de rechtsstaat, de normen voor een eerlijk proces en een eerlijke rechtsbedeling en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht niet worden geëerbiedigd in Rusland; overwegende dat bij de afgelopen presidentsverkiezingen en de verkiezingen voor de Staatsdoema de normen van de OVSE niet werden nageleefd;

D.     overwegende dat het gebrek aan mediavrijheid het zeer moeilijk maakt voor het Russische volk om toegang te hebben tot informatie die geen propaganda is voor het beleid van de overheid, ook buiten Rusland;

E.     overwegende dat de EU in het kader van het Partnerschap voor modernisering herhaaldelijk bijstand en expertise heeft aangeboden aan Rusland om de rechtsstaat te versterken, de internationale verplichtingen na te komen en het economische potentieel van het land ten volle te ontwikkelen;

F.     overwegende dat de EU de onderhandelingen met Rusland heeft opgestart over een nieuwe overeenkomst tussen de EU en Rusland, waarmee een nieuwe grondslag zou worden gegeven aan het bilaterale partnerschap; overwegende dat deze onderhandelingen zijn opgeschort als antwoord op de illegale annexatie door Rusland van de Krim en de aanhoudende destabilisatie van Oekraïne;

G.     overwegende dat er Russische strijdkrachten aanwezig zijn op het internationaal erkende grondgebied van Georgië en Moldavië, wat in strijd is met het internationaal recht;

1.      betreurt de moord op Boris Nemtsov, de voormalige vicepremier van de Russische Federatie en een van de leiders van de oppositiebeweging RPR-Parnas; betuigt zijn medeleven aan zijn familie en dierbaren en vraagt dat een onafhankelijk onderzoek wordt ingesteld om de daders voor de rechter te brengen;

2.      wijst erop dat deze moord kan worden toegevoegd aan een steeds langere lijst met onopgeloste politiek gemotiveerde moorden en verdachte overlijdens in Rusland sinds 1998, die reeds de namen bevat van onderzoeksjournalist Anna Politkovskaja, advocaat Stanislav Markelov, journalist Anastasiia Baburova, mensenrechtenactivist Natalia Estemirova, advocaat Sergei Magnitskii, en nu dus ook politicus Boris Nemtsov;

3.      is verontrust over het klimaat van haat gericht tegen oppositieleden, voorvechters van de mensenrechten, minderheden en buurlanden dat in de loop van de afgelopen jaren sterker geworden is door staatspropaganda en de officiële media, als onderdeel van een politieke cultuur die zich steeds meer verwijdert van democratische beginselen;

4.      is ernstig bezorgd over de systematische verslechtering van de situatie van de mensenrechten en de rechtsstaat in Rusland als gevolg van de inspanningen van de overheidsinstanties om de vrije meningsuiting te onderdrukken, de activiteiten van de oppositie te belemmeren, repressief te reageren op elke poging om corruptie bij de politieke en economische elite bloot te leggen en de activiteiten van het maatschappelijk middenveld in de kiem te smoren; veroordeelt de intimidatie van kritische stemmen door middel van geweld, rechtszaken, opsluiting en andere maatregelen waarop de staat zich beroept, en de inperking van de pers- en internetvrijheid;

5.      betreurt dat het Russische rechtsstelsel wordt misbruikt als machtsinstrument waarmee politiek gemotiveerde arrestaties, rechtszaken en opsluitingen worden gehuld in een sluier van legaliteit en de straffeloosheid van de machthebbers wordt verdoezeld;

6.      is bezorgd over de ernstige economische neergang in Rusland, die voornamelijk te wijten is aan de dalende energieprijzen en het onduidelijke investeringsklimaat, dat wordt geteisterd door corruptie en dat verstoord is zodat de belangen van de Russische politieke elite worden gediend, maar die eveneens wordt verergerd door de economische sancties die zijn opgelegd aan Rusland;

7.      herinnert Rusland aan zijn verplichtingen als lid van de Raad van Europa;

8.      veroordeelt met klem de illegale bezetting en annexatie van de Krim en de aangetoonde Russische betrokkenheid bij de gevechten in Oost-Oekraïne; verzoekt Rusland te erkennen dat het een conflictpartij is en het Minsk II-akkoord ten volle uit te voeren, met inbegrip van de volledige terugtrekking van zijn militaire middelen en troepen van het Oekraïense grondgebied en de volledige stopzetting van de militaire steunverlening aan en de bevoorrading van de separatisten;

