Procedure : 2015/2520(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0394/2015

Ingediende teksten :

B8-0394/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 30/04/2015 - 10.9
CRE 30/04/2015 - 10.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0185

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 137kWORD 70k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0370/2015
27.4.2015
PE555.168v01-00
 
B8-0394/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Nigeria (2015/2520(RSP))


Jean Lambert, Maria Heubuch, Heidi Hautala, Judith Sargentini, Michèle Rivasi, Ernest Urtasun, Barbara Lochbihler, Tamás Meszerics, Jordi Sebastià, Davor Škrlec namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Nigeria (2015/2520(RSP))  
B8‑0394/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn resoluties over de situatie in Nigeria van 15 maart 2012(1), 4 juli 2013(2) en 17 juli 2014(3),

–       gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) Catherine Ashton, van 19 juni 2014, over de recente aanslagen in Nigeria, en van 15 april 2014, waarin de ontvoering van meisjes wordt veroordeeld,

–       gezien de conclusies van de Raad van de EU van 9 februari 2015 over de ontvoeringen in Nigeria,

–       gezien de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 583/2014 van de Commissie van 28 mei 2014 waarin Boko Haram wordt toegevoegd aan de lijst van personen, groepen en entiteiten waarvan de tegoeden en economische middelen worden bevroren,

–       gezien de voorlopige conclusies van de verkiezingswaarnemingsmissies van de EU en het EP,

–       gezien de verklaringen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten over de mogelijkheid om de leden van Boko Haram aan te klagen wegens oorlogsmisdaden,

–       gezien de verklaringen over Nigeria van de secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-Moon, van 26 juni 2014 en 30 juni 2014,

–       gezien de politieke verklaring en het gemeenschappelijke standpunt tegen terrorisme van ECOWAS uit 2013, waarin wordt voorzien in een regionale terrorismebestrijdingsstrategie en een uitvoeringsplan om lidstaten te ondersteunen in hun strijd tegen het terrorisme,

–       gezien de presidentiële verklaring van de VN-Veiligheidsraad van 19 januari 2015, waarin wordt opgeroepen tot de staking van de vijandelijkheden door Boko Haram in Nigeria en de vrijlating van de gijzelaars, terwijl op 14 februari 2015 de VN-Veiligheidsraad de aanslagen door Boko Haram, met inbegrip van de aanslagen op burgers in Tsjaad, Kameroen en Niger, heeft veroordeeld,

–       gezien de 24e top van de Afrikaanse Unie van januari 2015, tijdens welke de inspanningen van de lidstaten van de Commissie van het Tsjaadmeerbekken en de Republiek Benin ter oprichting van een gemeenschappelijk hoofdkwartier van militaire staf voor militaire operaties tegen de terroristische groepering Boko Haram, zijn aangeprezen en ondersteund,

–       gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–       gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966, dat op 29 oktober 1993 door Nigeria werd geratificeerd,

–       gelet op het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW), aangenomen in 1979,

–       gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van 1981, dat op 22 juni 1983 door Nigeria werd geratificeerd,

–       gezien de VN-Verklaring inzake de uitbanning van alle vormen van intolerantie en discriminatie op grond van religie en overtuiging van 1981,

–       gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind, dat in 1991 door Nigeria werd geratificeerd,

–       gezien de tweede herziening van de Overeenkomst van Cotonou, die op 27 september 2010 door Nigeria werd geratificeerd,

–       gezien de op 29 mei 1999 aangenomen grondwet van de Federale Republiek Nigeria, en met name de bepalingen in hoofdstuk IV inzake de bescherming van de grondrechten, waaronder het recht op leven, op een eerlijk proces en op menselijke waardigheid, en inzake de bescherming van de vrijheid van meningsuiting, media, gedachte, geweten en godsdienst,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat Nigeria het meest dichtbevolkte land met de grootste etnische verscheidenheid in Afrika is en gekenmerkt wordt door regionale en religieuze verdeeldheid en een tweedeling tussen het noorden en het zuiden met grote economische en maatschappelijke ongelijkheden;

B.     overwegende dat Boko Haram sinds 2009 haar aanslagen op de politie, het leger, politici, scholen, religieuze gebouwen, openbare instellingen en burgers van het land heeft opgevoerd, terwijl terroristische aanslagen tegen burgers sinds 2013 almaar blijven toenemen;

C.     overwegende dat in april 2014 meer dan 270 meisjes zijn ontvoerd uit een staatsschool in Chibok (deelstaat Borno); overwegende dat de meerderheid nog steeds wordt vermist; overwegende dat er sindsdien nog honderden mensen door Boko Haram zijn ontvoerd;

