Procedure : 2015/2723(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0667/2015

Ingediende teksten :

B8-0667/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 09/07/2015 - 12.11
CRE 09/07/2015 - 12.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0275

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 138kWORD 72k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0657/2015
1.7.2015
PE559.030v01-00
 
B8-0667/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Burundi (2015/2723(RSP))


Rolandas Paksas, Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Burundi (2015/2723(RSP))  
B8-0667/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over Burundi,

–       gezien de Overeenkomst van Arusha voor vrede en verzoening voor Burundi,

–       gezien de verklaringen van de woordvoerder over de situatie in Burundi van 27 april 2015, 5 juni 2015 en 17 juni 2015,

–       gezien de verklaring van vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger Mogherini over de situatie in Burundi van 13 mei 2015,

–       gezien de conclusies van de Europese Raad over Burundi van 18 mei 2015 en 22 juni 2015,

–       gezien de verklaring van de VN-Veiligheidsraad van 10 april 2014 over de situatie in Burundi,

–       gezien de verklaring van vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger Mogherini over de opschorting van de verkiezingswaarnemingsmissie (VWM) in Burundi van 28 mei 2015,

–       gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–       gezien de verklaring van de top van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (EAC) van 31 mei 2015,

–       gezien het communiqué van de 515de vergadering van de Vredes- en Veiligheidsraad van de Afrikaanse Unie op het niveau van de staatshoofden en regeringsleiders over Burundi van 13 juni 2015,

–       gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens,

–       gezien het Afrikaanse Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur (ACDEG),

–       gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–       gezien het Afrikaanse handvest van de rechten van de mens en de volkeren,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat president Pierre Nkurunziza op 25 april aankondigde dat hij zich kandidaat zou stellen voor een derde termijn in de verkiezingen die gepland stonden voor 26 mei; overwegende dat duizenden betogers na deze aankondiging het demonstratieverbod van de regering negeerden en de straat opgingen; overwegende dat de regering in reactie hierop in grote getale veiligheidstroepen liet uitrukken en dat politietroepen naar verluidt herhaaldelijk hebben geschoten op de betogers;

B.     overwegende dat in de grondwet van Burundi en in de Overeenkomst van Arusha voor vrede en verzoening in Burundi wordt bepaald dat de president wordt verkozen voor een termijn van vijf jaar en dat hij slechts eenmaal mag worden herkozen; overwegende dat niemand meer dan twee termijnen als president mag fungeren;

C.     overwegende dat ten minste 70 mensen – hoofdzakelijk burgers, maar ook politie- en veiligheidsagenten – om het leven zijn gekomen, dat honderden anderen gewond zijn geraakt en dat naar schatting 600 betogers in de erop volgende maanden van politieke onrust in het land zijn gearresteerd; overwegende dat het Bureau van de VH-Hoge Commissaris voor Vluchtelingen (UNHCR) heeft gezegd dat het geweld in Burundi meer dan 150 000 mensen heeft doen vluchten naar de buurlanden (Tanzania, Rwanda en de Democratische Republiek Congo) waar zij het gevaar lopen besmettelijke ziekten op te lopen, met name cholera;

D.     overwegende dat de Imbonerakure-militie, de jeugdafdeling van de heersende partij, de CNDD-FDD (Nationale Raad voor de Verdediging van de Democratie-Krachten voor de Verdediging van de Democratie), betrokken is geweest bij het gebruik van geweld, intimidatie, aanvallen, aftuigingen, heimelijke lynch- en plunderpartijen van huis tot huis;

E.     overwegende dat het Constitutionele Hof van Burundi op 5 mei heeft besloten dat Nkurunziza zich kandidaat mag stellen voor een derde termijn omdat hij voor de eerste termijn niet verkozen is door het volk maar door het parlement; overwegende dat de vice-president van het hof het land is ontvlucht omdat hij weigerde het besluit te ondertekenen, omdat de rechters met de dood waren bedreigd; overwegende dat twee senior leden van de kiescommissie het land ook zijn ontvlucht omdat zij vreesden voor hun veiligheid;

F.     overwegende dat er op 13 mei een couppoging heeft plaatsgevonden in Burundi in afwezigheid van president Nkurunziza, aangezien generaal Godefroid Niyombare bekend maakte dat hij Pierre Nkurunziza had ontslagen als president omdat hij zich voor een derde termijn kandidaat stelde; overwegende dat president Nkurunziza op 15 mei in het tumult terugkeerde naar het land;

G.     overwegende dat er een aantal leiders van burgerbewegingen is gearresteerd, dat sommige radiostations zijn gesloten en de toegang tot de sociale media via mobiele telefoons is geblokkeerd; overwegende dat de Burundese regering na de couppoging hard is opgetreden tegen onafhankelijke media, waarbij journalisten werden bedreigd, gearresteerd of gedwongen werden het land te ontvluchten;

