Procedure : 2015/2520(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0371/2015

Ingediende teksten :

B8-0371/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 30/04/2015 - 10.9
CRE 30/04/2015 - 10.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0185

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 132kWORD 63k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0370/2015
27.4.2015
PE555.145v01-00
 
B8-0371/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Nigeria (2015/2520(RSP))


Lola Sánchez Caldentey, Marisa Matias, Malin Björk, Rina Ronja Kari, Merja Kyllönen, Patrick Le Hyaric, Miloslav Ransdorf, Marie-Christine Vergiat, Younous Omarjee namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Nigeria (2015/2520(RSP))  
B8‑0371/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over Nigeria en in het bijzonder zijn meest recente plenaire debat over de kwestie op woensdag 14 januari 2015,

–       gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, onder meer die van 8 januari, 19 januari, 31 maart, en 14 en 15 april 2015,

–       gezien de conclusies van de Raad van 9 februari 2015,

–       gezien de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme(1),

–       gezien de vijfde ministeriële dialoog tussen Nigeria en de EU in Abuja op 27 november 2014,

–       gezien de voorlopige conclusies van de verkiezingswaarnemingsmissies van de EU en het EP,

–       gezien de verklaringen van de secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-moon,

–       gezien de verklaringen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten over de mogelijkheid om leden van Boko Haram aan te klagen wegens oorlogsmisdaden,

–       gezien de verklaring van de VN van 1981 inzake de uitbanning van alle vormen van intolerantie en discriminatie gebaseerd op religie of geloof,

–       gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van 1981, dat Nigeria op 22 juni 1983 heeft geratificeerd,

–       gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten van 1966, dat Nigeria op 29 oktober 1993 heeft geratificeerd,

–       gezien het Verdrag inzake de rechten van het kind, dat Nigeria op 16 april 1991 heeft geratificeerd,

–       gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–       gezien artikel 208 VWEU, waarin is vastgelegd dat in al het extern beleid van de Europese Unie rekening moet worden gehouden met het beginsel van beleidscoherentie voor ontwikkeling,

–       gezien de Conventies van Genève,

–       gezien het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen en het bijbehorende facultatief protocol,

–       gezien de resolutie 2122 en 1325 van de VN-Veiligheidsraad betreffende vrouwen, vrede en veiligheid,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat Nigeria het meest dichtbevolkte land met de grootste etnische verscheidenheid in Afrika is en gekenmerkt wordt door een tweedeling tussen het Noorden en het Zuiden met grote economische en maatschappelijke ongelijkheden;

B.     overwegende dat Nigeria de grootste economie van het Afrikaanse continent is; overwegende evenwel dat Nigeria, ondanks zijn vele rijkdommen, behoort tot de landen waar de ongelijkheid het grootst is; overwegende dat de meerderheid van de 148 miljoen inwoners van Nigeria onder de armoedegrens leeft, ondanks het feit dat het land de op zeven na grootste olieproducent is;

C.     overwegende dat eerlijke belastingstelsels overheden van essentiële financiële middelen voorzien ter dekking van het recht van burgers op elementaire openbare diensten, zoals gezondheidszorg en onderwijs voor iedereen, en overwegende dat een doeltreffend fiscaal herverdelingsbeleid essentieel is voor het verminderen van de gevolgen van groeiende ongelijkheden;

D.     overwegende dat illegale geldstromen, d.w.z. alle ongeregistreerde particuliere geldstromen waarbij het kapitaal illegaal is verkregen, overgeboekt of gebruikt, doorgaans voortvloeien uit belastingontduikingsactiviteiten, foutieve facturering van goederen en diensten en oneigenlijke interne verrekenprijzen, in strijd met het beginsel dat de belasting moet betaald waar de winst wordt gegenereerd;

E.     overwegende dat de aanslagen door Boko Haram tussen 3 en 8 januari 2015 Baga en zestien omliggende steden en dorpen als doelwit hadden, wat heeft geleid tot de vernietiging van bijna 3 700 structuren en de dood van duizenden mensen; overwegende dat Boko Haram een aantal steden in het noordoosten van Nigeria heeft ingenomen en burgers blijft dwingen zich bij hen aan te sluiten, waaronder een groot aantal kinderen;

F.     overwegende dat in april 2014 276 meisjes zijn ontvoerd uit een staatsschool in Chibok (deelstaat Borno); overwegende dat de meerderheid nog steeds wordt vermist; overwegende dat er sindsdien nog honderden mensen door Boko Haram zijn ontvoerd;

G.     overwegende dat de Verenigde Naties schatten dat door het geweld in de deelstaten Borno, Yobe en Adamawa 1,5 miljoen mensen zijn ontheemd en dat meer dan drie miljoen mensen zijn getroffen door de opstand;

H.     overwegende dat meer dan 300 000 Nigerianen naar het noordwesten van Kameroen en het zuidwesten van Niger zijn gevlucht om aan het geweld te ontsnappen;

