Procedure : 2015/2973(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1353/2015

Ingediende teksten :

B8-1353/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/12/2015 - 9.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0474

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 143kWORD 73k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1348/2015
9.12.2015
PE573.395v01-00
 
B8-1353/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Burundi (2015/2973(RSP))


Mariya Gabriel, Davor Ivo Stier, Cristian Dan Preda, Bogdan Brunon Wenta, Michael Gahler, Maurice Ponga, Joachim Zeller, Eleni Theocharous, Kinga Gál, Anna Záborská, Fernando Ruas, Elisabetta Gardini, Lorenzo Cesa, Lara Comi, József Nagy, Ramón Luis Valcárcel Siso namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Burundi (2015/2973(RSP))  
B8-1353/2015

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Burundi,

–  gezien resolutie 2248 (2015) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 12 november 2015 over de situatie in Burundi,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de plaatsvervangend secretaris-generaal van de VN, Jan Eliasson, de voorzitter van de Afrikaanse Unie, Nkosazana Dlamini-Zuma, en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie (VV/HV), Federica Mogherini, over Burundi van 12 november 2015,

–  gezien de besluiten van de Vredes- en Veiligheidsraad van de Afrikaanse Unie (VVRAU) van 13 juni, 17 oktober en 13 november 2015 over de situatie in Burundi,

–  gezien de gezamenlijke persverklaring van 24 oktober 2015 van het team van internationale gezanten en vertegenwoordigers over het gebied van de Grote Meren in Afrika ter ondersteuning van het communiqué van de Vredes- en Veiligheidsraad van de AU over Burundi,

–  gezien de lokale verklaring van 9 oktober 2015 van de EU over de politieke en veiligheidscrisis in Burundi,

–  gezien Verordening (EU) nr. 2015/1755 van de Raad van 1 oktober 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Burundi(1),

–  gezien de verklaring van 23 juli 2015 van de VV/HV Federica Mogherini na de presidentsverkiezingen in Burundi,

–  gezien het verslag van 7 juli 2015 van de VN-secretaris-generaal over de VN-verkiezingswaarnemersmissie in Burundi,

–  gezien de verklaring van 24 juni 2015 van de covoorzitters van de Parlementaire Vergadering van de ACS over de situatie in Burundi,

–  gezien de verklaring van 26 juni 2015 van de voorzitter van de VN-Veiligheidsraad over de situatie in Burundi,

–  gezien de conclusies van de Raad van 16 maart, 18 mei, 22 juni en 16 november 2015 over de situatie in Burundi,

–  gezien de verklaring van de staatshoofden van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap van 31 mei 2015 in Dar es Salaam, Tanzania,

–  gezien de Overeenkomst van Arusha voor vrede en verzoening voor Burundi,

–  gezien de grondwet van Burundi, met name artikel 96,

–  gezien het Afrikaanse Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur,

–  gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–  gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat in artikel 96 van de grondwet van Burundi en artikel 7, lid 3, van de Overeenkomst van Arusha voor vrede en verzoening wordt bepaald dat een president slechts twee termijnen kan dienen; overwegende dat president Pierre Nkurunziza al sinds 2005 in functie is en in 2010 is herkozen bij verkiezingen die door de oppositie werden geboycot omdat zij de regering beschuldigde van intimidatie;

B.  overwegende dat president Nkurunziza op 26 april 2015 bekend maakte dat hij zich kandidaat stelde voor een derde termijn, waardoor hij het land in de diepste politieke crisis heeft gestort sinds het einde van de burgeroorlog; overwegende dat de politie excessief geweld heeft gebruikt tegen vreedzame betogers, waarbij vele doden zijn gevallen; overwegende dat de EU haar verkiezingswaarnemingsmissie heeft opgeschort omdat niet werd voldaan aan de minimale voorwaarden voor het houden van democratische verkiezingen; overwegende dat Pierre Nkurunziza op 26 augustus 2015 werd herkozen na een verkiezingsproces dat door de internationale gemeenschap werd gekwalificeerd als niet-inclusief en ongeloofwaardig;

C.  overwegende dat er volgens het Hoge Commissariaat voor de mensenrechten (OHCHR) sinds april 2015 ten minste 198 mensen zijn gedood, inclusief de standrechtelijke executie van negen burgers op 13 oktober 2015 in de wijk Ngarara van Bujumbura, naar verluidt door politietroepen; overwegende dat er op verzoek van de VN-secretaris-generaal een onderzoekscommissie is opgericht door de procureur-generaal van Burundi;

