Procedure : 2015/2520(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0396/2015

Ingediende teksten :

B8-0396/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 30/04/2015 - 10.9
CRE 30/04/2015 - 10.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0185

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 134kWORD 63k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0370/2015
27.4.2015
PE555.170v01-00
 
B8-0396/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Nigeria (2015/2520(RSP))


Charles Tannock, Geoffrey Van Orden, Ryszard Antoni Legutko, Ryszard Czarnecki, Tomasz Piotr Poręba, Angel Dzhambazki, Beatrix von Storch, Branislav Škripek, Jana Žitňanská namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Nigeria (2015/2520(RSP))  
B8‑0396/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien de vijfde ministeriële dialoog tussen Nigeria en de EU in Abuja op 27 november 2014,

–       gezien de "Nigeria-EU Joint Way Forward" van 2009,

–       gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) over de situatie in Nigeria,

–       gezien de verklaringen over de situatie in Nigeria van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties,

–       gezien de verklaring van 8 januari 2015 van de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN en het hoofd van het VN-Bureau voor West-Afrika, Mohamed Ibn Chambas, over de situatie in Nigeria,

–       gezien de Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–       gezien het op 1 juli 2014 gepubliceerde verslag van de secretaris-generaal van de VN over kinderen en gewapende conflicten,

–       gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van 1981, dat op 22 juni 1983 door Nigeria werd geratificeerd,

–       gezien de tweede herziening van de Overeenkomst van Cotonou voor 2007-2013, die Nigeria op 27 september 2010 heeft geratificeerd,

–       gezien hoofdstuk IV van de grondwet van de Federale Republiek Nigeria inzake het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst,

–       gezien de uitspraak van de Nigeriaanse verkiezingscommissie van 7 februari 2015 over het tijdstip van de presidentsverkiezingen van het land,

–       gezien de uitslag van die verkiezingen die vervolgens plaatsvonden op 28 maart 2015,

–       gezien de verklaringen van de VV/HV van 30 en 31 maart over het verloop en de uitslag van de presidentsverkiezingen,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat Nigeria de grootste economie van het Afrikaanse continent en een belangrijke handelspartner van de EU is;

B.     overwegende dat de EU-steun aan Nigeria tussen 2009 en 2013 circa 700 miljoen EUR bedroeg, waarvan 200 miljoen EUR werd toegewezen aan de consolidatie van vrede en stabiliteit, de bestrijding van armoede en het creëren van werkgelegenheid voor jongeren (voormalige strijders) in de Nigerdelta;

C.     overwegende dat Nigeria, ondanks zijn vele rijkdommen, behoort tot de landen waar de ongelijkheid het grootst is; overwegende dat ook corruptie in heel Nigeria wijdverbreid is en bijdraagt aan deze economische en sociale ongelijkheid;

D.     overwegende dat er op 28 maart 2015 presidentsverkiezingen plaatsvonden; overwegende dat de Nigeriaanse verkiezingscommissie op 7 februari 2015 besloot dat die verkiezingen, die gepland stonden voor 14 februari, met zes weken zouden worden uitgesteld;

E.     overwegende dat oppositiekandidaat Muhammadu Buhari deze verkiezingen heeft gewonnen, waarmee het de eerste keer is dat een zittend president in Nigeria niet is herverkozen;

F.     overwegende dat de vrede en stabiliteit in Nigeria steeds meer bedreigd worden door de militante islamitische groepering Boko Haram, die sinds 2009 schade aanricht met een golf van bombardementen, moorden en ontvoeringen, daar de groepering ernaar streeft een strikte vorm van de shariawetgeving in te voeren, de regering omver te werpen en een islamitische staat op te richten;

G.     overwegende dat alleen al in 2014 naar schatting meer dan 4 000 mensen zijn omgekomen bij aanslagen door de islamitische terreurgroepering Boko Haram, en 900 mensen ontvoerd; overwegende dat de Verenigde Naties schat dat meer dan 1,5 miljoen mensen zijn ontheemd en minstens drie miljoen mensen zijn getroffen door de opstand in het noordoosten van Nigeria;

H.     overwegende dat Boko Haram in maart 2015 trouw heeft gezworen aan de extremistische groepering Islamitische Staat, die momenteel een geweldcampagne voert in verschillende delen van het Midden-Oosten;

I.      overwegende dat inmiddels wordt aangenomen dat Boko Haram de controle heeft over een gebied van meer dan 50 000 km2 in het noordoosten van Nigeria;

J.      overwegende dat naar verluidt tot wel 2 000 mensen zijn vermoord in de stad Baga op 3 januari 2015 bij de bloedigste aanval door Boko Haram tot nu toe; overwegende dat de Nigeriaanse regering deze cijfers in twijfel trekt en beweert dat er, ondanks geloofwaardige rapporten waaruit blijkt dat de meeste slachtoffers kinderen, vrouwen en ouderen waren, circa 150 mensen zijn gedood, van wie de meesten strijders;

