Procedure : 2015/2520(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0398/2015

Ingediende teksten :

B8-0398/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 30/04/2015 - 10.9
CRE 30/04/2015 - 10.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0185

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 132kWORD 67k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0370/2015
27.4.2015
PE555.172v01-00
 
B8-0398/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Nigeria (2015/2520(RSP))


Fabio Massimo Castaldo, Ignazio Corrao, Piernicola Pedicini, Rolandas Paksas, Valentinas Mazuronis namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Nigeria (2015/2520(RSP))  
B8‑0398/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over Nigeria en in het bijzonder zijn meest recente plenaire debat over de kwestie op woensdag 14 januari 2015,

–       gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, onder meer die van 8 januari, 19 januari, 31 maart en 14 en 15 april 2015,

–       gezien de conclusies van de Raad van 9 februari 2015,

–       gezien de vijfde ministeriële dialoog tussen Nigeria en de EU in Abuja op 27 november 2014,

–       gezien de voorlopige conclusies van de verkiezingswaarnemingsmissies van de EU en het EP,

–       gezien de verklaringen van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon,

–       gezien de verklaringen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten over de mogelijkheid om de leden van Boko Haram aan te klagen wegens oorlogsmisdaden,

–       gezien de verklaring van de VN van 1981 inzake de uitbanning van alle vormen van intolerantie en discriminatie gebaseerd op religie of geloof,

–       gezien het IAO-Verdrag betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht van 1948 en het IAO-Verdrag betreffende het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen van 1949,

–       gezien het IAO-Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces van 1973 en het IAO-Verdrag betreffende de ergste vormen van kinderarbeid van 1999,

–       gezien het Verdrag inzake biologische diversiteit van 1992,

–       gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van 1981, dat Nigeria op 22 juni 1983 heeft geratificeerd,

–       gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten van 1966, dat Nigeria op 29 oktober 1993 heeft geratificeerd,

–       gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat Nigeria het dichtstbevolkte en etnisch meest verscheiden land in Afrika is en dat meer dan 60 % van de bevolking jonger dan 24 jaar is;

B.     overwegende dat Nigeria de 23e grootste economie ter wereld is en de grootste in Afrika en beschikt over een overvloed aan natuurlijke hulpbronnen, maar dat de werkloosheid bij jongeren onder 25 jaar evenwel op meer dan 75 procent wordt geraamd; overwegende dat, ondanks de lage olieprijzen, de inkomsten van de overheid nog steeds grotendeels afkomstig zijn van de verkoop van koolwaterstoffen; overwegende dat de EU een van de grootste handelspartners van Nigeria is;

C.     overwegende dat Nigeria volgens de Wereldbank sinds 1960 als gevolg van corruptie ongeveer 400 miljard USD aan olie-inkomsten is misgelopen, en dat de afgelopen twee jaar nog eens 20 miljard USD oliegeld uit de Nigeriaanse staatskas is verdwenen;

D.     overwegende dat Nigeria wordt gekenmerkt door enorme sociale en economische ongelijkheid, waarbij ongeveer 60 % van de bevolking in absolute armoede leeft, maar Nigeria tegelijkertijd bijna 16 000 miljonairs telt; overwegende dat het land wordt gekenmerkt door een onevenwichtige economische en sociale situatie tussen het noorden en het zuiden;

E.     overwegende dat er op 28 maart 2015 in Nigeria presidents- en parlementsverkiezingen plaatsvonden die vervolgens wegens technische problemen tot 29 maart werden verlengd, na een eerder uitstel van zes weken op 14 februari 2015; overwegende dat er op 11 april 2015 gouverneurs- en gemeenteraadsverkiezingen werden gehouden;

F.     overwegende dat de Afrikaanse Unie, het Gemenebest van Naties, ECOWAS en de Europese Unie verkiezingswaarnemingsmissies hebben gestuurd;

