Procedure : 2015/2520(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0374/2015

Ingediende teksten :

B8-0374/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 30/04/2015 - 10.9
CRE 30/04/2015 - 10.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0185

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 132kWORD 60k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0370/2015
27.4.2015
PE555.148v01-00
 
B8-0374/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Nigeria (2015/2520(RSP))


Santiago Fisas Ayxelà, Davor Ivo Stier, Cristian Dan Preda, Francesc Gambús, Joachim Zeller, Michael Gahler, Maurice Ponga, Fernando Ruas, Tokia Saïfi, Bogdan Brunon Wenta, Daniel Caspary, Elisabetta Gardini, Dubravka Šuica, Claude Rolin, Philippe Juvin, József Nagy, Arnaud Danjean, Lara Comi, Roberta Metsola namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Nigeria (2015/2520(RSP))  
B8‑0374/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over Nigeria en in het bijzonder zijn meest recente plenaire debat over de kwestie op woensdag 14 januari 2015,

–       gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, onder meer die van 8 januari, 19 januari, 31 maart, en 14 en 15 april 2015,

–       gezien de conclusies van de Raad van 9 februari 2015,

–       gezien de vijfde ministeriële dialoog tussen Nigeria en de EU in Abuja op 27 november 2014,

–       gezien de voorlopige conclusies van de verkiezingswaarnemingsmissies van de EU en het EP,

–       gezien de verklaringen van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon,

–       gezien de verklaringen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten over de mogelijkheid om de leden van Boko Haram aan te klagen wegens oorlogsmisdaden,

–       gezien de verklaring van de VN van 1981 inzake de uitbanning van alle vormen van intolerantie en discriminatie gebaseerd op religie of geloof,

–       gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van 1981, dat Nigeria op 22 juni 1983 heeft geratificeerd,

–       gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten van 1966, dat Nigeria op 29 oktober 1993 heeft geratificeerd,

–       gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–       gezien de Partnerschapsovereenkomst van Cotonou,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat Nigeria een zeer snel groeiende bevolking heeft en het dichtstbevolkte land van Afrika is met de grootste etnische verscheidenheid, dat wordt gekenmerkt door regionale en religieuze verdeeldheid en een tweedeling tussen het Noorden en het Zuiden met grote economische en maatschappelijke ongelijkheden;

B.     overwegende dat, hoewel Nigeria op basis van zijn bbi de grootste Afrikaanse economie is en op basis van zijn natuurlijke hulpbronnen een van de rijkste landen van de wereld, meer dan 70% van de bevolking van minder dan 1,25 dollar per dag moet rondkomen, terwijl 10% van de bevolking meer dan 90% van de rijkdommen en hulpbronnen controleert;

C.     overwegende dat Nigeria een nog jonge, kwetsbare democratie is, die na de verkiezingen van 2011 met extreem geweld te maken kreeg en waar beschuldigingen van verkiezingsgesjoemel zijn geuit;

D.     overwegende dat op 28 maart 2015 historische presidents- en parlementsverkiezingen hebben plaatsgevonden, in die zin dat de oppositie, te weten het All Progressive Congress (APC), voor het eerst heeft gewonnen sinds het eind van het militair bestuur in 1999 en dat de zittende presidentskandidaat van de Peoples Democratic Party (PDP) zijn nederlaag heeft toegegeven en daarmee de weg heeft vrijgemaakt voor een vreedzame overdracht van de macht en een vreedzamer verkiezingsklimaat tot stand heeft gebracht voor de gouverneursverkiezingen en de verkiezingen voor het State House of Assembly (SHoA) daarna; overwegende dat de oppositiepartij APC in vier van de zes geopolitieke zones van Nigeria de meeste stemmen in de verkiezingen voor het presidentschap en voor de senaat en het huis van afgevaardigden heeft behaald;

E.     overwegende dat de daaropvolgende gouverneursverkiezingen en de verkiezingen voor het State House of Assembly (SHoA) op 11 april 2015 plaats hebben gevonden in een gespannen verkiezingssfeer, met gevallen van verkiezingsgerelateerd geweld in alle delen van het land, met name in het zuid-zuiden en het zuid-westen; overwegende dat staatsvertegenwoordigers en kandidaten van zowel de PDP als het APC hun machtsposities hebben misbruikt en dat er ook melding is gemaakt van inbreuken op de verkiezingsregels en van het op onrechtmatige wijze werven van stemmen;