I.      overwegende dat het aantal aanvallen, waaronder met kinderen die als zelfmoordterroristen worden ingezet, toeneemt en zich geografisch uitbreidt, waaronder naar de buurlanden Tsjaad en Kameroen;

J.      overwegende dat het feit dat de opstand van Boko Haram doorwerkt in de buurlanden laat zien hoe belangrijk een grotere regionale samenwerking is;

K.     overwegende dat Nigeria een sleutelrol speelt in de regionale en Afrikaanse politiek en via de ECOWAS een van de drijvende krachten achter regionale integratie is;

L.     overwegende dat Nigeria vanuit economisch oogpunt met endemische problemen kampt, vanwege de monopolisering van natuurlijke rijkdommen door een minderheid en de belangrijke verantwoordelijkheden van de voormalige koloniale machten bij de plundering van Nigeria; overwegende dat deze situatie geleid heeft tot tientallen jaren van sociale en culturele verdeeldheid tussen inheemse bevolkingsgroepen voor wat de controle over vruchtbare landbouwgrond betreft, en tussen inheemse bevolkingsgroepen en migranten en kolonisten uit het noorden van het land; overwegende dat de aardolie-opbrengsten gestaag zijn gedaald en er een economische crisis dreigt;

M.    overwegende dat onderwijs, geletterdheid, vrouwenrechten, sociale rechtvaardigheid en een eerlijke verdeling van de overheidsinkomsten over de samenleving, het terugdringen van de ongelijkheid en de strijd tegen corruptie essentiële elementen zijn voor goed bestuur en de bestrijding van fundamentalisme, geweld en intolerantie;

N.     overwegende dat de INEC de verkiezingen van 14 en 28 februari heeft uitgesteld tot 28 maart en 11 april om de regering in staat te stellen militaire acties tegen Boko Haram te starten, en dat in maart 2015 een regionale respons is gestart met Tsjaad en Kameroen;

O.     overwegende dat de verkiezingscampagne in een gespannen sfeer plaatsvond met meldingen van aan de verkiezing gerelateerde incidenten in alle delen van het land, in het bijzonder in het Zuiden en het Zuidwesten, aanvallen van Boko Haram ter ontmoediging van kiezers, schendingen van campagnevoorschriften en beïnvloeding van kiezers; overwegende dat de lokale en internationale waarnemers tekortkomingen in het systeem opmerkten, met name bij het tellen van de stemmen, alsmede machtsmisbruik en gebruik van geweld; overwegende evenwel dat er geen systematische manipulatie werd waargenomen;

P.     overwegende dat de presidentskandidaat van de oppositiepartij All Progressive Congress (APC), generaal Muhammadu Buhari, op 31 maart 2015 tot winnaar van de verkiezingen is uitgeroepen en de zittende president zijn nederlaag zonder protest heeft erkend;

Q.     overwegende dat er minder vrouwen zijn gekozen dan in 2011, toen de trend ook al negatief was;

1.      veroordeelt met klem het aanhoudende en toenemende geweld in Nigeria, dat heeft geleid tot duizenden doden en gewonden en honderdduizenden ontheemden; betreurt de afslachting van onschuldige mannen, vrouwen en kinderen, de verkrachtingen, de folteringen en de aanwerving van kindsoldaten, en schaart zich achter de Nigeriaanse bevolking in hun vastberadenheid om alle vormen van terrorisme in hun land uit te roeien;

2.      verzoekt de onlangs verkozen president ervoor te zorgen dat de mensenrechten van al zijn burgers worden geëerbiedigd; roept de regering op de bevolking te beschermen en de onderliggende oorzaken van het geweld aan te pakken, om te zorgen voor gelijke rechten voor alle burgers en door werk te maken van de problemen rond de controle over vruchtbare landbouwgrond, werkloosheid en armoede; verzoekt de regering corruptie, armoede en ongelijkheid te bestrijden en sociale, politieke en economische hervormingen te bevorderen, teneinde een vrije, democratische, stabiele en veilige staat te creëren; verzoekt de regering maatregelen te treffen om Boko Haram verstoken te houden van hun bronnen van illegale inkomsten, door middel van samenwerking met buurlanden, met name op het gebied van smokkel en handel;

3.      wijst er nogmaals op dat de maatregelen van de regering tegen Boko Haram er niet toe mogen leiden dat het geweld verder wordt aangewakkerd; veroordeelt in dit verband dat het Nigeriaanse leger buitensporig geweld gebruikt bij de vervolging van Boko Haram; verzoekt om een hervorming van de Nigeriaanse staatsveiligheidsdiensten, met inbegrip van de politie, waarbij wordt gezorgd voor een passende uitrusting en doeltreffend democratisch toezicht en onderzoeken worden uitgevoerd naar de verantwoordelijken voor schendingen van de mensenrechten, met inbegrip van buitengerechtelijke executies, foltering, verkrachting, misbruik, willekeurige arrestaties en aan afpersing gerelateerd misbruik;

4.      verzoekt om een onafhankelijk onderzoek om licht te werpen op de verschillende daden van Boko Haram, en om te specificeren of er oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid zijn gepleegd;

