Procedure : 2015/2730(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0573/2015

Ingediende teksten :

B8-0573/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 11/06/2015 - 5.5
CRE 11/06/2015 - 5.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0233

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 149kWORD 83k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0548/2015
8.6.2015
PE558.927v01-00
 
B8-0573/2015

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over recente onthullingen over corruptiezaken op hoog niveau bij de FIFA (2015/2730(RSP))


Curzio Maltese, Pablo Iglesias, Marisa Matias, Eleonora Forenza, Lynn Boylan, Patrick Le Hyaric, Fabio De Masi, Kostadinka Kuneva, Lola Sánchez Caldentey, Sofia Sakorafa namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over recente onthullingen over corruptiezaken op hoog niveau bij de FIFA (2015/2730(RSP))  
B8‑0573/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien de mededeling van de Commissie van 18 januari 2011 getiteld "Ontwikkeling van de Europese dimensie van de sport" (COM(2011)0012),

–       gezien zijn resolutie van 2 februari 2012 over de Europese dimensie van de sport(1),

–       gezien het Witboek Sport van de Commissie van 11 juli 2007 (COM(2007)0391),

–       gezien de mededeling van de Commissie van 6 juni 2011 getiteld "Corruptiebestrijding in de EU" (COM(2011)0308),

–       gezien zijn resolutie van 14 maart 2013 over wedstrijdmanipulatie en corruptie in de sportwereld(2),

–       gezien zijn resolutie van 23 oktober 2013 over georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen: aanbevelingen inzake de benodigde acties en initiatieven(3),

–       gezien het EU-corruptiebestrijdingsverslag van de Commissie van 3 februari 2014 (COM(2014)0038),

–       gezien Kaderbesluit 2003/568/JBZ van de Raad van 22 juli 2003 inzake de bestrijding van corruptie in de privésector(4),

–       gezien de resolutie van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 21 mei 2014 betreffende het werkplan van de Europese Unie voor sport (2014-2017)(5),

–       gezien het programma van Stockholm - Een open en veilig Europa ten dienste en ter bescherming van de burger,

–       gezien het akkoord over het voorstel van de Commissie voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (COM(2013)0045),

–       gezien de resolutie van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa van 23 april 2015 over de hervorming van voetbalgovernance,

–       gezien het VN-Verdrag inzake de bescherming van de rechten van migrerende werknemers en hun gezinsleden van 1990,

–       gezien twee basisverdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), te weten het Verdrag betreffende de gedwongen arbeid van 1930 (C029) en het Verdrag betreffende de afschaffing van gedwongen arbeid van 1957 (C105),

–       gezien de ratificatie door Qatar van het Verdrag betreffende de gedwongen arbeid (C029) in 1998,

–       gezien artikel 2 van de statuten van de FIFA, waarin wordt bepaald dat de FIFA onder meer de volgende doelstellingen heeft: het bevorderen van integriteit, ethiek en fair play, met het oog op het voorkomen van alle methoden of praktijken, zoals corruptie, doping of wedstrijdmanipulatie, die de integriteit van wedstrijden, competities, spelers, bestuurders en leden zouden kunnen aantasten, of die tot misbruik van het georganiseerd voetbal zouden kunnen leiden,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat veertien FIFA-bestuurders, waaronder de vicevoorzitter, op 27 mei 2015 in Zürich door de Zwitserse autoriteiten zijn gearresteerd; overwegende dat de arrestaties zijn verricht op verzoek van het Ministerie van Justitie van de VS op grond van beschuldigingen van witwassen, chantage, omkoperij en fraude;

B.     overwegende dat de Amerikaanse FBI een onderzoek heeft ingesteld tegen de veertien gearresteerde FIFA-bestuurders wegens corruptie, aangezien er meer dan 150 miljoen USD aan steekpenningen zou zijn betaald;

