Procedure : 2015/2660(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0384/2015

Ingediende teksten :

B8-0384/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 29/04/2015 - 10.67
CRE 29/04/2015 - 10.67
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0176

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 141kWORD 203k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0367/2015
27.4.2015
PE555.158v01-00
 
B8-0384/2015

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de recente tragedies in de Middellandse Zee en het migratie- en asielbeleid van de EU (2015/2660(RSP))


Gianni Pittella, Tanja Fajon, Jörg Leichtfried, Birgit Sippel, Sylvie Guillaume, Viorica Dăncilă, Victor Negrescu, Renato Soru, Péter Niedermüller, Josef Weidenholzer, Demetris Papadakis, Hugues Bayet, Adam Gierek, Louis-Joseph Manscour, Pier Antonio Panzeri, Marc Tarabella, José Blanco López, Flavio Zanonato, Jonás Fernández, Peter Simon, Victor Boștinaru, Andi Cristea, Silvia Costa, Luigi Morgano, Siôn Simon, Christine Revault D'Allonnes Bonnefoy, Alessia Maria Mosca, Tibor Szanyi, Sergio Gutiérrez Prieto, Krystyna Łybacka, Theresa Griffin, Patrizia Toia, Daniele Viotti, Doru-Claudian Frunzulică, Nikos Androulakis, Soraya Post, Vilija Blinkevičiūtė, Anna Hedh, Elly Schlein, Marlene Mizzi, Renata Briano, Elena Gentile, Pina Picierno, Nicola Danti, Claudia Tapardel, Mercedes Bresso, Liisa Jaakonsaari, Eric Andrieu, Michela Giuffrida, Clare Moody, Jutta Steinruck, Roberto Gualtieri, Tonino Picula, Iliana Iotova, Monika Flašíková Beňová, Ana Gomes, Damiano Zoffoli, Biljana Borzan, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Francisco Assis, Enrico Gasbarra, Jakob von Weizsäcker, Zigmantas Balčytis, Udo Bullmann, Pedro Silva Pereira, Miriam Dalli, Sorin Moisă, Neena Gill, Eider Gardiazabal Rubial, Nicola Caputo, Kati Piri, Paul Tang, Elena Valenciano, Isabella De Monte, Caterina Chinnici, Goffredo Maria Bettini, Javi López, Afzal Khan, Simona Bonafè namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de recente tragedies in de Middellandse Zee en het migratie- en asielbeleid van de EU (2015/2660(RSP))  
B8‑0384/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–       gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

–       gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–       gezien het Verdrag van Genève van 1951 en de aanvullende protocollen hierbij,

–       gezien het resultaat van de conclusies van de Europese Raad van 23 april 2015,

–       gezien zijn resolutie van 17 december 2014(1) over de situatie in het Middellandse Zeegebied en de noodzaak van een holistische EU-aanpak van migratie (2014/2907(RSP)),

–       gezien de toespraak van de Voorzitter van het Europees Parlement tijdens zijn bezoek aan Lampedusa op 2 en 3 oktober 2014 ter gelegenheid van de herdenking van de tragedie van 3 oktober 2013,

–       gezien de verslagen van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken over de bezoeken van haar delegaties naar Lampedusa in november 2011, naar Jordanië in februari 2013 om zich een idee te vormen van de situatie van vluchtelingen uit Syrië, en naar Bulgarije in januari 2014 om zich een idee te vormen van de situatie van asielzoekers en vluchtelingen, in het bijzonder uit Syrië,

–       gezien de debatten in zijn plenaire vergadering van 9 oktober 2013 over migratiestromen in het Middellandse Zeegebied, in het bijzonder in het licht van de tragische gebeurtenissen bij Lampedusa,

–       gezien de debatten die sinds het begin van de huidige zittingsperiode zijn gehouden in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, namelijk op 22 juli 2014 over de uitvoering van de mededeling over het werk van de Task Force Middellandse Zeegebied; op 4 september 2014 over de activiteiten van Frontex in de Middellandse Zee en over de Task Force Middellandse Zeegebied; en op 24 september 2014 over het vijfde jaarlijkse verslag van de Commissie over immigratie en asiel (2013)(2) en over het jaarverslag van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) over de situatie van asielzoekers in de Europese Unie (2013),

–       gezien de mededeling van de Commissie over het werk van de Task Force Middellandse Zeegebied van 4 december 2013 (COM(2013)0869),

