Procedure : 2015/2520(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0400/2015

Ingediende teksten :

B8-0400/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 30/04/2015 - 10.9
CRE 30/04/2015 - 10.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0185

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 130kWORD 57k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0370/2015
27.4.2015
PE555.174v01-00
 
B8-0400/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de recente aanslagen in het noorden van Nigeria (2015/2520(RSP))


Javier Nart, Petras Auštrevičius, Dita Charanzová, Gérard Deprez, Filiz Hyusmenova, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, Marielle de Sarnez, José Inácio Faria, Alexander Graf Lambsdorff, Antanas Guoga, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Ilhan Kyuchyuk, Fernando Maura Barandiarán, Louis Michel, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Robert Rochefort, Marietje Schaake, Pavel Telička, Yana Toom, Ramon Tremosa i Balcells, Frédérique Ries, Ivo Vajgl, Johannes Cornelis van Baalen, Hilde Vautmans namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de recente aanslagen in het noorden van Nigeria (2015/2520(RSP))  
B8‑0400/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over Nigeria en in het bijzonder zijn meest recente debat in de plenaire vergadering op woensdag 14 januari 2015,

–       gezien de voorlopige conclusies van de verkiezingswaarnemingsmissies van de EU en het EP,

–       gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, van 8 en 14 januari, 31 maart, en 14 en 15 april 2015,

–       gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 19 januari 2015 over terrorisme en de conclusies van de Raad van 9 februari 2015,

–       gezien de gezamenlijke verklaring die op 27 november 2014 werd uitgebracht op de vijfde dialoog tussen de EU en Nigeria in Abuja, waarin de gruwelijke wreedheden van Boko Haram werden veroordeeld,

–       gezien de regionale conferentie over veiligheid van 20 januari 2015 in Niamey,

–       gezien de Overeenkomst van Cotonou van 2000 en de wijzigingen daarop van 2005 en 2010 (waarvan de laatste op 27 september 2010 door Nigeria werden geratificeerd), en met name de artikelen 9 en 13 van die overeenkomst, die betrekking hebben op mensenrechten en fundamentele vrijheden en het verbod op discriminatie op grond van geloof,

–       gezien de verklaringen van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, over het aanhoudende geweld en de verslechterende veiligheidssituatie in het noordoosten van Nigeria,

–       gezien de verklaringen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten over de mogelijkheid om de leden van Boko Haram aan te klagen wegens oorlogsmisdaden,

–       gezien de verklaring van de VN van 1981 inzake de uitbanning van alle vormen van intolerantie en discriminatie gebaseerd op religie of geloof,

–       gezien het Verdrag van de Afrikaanse Unie voor de preventie en bestrijding van terrorisme, dat op 16 mei 2003 door Nigeria werd geratificeerd, en het aanvullende protocol daarbij, dat op 22 december 2008 door Nigeria werd geratificeerd,

–       gezien de veroordeling van de activiteiten van Boko Haram door de Afrikaanse Unie, met name in haar persverklaring van 12 januari 2015,

–       gezien de op 29 mei 1999 aangenomen grondwet van de Federale Republiek Nigeria, en met name de bepalingen in hoofdstuk IV inzake de bescherming van de grondrechten, waaronder het recht op leven, op een eerlijk proces en op menselijke waardigheid, en inzake de bescherming van de vrijheid van meningsuiting, media, gedachte, geweten en godsdienst,

–       gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van 1981, dat Nigeria op 22 juni 1983 heeft geratificeerd,

–       gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (1966), dat door Nigeria op 29 oktober 1993 werd geratificeerd,

–       gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat in januari en februari 2015 op steeds grotere schaal geweld en wreedheden werden gepleegd; dat er steeds meer aanslagen plaatsvinden en dat die gepleegd worden in grote gebieden, alsook in buurlanden, waaronder Kameroen; dat de bevolking vreselijk lijdt, en dat vrouwen en kinderen onder meer gegijzeld of ontvoerd worden; dat de 200 schoolmeisjes die in de nacht van 14 op 15 april 2014 in de stad Chibok ontvoerd werden, nog steeds vermist worden; dat mannen en bejaarden gemarteld en gedood worden;

B.     overwegende dat Boko Haram tussen 3 en 8 januari 2015 een aanval pleegde op Baga, de zetel van de regionale strijdkrachten (multinationale troepenmacht (Multinational Joint Task Force, MNJTF)), en zestien omliggende steden en dorpen, en dat daarbij de militaire basis en de huizen in die plaatsen vernietigd en duizenden mensen gedood werden; dat de verschrikkelijke moordpartijen nog steeds doorgaan;

C.     overwegende dat kinderen van een jaar of tien gebruikt zijn om bommen tot ontploffing te brengen op markten en dat daarbij tientallen personen gedood zijn en vele gewonden zijn gevallen;

D.     overwegende dat onderwijs cruciaal is voor de bestrijding van geweld en fundamentalisme;

E.     overwegende dat het leger van Tsjaad de belangrijkste troepenmacht is die tegen Boko Haram vecht en dat de volledige betrokkenheid van dat leger in de strijd tegen de terroristen van Boko Haram in Gamboru Ngala, Malam Fatouri en Kangalam in Nigeria bevestigd is; dat dit leger erkenning verdient voor de hoge prijs die het betaalt voor zijn rol in de oorlog tegen het terrorisme; dat de gewonden en de nabestaanden van de slachtoffers solidariteit verdienen;

