Procedure : 2015/3032(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0069/2016

Ingediende teksten :

B8-0069/2016

Debatten :

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0018

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 297kWORD 93k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0068/2016
15.1.2016
PE575.971v01-00
 
B8-0069/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de tenuitvoerlegging van de associatieovereenkomsten en de diepe en brede vrijhandelsovereenkomsten met Georgië, Moldavië en Oekraïne (2015/3032(RSP))


Cristian Dan Preda, Elmar Brok, Jacek Saryusz-Wolski, Andrej Plenković, Sandra Kalniete, Jerzy Buzek, David McAllister, Michael Gahler, Daniel Caspary, Iuliu Winkler, Andrzej Grzyb, Tunne Kelam, Jaromír Štětina, Alojz Peterle, Davor Ivo Stier, László Tőkés, Jarosław Wałęsa, Bogdan Andrzej Zdrojewski, Mariya Gabriel, Fernando Ruas, Siegfried Mureşan, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Dariusz Rosati, Ramón Luis Valcárcel Siso namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de tenuitvoerlegging van de associatieovereenkomsten en de diepe en brede vrijhandelsovereenkomsten met Georgië, Moldavië en Oekraïne (2015/3032(RSP))  
B8-0069/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien de associatieovereenkomsten / diepe en brede vrijhandelsruimten tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, Moldavië en Oekraïne, anderzijds,

–  gezien de ratificatie door het Europees Parlement van deze overeenkomsten in september (Oekraïne), november (Moldavië) en december (Georgië) 2014,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Georgië, Moldavië en Oekraïne en zijn recente verslag over de herziening van het Europees nabuurschapsbeleid (ENB) en het Oostelijk Partnerschap,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de top van het Oostelijk Partnerschap in Riga op 21 en 22 mei 2015,

–  gezien de gezamenlijke mededeling van de vicevoorzitter van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid van 18 november 2015 over de herziening van het ENB,

–  gezien de voortgangsverslagen van 18 december 2015 over de tenuitvoerlegging door Georgië en Oekraïne van het actieplan voor visumliberalisering,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Georgië, Moldavië en Oekraïne deel uitmaken van het Oostelijk Partnerschap en hebben gekozen voor economische integratie en nauwere politieke samenwerking met de EU, door middel van de meest vooruitstrevende associatieovereenkomst tot nu toe, die de verwezenlijking van diepe en brede vrijhandelsruimten omvatten (AA/DCFTA's), alsmede door middel van een hervormingsagenda die gebaseerd is op de gemeenschappelijke waarden democratie, behoorlijk bestuur, de beginselen van de rechtsstaat, mensenrechten en fundamentele vrijheden;

B.  overwegende dat de EU zich bewust is van de Europese aspiraties van de drie landen, en benadrukt de toegevoegde waarde van de associatieovereenkomsten voor hun hervormingsprocessen;

C.  overwegende dat er op 1 september 2014 een begin is gemaakt met de voorlopige tenuitvoerlegging van de AA/DCFTA's met Georgië en Moldavië;

D.  overwegende dat er op 1 november 2014 is begonnen met de voorlopige toepassing van de associatieovereenkomst met Oekraïne, maar dat er pas op 1 januari 2016 een begin is gemaakt met de verwezenlijking van diepe en brede vrijhandelsruimten met Oekraïne;

E.  overwegende dat in april 2014 visumvrij reizen werd ingevoerd tussen de EU en Moldavië, en overwegende dat in de meest recente verslagen van de Commissie uit december 2015 wordt aangegeven dat Georgië en Oekraïne nu voldoen aan de vereisten die zijn vastgelegd in het actieplan voor visumliberalisering;

F.  overwegende dat de betrokkenheid van de EU bij de landen van het Oostelijk Partnerschap op grote weerstand is gestuit en agressieve reacties heeft uitgelokt bij de Russische Federatie, zoals vergeldingsmaatregelen tegen de associatielanden; overwegende dat de DCFTA's niet gericht zijn op de belangen van derden, en overwegende dat de EU voldoende goede wil en inspanningen aan de dag heeft gelegd om alle twijfels in verband met de gevolgen van de tenuitvoerlegging van die overeenkomsten weg te nemen;