F.     overwegende dat verkiezingswaarnemingsmissie van de EU geen bewijzen heeft gevonden van stelselmatige manipulaties bij deze verkiezingen, maar dat de presidentsverkiezingen in de deelstaat Rivers wel zeer onwaarschijnlijke uitslagen hebben opgeleverd en dat burgerwaarnemers twijfels hebben geuit over de resultaten in andere deelstaten in het zuid-zuiden; overwegende dat de verkiezingswaarnemers van de EU het proces van het vaststellen van de resultaten van de verkiezingen als het zwakste onderdeel van het verkiezingsdagproces hebben bestempeld, met name op wijkniveau;

G.     overwegende dat de onafhankelijke nationale verkiezingscommissie (INEC) de verkiezingen om veiligheidsredenen van 14 en 28 februari heeft uitgesteld tot 28 maart en 11 april, teneinde de regering in staat te stellen militaire acties tegen Boko Haram te starten, en dat in maart 2015 een regionale respons is gestart met Tsjaad en Kameroen waardoor de aanwezigheid van Boko Haram kon worden gereduceerd;

H.     overwegende dat Boko Haram in toenemende mate een bedreiging vormt voor de stabiliteit van Nigeria, West-Afrika en de Sahel; overwegende dat het geweld van deze islamistische, jihadistische, extremistische organisatie sinds 2009 meer dan 15 000 mensenlevens heeft gekost, waarvan meer dan 7 300 alleen al in 2014 en meer dan 1 000 burgerslachtoffers sinds het begin van dit jaar; overwegende dat de organisatie christenen, gematigde moslims, overheidspersoneel en –instellingen tot willekeurige doelwitten heeft gemaakt, en in feite is gericht tegen iedereen die geen aanhanger is van haar dogmatische en extreme overtuigingen;

I.      overwegende dat de aanslagen van Boko Haram tussen 3 en 8 januari 2015 Baga en 16 omliggende steden en dorpen als doelwit hadden, wat (zoals uit satellietbeelden valt op te maken) geleid heeft tot de vernietiging van bijna 3 700 gebouwen en de dood van duizenden mensen;

J.      overwegende dat in de nacht van 14 op 15 april 2014 287 vrouwelijke leerlingen door Boko Haram zijn ontvoerd uit de rijksmiddelbareschool in de stad Chibok in de deelstaat Borno; overwegende dat een aantal meisjes is ontsnapt, maar dat sindsdien ook weer andere meisjes zijn ontvoerd en dat van meer dan 300 meisjes vooralsnog elk spoor ontbreekt; overwegende dat de kans groot is dat de meisjes van de school in Chibok, en in het algemeen alle andere ontvoerde meisjes en vrouwen in Nigeria, met seksueel geweld te maken krijgen, als slaaf worden verkocht of gedwongen worden te trouwen;

K.     overwegende dat de Verenigde Naties schat dat door het geweld in de deelstaten Borno, Yobe en Adamawa 1,5 miljoen mensen zijn ontheemd, waaronder 800 000 kinderen, zoals blijkt uit het recente rapport "Missing Childhoods" van UNICEF, en dat meer dan drie miljoen mensen zijn getroffen door de opstand;

L.     overwegende dat meer dan 300 000 Nigerianen naar het noordwesten van Kameroen en het zuidwesten van Niger zijn gevlucht om aan het geweld te ontsnappen;

M.    overwegende dat het aantal aanvallen, waaronder met kinderen die als zelfmoordterroristen worden ingezet, toeneemt en zich geografisch uitbreidt, waaronder naar de buurlanden Tsjaad en Kameroen;

N.     overwegende dat Nigeriaanse criminele groepen zich op grote schaal bezighouden met drugshandel, in concreto het smokkelen van heroïne van Aziatische landen naar Europa en Amerika en het smokkelen van cocaïne van Zuid-Amerika naar Europa en Zuid-Afrika; overwegende dat de Nigeriaanse broederschappen of "campus cults" zich zowel met de georganiseerde misdaad als politiek geweld bezighouden, en binnen Nigeria een netwerk van corruptie hebben opgezet;

1.      feliciteert generaal Muhammad Buhari met de overwinning in de presidentsverkiezingen namens het All Progressive Congress (APC) en verder al diegenen - van alle partijen -die een zetel hebben veroverd in de senaat, het huis van afgevaardigden of het State Hous of Assembly (SHoA), of die tot gouverneur zijn verkozen; prijst de kandidaten die hun nederlaag ruimhartig hebben toegegeven, in eerste instantie de voormalige president en presidentskandidaat Goodluck Jonathan, en is er verheugd over dat alle politieke partijen en kandidaten blijvend gecommitteerd zijn aan vreedzame verkiezingen, en spoort hen aan de resultaten zonder geweld te blijven accepteren;