C.     overwegende dat feitelijk bewezen is dat de FIFA jarenlang heeft geopereerd als een onbetrouwbare, ondoorzichtige en notoir corrupte organisatie; overwegende dat de recente arrestaties bevestigen dat er sprake is van systematische, wijdverbreide en hardnekkige fraude binnen de FIFA en niet van op zichzelf staande gevallen van wangedrag, zoals voormalig FIFA-voorzitter Joseph Blatter heeft beweerd;

D.     overwegende dat de Zwitserse en de Amerikaanse autoriteiten ook een afzonderlijk strafrechtelijk onderzoek hebben ingesteld naar de toekenning van de wereldkampioenschappen voetbal van 2018 en 2022 aan respectievelijk Rusland en Qatar;

E.     overwegende dat respectievelijk de herverkiezing van Joseph Blatter als FIFA-voorzitter en het besluit van de organisatie om de uitkomsten van een intern onderzoek naar de selectie van Rusland en Qatar als gastlanden van de wereldkampioenschappen voetbal van 2018 en 2020 niet bekend te maken, aantonen dat de FIFA onverantwoordelijk en onbetrouwbaar heeft gehandeld en nog altijd niet bereid is te hervormen of de noodzakelijke veranderingen door te voeren met het oog op betere governance van het internationale voetbal;

F.     overwegende dat met het aftreden van Joseph Blatter en de arrestatie van FIFA-bestuurders (hoewel dit al lang geleden had kunnen gebeuren) de voorwaarden zijn gecreëerd voor een radicale hervorming van de FIFA-structuren en -praktijken met het oog op een beter bestuur en het tegengaan van corruptie binnen de organisatie;

G.     overwegende dat de integriteit van sportorganisaties erg belangrijk is, aangezien zowel profsport als amateursport een sleutelrol spelen bij het wereldwijd bevorderen van vrede, eerbiediging van de mensenrechten en solidariteit, goed zijn voor de gezondheid, economische voordelen opleveren, en een cruciale rol vervullen bij het uitdragen van fundamentele stichtende en culturele waarden en bij het bevorderen van sociale insluiting;

H.     overwegende dat grote sportevenementen bij uitstek de gelegenheid bieden om de waarden en beginselen van de sport te verbreiden;

I.      overwegende dat sport een grote en snel groeiende sector van de EU-economie is en een belangrijke bijdrage levert aan groei en banen, met een toegevoegde waarde en werkgelegenheidseffecten die de gemiddelde groeipercentages overschrijden;

J.      overwegende dat voetbal een sport is met grote sociale zichtbaarheid waarvoor bijgevolg de hoogste bestuursnormen dienen te gelden; overwegende dat het dringend noodzakelijk is het bestuur van het internationaal voetbal te hervormen;

K.     overwegende dat de situatie bij de FIFA voortkomt uit een proces waarbij alleen de hoogste bestuurslagen verantwoordelijkheid zijn gaan dragen en dat het met de FIFA niet zo ver was gekomen wanneer de continentale en nationale voetbalbonden van onderaf alles in het werk hadden gesteld om te voorkomen dat deze dingen gebeuren;

L.     overwegende dat corruptie een bijzonder ernstig strafbaar feit is met een grensoverschrijdende dimensie en dikwijls implicaties heeft die de binnen- en buitengrenzen van de EU overschrijden; overwegende dat de Europese Unie verplicht is op te treden op het gebied van corruptiebestrijding;

M.    overwegende dat volgens artikel 67 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) de Unie ernaar streeft een hoog niveau van veiligheid te waarborgen, met name door voorkoming en bestrijding van criminaliteit en de onderlinge aanpassing van de strafwetgevingen; overwegende dat artikel 83 VWEU corruptie definieert als een vorm van bijzonder zware criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie;

N.     overwegende dat corruptie, wanneer deze niet snel en doeltreffend wordt aangepakt, het vertrouwen in sportorganen kan gaan ondermijnen en een bedreiging voor de integriteit van sport in het algemeen kan gaan vormen;