H.     overwegende dat de internationale gemeenschap, inclusief de Afrikaanse Unie en de Verenigde Naties, de regering hebben opgeroepen tot uitstel van de verkiezingen gezien de huidige situatie van instabiliteit en het ontbreken van de minimale vereisten om democratische verkiezingen te houden; overwegende dat op 29 juni parlementaire verkiezingen zijn gehouden, ondanks de boycot door het maatschappelijk middenveld en de oppositie, en dat op 15 juli presidentsverkiezingen staan gepland;

I.      overwegende dat België en Nederland hun buitenlandse hulp aan Burundi gedeeltelijk hebben opgeschort vanwege de huidige situatie, dat de VS de training van Burundese soldaten voor Afrikaanse vredeshandhavingsmissies hebben opgeschort omdat zij zich zorgen maken of de soldaten nog wel kunnen deelnemen aan dergelijke operaties gezien het politieke geweld in het land, en dat Frankrijk zijn samenwerking met Burundi op veiligheidsgebied heeft opgeschort;

J.      overwegende dat de leider van de oppositiepartij en het hoofd van de Unie voor Vrede en Ontwikkeling, Zedi Feruzi, op 24 mei samen met zijn lijfwacht werd doodgeschoten toen hij in Bujumbura naar huis liep;

K.     overwegende dat de Afrikaanse leiders op 15 juni op een top in Zuid-Afrika hebben besloten om militaire deskundigen en mensenrechtenwaarnemers in te zetten in Burundi, om advies te geven aan politieagenten en militante groeperingen te ontwapenen;

L.     overwegende dat de EU-verkiezingswaarnemingsmissie (VWM) is opgeschort wegens het ontbreken van de minimumvereisten voor democratische verkiezingen; overwegende dat de VWM haar werkzaamheden zal hervatten als volgens alle belanghebbenden aan de vereisten voor het organiseren van democratische verkiezingen is voldaan;

M.    overwegende dat de tweede vice-president van het land, Gervais Rufyikiri, op 25 juni, voordat hij op de vlucht sloeg, de president opriep de belangen van de bevolking van Burundi boven zijn persoonlijke belangen te stellen en zich terug te trekken als presidentskandidaat; overwegende dat de parlementsvoorzitter Pie Ntavyohanyuma aan de vooravond van de verkiezingen naar België is gevlucht, en dat hij de kandidatuur van de president voor een derde termijn onwettig noemde; overwegende dat de Afrikaanse Unie haar verkiezingswaarnemers in Burundi heeft teruggeroepen omdat de parlementsverkiezingen noch vrij noch eerlijk zouden zijn;

N.     overwegende dat de Europese Unie ongeveer de helft van de jaarlijkse begroting van Burundi, een van de armste landen ter wereld, financiert; overwegende dat de Europese Commissie 3 miljoen EUR extra heeft vrijgemaakt om te voorzien in de behoeften van het toenemende aantal Burundese vluchtelingen in het naburige Tanzania;

1.      veroordeelt de couppoging in Burundi, de granaataanvallen op burgers en politieagenten en iedere vorm van geweld, ongeacht door welke partij het wordt gepleegd; betuigt zijn sympathie en solidariteit met de bevolking van de Republiek Burundi in deze roerige tijden; verwacht dat alle partijen in Burundi nu terughoudendheid aan de dag leggen en wijst erop dat de zwakste bevolkingsgroepen, met name kinderen en vrouwen, het meest van het geweld te lijden hebben;

2.      geeft uiting aan zijn bezorgdheid over het besluit van de Burundese autoriteiten om de grenzen van het land zondagavond laat te sluiten en om de verkiezingen door te zetten, ondanks de huidige situatie en de talrijke oproepen om ze uit te stellen, en is ervan overtuigd dat als de oppositie niet deelneemt aan het verkiezingsproces, de uitslag oneerlijk en ondemocratisch zal zijn;

3.      herhaalt het belang van de Overeenkomst van Arusha voor duurzame vrede en eenheid in Burundi; dringt er bij alle politieke groeperingen op aan naar oplossingen te zoeken die voldoen aan de overeenkomst;

4.      dringt er bij de regering van Burundi op aan de presidentsverkiezingen uit te stellen totdat weer aan de minimumvereisten wordt voldaan om democratische verkiezingen te organiseren; wijst erop dat inclusieve, geloofwaardige en transparante verkiezingen in een politiek klimaat zonder intimidatie of geweld een essentieel onderdeel vormen van de Overeenkomst van Arusha;