–       gezien de conclusies van de Europese Raad van 20 december 2013,

–       gezien het werkdocument van de Commissie van 22 mei 2014 over de uitvoering van de mededeling over het werk van de Task Force Middellandse Zeegebied (SWD(2014)0173),

–       gezien de conclusies van de Europese Raad van 26-27 juni 2014, waarin de strategische richtsnoeren zijn omschreven voor de wetgevings- en operationele planning voor de komende jaren binnen de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid,

–       gezien de politieke richtsnoeren voor de volgende Commissie, die tijdens de plenaire zitting van 15 juli 2014 zijn gepresenteerd door voorzitter Juncker,

–       gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het Europees immigratiebeleid van 11 september 2014,

–       gezien de toezeggingen die door de Commissaris voor Migratie, binnenlandse zaken en burgerschap, de heer Avramopoulos, zijn gedaan tijdens zijn hoorzitting voor de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken op 30 september 2014,

–       gezien de conclusies van de Raad over maatregelen om de migratiestromen beter te beheersen van 10 oktober 2014,

–       gezien het verslag van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa met als titel "Lives lost in the Mediterranean Sea" van april 2012,

–       gezien de jaarverslagen van de speciale rapporteur van de VN over de mensenrechten van migranten, met name het verslag van april 2013 over het beheer van de buitengrenzen van de EU en de impact ervan op de mensenrechten van migranten, en het verslag van april 2014 over arbeidsuitbuiting van migranten,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat in de afgelopen twee weken meer dan duizend migranten zijn omgekomen, en dat volgens schattingen van de Internationale Organisatie voor Migratie dit jaar meer dan 30 000 migranten kunnen sterven in de Middellandse Zee, waaruit opnieuw blijkt dat al het mogelijke moet worden gedaan om de levens van mensen in gevaar te redden en dat de lidstaten hun internationale verplichtingen inzake redding op zee moeten nakomen;

B.     overwegende dat Syrië, Afghanistan en Irak drie van de belangrijkste landen van herkomst van asielzoekers waren in februari 2015, en overwegende dat meer dan twee derde van hen recht heeft op asiel of subsidiaire bescherming(3);

C.     overwegende dat het tienpuntenplan dat de Commissie, de ministers van Buitenlandse Zaken en de ministers van Binnenlandse Zaken op 20 april 2015 hebben aangekondigd, alsook de conclusies van de Europese Raad van 23 april 2015, teleurstellend zijn;

D.     overwegende dat de operatie "Mare Nostrum", met als enige doel het uitvoeren van zoek- en reddingsoperaties op volle zee om de humanitaire reddingsacties in de Middellandse Zee te verbeteren, over een periode van 364 dagen 150 810 migranten heeft gered(4); overwegende dat de bewering dat de operatie een aanzuigende factor was en dat de beëindiging ervan daarom zou leiden tot een afname van het aantal migranten dat de Middellandse Zee tracht over te steken – en van het aantal mensen dat hierbij om het leven kon komen – ongegrond was, aangezien in 2015 een aanzienlijk hoger aantal migranten is gearriveerd in vergelijking met dezelfde periode in 2014;

E.     overwegende dat op 1 november 2014 de door Frontex gecoördineerde, gemeenschappelijke operatie Triton volledig operationeel is geworden met een aanvankelijk budget van slechts 2,9 miljoen euro per maand, in vergelijking met het budget van circa 9 miljoen euro per maand voor Mare Nostrum;

1.      geeft uiting aan zijn diepe bedroefdheid en bezorgdheid over het tragische verlies van mensenlevens in het Middellandse Zeegebied;

2.      is ingenomen met het feit dat de VV/HV en het Letse voorzitterschap onmiddellijk een buitengewone gezamenlijke raad van ministers van Buitenlandse Zaken en ministers van Binnenlandse Zaken hebben belegd in Luxemburg, waarbij een breed eerste debat is gehouden over mogelijkheden om levens te redden, mensensmokkelaars en ‑handelaars aan te pakken en de verantwoordelijkheid met betrekking tot ontvangst en bescherming te delen tussen de lidstaten;