O.     overwegende dat de Commissie en de Raad hebben erkend dat een partnerschap tussen voetbalbonden en overheidsinstanties noodzakelijk is voor een goed bestuur van de sport, dat de zelfregulerende aard van de beroepssport respecteert en tot een gestructureerde dialoog over sport heeft geleid;

P.     overwegende dat transparantie, verantwoordingsplicht en democratie – met andere woorden, goed bestuur – in sportorganisaties voorwaarden zijn voor een zelfregulerend regime, en dat zij ook onontbeerlijk zijn voor sportorganisaties om fraude en corruptie in de sport op doeltreffende en structurele wijze te voorkomen en te bestrijden;

Q.     overwegende dat de Commissaris voor Onderwijs, cultuur, jeugd en sport in zijn verklaring van 3 juni 2015 de recente ontwikkelingen in de FIFA heeft veroordeeld en heeft aangedrongen op herstel van het vertrouwen en de invoering van een solide systeem van goed bestuur in de FIFA;

R.     overwegende dat het Parlement een beroep op de bestuursorganen van het voetbal heeft gedaan om te zorgen voor meer democratie, transparantie, legitimiteit en verantwoordingsplicht (i.e. door een onafhankelijke auditentiteit uit te voeren financiële controles ) en goed bestuur en de Commissie om advies heeft verzocht over de vraag hoe een legitiem en adequaat systeem van zelfregulering kan worden ondersteund;

S.     overwegende dat de bestrijding van corruptie een van de prioriteiten is van het Stockholm-programma, dat de leidraad is voor het optreden van de Commissie op het gebied van justitie en binnenlandse zaken;

T.     overwegende dat het Internationaal Verbond van Vakverenigingen (International Trade Union Confederation - ITUC) vorige maand heeft gemeld dat tussen 2011 en mei 2015 ten minste 1 993 arbeidsmigranten in Qatar zijn overleden, waarbij de ITUC zich baseert op door de Nepalese en Indiase ambassades in Qatar verstrekte sterftecijfers; overwegende dat naar schatting meer dan 4 000 arbeidsmigranten gestorven zullen zijn voor aanvang van het FIFA wereldkampioenschap voetbal in 2022 wanneer deze trend doorzet;

U.     overwegende dat het overlijden van in de bouw werkzame arbeidsmigranten drie hoofdoorzaken heeft: a) hartfalen; doordat arbeidsmigranten gedwongen worden te werken aan de infrastructuur voor het wereldkampioenschap in de maanden juni tot september bij temperaturen van meer dan 50° C; b) ongevallen op het werk; en c) ziekten, die het gevolg zijn van de erbarmelijke levensomstandigheden in werkkampen, waarbij alle oorzaken direct te herleiden zijn tot de arbeidsvoorwaarden;

V.     overwegende dat het kafalasysteem ertoe leidt dat werkgevers vrijwel volledige controle hebben over de bewegingen van arbeidsmigranten; overwegende dat de ITUC het illegaal confisqueren van paspoorten als "vrijwel universeel" omschrijft; overwegende dat de sponsor c.q. werkgever dreigt met uitzetting en vervolgens de rechten van arbeidsmigranten met voeten treedt;

W.    overwegende dat uit hoofde van artikel 2, lid 1, van het Verdrag betreffende de gedwongen arbeid sprake is van gedwongen arbeid wanneer de volgende drie elementen verenigd zijn: het vorderen van werk; bedoelde persoon heeft zich niet vrijwillig aangeboden; en een of andere straf;

X.     overwegende dat de IAO naar aanleiding van een klacht die ITUC en Bouw- en Houtwerkers Internationaal (Building and Woodworkers International - BWI) tegen Qatar hebben ingediend op grond van artikel 24 van het Statuut van de IAO een onderzoek heeft ingesteld, en in dat kader in het verslag van haar directeur-generaal van maart 2014 heeft geconcludeerd dat de drie elementen van gedwongen arbeid verenigd zijn in de omstandigheden van arbeidsmigranten die de infrastructuur voor het FIFA wereldkampioenschap voetbal 2022 opbouwen;