9.      neemt kennis van de gedeeltelijke uitwisseling van oorlogsgevangenen en roept beide partijen op alle gevangenen vrij te laten, zoals overeengekomen in Minsk, waaronder Nadiia Savchenko, die door de Russische autoriteiten wordt gevangengehouden in Moskou;

10.    pleit voor een actievere rol van de EU in de OVSE; vraagt een robuuster mandaat voor OVSE-waarnemers in Oost-Oekraïne om toezicht te houden op de uitvoering van de akkoorden van Minsk, met inbegrip van de volledige controle over de Russisch-Oekraïense grens, en verwacht van alle lidstaten dat ze hun verbintenissen nakomen om personeel en middelen te leveren aan de OVSE-missie zodat deze haar taken kan uitvoeren;

11.    waarschuwt Rusland geen verdere destabiliserende handelingen te ondernemen tegen zijn buurlanden; wijst op de door Rusland aangegane verbintenis om geschillen op een vredevolle manier te trachten op te lossen, en moedigt Rusland aan een actieve en constructieve rol te spelen in gezamenlijke Europese organisaties, waaronder de OVSE en de Raad van Europa; verklaart andermaal dat het pal staat voor de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van alle staten in Europa en hamert op hun recht om vrijelijk hun verbonden te kiezen;

12.    dringt er bij de voorzitter van de Europese Raad en de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger (VV/HV) op aan een omvattende beleidsstrategie uit te werken die de EU in staat stelt het initiatief opnieuw naar zich toe te trekken en een proactief beleid na te streven in verband met Rusland;

13.    is van mening dat deze EU-strategie tot doel moet hebben Rusland ertoe te brengen de beginselen van de OVSE ten volle te eerbiedigen en de Russische leiders te motiveren om het land uit zijn zelfgekozen politiek en economisch isolement te halen; is van mening dat deze strategie gebaseerd moet zijn op een tweeledige aanpak: enerzijds moet er sprake zijn van een strategie om uitdagingen die te maken hebben met het huidige Russische confrontatiebeleid te beheersen, en anderzijds van een strategie om intensievere betrekkingen aan te gaan met de Russische bevolking en het maatschappelijk middenveld, met een sterkere nadruk op de mensenrechten van de Russische bevolking;

14.    is van mening dat Rusland een belangrijke mondiale speler blijft en dat het in het strategische belang van de EU en Rusland is om snel te zorgen voor de-escalatie en de betrekkingen te herstellen door middel van diplomatie en bemiddeling, op basis van de eerbiediging van het internationaal recht en de OVSE-verbintenissen;

15.    dringt er bij de VV/HV op aan om, in het kader van het eerste deel van de strategie, verdere sancties op te stellen die gericht zijn op belangrijke economische sectoren en functionarissen in de Russische overheidsdienst en daarbuiten die verantwoordelijk zijn voor schendingen van het internationaal recht en de territoriale integriteit van buurlanden, opdat de Europese Raad en de Raad deze sancties onmiddellijk kunnen aannemen indien de in Minsk overeengekomen demarcatielijn of andere internationale akkoorden zouden worden geschonden; is van mening dat deze bijkomende sancties met name gericht moeten zijn op de energiesector en de financiële sector; herhaalt dat de tot dusver genomen sancties omkeerbaar zijn en stapsgewijs kunnen worden aangepast, afhankelijk van de tenuitvoerlegging van de akkoorden van Minsk en de situatie ter plaatse;

16.    wijst op zijn aanbeveling van 2 april 2014 over de instelling van gemeenschappelijke visumbeperkingen voor Russische functionarissen die betrokken zijn bij de zaak-Magnitski en dringt er bij de VV/HV en de Commissie op aan het relevante initiatief onverwijld op de agenda van de Raad te plaatsen; is van mening dat op individuen gerichte restrictieve maatregelen moeten worden overwogen indien er geen geloofwaardig onderzoek wordt uitgevoerd naar de moord op Boris Nemtsov;

17.    is van mening dat de sancties moeten worden teruggeschroefd en de samenwerking moet worden ontwikkeld zodra Rusland de akkoorden van Minsk ten volle ten uitvoer legt, bijdraagt tot een vredevolle oplossing van het conflict in Oost-Oekraïne en de OVSE-toezeggingen ten volle eerbiedigt, met inbegrip van de territoriale integriteit, onafhankelijkheid en soevereiniteit van zijn buurlanden;

