Procedure : 2015/2700(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0537/2015

Ingediende teksten :

B8-0537/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 10/06/2015 - 8.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 129kWORD 62k
3.6.2015
PE558.908v01-00
 
B8-0537/2015

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Hongarije (2015/2700(RSP))


Timothy Kirkhope, Zdzisław Krasnodębski, Ruža Tomašić, Daniel Dalton, Jussi Halla-aho namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Hongarije (2015/2700(RSP))  
B8-0537/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien de bepalingen van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie inzake fundamentele waarden en vrijheden,

–       gezien artikel 2 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, waarin een absoluut verbod op de doodstraf in alle omstandigheden is opgenomen,

–       gezien de protocollen nr. 6 en nr. 13 bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM),

–       gezien de EU-richtsnoeren inzake mensenrechten, die de Raad in 1998 heeft goedgekeurd;

–       gezien de mededeling van de Commissie van 11 maart 2014 met als titel "Een nieuw EU-kader voor het versterken van de rechtsstaat" (COM(2014)0158),

–       gezien zijn debat in de plenaire vergadering van 19 mei 2015 over de situatie in Hongarije,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat in artikel 2 van het EU-Handvest van de grondrechten wordt bepaald dat niemand ter dood veroordeeld of terechtgesteld mag worden;

B.     overwegende dat de afschaffing van de doodstraf een voorwaarde voor toetreding tot de EU is;

C.     overwegende dat de EU een krachtige en principiële tegenstander is van de doodstraf, en dat de afschaffing van de doodstraf een van de kerndoelstellingen van haar mensenrechtenbeleid is; dat de EU ertoe oproept het uitvoeren van de doodstraf, waar deze nog voorkomt, geleidelijk te beperken, en erop aandringt bij de voltrekking internationaal overeengekomen minimumnormen in acht te nemen;

D.     overwegende dat de Hongaarse premier Viktor Orbán op dinsdag 28 april 2015 naar aanleiding van de moord op een jonge vrouw in het zuiden van Hongarije verklaringen heeft afgelegd over de doodstraf;

E.     overwegende dat de voorzitter van de Commissie verzocht heeft deze verklaringen onmiddellijk te herroepen; overwegende dat de Hongaarse regering verduidelijkt heeft dat zij niet van plan is de doodstraf weer in te voeren, maar dat zij van mening is dat regeringen het recht moeten hebben om over elk onderwerp te debatteren met het publiek;

F.     overwegende dat de Hongaarse regering ook een "volksraadpleging over immigratie en terrorisme" zal houden; dat er kritiek is geleverd op de wijze waarop de vragen voor deze volksraadpleging geformuleerd zijn;

1.      benadrukt dat alle lidstaten het EU-recht moeten eerbiedigen en dat de wetgeving van elke lidstaat of kandidaatlidstaat een afspiegeling moet zijn van en in overeenstemming moet zijn met de fundamentele Europese waarden, democratische beginselen, de rechtsstaat en de grondrechten;

2.      bevestigt dat de lidstaten ook de soevereine bevoegdheid hebben hun eigen wetten vast te stellen en hun eigen democratische debatten en raadplegingen te houden met de kiezers in hun land; benadrukt dat dit beginsel past bij de soevereiniteit van een democratische gekozen regering;

3.      steunt de rol van de Commissie, als hoedster van de Verdragen, bij het waarborgen dat de nationale wetgevingen, ook die van Hongarije, in overeenstemming zijn met zowel de EU-Verdragen als de Europese democratische waarden en mensenrechten;

4.      benadrukt dat het belangrijk is dat de Commissie en het Parlement bij het beoordelen en analyseren van de toestand in Hongarije uitgaan van feiten en zich genuanceerd opstellen;

5.      verzoekt de Hongaarse regering en de Commissie nauw en bereidwillig samen te werken bij alle toekomstige kwesties die naar hun mening nader beoordeeld of geanalyseerd moeten worden;

6.      verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de president van de Republiek Hongarije.

Juridische mededeling - Privacybeleid