1.      onderschrijft de beschuldiging volgens welke corruptie binnen de FIFA wijdverbreid, systematisch en diepgeworteld zou zijn;

2.      is verheugd over het aftreden van Joseph Blatter als voorzitter van de FIFA en het thans ingestelde strafrechtelijk onderzoek, hoewel dit eerder had moeten gebeuren; meent dat dit tot hervormingen moet gaan leiden om volledige transparantie en verantwoordingsplicht in de FIFA op alle niveaus te waarborgen;

3.      dringt er bij de Commissie op aan om, gecoördineerd met de lidstaten en in samenwerking met Interpol, Europol en Eurojust, passende maatregelen te treffen om mogelijke gevallen van corruptie door FIFA-functionarissen of van continentale en nationale voetbalbonden op EU-grondgebied aan te pakken, en onverkort samen te werken met de Zwitserse en Amerikaanse autoriteiten die met het strafrechtelijk onderzoek belast zijn;

4.      benadrukt dat het zeer belangrijk is dat de Zwitserse en Amerikaanse justitiële autoriteiten een onderzoek instellen naar het besluit van het uitvoerend comité van de FIFA om de organisatie van het wereldkampioenschap in 1998, 2010, 2018 en 2022 toe te kennen aan respectievelijk Frankrijk, Zuid-Afrika, Rusland en Qatar; verzoekt de FIFA in dit verband om het "Onderzoeksverslag inzake de FIFA-bidprocedure voor het wereldkampioenschap 2018/2022" (verslag-Garcia) volledig openbaar te maken;

5.      is ervan overtuigd dat diepgaande structurele hervormingen binnen de FIFA dringend noodzakelijk zijn;

6.      dringt er bij de FIFA op aan deze hervormingen door te voeren om te zorgen voor transparantie en verantwoordingsplicht en een open, evenwichtig en democratisch besluitvormingsproces in de bond te waarborgen;

7.      is van mening dat hiervoor een breed hervormingsproces nodig is, inclusief een herziening van de statuten, structuur, codes, operationeel beleid en praktijken van de FIFA;

8.      is van mening dat de invoering van beperking van het aantal termijnen en onafhankelijke, gepaste zorgvuldigheid van leden van het uitvoerend comité, met inbegrip van de voorzitter, tezamen met transparantie van het besluitvormingsproces en de beloning van het uitvoerend en hoger management, van essentieel belang zijn om de geloofwaardigheid te herstellen;

9.      benadrukt dat de FIFA een externe en volledig onafhankelijke financiële controle moet laten doorvoeren ter beoordeling van de betrouwbaarheid van haar financiële verklaringen;

10.    dringt er bij de FIFA op aan strenge ethische normen en een gedragscode voor haar management en uitvoerend comité in te voeren, waarop moet worden toegezien door een onafhankelijk controlerend orgaan;

11.    verzoekt alle sponsoren en omroepen waar contracten mee zijn afgesloten aan te dringen op een hervormingsproces bij de FIFA en dit proces te steunen door publiekelijk stelling te nemen tegen corruptie in de sport, en hun woorden voortdurend kracht te blijven bijzetten;

12.    beklemtoont dat de bestrijding van corruptie in de sport, gezien het internationale karakter ervan, een doeltreffender samenwerking vergt tussen alle belanghebbenden, met inbegrip van overheidsinstanties, wetshandhavingsinstanties, de sportsector, sporters en supporters, en dat dit een doorslaggevende rol moet spelen in het gehele systeem van voetbalgovernance; onderstreept dat er ook aandacht moet worden besteed aan voorlichtings- en preventiemaatregelen op dit vlak;

13.    herinnert eraan dat goed bestuur in de sport een voorwaarde is voor de autonomie en de zelfregulering van sportorganisaties, overeenkomstig de beginselen van transparantie, verantwoordingsplicht en democratie, en wijst op de noodzaak van een beleid van nultolerantie met betrekking tot corruptie in de sport; benadrukt de behoefte aan een juiste vertegenwoordiging van alle belanghebbenden, met inbegrip van supporters, in het besluitvormingsproces; merkt op dat goede praktijken van andere sportorganisaties overgenomen kunnen worden;