G.     overwegende dat de campagne in een gespannen sfeer werd gevoerd, met steeds gewelddadiger incidenten in alle delen van het land waarbij meer dan 82 personen zijn omgekomen; overwegende dat zowel de PDP als de PCA ervan werden beschuldigd tegenstanders te intimideren en partijbijeenkomsten aan te vallen; overwegende dat er sprake was van een escalatie van het gebruik van opruiende taal en het gebruik van religieuze, etnische en sectorale gevoelens;

H.     overwegende dat ondanks een wanordelijk en langdurig verloop van de verkiezingen, met een escalatie van geweld en intimidatie, waarnemers geen aanwijzingen zagen van systematische manipulatie, en dat bijgevolg kan worden gesteld dat de verkiezingen voldeden aan de continentale en regionale beginselen van democratische verkiezingen;

I.      overwegende dat de lokale verkiezingen van 11 april efficiënter leken te zijn dan die van 28 maart en dat de waarnemers ook hier geen aanwijzingen van gecentraliseerde systematische fraude zagen, ondanks het feit dat er enkele pogingen tot manipulatie werden waargenomen en er een toename was van veiligheidsincidenten, waarbij ten minste 30 mensen om het leven zijn gekomen;

J.      overwegende dat Muhammadu Buhari van de partij APC (All Progressive Congress party) op 31 maart 2015 tot winnaar van de verkiezingen werd uitgeroepen; overwegende dat de verkiezingen voor het eerst sinds het eind van het militair bewind in 1999 door een kandidaat van de oppositie zijn gewonnen en dat de zittende president zijn nederlaag vreedzaam heeft toegegeven;

K.     overwegende dat de negatieve trend van 2011 zich heeft doorgezet, waarbij slechts acht vrouwen een zetel in de senaat wisten te veroveren, amper 20 een zetel in het huis van afgevaardigden en geen enkele vrouw tot gouverneur is verkozen;

L.     overwegende dat Amnesty International ervan uitgaat dat Boko Haram in 2014 ten minste 4 000 burgers heeft gedood en in de eerste drie maanden van 2015 ten minste 1 500, en dat het ook meer dan 1,2 miljoen mensen uit hun huis heeft verdreven; overwegende dat militanten van Boko Haram, vermomd als predikers, op maandag 6 april 2015 ten minste 24 mensen hebben gedood en vele anderen hebben verwond bij een aanval op een moskee nabij het dorp Kwajafa;

M.    overwegende dat Boko Haram op 16 april de dorpen Bia en Diana in Kameroen heeft aangevallen en daarbij 12 mensen heeft gedood; overwegende dat Boko Haram zijn aanvallen niet tot één land beperkt, wat aantoont dat er nood is aan een regionale aanpak van het probleem;

N.     overwegende dat Boko Haram zijn inkomsten hoofdzakelijk haalt uit ontvoeringen, zowel in de vorm van losgeld als opbrengsten uit de verkoop van gevangenen als slaven, mensenhandel, samenwerking met drugskartels, diefstal, financiering door andere terreurgroepen zoals Al-Qaeda en Al-Shabaab, en belastinginkomsten uit bezette gebieden; overwegende dat de groep gebruik maakt van een islamitisch model voor geldovermaking, het zogenaamde "hawala", dat gebaseerd is op eer en een mondiaal netwerk van agenten dat geen sporen nalaat;

O.     overwegende dat kinderarbeid ondanks wetgevende maatregelen nog steeds een bron van grote zorg is in Nigeria, en dat de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) het aantal werkende kinderen onder de 14 jaar in Nigeria op 15 miljoen raamt;

P.     overwegende dat 43 % van de meisjes vóór hun 18e verjaardag wordt uitgehuwelijkt en dat 17 % al vóór hun 15e is gehuwd, en dat deze cijfers in de noordwestelijke regio oplopen tot 76 %;

