Procedure : 2015/2979(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1397/2015

Ingediende teksten :

B8-1397/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/12/2015 - 9.10
CRE 17/12/2015 - 9.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0471

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 268kWORD 68k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1362/2015
14.12.2015
PE574.467v01-00
 
B8-1397/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over het vredesakkoord van Dayton, dat twintig jaar geleden werd gesloten (2015/2979(RSP))


Igor Šoltes, Terry Reintke, Davor Škrlec, Ulrike Lunacek, Monika Vana, Ernest Urtasun, Bodil Valero, Reinhard Bütikofer namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het vredesakkoord van Dayton, dat twintig jaar geleden werd gesloten (2015/2979(RSP))  
B8-1397/2015

Het Europees Parlement,

–  gezien het vredesakkoord van Dayton, het algemeen kaderakkoord en de twaalf bijlagen daarbij,

–  gezien resolutie 2247 (2015) van de VN-Veiligheidsraad(1), waarmee het mandaat van de Europese stabilisatiemacht in Bosnië en Herzegovina wordt verlengd,

–  gezien zijn resoluties van 7 juli 2005(2), 15 januari 2009(3) en 9 juli 2015(4) over Srebrenica,

–  gezien zijn talrijke resoluties over de voortgangsverslagen inzake Bosnië en Herzegovina,

–  gezien de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina (BiH), anderzijds, die op 16 juni 2008 in Luxemburg is ondertekend en op 1 juni 2015 van kracht is geworden,

–  gezien het advies van de Commissie van Venetië(5) van 11 maart 2005 over de constitutionele situatie in Bosnië en Herzegovina en de bevoegdheden van de hoge vertegenwoordiger,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de tekst van het vredesakkoord van Dayton op 21 november 1995 in Dayton, Ohio werd geparafeerd; overwegende dat met het vredesakkoord van Dayton, dat op 14 december 1995 in Parijs werd ondertekend, een einde kwam aan het meest bloedige conflict sinds de Tweede Wereldoorlog;

B.  overwegende dat volgens schattingen van de VN tijdens de oorlog in BiH rond de honderdduizend mensen zijn omgekomen, vele duizenden ernstig gewond zijn geraakt en enkele tienduizenden ten prooi zijn gevallen aan seksueel geweld; overwegende dat de oorlog in BiH voor twee miljoen ontheemden heeft gezorgd;

C.  overwegende dat het vredesakkoord van Dayton nodig was om een einde te maken aan het bloedvergieten, maar er helaas niet voor heeft gezorgd dat Bosnië en Herzegovina een levensvatbare en goed functionerende staat is geworden, zoals de vele partijen die bij het vredesproces waren betrokken wel hadden verwacht en gehoopt;

D.  overwegende dat de Europese Commissie voor democratie middels het recht (de Commissie van Venetië) gedetailleerde, gematigde en praktische voorstellen heeft gedaan over de wijze waarop de grondwet van BiH op een alomvattende manier kan worden herzien;

E.  overwegende dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in 2009 in de zaak Sejdić-Finci heeft geoordeeld dat delen van de huidige grondwet van BiH een schending inhouden van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens; overwegende dat het Hof in 2014 in de zaak Zornić een soortgelijk arrest heeft gewezen;

F.  overwegende dat het pakket grondwetswijzigingen uit 2006, dat ook wel het "pakket van april" wordt genoemd en dat door vertegenwoordigers van het merendeel van de belangrijkste partijen van BiH werd ondersteund en een aantal voorstellen bevatte waarmee de bevoegdheden van de centrale overheid hadden moeten worden versterkt en bepaalde tekortkomingen van de wetgevende en uitvoerende machten van BiH hadden moeten worden verholpen, met een tekort van slechts twee stemmen niet de drempel haalde die nodig is voor goedkeuring;

G.  overwegende dat bijlage 7 bij het vredesakkoord van Dayton nog altijd niet volledig ten uitvoer is gelegd; overwegende dat de binnenlands ontheemden, de vluchtelingen en de andere door het conflict getroffen personen nog altijd op billijke, alomvattende en duurzame oplossingen wachten en dat verbetering van de sociale en economische integratie van degenen die zijn teruggekeerd noodzakelijk blijft;

H.  overwegende dat er volgens het Internationale Rode Kruis nog altijd zo'n 11 000 vermiste personen zijn wier lot onbekend is(6);

1.  herdenkt de parafering en de ondertekening van het vredesakkoord van Dayton, die respectievelijk plaatsvonden op 21 november 1995 in Dayton en op 14 december 1995 in Parijs, als een historische gebeurtenis die een einde heeft gemaakt aan een verschrikkelijk gewapend conflict in het hart van Europa dat werd gekenmerkt door grootschalige etnische zuiveringen, volkerenmoord en talloze oorlogsmisdaden;

2.  is verheugd dat er sinds november 1995 geen ernstige militaire of veiligheidsincidenten hebben plaatsgevonden die het vredesakkoord van Dayton in gevaar hadden kunnen brengen en is ingenomen met het feit dat de veiligheid in Bosnië en Herzegovina de afgelopen twintig jaar geleidelijk aan is verbeterd en inmiddels op peil is;

3.  herinnert eraan dat het vredesakkoord van Dayton twaalf bijlagen telt waarin diverse kwesties worden geregeld zoals de militaire aspecten (Bijlage 1A), de regionale stabilisatie (Bijlage 1B), de grondwet (Bijlage 4), de mensenrechten (Bijlage 6) en de vluchtelingen en ontheemden (Bijlage 7); onderstreept de noodzaak om deze herdenking aan te grijpen als een gelegenheid om te evalueren in hoeverre er vooruitgang is geboekt bij de tenuitvoerlegging van elk van de afzonderlijke bijlagen;

