Procedure : 2015/2723(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0657/2015

Ingediende teksten :

B8-0657/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 09/07/2015 - 12.11
CRE 09/07/2015 - 12.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0275

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 133kWORD 66k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0657/2015
1.7.2015
PE559.017v01-00
 
B8-0657/2015

tot besluit van het debat naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Burundi (2015/2723(RSP))


Charles Tannock, Mark Demesmaeker, Geoffrey Van Orden namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Burundi (2015/2723(RSP))  
B8-0657/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over Burundi,

–       gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–       gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens,

–       gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–       gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren,

–       gezien het Afrikaans Handvest inzake democratie, verkiezingen en bestuur,

–       gezien de Overeenkomst van Arusha voor vrede en verzoening,

–       gezien het communiqué van de Raad voor Vrede en Veiligheid van de Afrikaanse Unie van 13 juni 2015,

–       gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 28 mei 2015 over de opschorting van de verkiezingswaarnemingsmissie naar Burundi,

–       gezien de verklaringen van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) van 5 juni 2015 en 17 juni 2015 over Burundi,

–       gezien de conclusies van de Raad van 18 mei 2015 en 22 juni 2015 over Burundi,

–       gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid van 10 juni 2015 over situatie in Burundi,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat Burundi sinds eind april in een crisis verkeert doordat president Nkurunziza zich verkiesbaar heeft gesteld voor een derde ambtstermijn van vijf jaar, hetgeen in strijd is met de Overeenkomst van Arusha en de grondwet van Burundi;

B.     overwegende dat deze poging om aan de macht te blijven ernstige verdeeldheid heeft gezaaid, zowel binnen de samenleving als in de politiek; overwegende dat zelfs binnen de regeringspartij, de CNDD-FDD, een vooraanstaand lid en tevens de tweede vicevoorzitter van het land, Gervais Rufykiri, voordat hij op de vlucht sloeg naar België, de president opriep "de belangen van de bevolking van Burundi boven [zijn] persoonlijke belangen te stellen en [zich] terug te trekken als presidentskandidaat, aangezien de kandidaatstelling in strijd is met de grondwet";

C.     overwegende dat circa 70 mensen om het leven zijn gekomen bij de wekenlange protesten tegen de derde presidentstermijn, die op brute wijze werden neergeslagen en waardoor meer dan 110 000 Burundezen naar de buurlanden Tanzania, Rwanda en de Democratische Republiek Congo zijn gevlucht;

D.     overwegende dat het directoraat-generaal Humanitaire Hulp en Civiele Bescherming (ECHO) van de Commissie reeds 1,5 miljoen EUR beschikbaar heeft gesteld om in de onmiddellijke behoeften te voorzien van de Burundezen die naar Rwanda vluchten;

E.     overwegende dat de hoge commissaris van de VN voor de mensenrechten in een communiqué van 9 juni 2015 zijn ontsteltenis heeft uitgesproken over het steeds gewelddadiger en agressiever optreden van de regeringsgezinde milities, en de autoriteiten met klem heeft verzocht onmiddellijk concrete maatregelen te treffen om hen in bedwang te houden;

F.     overwegende dat de regeringspartij van Burundi weigert mee te werken aan de pogingen om het crisisberaad onder bemiddeling van de VN te hervatten;

G.     overwegende dat er sprake is van vrijwel volledige mediacensuur, aangezien de commerciële omroepen half mei werden verboden, journalisten massaal het land ontvluchten en de journalisten die nog wel in Burundi zijn, voortdurend worden bedreigd;

H.     overwegende dat de vicevoorzitter en de commissaris voor Administratie en Financiën van de Nationale Onafhankelijke Verkiezingscommissie (CENI) beiden hun functie hebben neergelegd, waarbij ze verklaarden dat "vanwege de heersende politieke en veiligheidssituatie de noodzakelijke voorwaarden" voor vrije, eerlijke en geloofwaardige verkiezingen ontbreken en dat het besluitvormingsproces van de CENI krachtens een presidentieel besluit van 30 mei 2015 dusdanig is gewijzigd dat besluiten niet langer bij consensus hoeven te worden genomen;

