Ontwerpresolutie - B8-1401/2015Ontwerpresolutie
B8-1401/2015

ONTWERPRESOLUTIE over het vredesakkoord van Dayton, dat twintig jaar geleden werd gesloten

14.12.2015 - (2015/2979(RSP))

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement

Knut Fleckenstein, Tanja Fajon, Afzal Khan, Tonino Picula, Victor Boştinaru, Richard Howitt, Eric Andrieu, Nikos Androulakis, Francisco Assis, Zigmantas Balčytis, Hugues Bayet, Brando Benifei, Goffredo Maria Bettini, José Blanco López, Vilija Blinkevičiūtė, Simona Bonafè, Nicola Caputo, Nessa Childers, Andrea Cozzolino, Andi Cristea, Miriam Dalli, Viorica Dăncilă, Nicola Danti, Isabella De Monte, Monika Flašíková Beňová, Eugen Freund, Doru-Claudian Frunzulică, Eider Gardiazabal Rubial, Enrico Gasbarra, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Neena Gill, Ana Gomes, Theresa Griffin, Sylvie Guillaume, Sergio Gutiérrez Prieto, Cătălin Sorin Ivan, Liisa Jaakonsaari, Juan Fernando López Aguilar, Javi López, Andrejs Mamikins, Louis-Joseph Manscour, Costas Mavrides, Marlene Mizzi, Sorin Moisă, Csaba Molnár, Alessia Maria Mosca, Victor Negrescu, Momchil Nekov, Demetris Papadakis, Emilian Pavel, Vincent Peillon, Miroslav Poche, Liliana Rodrigues, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Daciana Octavia Sârbu, Christel Schaldemose, Siôn Simon, Renato Soru, Tibor Szanyi, Elena Valenciano, Julie Ward, Boris Zala, Flavio Zanonato namens de S&D-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1362/2015

Procedure : 2015/2979(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B8-1401/2015
Ingediende teksten :
B8-1401/2015
Debatten :
Aangenomen teksten :

B8-1401/2015

Resolutie van het Europees Parlement over het vredesakkoord van Dayton, dat twintig jaar geleden werd gesloten

(2015/2979(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Algemeen Kaderakkoord voor vrede in Bosnië en Herzegovina inclusief de bijlagen, dat op 21 november 1995 in Dayton werd gesloten en op 14 december 1995 in Parijs officieel werd ondertekend,

–  gezien zijn resoluties over Bosnië en Herzegovina en over Srebrenica;

–  gezien het besluit van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Sejdić en Finci tegen Bosnië en Herzegovina (nummers 27996/06 en 34836/06) van 22 december 2009,

–  gezien de stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO) tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina (BiH), anderzijds, die op 16 juni 2008 in Luxemburg is ondertekend en op 1 juni 2015 van kracht is geworden,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat door het Algemeen Kaderakkoord, beter gekend als het vredesakkoord van Dayton, een einde werd gemaakt aan de gruwelijke oorlog in Bosnië, en de vrede in BiH werd ingeluid;

B.  overwegende dat de partijen in het vredesakkoord van Dayton met name hebben toegezegd geen acties te zullen ondernemen tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van Bosnië en Herzegovina; overwegende dat de andere bepalingen van de overeenkomst vandaag de dag nog steeds relevant zijn;

C.  overwegende dat het akkoord van Dayton, met name in bijlage 4, de grondwet bevat die in BiH nog altijd van kracht is; overwegende dat deze grondwettelijke regeling echter het besluitvormend vermogen en de werking van instellingen bemoeilijkt en inefficiënt maakt, doordat zij de Bosnische gemeenschap in etnische groepen blijft opdelen; overwegende dat de discriminatie in de grondwet, die bepaalt dat burgers zichzelf moeten identificeren als lid van een van de bevolkingsgroepen van het land vooraleer zij mogen opkomen bij de verkiezingen, in tegenstrijd is met het Europees verdrag voor de rechten van de mens;

D.  overwegende dat de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen BiH en de EU op 1 juni 2015 van kracht is geworden, en een hervormingsagenda werd goedgekeurd die geleidelijk door de autoriteiten van BiH wordt geïmplementeerd, in overeenstemming met het hernieuwde beleid van de EU ten aanzien van Bosnië en Herzegovina, dat tot doel heeft de problematische sociaal-economische situatie op te lossen en verdere vooruitgang op het vlak van EU-integratie te boeken; overwegende dat het land voornemens is in de nabije toekomst een aanvraag voor EU-lidmaatschap in te dienen;

1.  gedenkt de sluiting van het akkoord van Dayton, dat de overgang van oorlog naar diplomatie bekroonde, en een einde maakte aan een wereldschokkend, gruwelijk conflict dat meer dan 100 000 levens eiste en miljoenen mensen op de vlucht deed slaan;

