Procedure : 2015/2661(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0382/2015

Ingediende teksten :

B8-0382/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 30/04/2015 - 10.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0178

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 128kWORD 61k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0382/2015
27.4.2015
PE555.156v01-00
 
B8-0382/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de moord op studenten in Kenia door de moslimterreurgroep al-Shabaab (2015/2661(RSP))


Maria Heubuch, Heidi Hautala, Judith Sargentini, Michèle Rivasi, Ernest Urtasun, Barbara Lochbihler, Tamás Meszerics, Jordi Sebastià, Davor Škrlec, Bart Staes namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de moord op studenten in Kenia door de moslimterreurgroep al-Shabaab (2015/2661(RSP))  
B8‑0382/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, van 3 april 2015 over de terroristische aanvallen op het Garissa University College in Kenia,

–       gezien de verklaring van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 2 april 2015,

–       gezien de verklaring van de Afrikaanse Unie van 2 april 2015,

–       gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–       gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

–       gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van 1981,

–       gezien de VN-Verklaring inzake de uitbanning van alle vormen van intolerantie en discriminatie op grond van religie en overtuiging van 1981,

–       gezien de tweede herziening van de Overeenkomst van Cotonou van 11 mei 2010,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat bij de aanval van al-Shabaab van 2 april 2015 op het Keniaanse Garissa University College, waarvan wordt aangenomen dat hij was gepland door de Keniaan Mohamed Kuno, 147 studenten zijn vermoord;

B.     overwegende dat deze slachting de dodelijkste aanval in Kenia was sinds 1998, toen al-Qaida de ambassade van de Verenigde Staten in Nairobi heeft gebombardeerd, waarbij meer dan 200 mensen zijn gedood;

C.     overwegende dat de terroristische groep al-Shabaab, die in 2007 is voortgekomen uit de Unie van islamitische rechtbanken (Islamic Courts Union, ICU), bijzonder actief is geweest in Somalië;

D.     overwegende dat Somalië interne instabiliteit heeft gekend in de laatste twee decennia, sinds het omverwerpen van het Siad Barre-regime in 1991; overwegende dat de burgeroorlog het leven heeft gekost aan ontelbare burgers, terwijl de veiligheid van de bevolking nog steeds grote bezorgdheid wekt; en overwegende dat de situatie in Somalië verder is gecompliceerd door daden van piraterij en gewapende overvallen op schepen;

E.     overwegende dat de terroristische groep al-Shabaab streeft naar de creatie van een fundamentalistische moslimstaat in Somalië; overwegende dat zij op een bepaald moment de controle had over Mogadishu en grote delen van het Somalische platteland;

F.     overwegende dat een voortgezette vredeshandhavingsmissie van de Afrikaanse Unie, de missie van de Afrikaanse Unie in Somalië (African Union Mission in Somalia, AMISOM), al-Shabaab de laatste jaren aanzienlijk heeft verzwakt, maar dat een groot deel van het Somalische platteland onder de controle blijft van bij al-Qaida aangesloten Shabaabmilitanten;

G.     overwegende dat Kenia militair bij de strijd tegen al-Shabaab in Somalië betrokken is sinds een aantal jaren en dat het grote aantallen Somalische vluchtelingen opvangt;

H.     overwegende dat sinds Kenia zijn militaire betrokkenheid in Somalië in 2011 heeft opgevoerd om het land tegen het geweld van al-Shabaab te beschermen, de hoeveelheid aanvallen is toegenomen, van de aanval van september 2013 op het shoppingcenter Westgate in Nairobi tot slachtingen in dorpen en gerichte moorden op de politie en op religieuzen;

I.      overwegende dat al-Shabaab de laatste twee jaar op Keniaans grondgebied meer dan 400 personen heeft gedood, inclusief 67 personen tijdens een beleg van het shoppingcenter Westgate in Nairobi in 2013;

J.      overwegende dat al-Shabaab stelt dat de aanval op de Garissa University een daad van vergelding was voor de militaire betrokkenheid van Kenia en de wreedheden die het land heeft begaan in Somalië en voor de gruweldaden die het in Kenia heeft begaan tegen zijn eigen moslimburgers en -vluchtelingen; overwegende dat al-Shabaab heeft gewaarschuwd dat meer aanvallen zullen volgen, als Kenia zijn troepen niet uit Somalië terugtrekt;

K.     overwegende dat de Keniaanse regering sinds 2014 als reactie op de dreiging van al-Shabaab haar veiligheidsmaatregelen heeft opgevoerd, met politierazzia's in buurten met een meerderheid van Somaliërs, een verstrenging van de administratieve controles van residerende vluchtelingen, de afkondiging van nieuwe veiligheidswetten en ruime bevoegdheden voor de politiediensten die belast zijn met terrorismebestrijding;

L.     overwegende dat Kenia als reactie op de slachting aan de Garissa University, in Somalië luchtaanvallen heeft uitgevoerd, tegen twee kampen van al-Shabaab in de Gedo-regio aan de Keniaans-Somalische grens;