D.     overwegende dat de aanslagen door Boko Haram tussen 3 en 8 januari 2015, Baga en zestien omliggende steden en dorpen als doelwit hadden, wat heeft geleid tot de vernietiging van bijna 3 700 structuren en de dood van duizenden mensen;

E.     overwegende dat Boko Haram als doel heeft een volledig islamitische staat in Nigeria op te richten, met invoering van sharia-rechtbanken in het gehele land, en Westers onderwijs te verbieden, in het bijzonder voor meisjes;

F.     overwegende dat jonge meisjes van tien jaar zijn gebruikt voor het dragen van explosieven die op drukke markten en busstations tot ontploffing zijn gebracht, waardoor gevreesd wordt dat Boko Haram een gedeelte van de honderden gekidnapte slachtoffers voor bomaanslagen zou kunnen inzetten;

G.     overwegende dat het aantal doden ten gevolge van de activiteiten van Boko Haram tussen juli 2009 en juli 2014 op meer dan 22 000 wordt geschat; overwegende dat ongeveer 1,5 miljoen mensen uit hun huizen zijn verdreven;

H.     overwegende dat volgens het Bureau van de Verenigde Naties voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden (OCHA) niet minder dan zes miljoen inwoners van de deelstaten Borno, Adamawa en Yobe, rechtstreeks door de aanslagen van Boko Haram zijn geraakt;

I.      overwegende dat Nigeria zich heeft verbonden tot een nationale immunisatiecampagne ter uitroeiing van polio;

J.      overwegende dat het geweld door Boko Haram heeft geleid tot de vernietiging van gezondheidsfaciliteiten in de deelstaten in het noordoosten van het land, waardoor gezondheidswerkers ofwel hebben moeten vluchten ofwel de klinieken hebben moeten sluiten; overwegende dat inwoners hierdoor medische verzorging hebben moeten zoeken in Kameroen, Tsjaad en Niger, waardoor de druk op de beperkte gezondheidsfaciliteiten in de gastgemeenschappen verder is toegenomen;

K.     overwegende dat vanwege de toenemende onveiligheid, boeren niet langer hun land kunnen bebouwen of hun gewassen kunnen oogsten uit angst om door leden van Boko Haram te worden aangevallen, waardoor de voedselonzekerheid nog verder toeneemt;

L.     overwegende dat Boko Haram via internationale contacten met al-Shabaab in Somalië en Al-Qaeda in de islamitische Maghreb, financiële steun, training en materiaal ontvangt, maar dat Boko Haram zo heterogeen is dat hiermee verbonden strijders niet noodzakelijkerwijs de salafistische doctrine volgen; overwegende dat Boko Haram eveneens middelen genereert door ander andere drugshandel, smokkel, wapenhandel, kidnapping en bedelarij; overwegende dat bovendien, naar verluidt bepaalde politici de organisatie rechtstreeks ondersteunen;

M.    overwegende dat de regering van Nigeria er niet in is geslaagd de opstand de kop in te drukken; overwegende dat Nigeriaanse soldaten op grote schaal mensen gevangen hebben gezet, en hun toevlucht hebben genomen tot buitengerechtelijke executies en vele andere schendingen van het mensenrechten- en internationaal recht;

N.     overwegende dat Nigeria een gemeenschappelijke taskforce van militaire en politie-eenheden heeft samengesteld ter bestrijding van Boko Haram en in mei 2013 in drie deelstaten in het noordoosten van het land (Borno, Yobe en Adamawa) de noodtoestand heeft afgekondigd, maar dat hierdoor de strijders uit de steden zijn verdreven en de aanslagen in plattelandsgebieden zijn voortgezet;

O.     overwegende dat de bijna zes jaar geleden begonnen opstand van Boko Haram, in 2013 is overgeslagen op Kameroen en meer recent op de buurlanden Tsjaad en Niger;

P.     overwegende dat in mei 2014 Tsjaad en Kameroen ermee hebben ingestemd om duizenden soldaten naar hun grenzen te sturen om samen te werken met het Nigeriaanse leger, aangezien de Nigeriaanse regering grote moeilijkheden heeft ondervonden bij het bestrijden van de crisis;

Q.     overwegende dat vanwege de opstand van Boko Haram, de capaciteit van Nigeria om bij te dragen aan de regionale en internationale veiligheid en stabiliteit geleidelijk aan afneemt;