14.    dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de werkzaamheden en de acties die verband houden met good governance in het EU-werkplan voor sport op te voeren en ervoor te zorgen dat de nationale bonden volledig worden betrokken bij de acties die gericht zijn op beter bestuur, zowel op Europees als op internationaal niveau;

15.    verzoekt de lidstaten de samenwerking tussen de Europese wethandhavingsdiensten te verbeteren door middel van de oprichting van gezamenlijke onderzoeksteams en samenwerking tussen opsporingsautoriteiten; benadrukt dat maatregelen ter bestrijding van illegale activiteiten in de sport moeten worden getroffen en doeltreffend worden gehandhaafd en dat de integriteit van de organisaties moet worden gewaarborgd;

16.    dringt er bij de Commissie op aan te beoordelen of het recente akkoord over EU-wetgeving over witwassen toereikend is om witwassen door in de EU geregistreerde sportbestuursorganen en hun functionarissen aan te pakken, en of er aanpassingen nodig zijn om hun bankrekeningen in voldoende mate te kunnen controleren;

17.    dringt er op aan dat de bestrijding van corruptie met betrekking tot het bestuur van de FIFA ook gepaard moet gaan met duidelijke toezeggingen en maatregelen van de kant van de FIFA tegen andere vormen van corruptie, met name wedstrijdmanipulatie;

18.    benadrukt dat alle toekomstige hervormingen in het beroepsvoetbal substantiële bepalingen moeten bevatten ter bescherming van de rechten van sporters, trainers en teams; benadrukt in dit verband hoe belangrijk het is om tegen te gaan dat spelers in de Europese sport eigendom van derden zijn en dat minderjarigen vroeg een vast contract krijgen en zo worden uitgebuit;

19.    benadrukt eens te meer hoe belangrijk het is de wereldkampioenschappen op grond van heldere en transparante regels toe te kennen en erop toe te zien dat een adequaat informatie- en supervisiesysteem wordt ingesteld, zodat deze procedure de gelijkheid tussen landen die deelnemen aan de bidprocedure waarborgt en een definitief besluit uitsluitend is gebaseerd op de merites van hun projecten;

20.    onderstreept hoe belangrijk het is erop toe te zien dat het vervolgonderzoek naar corruptiepraktijken binnen de FIFA in het verleden ook impliceert dat, wanneer dit gerechtvaardigd is, alle bij financiële wangedragingen betrokken functionarissen verwijderd worden, en de besluiten om de wereldkampioenschappen 2018 en 2022 aan respectievelijk Rusland en Qatar toe te kennen, worden herzien; verlangt dat de EU dit proces nauwlettend blijft volgen en de noodzakelijke voorwaarden schept voor een onpartijdig extern onderzoek;

21.    veroordeelt het tragische en onnodige overlijden van de arbeidsmigranten in Qatar sinds de bekendmaking van het gastland van het wereldkampioenschap 2022, en betuigt zijn medeleven aan de verwanten van de overleden arbeiders;

22.    verzoekt de FIFA, in het licht van de dood van meer dan 1 993 arbeidsmigranten die hebben gewerkt aan de infrastructuur voor het wereldkampioenschap en de onthullingen over corruptie en het betalen van steekpenningen bij de toekenning van toernooien, de verkiezing van het gastland van het wereldkampioenschap 2022 opnieuw te organiseren;

23.    uit zijn bezorgdheid over de situatie van migrantenarbeiders in Qatar, en ook over de gevaarlijke arbeidsvoorwaarden, op grond waarvan zij gedwongen worden zes dagen per week te werken in extreme hitte, lange werkdagen maken en verplicht wonen in overbevolkte, smerige werkkampen;

