Ontwerpresolutie - B8-0548/2015Ontwerpresolutie
B8-0548/2015

ONTWERPRESOLUTIE over recente onthullingen over corruptiezaken op hoog niveau bij de FIFA

8.6.2015 - (2015/2730(RSP))

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement

Helga Trüpel, Ernest Urtasun, Barbara Lochbihler, Igor Šoltes namens de Verts/ALE-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0548/2015

Procedure : 2015/2730(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B8-0548/2015
Ingediende teksten :
B8-0548/2015
Debatten :
Aangenomen teksten :

B8‑0548/2015

Resolutie van het Europees Parlement over recente onthullingen over corruptiezaken op hoog niveau bij de FIFA

(2015/2730(RSP))

Het Europees Parlement,

–       gezien de recente corruptieschandalen die de FIFA bezoedelen,

–       gezien de keuze voor Rusland en Qatar, die beide zwaar worden bekritiseerd vanwege de situatie van de mensenrechten, als gastlanden voor het wereldkampioenschap voetbal,

–       gezien zijn resolutie van 14 maart 2013 over wedstrijdmanipulatie en corruptie in de sportwereld[1],

–       gezien de recent aangenomen richtlijn tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme,

–       gezien het corruptiebestrijdingsverslag van de Commissie van 2013,

–       gezien de mededeling van de Commissie van 18 januari 2011 getiteld "Ontwikkeling van de Europese dimensie van de sport" (COM(2011)0012),

–       gezien zijn resolutie van 2 februari 2012 over de Europese dimensie van de sport[2],

–       gezien het Witboek Sport van de Commissie van 11 juli 2007 (COM(2007)0391),

–       gezien de Mededeling van de Commissie getiteld "Corruptiebestrijding in de EU" (COM(2011)0308),

–       gezien zijn resolutie van 15 september 2011 over de inspanningen van de EU ter bestrijding van corruptie[3],

–       gezien de strategie van de Commissie inzake een genderevenwicht in de raden van bestuur van ondernemingen en het voorstel voor een richtlijn inzake de verbetering van de man-vrouwverhouding bij niet-uitvoerende bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen (COM(2012)0614),

–       gezien de resolutie van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 21 mei 2014, betreffende het werkplan van de Europese Unie voor sport (2014-2017),

–       gezien het verslag van de Commissie aan de Raad op grond van artikel 9 van het kaderbesluit van de Raad 2003/568/JBZ van 22 juli 2003 inzake corruptiebestrijding in de private sector COM(2007)0328),,

–       gezien de aanbeveling van de Commissie van 13 november 2012 voor een besluit van de Raad tot verlening van machtiging aan de Europese Commissie om namens de EU deel te nemen aan onderhandelingen over een internationaal verdrag van de Raad van Europa ter bestrijding van de manipulatie van sportuitslagen (COM(2012)0655),

–       gezien het verdrag van de Raad van Europa van 18 september 2014 over de manipulatie van sportcompetities,

–       gezien de resolutie van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 23 april 2013 over de hervorming van voetbalgovernance,

–       gezien de aanbeveling van het comité van ministers van de Raad van Europa van 28 september 2011 over bevordering van de integriteit van de sport en bestrijding van de manipulatie van uitslagen, met name wedstrijdmanipulatie,

–       gezien het nieuwe sportprogramma in het kader van Erasmus+ dat erop is gericht acties te ondersteunen die resulteren in de ontwikkeling, overdracht en tenuitvoerlegging van innovatieve ideeën en praktijken op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau, en dat uitdraagt dat sportacties moeten bijdragen aan de ontwikkeling van een Europese dimensie van sport, waarbij de samenwerking en harmonisatie tussen sportorganisaties wordt versterkt,

–       gezien het verslag van Michael J. Garcia betreffende beschuldigingen van corruptie in het georganiseerd voetbal, dat in juli 2012 door de FIFA werd gepubliceerd,