K.     overwegende dat Boko Haram tevens kerken als doelwit heeft gekozen bij aanvallen die worden beschouwd als pogingen van de strijders om de religieuze spanningen aan te wakkeren;

L.     overwegende dat militanten van Boko Haram, vermomd als predikers, op 6 april 2015 ten minste 24 mensen hebben gedood en vele anderen hebben verwond bij een aanval op een moskee in de deelstaat Borno in het noordoosten van Nigeria;

M.    overwegende dat het escalerende geweld van de opstand de veiligheid van West-Afrika als geheel in gevaar brengt;

N.     overwegende dat het Nigeriaanse leger met beperkte hulpmiddelen voor de enorme taak staat om te proberen de burgers te beschermen tegen de bommengooiers en schutters die zich in een uitgestrekt gebied bevinden;

O.     overwegende dat de maatregelen tegen de opstand de burgers nog geen adequate bescherming bieden tegen de dreiging die uitgaat van Boko Haram, aangezien de bevolking in de drie noordoostelijke deelstaten Adamawa, Borno en Yobe te maken heeft met steeds heftigere aanvallen en stelselmatige mensenrechtenschendingen;

P.     overwegende dat bij een door Frankrijk geleid initiatief Nigeria, Niger, Kameroen en Tsjaad werden opgeroepen om elk 700 troepen bij te dragen aan een multinationale troepenmacht tegen Boko Haram, maar dat geen van de landen het plan heeft uitgevoerd;

Q.     overwegende dat Boko Haram een aantal steden in het noordoosten van Nigeria heeft ingenomen en burgers blijft dwingen zich bij hen aan te sluiten, waaronder een groot aantal kinderen;

R      overwegende dat in april 2014 meer dan 270 meisjes zijn ontvoerd uit een staatsschool in Chibok, deelstaat Borno; overwegende dat de meerderheid nog steeds wordt vermist; overwegende dat er sindsdien nog honderden mensen door Boko Haram zijn ontvoerd;

S.     overwegende dat meer dan 300 000 Nigerianen naar het noordwesten van Kameroen en het zuidwesten van Niger zijn gevlucht om aan het geweld te ontsnappen;

T.     overwegende dat de opstand van Boko Haram is besproken tijdens de recente ministeriële dialoog tussen Nigeria en de EU;

U.     overwegende dat een zelfmoordterrorist, naar verluidt een 10-jarig meisje, op 10 januari 2015 ten minste 19 mensen heeft gedood in Maiduguri in het noordoosten van Nigeria, bij de meest recente aanval in de regio; overwegende dat de daaropvolgende dag twee vrouwelijke zelfmoordterroristen vier mensen hebben gedood en meer dan 40 mensen hebben verwond in de stad Potiskum;

V.     overwegende dat op 12 januari 2015 de katholieke aartsbisschop van Jos, in het centrum van Nigeria, het Westen ervan heeft beschuldigd de dreiging van Boko Haram te negeren, en heeft gesteld dat de wereld meer vastberadenheid moet tonen om de opmars van de groepering in Nigeria te stoppen;

W.    overwegende dat het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN op 9 januari 2015 heeft gemeld dat het aantal Nigeriaanse vluchtelingen dat een veilig heenkomen zoekt in Tsjaad bijna is verviervoudigd in 10 dagen, na aanvallen van Boko Haram in het noordoosten van Nigeria waardoor duizenden mensen ontheemd raakten;

1.      neemt kennis van de uitslag van de recente presidentsverkiezingen en feliciteert Muhammadu Buhari met zijn overwinning; dringt er voorts bij de nieuwe president op aan om Nigeria naar een meer stabiele, vreedzame en welvarende toekomst te leiden in het belang van de Nigeriaanse bevolking;

2.      is van mening dat de machtsoverdracht via de stembus wijst op een verdieping van de democratie in Nigeria die als model kan dienen voor andere Afrikaanse landen;

3.      betreurt het besluit van de Nigeriaanse verkiezingscommissie om de presidentsverkiezingen uit te stellen, die oorspronkelijk gepland stonden voor 14 februari 2015;

4.      vreest dat de veiligheidsdreiging in Nigeria er mogelijk toe heeft geleid dat een aantal kiezers niet naar de stembus is gegaan, en merkt voorts op dat er, hoewel waarnemers in het algemeen lof hadden voor de verkiezingen, enkele bezorgdheden met betrekking tot fraude zijn geuit;

5.      prijst de Nigeriaanse burgers die hebben gestemd bij de verkiezingen van 28 maart 2015, van wie velen dit deden ondanks de geweldsdreiging van opstandelingen van Boko Haram;

6.      veroordeelt met klem het aanhoudende en steeds zorgwekkendere geweld in Nigeria, waaronder het gebruik van kinderen als zelfmoordterroristen, wat heeft geleid tot duizenden doden en gewonden en nog eens honderdduizenden ontheemden;