24.    verlangt dat Qatar de Internationale Conventie inzake de bescherming van de rechten van arbeidsmigranten en hun gezinsleden ratificeert, in wetgeving omzet en ten uitvoer legt; dringt erop aan dat de Qatarese regering het IAO-Verdrag betreffende de gedwongen arbeid van 1930 onverwijld en effectief ten uitvoer legt; verzoekt Qatar nog meer IAO-verdragen ter waarborging van het recht op vrijheid van vereniging, het vormen van en toetreden tot vakbonden, en het organiseren van en deelnemen aan collectieve onderhandelingen te ratificeren, in wetgeving om te zetten en ten uitvoer te leggen, alsook het misbruik van arbeidsmigranten en huishoudelijk personeel tegen te gaan;

25.    verzoekt de Qatarese regering het kafalasysteem van sponsorschap, op grond waarvan arbeidsmigranten zijn gebonden aan hun werkgevers, onverwijld af te schaffen; verlangt dat aanwervingstarieven worden afgeschaft en een halt wordt toegeroepen aan het systeem op grond waarvan arbeidsmigranten toestemming nodig hebben van hun sponsor om van baan te wisselen of het land te verlaten;

26.    steunt de campagne van ITUC en diverse ngo's om grote bedrijven die de FIFA sponsoren op te roepen hun sponsorschap van de organisatie in te trekken totdat het wereldkampioenschap 2022 aan een ander land is toegekend dan wel de rechten van werknemers in Qatar gewaarborgd zijn;

27.    verzoekt alle internationale sportorganisaties, en met name het Internationaal Olympisch Comité (IOC), de FIFA en de Unie van Europese voetbalbonden (UEFA), ervoor te zorgen dat landen die meedoen aan de bidprocedure voor een groot sportevenement, ten aanzien van alle activiteiten die verband houden met het organiseren en houden van het evenement, zich ertoe verplichten de internationale normen met betrekking tot de grondrechten te eerbiedigen, zodat bij alle uit te voeren werkzaamheden behoorlijke arbeidsvoorwaarden gelden, overeenkomstig de verdragen van de VN en de IAO;

28.    verzoekt internationale sportorganisaties procedures in te voeren ter verificatie van de integriteit, alsmede mechanismen ter voorkoming, opsporing en bestraffing van alle vormen van corruptie en geldverduistering;

29.    benadrukt dat de beschuldigingen van corruptie jegens de FIFA en het gebrek aan geloofwaardigheid van de FIFA een verwoestend effect zullen hebben op de gehele voetbalpiramide, van de top van het betaald voetbal tot de laagste afdelingen van de amateurclubs;

30.    betreurt het dat de deplorabele stand van zaken in de FIFA zeer negatief is voor de reputatie van het voetbal als geheel;

31.    benadrukt dat het voetbal als sport irrelevant is voor de cultuur van corruptie en dat de sport uit alle macht moet worden beschermd tegen stigmatisering vanwege de huidige ontwikkelingen in de FIFA; herhaalt dat voetbal en sport in het algemeen een zeer sterke positieve impact hebben op het dagelijks leven van miljoenen mensen, met name jongeren;

32.    verzoekt de UEFA en de nationale voetbalbonden zich er sterker voor in te zetten dat uiterlijk eind 2016 fundamentele hervormingsmaatregelen binnen de FIFA zijn doorgevoerd, in het bijzonder de aanbevelingen in deze resolutie, zowel rechtstreeks als door tussenkomst van hun vertegenwoordigers in het uitvoerend comité van de FIFA;

33.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Wereldvoetbalbond (FIFA), de Unie van Europese voetbalbonden (UEFA), de nationale voetbalbonden, de Vereniging van Europese betaald voetbal competities (EPFL), de Europese vereniging van voetbalclubs (ECA) en de Internationale Federatie van Beroepsvoetballers (FIFPro).

 

(1)

PB C 239 E van 20.8.2013, blz. 46.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA (2013)0098.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA (2013)0444.

(4)

PB L 192 van 31.7.2003, blz. 54.

(5)

PB C 183 van 14.6.2014, blz. 12.

Juridische mededeling - Privacybeleid