–       gezien artikel 2 van de statuten van de FIFA, waarin wordt bepaald dat tot de doelstellingen van de FIFA behoort: het bevorderen van integriteit, ethiek en fair play, met het oog op het voorkomen van alle methoden of praktijken, zoals corruptie, doping of wedstrijdmanipulatie, die de integriteit van wedstrijden, competities, spelers, bestuurders en leden zouden kunnen aantasten, of die tot misbruik van het georganiseerd voetbal zouden kunnen leiden,

–       gezien de onthullingen van Interpol aan de krant "Politico" op 3 juni 2015 over afspraken met de FIFA,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat de integriteit van sportorganisaties erg belangrijk is, aangezien zowel profsport als amateursport een sleutelrol spelen bij het wereldwijd bevorderen van vrede, eerbiediging van de mensenrechten en solidariteit, goed zijn voor de gezondheid, en de samenleving economische voordelen opleveren, en een cruciale rol vervullen bij het uitdragen van fundamentele onderwijs- en culturele waarden en bij het bevorderen van sociale insluiting;

B.     overwegende dat veertien FIFA-bestuurders, waaronder de vicevoorzitter, op 27 mei 2015 in Zürich door de Zwitserse autoriteiten zijn gearresteerd;

C.     overwegende dat de arrestaties plaatsvonden op verzoek van het Amerikaanse Ministerie van Justitie;

D.     overwegende dat feitelijk bewezen is dat de FIFA jarenlang heeft geopereerd als een onbetrouwbare, ondoorzichtige en notoir corrupte organisatie; overwegende dat de recente arrestaties bevestigen dat er sprake is van systemische, wijdverbreide en hardnekkige fraude en corruptie binnen de FIFA – zoals onder meer wordt beschreven in het verslag van Michael J. Garcia, waarvan de inhoud nooit volledig openbaar is gemaakt – en niet van geïsoleerde gevallen van wangedrag, zoals door de voormalige voorzitter van de FIFA, Joseph Blatter, werd beweerd;

E.     overwegende dat de Zwitserse en de Amerikaanse autoriteiten eveneens een afzonderlijk strafrechtelijk onderzoek zijn gestart naar de toewijzing van de wereldkampioenschappen voetbal van 2018 en 2022 aan Rusland, respectievelijk Qatar;

F.     overwegende dat corruptie een vorm van criminaliteit is die te vaak in een zeer laat stadium wordt opgespoord en aan de kaak wordt gesteld;

G.     overwegende dat criminele activiteiten van deze aard op internationale schaal en via connecties overal ter wereld hebben plaatsgevonden, zodat geen enkele instelling, geen enkel land en geen enkele organisatie in staat zou zijn om de corruptie in een organisatie als de FIFA eigenstandig aan te pakken;

H.     overwegende dat als gevolg van corruptie een volledige tak van sport in diskrediet is gebracht en het vertrouwen in alle door de FIFA bevorderde acties is vervlogen, zoals de campagne tegen wedstrijdmanipulatie die in samenwerking met de Internationale Federatie van Beroepsvoetballers (FIFPro) en Europol werd gelanceerd;

I.      overwegende dat op ondoorzichtige wijze gesloten akkoorden alle belanghebbenden in de sport, met inbegrip van sponsoren, bonden en stichtingen, opzadelen met enorme problemen en met medeverantwoordelijkheden die nog niet in kaart kunnen worden gebracht;

J.      overwegende dat de Commissie en de Raad hebben erkend dat er een partnerschap nodig is van voetbalbonden en overheidsinstanties om goed bestuur in het voetbal af te dwingen, dat de zelfregulerende aard van de beroepssport respecteert en dat geleid heeft tot een gestructureerde dialoog over sport;

K.     overwegende dat alle sporten het slachtoffer kunnen worden en dat de integriteit en de ethiek van de sport worden bedreigd;