R.     overwegende dat door de terroristische aanslagen van Boko Haram, de ondoelmatigheden van de autoriteiten bij de bestrijding van onveiligheid duidelijk aan het licht zijn gekomen; overwegende dat slecht bestuur, wijdverspreide corruptie en de verslechterende sociaal-economische omstandigheden in het noorden van Nigeria onderdeel zijn van het veiligheidsprobleem;

S.     overwegende dat de economische groei in Nigeria zeer ongelijk verdeeld is; overwegende dat het armoede- en het werkeloosheidsniveau in het noorden van Nigeria aanzienlijk hoger liggen dan in het olierijke zuiden van het land;

T.     overwegende dat Boko Haram aantrekkingskracht uitoefent op jongeren en armen, en overwegende dat zij vanwege hun sociaal-economische situatie bijzonder kwetsbaar zijn voor indoctrinatie en radicalisering door religieus fanatisme;

U.     overwegende dat door tientallen jaren van economisch wanbestuur, instabiliteit en corruptie, investeringen in het onderwijsstelsel en het stelsel van sociale diensten zijn belemmerd;

V.     overwegende dat de olie- en gassector de belangrijkste inkomstenbronnen van Nigeria blijven; overwegende dat beide sectoren voornamelijk in het zuidelijke gedeelte van het land zijn gevestigd; overwegende dat de economie van het noorden, die wordt beheerst door de landbouw, ook de gevolgen ondervindt van klimaatverandering en de-industrialisering, vanwege onder andere energietekorten en de verslechtering van infrastructuur;

W.    overwegende dat volgens sommige schattingen jaarlijks tussen de 3 en 8 miljard USD aan Nigeriaanse olie wordt gestolen; overwegende dat de corruptie en het wanbestuur van de afgelopen tientallen jaren de autoriteit en legitimiteit van de staat hebben ondermijnd;

X.     overwegende dat de op ontwikkeling gerichte respons op de crisis getiteld "een Marshallplan voor het noorden" pas in april 2014 door de Nigeriaanse autoriteiten is aangekondigd;

Y.     overwegende dat de onafhankelijke nationale verkiezingscommissie (INEC) de verkiezingen van 14 en 28 februari hebben uitgesteld tot 28 maart en 11 april 2015, om de regering in staat te stellen militaire acties tegen Boko Haram te starten, en dat een regionale respons in maart 2015 is gestart met Tsjaad en Kameroen waardoor de aanwezigheid van Boko Haram kon worden teruggebracht;

Z.     overwegende dat de verkiezingscampagne in een gespannen sfeer plaatsvond met meldingen van aan de verkiezing gerelateerde incidenten in alle delen van het land, in het bijzonder in het zuiden en het zuidwesten, aanvallen van Boko Haram ter ontmoediging van kiezers, schendingen van campagnevoorschriften en beïnvloeding van kiezers;

AA.  overwegende dat op 31 maart 2015, de presidentskandidaat van de oppositiepartij All Progressive Congress (APC), generaal Muhammad Buhairi, tot winnaar van de verkiezingen is uitgeroepen en de zittende president zijn nederlaag vreedzaam heeft erkend;

1.      veroordeelt ten sterkste alle mensenrechtenschendingen door Boko Haram sinds 2009, waaronder het geweld tegen de burgerbevolking, met name vrouwen en kinderen, de kidnappingsacties, moorden, gijzelnemingen, plunderingen, verkrachtingen, seksuele slavernij en ander seksueel geweld, de aanwerving van kinderen voor zelfmoordaanslagen en de vernietiging van eigendommen van burgers, evenals de aanslagen in het gebied rond het Tsjaadmeerbekken langs de grenzen van Nigeria met Tsjaad en Kameroen en in de noordelijke provincies in Kameroen;

2.      herinnert eraan dat terwijl Boko Haram gewelddadiger werd, de groep verder radicaliseerde door het ruwe regeringsoptreden, met inbegrip van wijdverbreid politiegeweld, en gewelddadige botsingen tussen christenen en moslims; wijst er in het bijzonder op dat de Nigeriaanse politie zich schuldig heeft gemaakt aan honderden buitengerechtelijke moorden en verdwijningen elk jaar die grotendeels niet zijn onderzocht en onbestraft zijn gebleven; verzoekt om grondige onderzoeken naar de vermeende mensenrechtenschendingen, waaronder buitengerechtelijke executies, foltering, willekeurige arrestaties en aan afpersing gerelateerd misbruik;

3.      is verheugd over het feit dat de INEC voor een redelijk geloofwaardig, transparant en eerlijk verkiezingsproces heeft kunnen zorgen, ondanks de interne en externe problemen en de druk waarmee zij te kampen had;