D.  overwegende dat naar schatting meer dan 200 000 personen hun land zijn ontvlucht en hun toevlucht in buurlanden zoeken; overwegende dat de EU in juli 2015 haar humanitaire hulp heeft opgevoerd en een extra bedrag van 4,5 miljoen EUR ten behoeve van de ontheemde bevolking heeft vrijgemaakt;

E.  overwegende dat mensenrechtenorganisaties wijzen op het toenemende politiek gemotiveerde geweld en de straffeloosheid in het land, met een ernstig verslechterende mensenrechtensituatie, standrechtelijke executies en executies zonder vorm van proces, willekeurige arrestaties en opsluitingen, met name van mensenrechtenactivisten, foltering, bedreiging en intimidatie, voornamelijk door de heersende autoriteiten; overwegende dat er geen onderzoek wordt ingesteld naar deze daden en dat de daders niet worden vervolgd;

F.  overwegende dat de regering in de afgelopen weken haar greep op de onafhankelijke media en kranten heeft versterkt; overwegende dat verschillende journalisten ernstig zijn mishandeld door politietroepen en dat er allerlei aanklachten tegen hen zijn ingediend; overwegende dat het ministerie van Binnenlandse Zaken van Burundi op 23 november 2015 de activiteiten van de belangrijkste maatschappelijke organisaties en NGO's heeft verboden;

G.  overwegende dat Burundi een van de eerste landen was in het gebied van de Grote Meren die een verkiezingscyclus zijn gestart, samen met Rwanda en de Democratische Republiek Congo, en overwegende dat verwacht werd dat het land een voorbeeld zou zijn voor de eerbiediging van de internationale en constitutionele orde die noodzakelijk zijn voor duurzame democratie, vrede en ontwikkeling in de regio;

H.  overwegende dat de Afrikaanse Unie recentelijk een onderzoek is gestart naar schendingen van de mensenrechten in Burundi en heeft aangedrongen op het opleggen van gerichte sancties; overwegende dat zowel de Europese Unie als de Verenigde Staten gerichte en individuele sancties hebben afgekondigd;

I.  overwegende dat de EU op 26 oktober 2015 heeft verzocht om overleg overeenkomstig artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou teneinde na te gaan of essentiële elementen van de overeenkomst, namelijk mensenrechten, democratische beginselen en de rechtsstaat, niet geëerbiedigd worden;

J.  overwegende dat de politieke impasse in Burundi en de verslechtering van de veiligheids- en economische situatie zware gevolgen hebben voor de bevolking en risico's voor de gehele regio meebrengen;

K.  overwegende dat de internationale gemeenschap in de regio een significante rol speelt als hoedster van de Overeenkomst van Arusha; overwegende echter dat alle regionale en subregionale inspanningen om de crisis aan te pakken en de dialoog tussen alle politieke krachten weer op gang te brengen, tot dusver niet het verwachte resultaat hebben gehad;

L.  overwegende dat de politieke oppositie en het maatschappelijk middenveld op 1 augustus 2015 in Addis Abeba bijeenkwamen om de Nationale Raad voor herstel van de Overeenkomst van Arusha en de rechtsstaat in het leven te roepen;

M.  overwegende dat president Nkurunziza op 23 september 2015 een decreet heeft getekend tot oprichting van een nationale commissie voor een inter-Burundese dialoog die gedurende zes maanden de onderhandelingen moet leiden; overwegende dat het maatschappelijk middenveld zich zeer sceptisch toonde wat betreft de mogelijke resultaten die deze commissie zou kunnen bereiken;

N.  overwegende dat VN-secretaris-generaal Ban Ki-Moon op 30 november 2015, in een brief aan de VN-Veiligheidsraad waarin hij aandrong op maatregelen om massale gewelddaden te voorkomen, drie opties noemde om in het land te interveniëren, inclusief een eventuele vredeshandhavingsoperatie;

O.  overwegende dat de EU in aanzienlijke mate bijdraagt aan de jaarlijkse begroting van Burundi, waarvan ca. de helft bestaat uit buitenlandse hulp, en overwegende dat de EU recentelijk 432 miljoen EUR heeft toegewezen aan Burundi – een van de armste landen ter wereld – uit het Europees Ontwikkelingsfonds 2014-2020;

P.  overwegende dat humanitaire hulpverleners steeds vaker worden aangevallen;

1.  geeft uiting aan zijn grote bezorgdheid over de ernstige veiligheids- en politieke situatie in Burundi, alsmede de snel verslechterende humanitaire situatie in het land; dringt aan op de onmiddellijke beëindiging van het geweld en de politieke intimidatie van tegenstanders en de onmiddellijke ontwapening van alle gewapende groepen die banden met politieke partijen hebben; betuigt zijn deelneming aan de nabestaanden van alle slachtoffers;