2.  is erover verheugd dat de terugkeer van vluchtelingen en binnenlands ontheemden zo succesvol verlopen is, evenals de wederopbouw en de teruggave van eigendom, in overeenstemming met bijlage VII van het akkoord van Dayton; onderstreept dat het noodzakelijk is de bijlage en de bijbehorende strategie volledig te implementeren; roept op om de coördinatie van de inspanningen op alle niveaus te verbeteren, en meer aandacht te schenken aan de meest kwetsbare ontheemde personen, waaronder Roma en vrouwen die het slachtoffer werden van geweld; benadrukt het belang van plaatselijke integratie voor degenen die niet naar hun gebied van herkomst konden terugkeren; betreurt dat er, volgens het Internationale Comité van het Rode Kruis, nog altijd ongeveer 7 000 vermiste personen zijn wier lot onbekend is;

3.  merkt op dat het akkoord van Dayton, ondanks zijn beperkingen, nog steeds de basis is van de territoriale integriteit, soevereiniteit, internationale rechtspersoonlijkheid en politieke onafhankelijkheid van BiH; benadrukt dat er in de loop van deze twintig jaar vooruitgang is geboekt in het land en in de regio, maar dat op het vlak van verzoening en van ontwikkeling en versteviging van de democratie bijkomende inspanningen nodig zijn;

4.  betreurt het dat de maatschappij in BiH nog steeds in etnische groepen is ingedeeld, en dat het besluit van het EHRM in de zaak Sejdić-Finci nog niet is geïmplementeerd; roept de EU op tot meer inspanningen om tussen de bevolkingsgroepen een overeenkomst over de implementatie van het besluit mogelijk te maken, gelijke rechten voor alle burgers van BiH te waarborgen, en de verbintenissen op het vlak van de mensenrechten te verbeteren;

5.  benadrukt de belangrijke rol van maatschappelijke organisaties aan de basis in het proces van vredesopbouw en verzoening, en met name de deelname van jongeren aan een interculturele dialoog en uitwisseling, en daarnaast ook aan de politiek; merkt op dat een belangrijke rol is weggelegd voor cultureel activisten, artiesten, schrijvers en academici bij het stimuleren van dialoog en begrip tussen de verschillende groepen in de maatschappij; spoort aan het onderwijs te stimuleren en zo de democratie, de basisrechten en het burgerschap in Bosnië te bevorderen;

6.  uit zijn ernstige bezorgdheid over de lopende voorbereidingen voor het referendum dat in Republika Srpska gehouden wordt over de staatsrechtbank en het openbaar ministerie van BiH; dit kan immers ook opgevat worden als een aanval op de territoriale integriteit en soevereiniteit van BiH; veroordeelt bovendien het recente besluit van de regering in Republika Srpska om de samenwerking met bepaalde justitiële en wetshandhavingsorganen in het land stop te zetten; benadrukt dat tekortkomingen in het justitiële systeem en andere problemen op het vlak van de wetshandhaving in BiH aangepakt moeten worden in het kader van de gestructureerde dialoog over justitie; herhaalt de belofte om de hervorming van justitie evenals de kwesties die met oorlogsmisdaden te maken hebben als grootste prioriteiten van de gestructureerde dialoog te behouden;

7.  benadrukt dat entiteiten krachtens het vredesakkoord van Dayton geen recht hebben zich af te scheiden; herinnert er bovendien aan dat alle politieke partijen zich met de ondertekening van de schriftelijke toezegging ertoe hebben verbonden de "soevereiniteit, territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid van Bosnië en Herzegovina" te zullen eerbiedigen;

8.  herinnert eraan dat op grond van het akkoord van Dayton enkel de centrale overheden het land mogen vertegenwoordigen in internationale organisaties, maar wijst erop dat de logge bureaucratische structuur en het ingewikkelde, tijdrovende en inefficiënte besluitvormingsproces in BiH de kansen op Europese integratie doen verminderen, en het vermogen van het land om te functioneren als lid van de EU ondermijnen; betreurt het dat, na de inwerkingtreding van het SAO en in overeenstemming met de regels en verplichtingen die eruit volgen, het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité niet werd opgericht, omdat vanuit BiH het verzoek kwam om een etnische dimensie in het gezamenlijke reglement in te voeren; verzoekt de autoriteiten van BiH met klem om het functionaliteitsprobleem in nauwe samenwerking met de Commissie van Venetië op te lossen; vraagt de EU-instellingen grondig te overwegen om actief deel te nemen aan de inspanningen om tot een duurzame oplossing voor de grondwettelijke regeling van BiH te komen;

9.  herhaalt, twintig jaar na de ondertekening van het akkoord van Dayton, de belofte van Europa tot vrede en welvaart in Bosnië en Herzegovina; ondersteunt het Europees perspectief van het akkoord, en stimuleert politieke hervormingen die de sociaal-economische ontwikkeling bevorderen en de werking van de staat verbeteren, wat voor betere leefomstandigheden voor alle burgers in het land zal zorgen; waarschuwt nadrukkelijk tegen nationalistische retoriek, die de vooruitgang die tot nu toe geboekt is, weer teniet kan doen;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, het presidentschap van BiH, de ministerraad van BiH, de Parlementaire Vergadering van BiH, de regeringen en de parlementen van de Federatie van BiH en Republika Srpska, de regeringen van de tien provincies/kantons, en de ondertekenende partijen van het vredesakkoord van Dayton.