4.      feliciteert oppositieleider Muhammad Buhairi met zijn overwinning bij de presidentsverkiezingen en complimenteert president Jonathan met zijn prijzenswaardige aanvaarding van zijn nederlaag, waardoor de periode na de verkiezingen vreedzaam verloopt;

5.      wijst erop dat de opstand van Boko Haram aanvankelijk een plaatselijk, Nigeriaans probleem leek, maar in de loop der tijd tot een grote dreiging voor de vrede en de veiligheid in West-Afrika is geworden; verzoekt de Nigeriaanse regering dan ook om een brede strategie te ontwikkelen waarin wordt ingegaan op de diepere oorzaken van deze ontwikkelingen, en waarin de nadruk ligt op een zachte aanpak met als doel de aantrekkingskracht van de ideologie van Boko Haram te verminderen, de gelegenheden voor aanwerving en radicalisering weg te nemen en de financiering af te snijden;

6.      is in het bijzonder van mening dat stevige en gerichte maatregelen om banen te creëren in Nigeria, vooral in het noorden, en in de grensgemeenschappen van de buurlanden in het algemeen, een sleutelprioriteit moeten vormen van de staten, om de kweekvijver voor rekruten van Boko Haram droog te leggen;

7.      verzoekt de nieuwgekozen president zijn campagnebeloftes gestand te doen en de beschikbare middelen te gebruiken om een einde te maken aan het geweld van Boko Haram, en de stabiliteit en veiligheid in het hele land te herstellen; herhaalt in dit verband dat een uitsluitend militaire aanpak niet zal volstaan om de opstand van Boko Haram in de kiem te smoren, maar meent dat regionale vrede en veiligheid pas kunnen worden verwezenlijkt door middel van een veelzijdige aanpak die ingaat op de legitieme gevoelens van wrok, begane en huidige mensenrechtenschendingen en de dieperliggende oorzaken van het conflict;

8.      herhaalt dat Nigeria weliswaar de grootste economie, de belangrijkste olieproducent en het dichtstbevolkte land van Afrika is, maar dat mensenrechtenindicatoren het land onderaan de wereldranglijst plaatsen en de meerderheid van zijn bevolking in extreme armoede leeft;

9.      herhaalt dat Boko Haram zijn oorsprong vindt in wrokgevoelens over wanbestuur, diepgewortelde corruptie en scherpe ongelijkheden in de Nigeriaanse samenleving; roept de kort geleden verkozen president op om het "Marshallplan voor het noorden" uit te voeren, aangezien het armoede- en werkeloosheidsniveau in het noorden van Nigeria aanzienlijk hoger is dan in het olierijke zuiden; roept de Nigeriaanse autoriteiten er in het bijzonder toe op een einde te maken aan corruptie, wanbestuur en ondoelmatigheden bij overheidsinstellingen, betere onderwijs- en gezondheidsdiensten te verlenen in het noorden en te zorgen voor een eerlijke verdeling van de olieopbrengsten om daadwerkelijke regionale ontwikkeling te waarborgen;

10.    roept de Nigeriaanse autoriteiten en buitenlandse ondernemingen ertoe op bij te dragen aan een verbeterd bestuur in de winningsindustrie door zich te houden aan het initiatief voor transparantie in de winningsindustrie en de bedragen die ondernemingen overmaken aan de Nigeriaanse regering te publiceren;

11.    benadrukt dat in een situatie waarin de respons van de staat, het politiegeweld en de straffeloosheid bij de politie de spanningen en het geweld verder hebben doen oplaaien, het van wezenlijk belang is dat de Nigeriaanse veiligheidstroepen de mensenrechten voortaan eerbiedigen om Boko Haram te kunnen bestrijden, aangezien op deze manier het vertrouwen van burgers in de Nigeriaanse veiligheidstroepen kan toenemen, waardoor burgers worden aangemoedigd om informatie te delen over opstandelingen en hun medestanders;

12.    spoort de nieuwgekozen president meer in het algemeen aan de achterliggende oorzaken van radicalisering te bestrijden, onder andere door middel van: maatregelen om een einde te maken aan de cultuur van stevig verankerde straffeloosheid en mensenrechtenschendingen, onder andere in de vorm van krachtige hervormingen van het rechtsstelsel; de actieve bestrijding van gebrekkig bestuur en corruptie op alle niveaus; maatregelen om Boko Haram de toegang te ontzeggen tot zijn bronnen van illegale inkomsten, door middel van samenwerking met buurlanden, in het bijzonder met betrekking tot illegale handel en smokkel; scherpere maatregelen ter bestrijding van negatieve sociaal-economische ongelijkheden; maatregelen te bevordering en vereenvoudiging van de dialoog tussen alle Nigeriaanse deelstaten, etnische en religieuze groepen, met als doel een breed hervormingsproces gericht op decentralisatie op gang te brengen;