3.      is ingenomen met het feit dat de lidstaten onmiddellijk een buitengewone top hebben belegd om te zoeken naar gemeenschappelijke oplossingen voor de crisissituatie in het Middellandse Zeegebied; acht het echter betreurenswaardig dat de getroffen maatregelen nog steeds verre van toereikend zijn, en dringt er bij alle lidstaten, alle Europese instellingen en alle Europese agentschappen op aan onmiddellijk actie te ondernemen opdat het hoofd kan worden geboden aan de crisissituatie in het Middellandse Zeegebied, die gebaseerd moet zijn op solidariteit en een billijke verdeling van de verantwoordelijkheid, zoals vastgelegd in artikel 80 VWEU, en op een holistische aanpak waarbij alle aspecten van het probleem in aanmerking worden genomen, met inbegrip van veilige en legale migratie, volledige eerbiediging van de grondrechten en fundamentele waarden en samenwerking met derde landen;

4.      verzoekt de lidstaten in overeenstemming met het bestaande internationale recht het beginsel van "non-refoulement" in acht te nemen;

5.      is verheugd over de toezegging van de Europese Raad om de operatie Triton van de EU te versterken door een verhoging van de financiering en activa; dringt er bij de EU op aan een duidelijk mandaat voor Triton vast te stellen, zodat de zoek- en reddingsacties van de EU op volle zee buiten de grens van 30 zeemijl kunnen worden uitgebreid en in aantal kunnen toenemen, met het oog op het redden van levens van migranten in nood;

6.      betreurt het feit dat de Europese Raad niet in staat was een geloofwaardig EU-breed bindend solidariteitsmechanisme op te zetten, dat een verplichte regeling voor hervestiging en noodrelocatie tussen de lidstaten zou omvatten. In dit verband is het van essentieel belang om over te gaan tot de herziening van de Dublin III-verordening en eerlijke verdelingsquota tussen de lidstaten vast te stellen, op basis van bbp, omvang en bevolkingsaantal, werkloosheidscijfers, het aantal reeds aanwezige vluchtelingen en, tot op zekere hoogte, hun persoonlijke keuzes; dringt er bij de lidstaten op aan om ondertussen volledig gebruik te maken van de criteria als vastgelegd in de Dublin III-verordening, zoals de bepalingen inzake niet-begeleide minderjarigen en gezinshereniging en de discretionaire bepalingen;

7.      verzoekt om een spoedige en volledige omzetting en daadwerkelijke uitvoering van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel door alle deelnemende lidstaten, waarbij wordt gezorgd voor gemeenschappelijke Europese normen op grond van de bestaande wetgeving;

8.      benadrukt dat in 2014 bijna de helft van de in Europa gearriveerde asielzoekers asiel of subsidiaire bescherming heeft gekregen of mocht blijven om humanitaire redenen; benadrukt derhalve dat er meer gebruik moet worden gemaakt van veilige en legale kanalen, zoals humanitaire visa, en wijst erop dat er behoefte is aan een geloofwaardige, substantiële EU-brede verplichte regeling voor hervestiging, met inbegrip van bindende verdelingsquota; benadrukt dat de lidstaten naast een sterk hervestigingsprogramma andere legale kanalen moeten aanbieden, zoals verbeterde gezinshereniging, particuliere sponsorregelingen en flexibele visaregelingen, onder meer voor studie- en werkdoeleinden;

9.      verzoekt de Raad van Ministers in dit verband de richtlijn tijdelijke bescherming (2001) of artikel 78, lid 3, toe te passen, die beide in een solidariteitsmechanisme voorzien bij een massale en plotselinge toevloed van ontheemden;

10.    wijst er nogmaals op dat asiel een fundamenteel mensenrecht is dat wordt gewaarborgd door internationale wetten en verplichtingen die bindend zijn voor alle lidstaten; benadrukt derhalve dat de lidstaten meer gebruik moeten maken van de procedures die zij tot hun beschikking hebben voor wat de aanpak van urgente beschermingsaanspraken betreft, door meer gebruik te maken van het bestaande rechtskader(5), met inbegrip van het onderzoek van asielaanvragen die zijn ingediend bij hun consulaten in derde (niet‑EU-)landen;

11.    wijst er nogmaals op dat derde landen, met name die waar de druk groot is, moeten worden ondersteund door middel van institutionele en capaciteitsopbouw en, in het bijzonder, door ondersteuning te bieden aan levensvatbare, goed-functionerende asielstelsels;