4.  is er vast van overtuigd dat de huidige grondwet van BiH, zoals vastgelegd in Bijlage 4, dringend moet worden herzien, opdat toetreding tot de EU mogelijk wordt en de staat kan functioneren op een wijze die al haar burgers ten goede komt; onderstreept daarnaast dat economische voorspoed alleen mogelijk is als deze gebaseerd is op een democratische en inclusieve samenleving en staat;

5.  herhaalt dat de EU alles gelegen is aan het Europese perspectief en het verdere toetredingsproces van BiH en alle landen van de westelijke Balkan; is van mening dat regionale samenwerking en het Europese integratieproces de beste manier zijn om verzoening te bevorderen en haat en tweedracht te overwinnen;

6.  herinnert aan zijn eerdere verklaringen over de wijze waarop de grondwet van Dayton kan worden herzien en aan zijn nadruk op de volgende punten:

•  de staat moet over toereikende wetgevings-, begrotings-, uitvoerings- en juridische bevoegdheden beschikken om als lid van de EU te kunnen functioneren, een werkende interne markt op te zetten en in stand te houden, en de economische en sociale samenhang te bevorderen;

•  het aantal bestuurslagen waarover het bestuur van BiH is verdeeld, moet in verhouding staan tot de financiële middelen die het land ter beschikking staan en moet zijn gebaseerd op een doelmatige, samenhangende en doeltreffende toewijzing van bevoegdheden;

•  de vrijwaring van vitale nationale belangen binnen BiH moet verenigbaar zijn met het handelingsvermogen van het land; er is een duidelijke, uitputtende en tegelijk strikte uitleg nodig van het begrip "vitale nationale belangen", teneinde te voorkomen dat het daarmee verband houdende vetorecht uit etnische beweegredenen wordt misbruikt om een obstructiebeleid te voeren;

•  er is een grondige herziening vereist van het vetorecht van de entiteiten, dat alleen nog maar van toepassing zou moeten zijn op aangelegenheden die onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de centrale overheid en de entiteiten vallen;

•  alle nationale minderheden moeten beschikken over dezelfde rechten als de constituerende bevolkingsgroepen, hetgeen, in overeenstemming met de bepalingen van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de relevante adviezen van de Europese Commissie voor democratie door middel van het recht (Commissie van Venetië) van de Raad van Europa, de afschaffing inhoudt van op etnische afkomst gebaseerde beperkingen van het recht om te worden verkozen;

7.  verzoekt alle politieke partijen op constructieve en open wijze deel te nemen aan dit proces en gebruik te maken van het advies en de begeleiding die de Commissie van Venetië tijdens dit proces kan bieden; verwelkomt en ondersteunt de inspanningen van organisaties uit het maatschappelijk middenveld om invloed uit te oefenen op het proces van constitutionele hervorming; is verheugd over de besluiten van de Raad van Ministers van september 2015 over een actieplan inzake de tenuitvoerlegging van de arresten van het EVRM in de zaken Sejdić-Finci en Zornić en over de instelling van een commissie die de grondwetswijzigingen zal opstellen;

8.  wijst andermaal op de verplichting om bijlage 7 bij het vredesakkoord van Dayton ten uitvoer te leggen, teneinde de duurzame terugkeer van binnenlands ontheemden, vluchtelingen en andere door het conflict getroffen personen te waarborgen en met rechtvaardige, alomvattende en permanente oplossingen te komen; stelt met bezorgdheid vast dat er in BiH nog altijd 84 500 binnenlands ontheemden zijn; dringt aan op een doeltreffende uitvoering van de herziene strategie met betrekking tot bijlage 7 bij het vredesakkoord van Dayton;

9.  eist dat er een einde komt aan de tweedracht zaaiende nationalistische en separatistische retoriek die tot polarisatie in de samenleving leidt en de kern van het vredesakkoord van Dayton ondermijnt; geeft aan zich ernstig zorgen te maken over de verklaring die op 25 april 2015 is aangenomen door de vergadering van de Alliantie van onafhankelijke sociaaldemocraten (SNSD) in Oost-Sarajevo, waarin onder meer werd aangedrongen op een referendum over de onafhankelijkheid van de Republika Srpska in 2018; spreekt voorts zijn bezorgdheid uit over de voorbereidingen voor de organisatie van een referendum op entiteitsniveau in de entiteit Republika Srpska over het rechtsstelsel op nationaal niveau; benadrukt dat de Republika Srpska krachtens het vredesakkoord van Dayton geen recht heeft zich af te scheiden; herinnert eraan dat alle politieke partijen, en dus ook de SNSD, zich met de ondertekening van de schriftelijke toezegging ertoe hebben verbonden de "soevereiniteit, de territoriale integriteit en de politieke onafhankelijkheid van Bosnië en Herzegovina" te zullen eerbiedigen;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de regeringen en parlementen van Bosnië en Herzegovina en zijn entiteiten, en de regeringen en parlementen van de landen van de westelijke Balkan.

(1)

http://www.un.org/en/ga/search/view_doc.asp?symbol=S/RES/2247(2015)

(2)

PB C 157 E van 6.7.2006, blz. 468.

(3)

PB C 46 E van 24.2.2010, blz. 111.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0276.

(5)

http://www.venice.coe.int/webforms/documents/default.aspx?pdffile=CDL-AD(2005)004-e

(6)

https://www.icrc.org/en/document/srebrenica-twenty-years-let-us-not-forget

Juridische mededeling - Privacybeleid