M.    overwegende dat Kenia begonnen was met de bouw van een 700 km lange muur over de volledige lengte van de grens met Somalië, om leden van al-Shabaab buiten te houden;

N.     overwegende dat al-Shabaab in de loop der jaren inkomsten heeft verworven uit diverse bronnen, inclusief van andere terroristische groeperingen, overheidssponsors en de Somalische diaspora, uit piraterij, kidnapping, afpersing van lokale handelaars, illegale handel in steenkool, sluikhandel in suiker enz.;

O.     overwegende dat Kenia in de dagen na de slachting aan de universiteit een reeks bankrekeningen heeft geblokkeerd die vermoedelijk worden gebruikt voor de financiering van terrorisme; overwegende dat Somalische families hun enige formele, transparante en gereguleerde kanaal verliezen voor het toezenden en ontvangen van geld, terwijl hulporganisaties die in Somalië actief zijn, ook hun enige middel dreigen te verliezen om geld over te schrijven voor de voortzetting van hun dagelijkse humanitaire en ontwikkelingsoperaties;

P.     overwegende dat Kenia ermee heeft gedreigd de vluchtelingenkampen van Dadaab te sluiten en meer dan 360 000 Somalische vluchtelingen binnen 90 dagen naar huis te sturen, uit vrees voor de veiligheid in de nasleep van de gebeurtenissen van deze maand aan de Garissa University; overwegende dat Keniaans minister van Buitenlandse Zaken Amina Mohamed het plan echter heeft afgeblazen, met de verklaring dat er geen tijdschema is voor de sluiting van Dadaab en dat een terugzending van de vluchtelingen zou afhangen van de beschikbare middelen; overwegende dat zij heeft voorgesteld een donorconferentie te houden waar Kenia de internationale donoren kan vragen middelen te verstrekken voor een vestiging elders;

Q.     overwegende dat de islamistische al-Shabaabmilitanten uit Somalië intensief rekruteren in het noordoosten van Kenia; en overwegende dat de rekrutering van strijders door al-Shabaab in de Keniaanse achtertuin een verandering van tactiek is voor het al-Qaidafiliaal in Oost-Afrika;

R.     overwegende dat sociaal onrecht, frustratie en een gevoel van politieke marginalisering bij de vele etnische en religieuze minderheidsgroepen in Kenia door al-Shabaab zijn gebruikt, inclusief in zijn rekruteringscampagne;

S.     overwegende dat eerbiediging van de grondrechten van essentieel belang is voor een geslaagd terrorismebestrijdingsbeleid;

1.      veroordeelt krachtig de weerzinwekkende aanval op de Garissa University in het noordoosten van Kenia op 2 april 2015 door de vanuit Somalië opererende islamistische groepering al-Shabaab, waarbij 147 jongeren zijn gedood en vele anderen gewond zijn geraakt;

2.      spreekt zijn innige deelneming uit aan de families die hun geliefden hebben verloren en zijn medeleven met alle gewonden; roept de Keniaanse autoriteiten ertoe op de daders, organisatoren, geldschieters en sponsors van deze laakbare daden van terrorisme voor het gerecht te brengen;

3.      veroordeelt krachtig elke vervolging en alle schendingen van het recht op leven en het recht fysieke integriteit van individuen en gemeenschappen op grond van religie, etnie, natie of ras of op andere gronden;

4.      bevestigt nogmaals dat terrorisme in al zijn vormen en uitingen een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale vrede en veiligheid vormt en dat alle terroristische daden, waar, wanneer en door wie zij ook begaan zijn, crimineel en niet te rechtvaardigen zijn, ongeacht de beweegredenen ervoor;

5.      spreekt zijn solidariteit uit met de bevolking en de regering van Kenia met betrekking tot de preventie en de bestrijding van terrorisme en gewelddadig extremisme, overeenkomstig hun verplichtingen op grond van het internationale recht, met name het internationale recht op het gebied van de mensenrechten, het internationale humanitaire recht en het vluchtelingenrecht;

6.      dringt er met name bij de regering op aan de terroristische aanvallen niet te gebruiken als voorwendsel voor het terugschroeven van de burgerlijke vrijheden; verzoekt de Keniaanse autoriteiten hun strategie inzake terrorismebestrijding te baseren op de rechtstaat en de eerbiediging van de grondrechten; acht het essentieel dat op de terrorismebestrijdingsmaatregelen democratisch en justitieel toezicht wordt uitgeoefend;

7.      herinnert de Europese Dienst voor extern optreden en de lidstaten eraan dat zij in het EU-actieplan voor mensenrechten en democratie van juni 2012 beloofd hebben bij alle gesprekken over terrorismebestrijding met derde landen de mensenrechten ter sprake te brengen;