Q.     overwegende dat Nigeria het grootste absolute aantal gevallen van vrouwelijke genitale verminking ter wereld kent, met name ongeveer een kwart van de naar schatting 115 tot 130 miljoen besneden vrouwen in de wereld;

R.     overwegende dat Nigeria een overvloed aan gevarieerde flora en fauna heeft, maar dat deze vitale hulpbronnen momenteel worden bedreigd door de toenemende bevolkingsdruk, de intensievere activiteiten van menselijke ontwikkeling en het niet-duurzaam gebruik van de biodiversiteit;

S.     overwegende dat in de Nigerdelta zo'n 20 miljoen mensen en 40 verschillende etnische groepen wonen en dat dit een van de gebieden op aarde is met de rijkste biodiversiteit; overwegende dat uit een rapport van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) blijkt dat gemeenschappen in het gebied blootgesteld zijn aan minerale koolwaterstoffen in de buitenlucht en het drinkwater en dat dit een bedreiging vormt voor de volksgezondheid; overwegende dat de saneringsmaatregelen van de bedrijven nog steeds niet voldoen aan de lokale voorschriften of internationale goede praktijken; overwegende dat de Nigeriaanse overheid over onvoldoende gekwalificeerde technische expertise en middelen beschikt om het probleem aan te pakken; overwegende dat in de studie wordt geconcludeerd dat het milieuherstel van het gebied mogelijk is, maar dat dit 25 tot 30 jaar kan vergen;

1.      prijst bovenal de maturiteit van de Nigeriaanse bevolking en hun ruime opkomst bij de verkiezingen, ondanks het aanhoudende en toenemende geweld in het land en de duizenden doden en ontheemden;

2.      veroordeelt de zinloze moorden op onschuldige mensen, het gebruik van kinderen bij het conflict, onder meer als menselijke bommen, de verkoop van meisjes als seksslavinnen en het gebruik van seksueel geweld als folterinstrument, met klem als weerzinwekkende misdaden waarbij sprake kan zijn van misdaden tegen de menselijkheid;

3.      is ingenomen met de instelling van een multinationale gezamenlijke task force in januari 2015 en de bekrachtiging ervan door de Afrikaanse Unie op 6 maart; prijst het besluit van Tsjaad, Niger, Nigeria, Kameroen en Benin om samen te werken met het mandaat ten einde "de uitbreiding van de activiteiten van Boko Haram en andere terreurgroepen te voorkomen en hun aanwezigheid ongedaan te maken"; herinnert eraan dat het mandaat moet worden uitgevoerd met volledige inachtneming van het internationaal recht en de desbetreffende resoluties van de Verenigde Naties;

4.      benadrukt dat terrorisme een grensoverschrijdende bedreiging vormt en dat het bijgevolg via een gecoördineerde regionale aanpak moet worden bestreden; vraagt de Afrikaanse Unie om haar verantwoordelijkheid te nemen door in samenspraak met de betrokken landen een alomvattend antwoord op terrorisme in de Sahel te coördineren; herinnert eraan dat, hoewel het gebruik van geweld noodzakelijk kan zijn, de onderliggende oorzaken van terrorisme in de regio moeten worden erkend en aangepakt;

5.      feliciteert Muhammadu Buhari met zijn verkiezing tot president van Nigeria en verwacht dat hij zijn verkiezingsbeloften zal waarmaken en de opstand van Boko Haram zal aanpakken, maar benadrukt dat de eerbiediging van de mensenrechten daarbij op de eerste plaats moet komen;

6.      prijst de zittende president en presidentskandidaat Goodluck Jonathan dat hij zijn nederlaag tijdig heeft toegegeven en daarmee de weg heeft vrijgemaakt voor een vreedzame overdracht van de macht; merkt echter op dat de PDP-partij heeft geweigerd de officiële INEC-resultaten te ondertekenen, en daarbij heeft verklaard de uitslag van de presidentsverkiezingen voor de rechtbank te willen aanvechten;