12.    benadrukt nogmaals dat nauwe samenwerking en partnerschappen met derde herkomst- en transitlanden van essentieel belang zijn om een alomvattende aanpak van EU-migratie en ‑asielbeleid te kunnen uitwerken; verzoekt de Commissie en de VV/HV meer inspanningen te leveren met het oog op hernieuwde samenwerking met strategische partners in het bestaande kader, teneinde gezamenlijke acties vast te stellen om criminele netwerken te bestrijden, capaciteiten op te bouwen en te versterken op het gebied van bescherming en asiel voor gestrande migranten op de voornaamste routes, en veilige opties aan te bieden aan de mensen die in aanmerking komen voor internationale bescherming, in nauwe samenwerking met de hoge commissaris van de VN voor vluchtelingen (UNHCR);

13.    is ingenomen met het voornemen om een top EU-Afrikaanse Unie te organiseren in Malta, waaraan alle betrokken belangrijke Afrikaanse landen deelnemen; wijst er nogmaals op dat tijdens deze top niet alleen de bestrijding van mensensmokkel en ‑handel dient te worden aangepakt, maar ook de noodzaak van veilige toegang tot bescherming en asiel en, meer in het algemeen, de onderliggende oorzaken van migratie, zoals armoede, conflicten en vervolging;

14.    is ingenomen met de inspanningen van de VV/HV ter ondersteuning van de door de VN geleide onderhandelingen met het oog op de instelling van een regeringsautoriteit in Libië;

15.    wijst er nogmaals op dat migratie een mondiaal, complex probleem is dat ook een langetermijnaanpak vergt waarbij de onderliggende oorzaken worden aangepakt, zoals armoede, ongelijkheid, onrechtvaardigheid en gewapende conflicten; dringt er bij de EU, haar lidstaten en de internationale gemeenschap op aan om te zoeken naar duurzame politieke oplossingen in conflictlanden en om de politieke dialoog over alle mensenrechtenaspecten te intensiveren, teneinde inclusieve, democratische instellingen te ondersteunen, weerbaarheid van lokale gemeenschappen op te bouwen en de sociale en democratische ontwikkeling van de landen van herkomst en hun bevolking te bevorderen;

16.    is ingenomen met het idee van een gezamenlijke behandeling van asielaanvragen in de lidstaten aan de buitengrenzen, waarbij EASO-teams ondersteuning bieden; benadrukt dat de mogelijkheden van wederzijdse erkenning van beslissingen in asielzaken moeten worden onderzocht als een aanvullende vorm van solidariteit;

17.    benadrukt dat er, naast bovengenoemde punten, in nauwe samenwerking met de relevante agentschappen gezamenlijke maatregelen moeten worden ontwikkeld tegen criminele netwerken van migrantenhandelaars, teneinde te voorkomen dat zij geld verdienen door de levens van migranten op het spel te zetten; verzoekt de VV/HV en de Commissie de samenwerking met derde herkomst- en transitlanden te versterken, samen met de relevante EU- en VN-agentschappen en internationale organisaties;

18.    wijst er nogmaals op dat deze resolutie ten doel heeft te reageren op de recente tragische gebeurtenissen in het Middellandse Zeegebied en de conclusies van de Europese Raad van 23 april 2015, alsook om een reeks onmiddellijk te nemen spoedmaatregelen voor te stellen, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat de hiervoor bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken momenteel een verslag opstelt met daarin de beleidsoriëntaties van het Parlement inzake migratie voor de middellange en lange termijn;

19.    verzoekt de Commissie een ambitieuze Europese agenda inzake migratie te ontwikkelen en voor te stellen, gebaseerd op een holistische aanpak en solidariteit waarbij de in deze resolutie genoemde maatregelen en voorstellen in aanmerking worden genomen;

20.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0105.

(2)

COM(2014)0288.

(3)

https://easo.europa.eu/wp-content/uploads/EASO-Newsletter-March-2015.pdf

(4)

http://www.marina.difesa.it/EN/operations/Pagine/MareNostrum.aspx

(5)

Eind 2013 heeft de belangrijkste rechtbank van de EU (het HvJ-EU) in de zaak Koushkaki reeds geoordeeld dat de huidige visumcode van de EU verplicht stelt dat de lidstaten visa moeten afgeven aan aanvragers die aan de criteria voor afgifte voldoen. Overeenkomstig de huidige visumcode wordt een TBV afgegeven "wanneer de betrokken lidstaat het op humanitaire gronden, vanwege het nationale belang of gelet op internationale verplichtingen noodzakelijk acht".

Juridische mededeling - Privacybeleid