I.      overwegende dat de bevolking van Burundi, met de presidentsverkiezingen van 15 juli in het verschiet, op maandag 29 juni 2015 naar de stembus ging voor gemeenteraadsverkiezingen en parlementsverkiezingen, dit ondanks de waarschuwing van de AU en de EAC dat "de voorwaarden voor het houden van verkiezingen momenteel niet aanwezig zijn" enerzijds, en de oproep van de EAC-top om de verkiezingen uit te stellen maar wel binnen de maximale toegestane uitsteltermijn van het constitutionele mandaat van de huidige autoriteiten te laten plaatsvinden, en om een einde te maken aan het geweld teneinde de voorwaarden te scheppen voor het houden van vrije, eerlijke en geloofwaardige verkiezingen anderzijds;

J.      overwegende dat de huidige situatie invloed heeft op het economische en sociale leven van de Burundese bevolking; overwegende dat de gewelddadige protesten in de hoofdstad Bujumbura tot sluiting van de meeste scholen en universiteiten hebben geleid en dat, vanwege de sluiting van handelscentra en de afzwakking van de handel met omliggende landen, de nationale munteenheid in waarde is verminderd, de werkloosheid is toegenomen en de belastinginkomsten zijn teruggelopen;

1.      is van mening dat de Burundese verkiezingen van 29 juni 2015 niet als vrij, eerlijk, geloofwaardig en inclusief kunnen worden aangemerkt, omdat het verloop van de verkiezingen ernstig werd verstoord door censuur van onafhankelijke media, buitensporig gebruik van geweld tegen demonstranten, intimidatie jegens oppositiepartijen en het maatschappelijk middenveld, alsmede een gebrek aan vertrouwen in de verkiezingsautoriteiten, en verzoekt de Burundese autoriteiten met klem om de presidentsverkiezingen van 15 juli 2015 uit te stellen en alle belanghebbenden te betrekken bij het streven naar vreedzame, geloofwaardige, vrije en eerlijke verkiezingen;

2.      roept alle Burundese belanghebbenden op zo spoedig mogelijk de dialoog te hervatten over alle kwesties waarover de partijen van mening verschillen, aangezien alleen door middel van dialoog en consensus die op de Overeenkomst van Arusha en de grondwet van Burundi berusten, het pad kan worden geëffend voor een duurzame politieke oplossing om zowel de vrede en veiligheid in Burundi als de stabiliteit in het gebied van de Grote Meren te versterken en te handhaven, de democratie en de rechtsstaat te versterken, en de terugkeer van de vluchtelingen te stimuleren door hen weer een vreedzame en veilige omgeving te bieden;

3.      herinnert aan de verplichtingen van de Overeenkomst van Cotonou ten aanzien van de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische waarden en de rechtsstaat, en aan de hierin vervatte mogelijkheid, onder meer in artikel 96, de overlegprocedures te starten;

4.      dringt er bij de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid op aan de bemiddelingspogingen van de AU, de EAC en de VN te steunen;

5.      verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat haar directoraat-generaal Humanitaire Hulp en Civiele Bescherming (ECHO) de situatie op de voet blijft volgen, en te overwegen meer humanitaire hulp te verlenen aan Burundese vluchtelingen die in de omliggende landen worden opgevangen;

6.      brengt in herinnering dat de Raad, in zijn conclusies van 22 juni 2015, aangaf vastbesloten te zijn om, in voorkomend geval, gerichte beperkende maatregelen te nemen tegen personen wier handelingen zouden kunnen hebben geleid of zouden kunnen leiden tot daden van geweld en onderdrukking, tot ernstige schendingen van de mensenrechten en/of de zoektocht naar een politieke oplossing binnen het door de Afrikaanse Unie en de Oost-Afrikaanse Gemeenschap voorgestelde kader zouden kunnen bemoeilijken;

7.      verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de lidstaten, de regering van Burundi, de Afrikaanse Unie, de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de beide covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en het Pan-Afrikaanse Parlement (PAP).

 

Juridische mededeling - Privacybeleid