18.    verzoekt de VV/HV om in samenwerking met de Commissie opties voor te stellen om de rechtstreekse samenwerking met de Russische bevolking, kleine en middelgrote ondernemingen, wetenschappelijke en culturele instellingen en het maatschappelijk middenveld te versterken;

19.    neemt kennis van de opschorting van de onderhandelingen over visumversoepeling en vraagt de Commissie en de lidstaten de aflevering van een visum aan Russische burgers die niet vallen onder de restrictieve maatregelen van de EU of de VS te vergemakkelijken, zodat de uitwisseling van studenten en wetenschappers wordt gestimuleerd, alsook de handelsbetrekkingen en contacten op niveau van het maatschappelijk middenveld; benadrukt dat de EU en de lidstaten beschikken over voldoende ruimte om de visumvoorschriften unilateraal te versoepelen;

20.    spoort de VV/HV aan om in samenwerking met de Commissie mogelijke modaliteiten voor samenwerking tussen de EU en de Euraziatische douane-unie te onderzoeken;

21.    benadrukt dat het belangrijk is politieke, economische en financiële steun te bieden aan Oekraïne, Moldavië en Georgië, die op een democratische manier besloten hebben een associatieovereenkomst te sluiten met de EU, bijstand te verlenen voor de hervormingsinspanningen van hun regeringen, en de sectorale samenwerking uit te breiden, met name op het vlak van energie, justitie en binnenlandse zaken, vervoer en milieu; benadrukt dat een gedegen procedure nodig is voor controles vooraf en achteraf op de verwezenlijking van de door beide partijen overeengekomen doelstellingen;

22.    dringt er bij de VV/HV op aan te komen met een plan om de strategische communicatie van de EU te verbeteren, om op een doeltreffende manier om te gaan met desinformatie en om de ontwikkeling van media-initiatieven in het Russisch in de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap te steunen;

23.    vraagt de Commissie ontwerpregelgeving voor te stellen waarmee de financiering van politieke partijen in de EU door politieke of economische belanghebbenden van buiten de EU wordt verboden;

24.    wijst erop dat het belangrijk is de energieafhankelijkheid van de EU van autoritaire landen die olie en gas uitvoeren te verminderen, meer werk te maken van de energiediversificatie, en bovenal de energie-unie te finaliseren door het gemeenschappelijk regelgevingskader in te voeren, de laatste hand te leggen aan het energienetwerk via energie-interconnecties, en een gemeenschappelijk mechanisme in te voeren betreffende onderhandelingen met derde landen;

25.    spoort de Commissie aan te zorgen voor de handhaving van de bestaande mededingingsregels, die bepalen dat de eigenaars van energie-infrastructuur gescheiden moeten zijn van energieproducenten, eveneens in het geval van de omgekeerde gasstroom van Slowakije naar Oekraïne;

26.    benadrukt dat de ontwikkelingen in het oostelijk nabuurschap aantonen dat eenheid binnen de EU noodzakelijk is, dat de lidstaten hun uitgaven voor defensie moeten opvoeren en hun defensiecapaciteiten moeten uitbreiden, en dat het nodig is het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid verder te ontwikkelen in de richting van daadwerkelijke en tastbare samenwerking op defensiegebied;

27.    veroordeelt de ontvoering van een Estse functionaris van de binnenlandse veiligheidsdienst van Ests grondgebied naar Rusland en herhaalt zijn oproep aan de Russische autoriteiten om de heer Kohver onmiddellijk vrij te laten en hem veilig naar Estland te laten terugkeren;

28.    herhaalt zijn oproep de verantwoordelijken voor het neerhalen van vlucht MH17 voor de Oekraïense of internationale rechter te brengen;

29.    benadrukt dat de Russische toestemming voor de volledige overdracht van het wrak en de zwarte dozen van de plaats van de crash van vlucht TU154 van de Poolse luchtmacht een vertrouwenswekkende maatregel zou zijn;

30.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de lidstaten, de Russische Staatsdoema en de regering en president van Rusland.

(1)

PB C 68E van 7.3.2014, blz. 13.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0284.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0253.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0039.

(5)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0258.

(6)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0006.

(7)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0011.

Juridische mededeling - Privacybeleid