 

2.  herinnert de autoriteiten van Burundi aan hun verplichtingen om de mensenrechten te waarborgen, zoals vastgelegd in het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren en andere internationale en regionale mensenrechteninstrumenten;

3.  veroordeelt ieder gebruik van geweld tegen vreedzame, ongewapende demonstranten ten zeerste; dringt er bij de Burundese autoriteiten op aan een onderzoek in te stellen naar klachten over mensenrechtenschendingen door politie en overheidsfunctionarissen, en de schuldigen hiervoor te vervolgen; dringt er bij de Burundese autoriteiten op aan de nodige maatregelen te treffen om alle gewapende groeperingen te ontwapenen in een context van strikte inachtneming van het internationaal recht en de mensenrechten; benadrukt dat er veel jongeren bij de gewapende groeperingen zitten en dringt derhalve in hun geval aan op een specifieke benadering en verzoekt de internationale gemeenschap steun te verlenen voor hun reïntegratie om hun deelname aan een vreedzaam politiek proces te bevorderen;

4.  dringt er bij de regering van Burundi op aan het democratiseringsproces in het land voort te zetten en om de burgerrechten en politieke rechten van haar burgers te eerbiedigen, beschermen en bevorderen, en om de grondrechten, met name de vrijheid van meningsuiting, te eerbiedigen;

5.  benadrukt eens te meer dat een duurzame politieke oplossing, in het belang van veiligheid voor alle Burundezen, alleen mogelijk is door dialoog en consensus, waarbij de regering, de oppositie en het maatschappelijk middenveld van Burundi worden betrokken, in overeenstemming met de Overeenkomst van Arusha en de grondwet van Burundi; is verheugd over de bemiddelingspogingen van de AU, de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (OAG) en de VN, alsmede over de recente benoeming van een Speciaal Adviseur van de VN voor Burundi; dringt er bij de mensenrechtenwaarnemers en de bemiddelaar op aan aandacht te besteden aan de situatie van vrouwen en hun deelname aan de politieke dialoog en het herstel van de rust;

6.  wijst erop dat het partnerschap van de EU met Burundi valt onder de Overeenkomst van Cotonou, en dat alle partijen verplicht zijn de bepalingen van die overeenkomst te eerbiedigen en na te leven, met name de eerbiediging van de mensenrechten; merkt op dat de activering van artikel 96 ook aantoont dat de EU zich niet alleen maar inzet voor de mensenrechten, de rechtsstaat en democratie, maar ook voor het volk van Burundi;

7.  is verheugd dat de AU mensenrechtenwaarnemers en militaire deskundigen naar Burundi heeft gestuurd om toe te zien op de mensenrechtensituatie, en benadrukt dat het van belang is met hen samen te werken om de uitvoering van hun mandaat te faciliteren; dringt er bij de AU en de VN op aan te overwegen een vredeshandhavingsmissie op touw te zetten voor het geval de veiligheids- en mensenrechtensituatie in Burundi verder verslechtert;

8.  spreekt zijn ernstige verontrusting uit over de toenemende stroom Burundese vluchtelingen naar de buurlanden; betuigt nogmaals zijn steun voor en solidariteit met alle humanitaire organisaties die ter plaatse werkzaam zijn, alsmede de buurlanden waar de vluchtelingen worden opgevangen; is derhalve verheugd over het voornemen van de EU om de financiële steun en de humanitaire hulp te verhogen om te voorzien in de dringende behoeften van deze mensen;

9.  dringt er bij de AU en de EU op aan serieus aandacht te besteden aan de regionale dimensie en verdere destabilisering van de regio te voorkomen, met name door een permanente politieke dialoog te onderhouden tussen de landen in de regio, niet alleen op regeringsniveau, maar ook tussen de maatschappelijke organisaties, op administratief en op politiek niveau;

10.  betuigt nogmaals zijn steun voor de gerichte sancties zoals die zijn goedgekeurd door de EU, in overeenstemming met de besluiten van de AU en de VN, in reactie op de verslechtering van de rechtsstaat en de mensenrechtensituatie in het land;

11.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de lidstaten, de regering van Burundi, de regeringen van de landen van het gebied van de Grote Meren, de Afrikaanse Unie, de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en het Pan-Afrikaanse Parlement.

(1)

PB L 257 van 2.10.2015, blz. 1.

Juridische mededeling - Privacybeleid