7.      neemt kennis van de daling van het aantal verkozen vrouwen, met een percentage dat veel minder bedraagt dan het streefcijfer van 30 % van de Verklaring van Beijing en het Platform voor Actie en het streefcijfer van 35 % van het nationale genderbeleid; wijst nogmaals op de cruciale rol van vrouwen in zowel de overheids- als de particuliere sector als stimulatoren van ontwikkeling, alsook op de positieve effecten van hun positie in de samenleving; verzoekt de Nigeriaanse regering manieren te vinden om vrouwen meer invloed te geven, met name in de politiek, en hen bij de besluitvorming te betrekken;

8.      prijst de onafhankelijke nationale verkiezingscommissie (INEC) dat ze onpartijdig is gebleven in moeilijke omstandigheden en in een steeds meer veeleisende context, alsook voor haar inspanningen voor personen met een handicap, bijvoorbeeld door te bepalen dat "personen met een fysische beperking" voorrang zouden krijgen bij de verkiezingen en door ter plaatse en in mededelingen informatie in gebarentaal te verstrekken;

9.      herinnert de nieuw verkozen president eraan dat Boko Haram niet kan worden overwonnen met militaire middelen alleen, maar dat het van essentieel belang is om de onderliggende oorzaken van het probleem, onder meer sociale uitsluiting en armoede, te begrijpen en aan te pakken; verzoekt de Europese Unie en haar lidstaten de financiële en technische hulp te verstrekken die nodig is om beleid te ontwikkelen dat het leven van de Nigeriaanse bevolking wil verbeteren, waarbij ze moeten beseffen dat ze daarmee ook Boko Haram aanpakken;

10.    erkent dat Muhammadu Buhari zal worden geconfronteerd met de uitdagingen van wijdverspreide corruptie, geruïneerde instellingen, een corrupt, inefficiënt en slecht georganiseerd leger, een sociaal-economische crisis en grote ongelijkheden tussen het noorden en het zuiden van het land; verzoekt de nieuw verkozen president een ambitieus en inclusief sociaal-economisch beleid te voeren dat gericht is op duurzame ontwikkeling, het openbaar bestuur en het leger te rationaliseren en te reorganiseren, en de corruptie op alle niveaus te bestrijden; is van mening dat de inkomsten uit de enorme hulpbronnen van het land moeten worden gebruikt voor het welzijn van de bevolking;

11.    verzoekt de Nigeriaanse autoriteiten bijzondere inspanningen te leveren om de ongelijkheid terug te dringen en het noordelijk deel van het land te ontwikkelen, omdat dit ook een uitstekend instrument is om de strategie van Boko Haram te bestrijden, dat onder meer via financiële stimuli mensen recruteert die in armoede leven en aan de rand van de samenleving staan, met name jongeren die geen toegang hebben tot onderwijs en geen werk hebben;

12.    verzoekt de Nigeriaanse autoriteiten een grondig onderzoek te verrichten naar de aantijgingen van schending van de mensenrechten in de strijd tegen Boko Haram, en herinnert eraan dat het de eerste taak van de overheid is ongeacht de omstandigheden de eigen bevolking te beschermen en de mensenrechten en de rechtsstaat te eerbiedigen;

13.    is van mening dat de beste manier om Boko Haram lam te leggen erin bestaat een eind te maken aan zijn financiering; verzoekt de Nigeriaanse autoriteiten de samenwerking en de uitwisseling van inlichtingen met de buurlanden en met andere internationale actoren te intensiveren om een eind te maken aan mensenhandel, drugsnetwerken aan te pakken en manieren te vinden om financiële stromen naar Boko Haram op te sporen en te stoppen;

14.    herinnert eraan dat een jaar geleden 276 meisjes op een school buiten Chibok werden ontvoerd en dat volgens mensenrechtenorganisaties nog eens minstens 2000 meisjes en vrouwen zijn ontvoerd; verzoekt de regering en de internationale gemeenschap alles in het werk te stellen om de ontvoerden te vinden en te bevrijden;