7.      betreurt het afslachten van onschuldige mannen, vrouwen en kinderen, en schaart zich achter de Nigeriaanse bevolking in haar vastberaden strijd om alle vormen van terrorisme in het land uit te roeien;

8.      roept op tot gezamenlijke internationale inspanningen om het Nigeriaanse bloedvergieten te beëindigen, maar is van mening dat die moeten worden aangestuurd door meer regionale samenwerking tussen staten en andere relevante actoren;

9.      verzoekt de internationale gemeenschap uitvoering te geven aan haar toezegging om Nigeria en zijn bevolking uitgebreide politieke, ontwikkelings- en humanitaire steun te bieden, door de dreiging van Boko Haram aan te pakken en de ontwikkeling van het land te waarborgen;

10.    verzoekt de Nigeriaanse regering te waarborgen dat het Nigeriaanse leger naar behoren is uitgerust met alle beschikbare hulpmiddelen om de dreiging van Boko Haram te bestrijden;

11.    is van mening dat de Nigeriaanse regering het recht en de verantwoordelijkheid heeft om haar bevolking te beschermen tegen terrorisme, maar benadrukt dat dergelijke acties moeten worden uitgevoerd met inachtneming van de mensenrechten en de rechtsstaat;

12.    verzoekt de Nigeriaanse regering om een volledig en grondig onderzoek in te stellen naar alle berichten over gruweldaden en om passende maatregelen te nemen, met inachtneming van de rechtsstaat, tegen personen die betrokken blijken te zijn bij mensenrechtenschendingen;

13.    is van mening dat de politieke leiders van Nigeria de uitslag van de verkiezingen van 28 maart 2015 moeten gebruiken als een katalysator voor de oplossing van de economische en sociale problemen van het land, die een oorzaak zijn van het toenemende geweld; verzoekt de politieke leiding van Nigeria voorts in dit verband maatregelen te treffen om de inefficiëntie, de corruptie en het wanbeheer van de regering alsook de verduistering van de olierijkdom van het land door de regering aan te pakken;

14.    acht het betreurenswaardig dat de internationale gemeenschap tot op heden geen betekenisvolle steun heeft kunnen bieden aan de Nigeriaanse bevolking voor wat de aanpak van het toenemende geweld en de sociale en economische problemen betreft;

15.    is van mening dat het rechtssysteem van Nigeria zo snel mogelijk moet worden hervormd met het oog op een doeltreffende strafrechtspleging om terrorisme te bestrijden;

16.    steunt de Nigeriaanse regering bij haar acties gericht op de strijd tegen de dreiging van Boko Haram, maar herinnert haar tevens aan haar verantwoordelijkheid om te waarborgen dat dergelijke acties worden uitgevoerd met inachtneming van het internationale recht;

17.    verzoekt om een grondig onderzoek naar de vermeende mensenrechtenschendingen, waaronder buitengerechtelijke executies, foltering, willekeurige arrestaties en aan afpersing gerelateerd misbruik, en is van mening dat dergelijke acties niet kunnen worden gerechtvaardigd als middel om de dreiging die uitgaat van Boko Haram of andere terroristische organisaties te bestrijden;

18.    roept op tot verdere internationale inspanningen om te zorgen voor de vrijlating van de ruim 200 meisjes die door Boko Haram zijn ontvoerd uit een staatsschool in Chibok, Borno, in april 2014;

19.    dringt er bij de Nigeriaanse regering op aan samen met regionale partners te werken aan de vorming van een sterke, robuuste coalitie om de dreiging van Boko Haram te bestrijden; waarschuwt er tevens voor dat, zonder deze samenwerking, het geweld waarschijnlijk zal aanhouden, waardoor de vrede en stabiliteit in de hele regio worden ondermijnd;

20.    prijst het werk en de moed van de lokale en internationale journalisten en mensenrechtenverdedigers die het barbaarse karakter van het extremisme van Boko Haram en de onschuldige slachtoffers van het geweld dat hieruit voortvloeit onder de aandacht van de wereld willen brengen;

21.    veroordeelt het feit dat Boko Haram zich op religieuze instellingen en gelovigen richt, en merkt op dat het geweld van de groepering zonder onderscheid zowel moslims, christenen als andere godsdiensten heeft getroffen;

22.    merkt op dat Abubakar Shekau, de leider van Boko Haram, in januari 2015 gedreigd heeft met nog meer moordpartijen en oorlog in buurlanden; prijst de moed van de soldaten uit de regio die trachten de dreiging van Boko Haram af te wenden en te overwinnen;

23.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de vicevoorzitter van de Europese Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de federale regering van Nigeria, de instellingen van de Afrikaanse Unie en van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS), de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en het Pan-Afrikaanse Parlement.

 

Juridische mededeling - Privacybeleid