Procedure : 2015/2520(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0370/2015

Ingediende teksten :

B8-0370/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 30/04/2015 - 10.9
CRE 30/04/2015 - 10.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0185

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 133kWORD 63k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0370/2015
27.4.2015
PE555.144v01-00
 
B8-0370/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Nigeria (2015/2520(RSP))


Kashetu Kyenge, Ana Gomes, Victor Boștinaru, Norbert Neuser, Elena Valenciano, Maria Arena, Alessia Maria Mosca, Linda McAvan, David Martin, Michela Giuffrida, Eider Gardiazabal Rubial, Andrea Cozzolino, Nicola Caputo, Carlos Zorrinho, Marlene Mizzi, Doru-Claudian Frunzulică, Eric Andrieu, Nicola Danti, Afzal Khan, Viorica Dăncilă, Victor Negrescu, Liisa Jaakonsaari, Arne Lietz, Vincent Peillon, Zigmantas Balčytis, Elly Schlein, Neena Gill, Miriam Dalli, Goffredo Maria Bettini, Enrique Guerrero Salom, Demetris Papadakis, Luigi Morgano, Sorin Moisă, Andi Cristea, Siôn Simon namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Nigeria (2015/2520(RSP))  
B8‑0370/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over Nigeria en in het bijzonder zijn meest recente plenaire debat over de kwestie op woensdag 14 januari 2015,

–       gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, onder meer die van 8 januari, 19 januari, 31 maart en 14 en 15 april 2015,

–       gezien de conclusies van de Raad van 9 februari 2015,

–       gezien de vijfde ministeriële dialoog tussen Nigeria en de EU in Abuja op 27 november 2014,

–       gezien de voorlopige conclusies van de verkiezingswaarnemingsmissies van de EU en het EP,

–       gezien de verklaringen van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon,

 

–       gezien de verklaringen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten over de mogelijkheid om leden van Boko Haram aan te klagen wegens oorlogsmisdaden,

–       gezien de verklaring van de VN van 1981 inzake de uitbanning van alle vormen van intolerantie en discriminatie gebaseerd op religie of geloof,

–       gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van 1981, dat Nigeria op 22 juni 1983 heeft geratificeerd,

–       gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten van 1966, dat Nigeria op 29 oktober 1993 heeft geratificeerd,

–       gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat Nigeria het meest dichtbevolkte land met de grootste etnische verscheidenheid in Afrika is en dat het gekenmerkt wordt door regionale en religieuze verdeeldheid en een tweedeling tussen het noorden en het zuiden met grote economische en maatschappelijke ongelijkheden;

B.     overwegende dat Nigeria de grootste economie van het Afrikaanse continent en een belangrijke handelspartner van de EU is; overwegende evenwel dat Nigeria, ondanks zijn vele rijkdommen, behoort tot de landen waar de ongelijkheid het grootst is;

C.     overwegende dat de aanslagen van Boko Haram tussen 3 en 8 januari 2015 Baga en 16 omliggende steden en dorpen als doelwit hadden, wat (zoals uit satellietbeelden valt op te maken) geleid heeft tot de vernietiging van bijna 3 700 gebouwen en de dood van duizenden mensen;

D.     overwegende dat Boko Haram een aantal steden in het noordoosten van Nigeria heeft ingenomen en burgers blijft dwingen zich bij hen aan te sluiten, waaronder een groot aantal kinderen;

E.     overwegende dat in april 2014 meer dan 270 meisjes zijn ontvoerd uit een openbare school in Chibok (deelstaat Borno); overwegende dat de meerderheid van hen nog steeds wordt vermist; overwegende dat er sindsdien nog honderden mensen door Boko Haram zijn ontvoerd;

F.     overwegende dat de Verenigde Naties schatten dat door het geweld in de deelstaten Borno, Yobe en Adamawa 1,5 miljoen mensen ontheemd zijn geraakt en dat meer dan drie miljoen mensen zijn getroffen door de opstand;

G.     overwegende dat meer dan 300 000 Nigerianen naar het noordwesten van Kameroen en het zuidwesten van Niger zijn gevlucht om aan het geweld te ontsnappen; en overwegende dat honderden Nigerianen hun leven riskeren op de migratieroutes naar de EU, in de hoop op betere economische en sociale leefomstandigheden en grotere veiligheid;

H.     overwegende dat het aantal aanvallen, waaronder met kinderen die als zelfmoordterroristen worden ingezet, toeneemt en dat de aanvallen in een groot gebied plaatsvinden, en ook in de buurlanden Tsjaad en Kameroen;

 

I.      overwegende dat de aanvankelijke respons van de Nigeriaanse autoriteiten volkomen ontoereikend was en onder de bevolking een gevoel van wantrouwen jegens de overheid heeft veroorzaakt;

J.      overwegende dat het feit dat de opstand van Boko Haram doorwerkt in de buurlanden laat zien hoe belangrijk een grotere regionale samenwerking en respons zijn;