F.     overwegende dat de Nigeriaanse autoriteiten tot nu toe niet specifiek zijn opgetreden om meer verantwoordelijkheid te nemen voor het oplossen van de problemen in hun eigen land en om ethische waarden toe te passen in concrete maatregelen ter bestrijding van terrorisme, corruptie, armoede en ongelijkheid;

G.     overwegende dat de presidentskandidaat van de oppositiepartij APC (All Progressives Congress), generaal Muhammadu Buhari, op 31 maart 2015 tot winnaar van de verkiezingen werd uitgeroepen en verklaarde dat hij het land wil ontwikkelen, het leger wil hervormen en Boko Haram actief wil bestrijden, en dat de zittende president zijn nederlaag vreedzaam geaccepteerd heeft;

H.     overwegende dat uit die verkiezingen blijkt dat het volk van Nigeria volledig achter democratie staat;

I.      overwegende dat de top van de Afrikaanse Unie, en met name haar Raad voor Vrede en Veiligheid, besloten heeft een 7 500 man sterke multinationale inter-Afrikaanse troepenmacht te formeren om de Nigeriaanse islamitische sekte te bestrijden; dat de Afrikaanse Unie besloten heeft de VN-Veiligheidsraad te verzoeken de internationale gemeenschap te mobiliseren tegen Boko Haram;

1.      veroordeelt met klem de door Boko Haram bedreven moordpartijen en wreedheden in het noordoosten van Nigeria, die ernstige oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid vormen en nog steeds voortduren;

2.      veroordeelt krachtig het gebruik van vrouwen en kinderen voor het plegen van zelfmoordaanslagen;

3.      veroordeelt met klem de door Boko Haram gepleegde aanvallen op scholen en universiteiten en roept de Nigeriaanse autoriteiten op de veiligheid van deze instellingen te vergroten en de toegang tot onderwijs voor alle kinderen in het land te bevorderen;

4.      betuigt zijn volledige solidariteit met de overlevenden van de barbaarse daden van Boko Haram en betuigt zijn medeleven aan alle families die dierbaren hebben verloren bij de krankzinnige terreuraanslagen van Boko Haram;

5.      dringt er bij de internationale gemeenschap op aan dat zij blijft vechten voor de "Bring Back Our Girls"-campagne; verzoekt de nieuwgekozen president al het mogelijke te doen om alle ontvoerden terug te vinden;

6.      verzoekt om solidariteit van de zijde van de EU om gewonde soldaten die tegen Boko Haram gevochten hebben in ziekenhuizen in de EU op te nemen en te behandelen;

7.      feliciteert de nieuwe president Muhammadu Buhari met zijn overwinning bij de democratische verkiezingen; verzoekt de nieuwgekozen president zijn verkiezingsbeloften gestand te doen en alle middelen in te zetten om een eind te maken aan het geweld van Boko Haram, de stabiliteit en veiligheid in het hele land te herstellen, en de achterliggende oorzaken van dit terrorisme aan te pakken;

8.      verzoekt de Nigeriaanse autoriteiten krachtdadiger op te treden in de strijd tegen de interne corruptie en inefficiëntie binnen het leger, waardoor dit niet meer in staat is de plaag van Boko Haram in het noorden van het land aan te pakken;

9.      verzoekt de Nigeriaanse autoriteiten maatregelen te treffen om Boko Haram verstoken te houden van zijn bronnen van illegale inkomsten, door middel van samenwerking met buurlanden, met name op het gebied van smokkel en handel;

10.    verzoekt om opstelling van een routekaart voor de sociale en economische ontwikkeling van de door terreuraanslagen geteisterde regio om de armoede- en ongelijkheidsproblemen aan te pakken;

11.    erkent dat het zonder een coalitie van en samenwerking tussen de strijdkrachten van de landen in de regio (Nigeria, Niger, Tsjaad en Kameroen) niet mogelijk zou zijn om het probleem van de terreurgroep Boko Haram op doeltreffende wijze het hoofd te bieden;

12.    verzoekt de Nigeriaanse autoriteiten samen te werken met de Europese Unie of een internationale troepenmacht om de dreiging van Boko Haram het hoofd te bieden;

13.    is ingenomen met de vastberadenheid waarvan de 13 deelnemende landen blijk hebben gegeven tijdens de regionale top in Niamey van 20 en 21 januari 2015, met name de toezegging voor militaire hulp van Tsjaad, samen met Kameroen en Nigeria, in de strijd tegen de terreurdreiging van Boko Haram;

14.    is ingenomen met de initiatieven van de Raad voor Vrede en Veiligheid van de Afrikaanse Unie en verzoekt de Afrikaanse Unie zo spoedig mogelijk concrete maatregelen te nemen, samen met alle betrokken landen, om de strijd tegen terroristische groeperingen in de Sahelregio te coördineren;

15.    verzoekt de internationale gemeenschap de Nigeriaanse vluchtelingen in buurlanden bij te staan;

16.    verzoekt de internationale gemeenschap gepaste maatregelen te nemen om een doeltreffend en duurzaam terreurbestrijdingsbeleid in Afrika te ondersteunen;

17.    verzoekt de Europese Unie de totstandbrenging van regionale conflictbeheersmechanismen, zoals de Afrikaanse Stand-bytroepenmacht (ASF), te ondersteunen;

18.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de federale regering van Nigeria, de instellingen van de Afrikaanse Unie en van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU.

 

Juridische mededeling - Privacybeleid