L.     overwegende dat de bestaande controlemechanismen corruptie niet onmiddellijk herkennen als gevolg van de wereldwijde aard van de desbetreffende illegale activiteiten; overwegende dat reeds is geconstateerd dat Interpol haar rol als rechtshandhaver ten aanzien van de FIFA niet heeft vervuld;

M.    overwegende dat transparantie, verantwoordingsplicht en democratie – met andere woorden goed bestuur – in sportorganisaties randvoorwaarden zijn om de sportbeweging op enige wijze een succesvolle rol te laten spelen in de bestrijding van wedstrijdmanipulatie en fraude in de sport;

N.     overwegende dat veel sportorganisaties reeds maatregelen hebben getroffen op dit gebied, bijvoorbeeld door gedragscodes op te stellen en een zerotolerancebeleid in te voeren, en dat zij hiervoor erkenning verdienen;

O.     overwegende dat deskundigen zich steeds meer zorgen maken over de kwaadwillige intenties van sommige individuen die voetbalclubs overnemen, waarbij corruptie wordt ingezet als een middel om criminele activiteiten zoals wedstrijdmanipulatie en het witwassen van geld mogelijk te maken;

P.     overwegende dat spelersbonden erop wijzen dat deze criminele activiteiten eveneens een probleem vormen in de zin van potentiële intimidatie en afpersing van spelers;

Q.     overwegende dat sportorganisaties sponsoren weliswaar nodig hebben om te kunnen presteren, maar dat er een strenge gedragscode moet zijn met betrekking tot de transparantie van de onderhandelingen en de verstrekking van financiële middelen; overwegende dat verder wettige entiteiten, zoals stichtingen ter bevordering van jong talent, onder geen beding in de spiraal van corruptie mogen worden meegezogen;

R.     overwegende dat alle betrokken partijen hun verantwoordelijkheid moeten nemen en een alomvattende aanpak moeten ontwikkelen door elkaars inspanningen op het vlak van corruptiebestrijding aan te vullen;

1.      verzoekt de Commissie te blijven werken aan een gecoördineerde aanpak voor de bestrijding van georganiseerde criminaliteit door de inspanningen op dit vlak van de belangrijkste betrokken partijen, zoals sportorganisaties, de nationale politie en gerechtelijke autoriteiten, en wedkantoren, op elkaar af te stemmen, en te zorgen voor een platform voor discussie en de uitwisseling van informatie en goede praktijken;

2.      verzoekt de lidstaten op doeltreffende wijze samen te werken met Interpol en de autoriteiten van derde landen bij het onderzoek naar en de vervolging van georganiseerde misdaad in de sport, mits alle twijfels over de onafhankelijkheid van Interpol als rechtshandhaver zijn weggenomen;

3.      benadrukt dat de aantijgingen van corruptie jegens de FIFA en het gebrek aan geloofwaardigheid van de FIFA een verwoestend effect zullen hebben op de gehele voetbalpiramide, van de top van het betaald voetbal tot de laagste afdelingen van amateurclubs;

4.      dringt erop aan het besluit om de volgende wereldkampioenschappen in Rusland en Qatar te houden te herzien en de bidprocedure te heropenen, waarbij mensenrechten en arbeidsrechten in aanmerking moeten worden genomen als primaire criteria voor het kiezen van een locatie voor het kampioenschap en waarbij landen die het internationaal recht geweld aandoen of schenden moeten worden uitgesloten;

5.      dringt er bij alle sportorganisaties op aan een zerotolerancebeleid ten aanzien van corruptie in te voeren (zowel intern als ten aanzien van externe contractanten), om te voorkomen dat hun leden zwichten voor druk van buitenaf; verzoekt in dit verband met name andere voetbalorganisaties, zoals de Europese Unie van Voetbalverenigingen (UEFA), om hun rol bij de verbreiding van de ethiek in de sport uiterst serieus te blijven vervullen;