5.      gelooft niet dat het besluit van het Constitutioneel Hof om president Nkurunziza toestemming te verlenen zich kandidaat te stellen voor een derde termijn eerlijk is, aangezien dit besluit lijkt te zijn beïnvloed door doodsbedreigingen en intimidatie van rechters; dringt er bij de president op aan om een verzoende toon aan te slaan en zich te laten leiden door het landsbelang, en zijn besluit om zich kandidaat te stellen voor een derde termijn te heroverwegen, aangezien het in strijd is met de grondwet en de Overeenkomst van Arusha;

6.      dringt er bij alle politieke groeperingen, autoriteiten en het maatschappelijk middenveld op aan zich in te zetten voor een inclusieve en transparante politieke dialoog om een eenheidsregering te vormen die kan besluiten om nieuwe presidentsverkiezingen uit te schrijven om de bevolking in staat te stellen een legitieme en constitutionele leider te kiezen;

7.      veroordeelt de activiteiten van de Imbonerakure en het gebruik van geweld tegen burgers, het gebruik van vuurwapens en granaten en iedere vorm van geweld, ongeacht door welke partij het wordt gepleegd; herhaalt dat personen die direct of indirect betrokken zijn bij gewelddaden en ernstige mensenrechtenschendingen individueel aansprakelijk moeten worden gesteld en voor de rechter verantwoording moeten afleggen;

8.      veroordeelt het buitensporig gebruik van geweld tegen betogers en het klimaat van intimidatie jegens oppositiepartijen en het maatschappelijk middenveld, alsmede de inperking van vrije media; benadrukt dat de fundamentele vrijheden, en met name de meningsvrijheid en de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en de vrijheid om vreedzaam te demonstreren, de hoekstenen zijn van een functionerende democratie; dringt aan op onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle personen die gearresteerd zijn omdat zij deze rechten uitoefenen;

9.      ondersteunt de bemiddelingspogingen van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, de Afrikaanse Unie en de Verenigde Naties ten volle; is verheugd over de benoeming van Abdoulaye Bathily, de Speciale Vertegenwoordiger van de VN-secretaris-generaal voor Centraal-Afrika, tot bemiddelaar in de Burundi-crisis, en dringt er bij alle partijen op aan met hem samen te werken en met de zaakgelastigden van de Afrikaanse Unie en de Oost-Afrikaanse Gemeenschap om over alle controversiële onderwerpen de dialoog te hervatten, inclusief een nieuw tijdschema voor presidentsverkiezingen;

10.    geeft uiting aan zijn ernstige bezorgdheid over de massale volksverhuizing ten gevolge van de politieke spanningen; feliciteert de buurlanden van Burundi met hun positieve en gastvrije houding jegens de vluchtelingen en dringt er bij alle internationale actoren en humanitaire organisaties op aan hen bij te staan;

11.    is verheugd over en steunt de conclusies van de top van de Afrikaanse Unie (AU) van 13 juni 2015 en de routekaart voor een dialoog tussen alle Burundese partijen, alsmede het besluit om AU-mensenrechtenwaarnemers en AU-militaire deskundigen in te zetten om toe te zien op het proces voor de ontwapening van de milities; dringt er bij de regering van Burundi op aan haar volledige medewerking te verlenen aan dit proces;

12.    neemt kennis van de opschorting van 2 miljoen EUR aan hulp aan Burundi en is verheugd over het besluit van de Europese Commissie om 1,5 miljoen EUR ter beschikking te stellen om de onmiddellijke humanitaire nood te lenigen en bescherming te bieden aan de grote aantallen Burundezen die vluchten naar de buurlanden; is van mening dat de EU-hulpmiddelen nu moeten worden doorgesluisd naar het maatschappelijk middenveld en humanitaire hulp;

13.    wijst erop dat het partnerschap van de EU met Burundi valt onder de Overeenkomst van Cotonou, en dat deze overeenkomst verplichtingen met zich meebrengt voor de partijen, met name ten aanzien van de eerbiediging van de mensenrechten;

14.    steunt het voorstel van de Raad om degenen die verantwoordelijk zijn voor geweld sancties op te leggen, alsmede zijn bereidheid om overige stappen te overwegen in het kader van de Overeenkomst van Cotonou, inclusief het gebruik van artikel 96; benadrukt echter dat geen enkele maatregel de bevolking als geheel mag raken, maar dat maatregelen alleen gericht mogen zijn op degenen die direct verantwoordelijk zijn voor het geweld;

15.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de lidstaten, de regering van Burundi, de regeringen van de landen van het gebied van de Grote Meren, de Afrikaanse Unie, de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en het Pan-Afrikaanse Parlement (PAP).

 

Juridische mededeling - Privacybeleid