15.    verzoekt de Nigeriaanse religieuze autoriteiten en leiders actief met het maatschappelijk middenveld en de overheid samen te werken om het extremisme en de radicalisering aan te pakken;

16.    dringt aan op de tenuitvoerlegging van wetgeving om de kloof tussen de huidige Nigeriaanse arbeidsvoorwaarden en de norm van de Internationale Arbeidsorganisatie te overbruggen, met name op het gebied van het lidmaatschap van vakbonden, de bevordering van vrije en vrijwillige collectieve onderhandelingen en het recht om vakbondsacties te voeren;

17.    wijst op de inconsistentie van de Nigeriaanse wetgeving inzake kinderarbeid, met name wat de minimumleeftijd voor arbeid betreft; dringt aan op wijziging van artikel 59 van de arbeidswet om deze af te stemmen op de IAO-verdragen die Nigeria heeft geratificeerd, en dringt er bij alle Nigeriaanse deelstaten op aan de federale wet van 2003 inzake de rechten van het kind te ratificeren; prijst Nigeria voor de invoering in 2013 van een nationaal beleid inzake kinderarbeid en een nationaal actieplan voor de uitbanning van kinderarbeid, maar dringt er bij de autoriteiten op aan meer inspanningen te leveren voor de tenuitvoerlegging en handhaving ervan;

18.    neemt kennis van de daling van het aantal kindhuwelijken sinds 2003, maar is van mening dat er nog maatregelen moeten worden genomen om dit fenomeen te bestrijden, aangezien het UNFPA schat dat tegen 2030 meer dan 4 miljoen meisjes als kind zullen worden uitgehuwelijkt; verzoekt de Nigeriaanse regering haar verantwoordelijkheid met betrekking tot de bescherming van kinderen op te nemen, en dringt er bij de deelstaten die dat nog niet hebben gedaan op aan de kinderrechtenwet van 2003 goed te keuren, en bij de deelstaten die dit wel al hebben gedaan, deze wet dringend uit te voeren;

19.    verzoekt de federale regering en de Nigeriaanse deelstaten wetgevende bepalingen en strenge maatregelen uit te voeren om de praktijk van genitale verminking bij vrouwen te bestrijden, onder meer door met de media samen te werken bij voorlichtings-, educatie- en communicatiecampagnes die het publiek een beter inzicht geven in de kwestie van genitale verminking bij vrouwen;

20.    verzoekt de Nigeriaanse autoriteiten noodmaatregelen te nemen in de Nigerdelta, onder meer maatregelen om een einde te maken aan illegale oliegerelateerde activiteiten, en om voor voldoende bronnen van zuiver drinkwater te zorgen, een bewustmakingscampagne op te zetten om mensen bewust te maken van wat schadelijk kan zijn voor hun gezondheid, en aan degenen die aan de verontreiniging zijn blootgesteld een algemeen medisch onderzoek te doen ondergaan; verzoekt de Europese Unie en de lidstaten technische expertise en middelen te verstrekken om het gebied te herstellen; vraagt alle internationale ondernemingen die in de regio actief zijn, de strengste internationale normen te hanteren en af te zien van acties die een negatieve impact kunnen hebben op het milieu en de plaatselijke gemeenschappen, en wanneer zij schuldig worden bevonden aan het toebrengen van schade aan het milieu, hun verantwoordelijkheid te nemen en de benadeelde partijen te vergoeden;

21.    verzoekt de Nigeriaanse autoriteiten te blijven ijveren om de biodiversiteit in het land te beschermen en voortdurend toe te zien op de naleving van de internationale verdragen en protocollen die het land heeft ondertekend, onder meer het Verdrag inzake biologische diversiteit van 1992;

22.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regeringen en parlementen van Nigeria, de vertegenwoordigers van ECOWAS en de Afrikaanse Unie.

 

Juridische mededeling - Privacybeleid