8.      dringt aan op aan algemene aanpak van antiradicalisering en contraterrorisme waarbij wordt gefocust op een versterking van de sociale cohesie en de misdaadpreventie; verzoekt de Keniaanse autoriteiten hun inspanningen voor de terugdringing van de armoede op te voeren, door vooruitzichten te bieden op het gebied van werkgelegenheid, vooral voor jongeren, en door het individu controle over zijn eigen leven te geven en het te respecteren, om grieven en frustraties die eventueel door gewelddadige extremisten kunnen worden gebruikt, in de kiem te smoren;

9.      is tevreden met het besluit van de Afrikaanse Unie om haar inspanningen ter voorkoming en bestrijding van terrorisme en gewelddadig extremisme op te voeren, in het kader van de desbetreffende continentale en internationale instrumenten;

10.    merkt evenwel bezorgd op dat, hoewel AMISOM ontegensprekelijk significante vooruitgang tegen de moedjahedien van al-Shabaab heeft geboekt, de islamistische organisatie ondanks haar nederlagen een machtige en gevaarlijke kracht blijft;

11.    merkt op dat al-Shabaab zich flexibel en reactief heeft getoond door zichzelf heruit te vinden door een exploitatie van het historisch onrecht, de economische en sociale grieven en de politieke marginalisering bij de achtergestelde moslimbevolking van Kenia in de noordoostelijke en de kustprovincies van het land;

12.    verzoekt de Keniaanse autoriteiten de onderliggende oorzaken van radicalisering en extremisme aan te pakken; is van mening dat veiligheid alleen kan worden gerealiseerd, als de verdeeldheden binnen de Keniaanse politiek en civiele maatschappij en de regionale onevenwichten op ontwikkelingsgebied naar behoren worden aangepakt; verzoekt de Keniaanse regering gelet hierop een einde te maken aan de discriminatie van de Keniaanse Somali's en moslims, corruptie te bestrijden, een veiligheids- en politiehervorming ten uitvoer te leggen en de interreligieuze en interculturele dialoog te bevorderen als manier voor het vinden van verrijkende en duurzame oplossingen voor de aanpak van geweld;

13.    verzoekt Kenia, in een context waar het langdurige fiasco van de Somalische staat en de overloop van conflicten de vrede en stabiliteit in Kenia hebben aangetast, zijn samenwerking met zijn regionale buren te intensiveren, om te bouwen aan vrede en veiligheid in de regio; dringt er bij de EU op aan hiertoe haar samenwerking op diplomatiek gebied en op het gebied van ontwikkeling op lange termijn in de regio en op het continent voort te zetten;

14.    is tevreden met het feit dat Kenia vluchtelingen heeft opgevangen en beschermd tegen geweld en vervolging in buurland Somalië gedurende meer dan twee decennia; erkent dat het door de huidige situatie op het gebied van regionale veiligheid en de ernst van de dreigingen waarmee Kenia te maken krijgt, van essentieel belang is zowel de vluchtelingen als de Kenianen te beschermen tegen eventuele invallen door al-Shabaabterroristen van over de grens; dringt er evenwel bij de regering op aan haar verplichting na te komen om de veiligheid van haar burgers en andere in Kenia wonende personen, inclusief vluchtelingen, te garanderen;

15.    wijst er met name op dat, hoewel de door de VN ondersteunde regering van Somalië de laatste jaren de controle heeft herwonnen over de meeste dorpen, een groot deel van het platteland onder controle blijft van de bij al-Qaida aangesloten opstandelingen van al-Shabaab, zodat het voor Somalische vluchtelingen niet veilig is om terug te keren; herinnert er voorts aan dat de terugkeer van vluchtelingen overeenkomstig het internationale recht vrijwillig moet zijn en niet gedwongen mag zijn; dringt er daarom bij de Keniaanse regering op aan de vluchtelingenkampen van Dadaab niet te sluiten, een besluit dat verregaande humanitaire gevolgen zou hebben en een schending zou zijn van de internationale verplichtingen van Kenia op grond van het internationale recht;

16.    herinnert eraan dat Somalië een van meest verpauperde landen ter wereld is; merkt evenwel bezorgd op dat de regering in de nasleep van de aanval op de Garissa University de geldoverschrijvingssystemen heeft geblokkeerd waarvan arme, rurale en vluchtelingengemeenschappen afhangen bij gebrek aan mogelijkheden op het gebied van ontwikkeling en werkgelegenheid in de regio;

17.    is bang dat de stopzetting van de overschrijvingen families die het moeilijk hebben en hulpoperaties in Somalië, pijnlijk zal treffen; dringt er daarom bij de Keniaanse autoriteiten op aan de Somalische overschrijvingen te laten hervatten, aangezien het geld een levenslijn is voor miljoenen mensen in een land dat zichzelf aan het heropbouwen is ondanks een opstand van islamistische militanten en ondanks wijd verspreide honger en terugkerende droogte;

18.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering van Kenia, de organen van de Afrikaanse Unie, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en het Pan-Afrikaanse Parlement (PAP).

Juridische mededeling - Privacybeleid