6.      dringt er bij sportorganisaties op aan een gedragscode op te stellen voor al het personeel en alle functionarissen (spelers, coaches, scheidsrechters, medisch en technisch personeel, en leidende club- en verenigingspersoonlijkheden) waarin de gevaren van ondoorzichtige activiteiten en financieringsbronnen uiteen worden gezet, een duidelijk verbod op alle vormen van illegale acties en een verbod op wedstrijdmanipulatie voor gok- of andere doeleinden zijn opgenomen, de daaraan verbonden sancties worden bepaald, en een verbod op het gokken op eigen wedstrijden en een verplichting om alle voorstellen tot of kennis van corruptie of intimidatie van spelers te melden, zijn opgenomen, gekoppeld aan een mechanisme voor de bescherming van klokkenluiders;

7.      verzoekt alle sportbonden en overkoepelende sportorganen zich aan de regels inzake goed bestuur te houden om de kans dat ze het slachtoffer van corruptie worden te verkleinen; pleit in dit verband voor een betere naleving van het beginsel van genderevenwicht bij de benoeming van de leden van de raden van bestuur en directiecomités van alle organisaties, in het bijzonder om eraan te herinneren dat sport, en met name voetbal, geen afgeschermd voorrecht van mannen zijn; is van mening dat openstelling meer transparantie met zich mee zou brengen;

8.      dringt er bij het uitvoerend comité van de FIFA op aan structurele hervormingen door te voeren om te zorgen voor transparantie, rechtvaardigheid en verantwoordingsplicht en een open, evenwichtig en democratisch besluitvormingsproces in de bond te waarborgen;

9.      is in dit verband van mening dat het aftreden van Joseph Blatter de weg vrijmaakt voor deze broodnodige structurele hervormingen, die moeten beogen opheldering over de kwestie te verschaffen en ervoor moeten zorgen dat er geen herhaling plaatsvindt van de corruptieaantijgingen die de reputatie van de FIFA de afgelopen jaren hebben aangetast; is er voorts van overtuigd dat dit proces zou worden vergemakkelijkt indien Blatter onmiddellijk wordt vervangen door een interim-voorzitter die aanblijft tot de volgende FIFA-verkiezingen;

10.    doet een beroep op alle gecontracteerde sponsoren en omroeporganisaties, op sportvrouwen en -mannen, op alle fans en op nationale en regionale sportbonden, met inbegrip van de UEFA, om het hervormingsproces bij de FIFA te ondersteunen door corruptie in de sport publiekelijk af te wijzen;

11.    wijst op het belang van onderwijs voor het beschermen van de integriteit van de sport; verzoekt de lidstaten en de sportbonden derhalve te zorgen voor passende voorlichting en educatie van sportmensen en consumenten, vanaf jonge leeftijd en op alle niveaus, zowel amateur- als profsport;

12.    spoort sportorganisaties aan alomvattende, met name op minderjarigen gerichte preventie- en voorlichtingsprogramma's te op te zetten en uit te voeren, met heldere verplichtingen voor clubs, competities en bonden, en een disciplinair orgaan op te richten voor ethische kwesties in de sport;

13.    verzoekt de Commissie na te gaan of de lidstaten het kaderbesluit inzake corruptiebestrijding in de private sector doeltreffend ten uitvoer leggen, met name met betrekking tot sportactiviteiten waarbij grote aantallen clubs, bonden en grote mediabelangen betrokken zijn, en te waarborgen dat de eventuele resterende mazen in de wetgeving van de lidstaten worden weggenomen, met volledige inachtneming van de grondrechten; verzoekt de Commissie tevens de regels en marktvoorwaarden met betrekking tot de strijd tegen de kansspelsector in de sport te herzien en te zorgen voor transparantie met betrekking tot belastingaangiften;

14.    dringt er bij de lidstaten op aan het Verdrag van de Raad van Europa inzake de manipulatie van sportwedstrijden te ondertekenen of, indien zij dit reeds hebben gedaan, dit verdrag onverwijld te ratificeren;