2.      looft al degenen die ervoor hebben gezorgd dat de verkiezingen vreedzaam, transparant en geloofwaardig zijn verlopen, te weten de INEC, de binnenlandse en buitenlandse waarnemers, het maatschappelijk middenveld, de politieke partijen en in het bijzonder de Nigeriaanse bevolking zelf, die heeft laten zien hoe een democratie kan functioneren;

3.      is verheugd over het feit dat de INEC voor een - gezien de omstandigheden - geloofwaardig, transparant en eerlijk verkiezingsproces heeft kunnen zorgen, ondanks de interne en externe problemen en de druk waarmee het te kampen had;

4.      spoort degenen die bezwaren tegen de gang van zaken bij de verkiezingen hebben aan deze via de officiële geschilbeslechtingsmechanismen aan te kaarten en verzoekt de Nigeriaanse autoriteiten alle bezwaren volledig en op geloofwaardige wijze te onderzoeken, en wettelijke middelen in te zetten om in het geval van gegrond bevonden bezwaren corrigerend op te treden;

5.      veroordeelt met klem de aanhoudende golf van aanslagen met vuurwapens en bommen, de zelfmoordaanslagen, ontvoeringen en andere geweldsdaden door de terreurorganisatie Boko Haram tegen civiele, regerings- en militaire doelen in Nigeria, in het noorden, alsook in andere provincies en in de buurlanden, die geleid hebben tot vele duizenden doden en gewonden, en 1,5 miljoen ontheemden;

6.      veroordeelt het met klem dat Boko Haram vrouwen en kinderen gebruikt om zelfmoordaanslagen te plegen en maakt zich ernstige zorgen over het feit dat Boko Haram zich als onderdeel van zijn bloedige guerillacampagne in het bijzonder op vrouwen en kinderen richt;

7.      verzoekt de nieuwverkozen president zijn campagnebeloftes gestand te doen en alles in het werk te stellen om een eind te maken aan het geweld van Boko Haram, de stabiliteit en veiligheid in het hele land te herstellen en de achterliggende oorzaken van het terrorisme aan te pakken, en met name harder op te treden tegen de interne corruptie, het wanbeheer en de ondoelmatigheden binnen de overheidsdiensten en het leger, die ertoe hebben geleid dat deze niet in staat zijn op te treden tegen de gesel van Boko Haram in het noorden van het land; verzoekt hem maatregelen te treffen om Boko Haram de toegang te ontzeggen tot zijn bronnen van illegale inkomsten, door middel van samenwerking met buurlanden, met name met betrekking tot de mensenhandel en de smokkel van wapens en drugs; betreurt het dat in Nigeria nog altijd een significant netwerk van georganiseerde misdaad bestaat, dat zich met name met de drugshandel bezighoudt;

8.      onderstreept dat de achterliggende oorzaken van het geweld, in het bijzonder de armoede, moeten worden aangepakt, teneinde tot een duurzame vrede te kunnen komen; wijst er in dit verband op dat de nieuwverkozen president zich vooral moet richten op een aanzienlijke verbetering van de bestuursstructuren door middel van het tot stand brengen van doeltreffende, transparante en inclusieve overheidsinstellingen, het tot stand brengen van een rechtsstaat en het bestrijden van de endemische corruptie op alle niveaus, alsmede het bevorderen van de mensenrechten en het verder verstevigen van de democratie;

9.      eist de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van de schoolmeisjes uit Chibok en alle andere ontvoerde personen; spreekt zijn solidariteit uit met families van de ontvoerden en met de campagne "Bring Back Our Girls"; verzoekt de Nigeriaanse regering en autoriteiten de meisjes te bevrijden en te herenigen met hun families, en de ontvoerders ter verantwoording te roepen voor deze vreselijke daad;

10.    is ingenomen met de vastberadenheid van de 13 landen die op 20 en 21 januari 2015 aan de regionale top in Niamey hebben deelgenomen, en met name met de toezegging van militaire hulp van Tsjaad om samen met Kameroen, Niger en Nigeria de strijd aan te gaan met de terroristische dreiging van Boko Haram; dringt aan op versterking van deze regionale respons, met gebruikmaking van alle beschikbare instrumenten; wijst er verder op dat zonder deze samenwerking het geweld waarschijnlijk zal aanhouden, waardoor de vrede en de stabiliteit in de hele regio worden ondermijnd;

11.    is ingenomen met de initiatieven van de Raad voor Vrede en Veiligheid van de Afrikaanse Unie en verzoekt de Afrikaanse Unie zo spoedig mogelijk concrete maatregelen te nemen, samen met alle betrokken landen, om de strijd tegen terroristische groeperingen in het Sahelgebied te coördineren;

12.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regeringen en parlementen van Nigeria, de vertegenwoordigers van ECOWAS en de Afrikaanse Unie.

 

Juridische mededeling - Privacybeleid