5.      wijst erop dat de toenemende verarming van de burgers, de afnemende economische kansen, de toenemende ongelijkheden en de beperkte onderwijsmogelijkheden het aantal werklozen heeft doen oplopen, hetgeen de sociaaleconomische basis biedt voor de ontwikkeling van Boko Haram; wijst tevens met bezorgdheid op het feit dat de staat in vele regio's de bevolking geen essentiële overheidsdiensten biedt, zoals water, sanitaire voorzieningen, gezondheidszorg of onderwijs; dringt er in dit verband bij de Nigeriaanse autoriteiten op aan de sociaaleconomische basis voor de ontwikkeling van Boko Haram aan te pakken en de verslechterende levensstandaard tegen te gaan, met het oog op de totstandbrenging van sociale rechtvaardigheid; verzoekt de EU alle beschikbare instrumenten aan te wenden om deze maatregelen te bevorderen;

6.      is van mening dat vreedzame beslechting van geschillen alleen mogelijk is door middel van eerbiediging van de mensenrechten, met inbegrip van het onaantastbare recht van volkeren op zelfbeschikking en om te beschikken over hun hulpbronnen;

7.      onderstreept het belang van een onafhankelijk, onpartijdig, goed toegankelijk gerechtelijk apparaat voor alle burgers, om een einde te maken aan de straffeloosheid en om de eerbiediging van de rechtsstaat en de grondrechten van de bevolking te bevorderen; verzoekt derhalve om de doeltreffendheid en onafhankelijkheid van het rechtssysteem van Nigeria te verbeteren, teneinde doeltreffend gebruik te maken van de strafrechtspleging om terrorisme te bestrijden;

8.      eist een internationaal onderzoek onder auspiciën van de VN om de verantwoordelijkheden van derde landen te bepalen met betrekking tot de organisatie en financiering van terroristische groeperingen in de regio, en de verantwoordelijkheid van multinationals en regeringen voor wat ongeoorloofde verrijking en de toename van economische, maatschappelijke en culturele spanningen betreft;

9.      dringt er bij de internationale gemeenschap op aan meer te doen om de Nigeriaanse regering te helpen, met name door ervoor te zorgen dat de 276 meisjes die in april 2014 door Boko Haram uit een openbare school in Chibok in de deelstaat Borno werden ontvoerd, worden bevrijd, en de onderliggende oorzaken van terrorisme aan te pakken, daar alleen een wereldwijde respons een definitief einde kan maken aan geweld en fundamentalisme;

10.    verzoekt de internationale gemeenschap tevens om de Nigeriaanse vluchtelingen in buurlanden bij te staan;

11.    verzoekt de Europese Unie en haar lidstaten uitvoering te geven aan hun toezegging om Nigeria en zijn bevolking uitgebreide politieke, ontwikkelings- en humanitaire steun te bieden;

12.    dringt er bij de Europese Unie en haar lidstaten op aan concrete maatregelen te nemen om illegale geldstromen en belastingontduiking en -ontwijking op doeltreffende wijze een halt toe te roepen, en de democratische internationale samenwerking in belastingzaken te verbeteren;

13.    dringt er bij de Commissie op aan te erkennen dat, overeenkomstig het internationaal humanitair recht, vrouwen en meisjes die het slachtoffer zijn geworden van oorlogsverkrachting alle noodzakelijke medische zorg moeten krijgen die hun toestand vergt, waaronder abortus; verzoekt de Commissie derhalve om haar beleid op het gebied van humanitaire hulp bij te sturen teneinde vast te stellen dat bij gewapende conflicten de Conventies van Genève van toepassing zijn, zodat humanitaire actoren in dergelijke situaties moeten voorzien in de noodzakelijke medische zorg die de toestand van de slachtoffers vergt, en het volledige scala aan seksuele en reproductieve gezondheidsdiensten, waaronder abortus; benadrukt dat het weigeren van abortus aan vrouwen en meisjes die het slachtoffer van oorlogsverkrachting zijn geworden, indruist tegen het verbod op foltering en wrede behandeling overeenkomstig de Conventies van Genève, gemeenschappelijk artikel 3;

14.    verzoekt om een billijk en herverdelend belastingstelsel waarmee het probleem van de ongelijkheden in het land kan worden aangepakt, met name voor wat de inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen betreft;

15.    verzoekt de Nigeriaanse regering de deelname van vrouwen aan het openbare en politieke leven te bevorderen;

16.    verzoekt de Nigeriaanse regering de kinderen te beschermen;

17.    veroordeelt de wet betreffende (een verbod op) huwelijken tussen personen van hetzelfde geslacht, op grond waarvan homoseksualiteit strafbaar is; verzoekt om de afschaffing van deze wet;

18.    verzoekt om de afschaffing van de doodstraf;

19.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van Nigeria, de vertegenwoordigers van ECOWAS en de Afrikaanse Unie.

 

(1)

PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15.

Juridische mededeling - Privacybeleid