15.    dringt er bij sportorganisaties op aan hoge en overtuigende normen op het gebied van governance toe te passen, overeenkomstig de prioriteiten van het EU-werkplan voor sport (2014-2017);

16.    verzoekt de lidstaten om een gespecialiseerde rechtshandhavingseenheid in het leven te roepen om corruptie te bestrijden en te fungeren als een knooppunt voor communicatie en samenwerking met de belangrijkste belanghebbenden, en van deze eenheid te verlangen informatie te verschaffen over vastgestelde mogelijke onregelmatigheden die verder moeten worden onderzocht en doorgegeven aan de vervolgingsinstanties;

17.    verzoekt de lidstaten de Europese samenwerking op het gebied van rechtshandhaving te blijven verbeteren door middel van de oprichting van gezamenlijke onderzoeksteams en samenwerking tussen vervolgingsinstanties; benadrukt de noodzaak om, op EU-niveau en in internationaal verband, corruptiebestrijdingsmaatregelen te introduceren en effectief te handhaven;

18.    verzoekt de lidstaten regelgevende instanties in het leven te roepen voor het in kaart brengen en bestrijden van illegale activiteiten op het gebied van sportweddenschappen, en bewijzen van wedstrijdmanipulatie, fraude in de sport en andere vormen van corruptie in de sport, zowel in Europa, als daarbuiten, te verzamelen, uit te wisselen, te analyseren en te verspreiden; onderstreept het belang van nauwe samenwerking met andere regelgevende instanties, waaronder vergunningverlenende autoriteiten, handhavingsorganen en de politie;

19.    verzoekt de Commissie met klem de uitwisseling van informatie tussen deze regelgevende instanties over illegale of verdachte corruptiepraktijken in sportorganisaties te vergemakkelijken;

20.    is verheugd over de publicatie door de Commissie (in februari 2015 voor 2014) van het halfjaarlijkse verslag over corruptiebestrijding, samen met een landenanalyse voor elke lidstaat en met inbegrip van op maat gesneden aanbevelingen;

21.    spoort de Raad aan zich in te zetten voor het verwezenlijken van de doelstellingen van het huidige EU-werkplan voor sport 2014-2017, in het bijzonder voor de ontwikkeling van voorlichtingsprogramma's in de lidstaten die gericht zijn op het vergroten van het bewustzijn van sportwaarden als integriteit, "fair play" en respect voor anderen;

22.    spoort alle partijen die zijn betrokken bij de organisatie van sportevenementen (sponsoren, media, publieke en private stichtingen, en overheden) aan er zeer nauwkeurig op te letten dat zij onafhankelijk kunnen optreden, en de partners waarmee activiteiten worden ontplooid op voorhand te toetsen, teneinde het vertrouwen in de sport te herstellen; herinnert eraan dat Europol, samen met de FIFA en FIFPro, een voorlichtingscampagne over wedstrijdmanipulatie heeft gelanceerd, en benadrukt dat de intentie achter dergelijke acties nog altijd relevant is en dat zij, zodra er volledige helderheid is verkregen over de FIFA, moeten worden uitgevoerd;

23.    verzoekt de Commissie in kaart te brengen welke landen een specifiek probleem vormen op het gebied van mensenrechten in verband met sportevenementen die zowel binnen als buiten de EU plaatsvinden;

24.    is ingenomen met de goedkeuring van de antiwitwasrichtlijn en doet een dringend beroep op de lidstaten om deze richtlijn zo snel mogelijk om te zetten en toe te passen;

25.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Wereldvoetbalbond (FIFA), de Unie van Europese voetbalbonden (UEFA), de nationale voetbalbonden, de Vereniging van Europese betaald voetbal competities (EPFL), de Europese vereniging van voetbalclubs (ECA) en de Internationale Federatie van Beroepsvoetballers (FIFPro).