K.     overwegende dat Nigeria een sleutelrol speelt in de regionale en Afrikaanse politiek en via de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS) een van de drijvende krachten achter regionale integratie is;

L.     overwegende dat de aardolie-opbrengsten gestaag zijn gedaald en er een economische crisis dreigt;

M.    overwegende dat onderwijs, vrouwenrechten, sociale rechtvaardigheid en een eerlijke verdeling van de overheidsinkomsten over de samenleving, alsmede de strijd tegen corruptie essentiële elementen zijn bij het tegengaan van fundamentalisme, geweld en intolerantie;

N.     overwegende dat terrorisme wereldwijd een bedreiging vormt, maar dat de inspanningen van de internationale gemeenschap om meer te ondernemen tegen Boko Haram in Nigeria tot op zekere hoogte afhankelijk waren van de vraag in hoeverre de verkiezingen geloofwaardig, verantwoordbaar en transparant zouden zijn;

O.     overwegende dat Nigeria een nog jonge, kwetsbare democratie is, die na de verkiezingen van 2011 met extreem geweld te maken kreeg en waar beschuldigingen van verkiezingsgesjoemel zijn geuit;

P.     overwegende dat de onafhankelijke nationale verkiezingscommissie (INEC) de verkiezingen van 14 en 28 februari 2015 heeft uitgesteld tot 28 maart en 11 april 2015, om de regering in staat te stellen militaire acties tegen Boko Haram te starten, en dat een regionale respons in maart 2015 is gestart met Tsjaad, Niger en Kameroen, waardoor de aanwezigheid van Boko Haram is teruggebracht;

Q.     overwegende dat de verkiezingscampagne in een gespannen sfeer plaatsvond met meldingen van aan de verkiezing gerelateerde incidenten in alle delen van het land, in het bijzonder in het zuiden en het zuidwesten, aanvallen van Boko Haram ter ontmoediging van kiezers, schendingen van campagnevoorschriften en beïnvloeding van kiezers;

R.     overwegende dat de lokale en internationale waarnemers tekortkomingen in het systeem opmerkten, met name bij het tellen van de stemmen, alsmede machtsmisbruik en gebruik van geweld; overwegende evenwel dat er geen systematische manipulatie werd waargenomen;

S.     overwegende dat de EU op verzoek van de regering een langetermijn-verkiezingswaarnemingsmissie naar het land heeft gestuurd, die ook een delegatie van het Europees Parlement omvatte;

T.     overwegende dat de presidentskandidaat van de oppositiepartij All Progressive Congress (APC), generaal Muhammadu Buhari, op 31 maart 2015 tot winnaar van de verkiezingen is uitgeroepen en de zittende president zijn nederlaag zonder protest heeft erkend;

U.     overwegende dat er minder vrouwen zijn gekozen dan in 2011, toen de trend ook al negatief was;

1.      veroordeelt met klem het aanhoudende en steeds zorgwekkendere geweld in Nigeria, dat heeft geleid tot duizenden doden en gewonden en honderdduizenden ontheemden;

2.      betreurt het afslachten van onschuldige mannen, vrouwen en kinderen, en schaart zich achter de Nigeriaanse bevolking in haar vastberaden strijd om alle vormen van terrorisme in het land uit te roeien;

3.      verzoekt de nieuwgekozen president zijn campagnebeloftes gestand te doen en alles in het werk te stellen om een eind te maken aan het geweld van Boko Haram, de stabiliteit en veiligheid in het hele land te herstellen en de achterliggende oorzaken van het terrorisme aan te pakken, en met name harder op te treden tegen de interne corruptie, het wanbeheer en de inefficiëntie binnen de overheidsdiensten en het leger, die ertoe hebben geleid dat deze niet in staat zijn op te treden tegen de gesel van Boko Haram in het noorden van het land, alsmede maatregelen te treffen om Boko Haram af te snijden van zijn illegale inkomstenbronnen door middel van samenwerking met de buurlanden, met name wat betreft smokkel en illegale handel;

4.      roept de nieuwe Nigeriaanse autoriteiten tevens op een routekaart vast te stellen voor de sociale en economische ontwikkeling van de noordelijke en zuidelijke deelstaten om armoede en ongelijkheid aan te pakken en door middel van decentralisering een eerlijke verdeling te bevorderen van de aardolie-inkomsten, die een van de oorzaken van het toenemende geweld vormen; verzoekt de EU alles in het werk te stellen om deze maatregelen te aan te moedigen, onder meer via de mogelijkheid om gebruik te maken van de Vredesfaciliteit voor Afrika en de EU-instrumenten voor crisisbeheersing;