13.    herhaalt zijn oproep tot de onmiddellijke vrijlating van diegenen die zijn ontvoerd, met inbegrip van de meisjes uit Chibok; benadrukt dat al diegenen die verantwoordelijk zijn voor de gevallen van misbruik, schendingen van de mensenrechten en schendingen van het internationaal humanitair recht voor de rechter moeten worden gebracht;

14.    benadrukt dat alle meisjes en vrouwen die het slachtoffer zijn geworden van verkrachting in een gewapend conflict, toegang moeten krijgen tot het volledige scala aan seksuele en reproductieve gezondheidsdiensten, waaronder abortus, in door de EU gefinancierde humanitaire faciliteiten, overeenkomstig het gemeenschappelijke artikel 3 van de Verdragen van Genève, waarin alle nodige medische zorg voor gewonden en zieken, zonder nadelig onderscheid, wordt gewaarborgd;

15.    roept nogmaals op tot intrekking van de wet inzake (het verbod op) het huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht, alsmede van de paragrafen 214, 215 en 217 van het Nigeriaanse wetboek van strafrecht, op grond waarvan lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders – zowel Nigeriaanse onderdanen als buitenlanders – een ernstig risico zouden lopen op geweld en aanhouding;

16.    benadrukt dat Nigeria zijn potentieel als stabiele regionale leider niet volledig kan verwezenlijken voordat het land de uitdaging rond Boko Haram het hoofd heeft geboden; is ingenomen met de vastberadenheid waarvan de dertien deelnemende landen blijk hebben gegeven tijdens de regionale top in Niamey van 20 en 21 januari 2015, met name de toezegging voor militaire hulp van Tsjaad, samen met Kameroen en Nigeria, in de strijd tegen de terroristische dreiging van Boko Haram; dringt aan op versterking van deze regionale respons;

17.    is ingenomen met de initiatieven van de Raad voor Vrede en Veiligheid van de Afrikaanse Unie en verzoekt de Afrikaanse Unie zo spoedig mogelijk concrete maatregelen te nemen, samen met alle betrokken landen, om de strijd tegen terroristische groeperingen in het Sahelgebied te coördineren; herinnert er echter aan dat maatregelen ter bestrijding van de terroristische dreiging van Boko Haram moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de internationale mensenrechten, en het humanitair- en vluchtelingenrecht;

18.    roept ECOWAS op tot de voortzetting van de concrete uitvoering van haar nieuwe terrorismebestrijdingsstrategie, met bijzondere aandacht voor de bestrijding van grensoverschrijdende illegale stromen van wapens en strijders, en sluikhandel; is eveneens van mening dat de ECOWAS-strategie een zachte aanpak moet omvatten voor de verbetering van overheidsdiensten en de versterking van het bestuur en humanitaire steun voor diegenen die het slachtoffer van terrorisme zijn geworden; spoort de EU aan om intraregionale initiatieven te vereenvoudigen;

19.    is ernstig bezorgd over de verergerende humanitaire crises ten gevolge van de activiteiten van Boko Haram, die hebben geleid tot de grootschalige verplaatsing van Nigerianen binnen het land en naar de buurlanden Kameroen, Tsjaad en Niger; verzoekt alle landen in de regio om de hoogste prioriteit te geven aan de bescherming van vluchtelingen, teruggekeerde vluchtelingen en binnenlands ontheemden;

20.    spoort de VV/HV en de EU aan om hun diplomatieke inspanningen in Nigeria voort te zetten, met humanitaire bijstand aan de burgers die door de crisis zijn geraakt, evenals ontwikkelingssamenwerking op de lange termijn, om te zorgen voor vrede, veiligheid, goed bestuur en eerbiediging van de mensenrechten; spoort hen er in het bijzonder toe aan de politieke dialoog met Nigeria in het kader van artikel 8 van de herziene Overeenkomst van Cotonou voort te zetten en in die context kwesties te behandelen rond de universele mensenrechten, waaronder de vrijheid van gedachte, geweten, godsdienst en overtuiging alsmede het verbod op discriminatie op welke grond ook, zoals die zijn vastgelegd in universele, regionale en nationale mensenrechteninstrumenten;

21.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de federale regering van Nigeria, de instellingen van de Afrikaanse Unie en van ECOWAS, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en het Pan-Afrikaanse Parlement.

(1)

PB C 251E van 31.8.2013, blz. 97.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0335.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0008.

Juridische mededeling - Privacybeleid