5.      is ingenomen met de vastberadenheid van de 13 landen die op 20 en 21 januari 2015 aan de regionale top in Niamey hebben deelgenomen, en met name met de toezegging van militaire hulp van Tsjaad om samen met Kameroen, Niger en Nigeria de strijd aan te gaan met de terroristische dreiging van Boko Haram; dringt aan op versterking van deze regionale respons, met gebruikmaking van alle beschikbare instrumenten; wijst erop dat zonder deze samenwerking het geweld waarschijnlijk zal aanhouden, waardoor de vrede en de stabiliteit in de hele regio worden ondermijnd; wijst in dit verband op het feit dat Boko Haram trouw heeft gezworen aan Da'esh, en onderstreept de noodzaak om verdere coördinatie of samenwerking tussen de twee terreurorganisaties en de uitbreiding van deze bedreiging te verhinderen;

6.      dringt er bij de internationale gemeenschap op aan meer te doen om de Nigeriaanse regering te helpen in de strijd tegen Boko Haram en er met name voor te zorgen dat de meer dan 200 meisjes die in april 2014 door Boko Haram uit een openbare school in Chibok in de deelstaat Borno werden ontvoerd, worden bevrijd, en de onderliggende oorzaken van terrorisme aan te pakken, daar alleen een wereldwijde respons een definitief einde kan maken aan geweld en fundamentalisme;

7.      verzoekt de internationale gemeenschap verder de Nigeriaanse vluchtelingen in buurlanden bij te staan; en dringt er bij de EU-lidstaten op aan onverwijld een geloofwaardig en alomvattend Europees systeem op te zetten om de migratieroutes van Afrika beneden de Sahara naar het Midden-Oosten en Noord-Afrika te beheren, de landen van herkomst, zoals Nigeria, duurzame ontwikkelingsoplossingen te bieden en een einde te maken aan de menselijke tragedies die op deze routes plaatsvinden;

8.      verzoekt de Europese Unie en haar lidstaten uitvoering te geven aan hun toezegging om Nigeria en zijn bevolking uitgebreide politieke, humanitaire en ontwikkelingssteun te bieden door de dreiging van Boko Haram aan te pakken en de ontwikkeling van het land te waarborgen; roept de EU tevens op onderzoek te doen naar de financiering van Boko Haram en de transparantie van de handel in alle natuurlijke hulpbronnen, met inbegrip van aardolie, aan de orde te stellen, om te voorkomen dat conflicten door onze eigen bedrijven verder worden aangewakkerd;

9.      is van mening dat de Nigeriaanse regering het recht en de verantwoordelijkheid heeft om haar bevolking te beschermen tegen terrorisme, maar benadrukt dat dergelijke acties moeten worden uitgevoerd met inachtneming van de mensenrechten en de rechtsstaat;

10.    verzoekt om een grondig onderzoek naar vermoedelijke mensenrechtenschendingen, waaronder buitengerechtelijke executies, foltering, willekeurige arrestatie en aan afpersing gerelateerd misbruik, en is van mening dat dergelijke acties niet kunnen worden gerechtvaardigd als middel om de dreiging die uitgaat van Boko Haram of andere terroristische organisaties te bestrijden;

11.    is ingenomen met de initiatieven van de Raad voor Vrede en Veiligheid van de Afrikaanse Unie en verzoekt de Afrikaanse Unie zo spoedig mogelijk concrete maatregelen te nemen, samen met alle betrokken landen, om de strijd tegen terroristische groeperingen in het Sahelgebied te coördineren;

12.    feliciteert oppositieleider Muhammadu Buhari met zijn overwinning bij de presidentsverkiezingen en president Jonathan met de prijzenswaardige aanvaarding van zijn nederlaag, waardoor de verkiezingen in een vreedzame sfeer zijn verlopen, is ingenomen met het feit dat alle politieke partijen en kandidaten naar vreedzame verkiezingen blijven streven, en roept hen op de uitslag steeds met kalmte te aanvaarden;

13.    prijst de Nigeriaanse bevolking om haar democratische enthousiasme en participatie tijdens het hele verkiezingsproces en verzoekt de Nigeriaanse autoriteiten om zich nog meer in te zetten voor goed bestuur en voor democratische instellingen met een grotere verantwoordingsplicht;

14.    is verheugd over het feit dat de INEC voor een redelijk geloofwaardig, transparant en eerlijk verkiezingsproces heeft kunnen zorgen, ondanks de interne en externe problemen en de druk waarmee zij te kampen had;

15.    spoort degenen die bezwaren tegen de gang van zaken hebben aan deze via de officiële geschilbeslechtingsmechanismen aan te kaarten en verzoekt de Nigeriaanse regering alle bezwaren volledig en op geloofwaardige wijze te onderzoeken en de mogelijkheid van rechtsherstel te bieden; verzoekt de EU de ontwikkeling van dergelijke mechanismen te ondersteunen;

16.    verzoekt de Nigeriaanse regering de deelname van vrouwen aan het openbare en politieke leven te bevorderen;

17.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van Nigeria, de vertegenwoordigers van ECOWAS en de Afrikaanse Unie.

 

Juridische mededeling - Privacybeleid