1.  is ingenomen met de vooruitgang die tot nu toe geboekt is bij de tenuitvoerlegging van de AA/DCFTA's; wijst erop dat de EU en de drie partnerlanden de nauwgezette en tijdige tenuitvoerlegging van deze AA/DCFTA's en de bijbehorende associatieagenda's als prioriteit voor de lange termijn moeten blijven beschouwen; herinnert de Commissie eraan dat zij alles in het werk moet stellen om de volledige en succesvolle tenuitvoerlegging van de AA/DCFTA's in alle drie de landen te steunen;

2.  wijst erop dat het welslagen van de tenuitvoerlegging van de AA/DCFTA's afhankelijk is van een stabiel politiek klimaat, concrete plannen voor de hervorming van het handelsbeleid, institutionele capaciteit met een duidelijke verdeling van de verantwoordelijkheid, strategisch denken, de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en internationale financiële en technische ondersteuning;

3.  constateert dat alle drie de landen kampen met soortgelijke uitdagingen op het vlak van hun territoriale integriteit en te maken hebben met interne druk vanwege politieke, sociale en economische hervormingen; benadrukt dat de prioriteit in hun structurele hervormingen moet liggen bij het consolideren van de democratie, het uitroeien van corruptie en het versterken van de rechtsstaat;

4.  spreekt opnieuw zijn krachtige steun uit voor de soevereiniteit en de territoriale integriteit van alle drie de partnerlanden binnen hun internationaal erkende grenzen;

5.  onderstreept dat de associatielanden er uit vrije wil voor hebben gekozen om de betrekkingen met de Europese Unie te verdiepen, en dat hun keuze volledig moet worden gerespecteerd en niet onder druk mag worden gezet door derden; benadrukt dat deze band gericht is op het stimuleren van de stabiliteit, de modernisering van de economie, en welvaart en democratie in die landen, op basis van de eerbiediging van de mensenrechten, behoorlijk bestuur en de beginselen van de rechtsstaat;

6.  is ingenomen met de positieve evaluatie van de Commissie over visumliberalisering voor Oekraïne en Georgië bij de laatste beoordeling van de tenuitvoerlegging van het actieplan voor visumliberalisering met de twee landen; verwacht van de Raad en de lidstaten dat ze doorgaan op de ingeslagen weg en de twee landen zonder nodeloze vertraging een visumvrije reisregeling toekennen; vertrouwt erop dat een visumvrije regeling door de burgers van de twee landen zal worden beschouwd als een tastbaar voordeel van hun keuze voor Europa en bovendien de menselijke contacten zal aanwakkeren tussen EU-bedrijven, het maatschappelijk middenveld en burgers met hun tegenhangers in de landen van het Oostelijk Partnerschap;

7.  benadrukt dat de hardnekkige corruptie en de politisering en het gebrek aan onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, als gevolg waarvan de sociaal-economische ontwikkeling van de associatielanden ernstig belemmerd wordt, een gemeenschappelijke uitdaging blijven vormen voor de drie associatielanden bij hun vastberaden hervormingsinspanningen volgens de letter en de geest van de AA/DCFTA's;

8.  onderstreept dat de belangrijkste doelstellingen van de diepe en brede vrijhandelsruimten op kleine schaal zijn om tastbare en duurzame verbeteringen aan te brengen in de leefomstandigheden van gewone burgers door stabiliteit te garanderen, mogelijkheden te creëren voor kmo's en banen te scheppen, en op grote schaal om groei te genereren en hervormingen te stimuleren, onder andere door corruptie te bestrijden, de omstandigheden voor de ontwikkeling van de handel en investeringen te verbeteren, de harmonisatie van het regelgevingskader en de geleidelijke economische integratie van de partnerlanden in de interne markt van de EU aan te moedigen en een gunstig en voorspelbaar ondernemingsklimaat te creëren;

9.  verzoekt de Commissie jaarlijks in detail verslag uit te brengen over de tenuitvoerlegging van de DCFTA's met Georgië, Moldavië en Oekraïne, met name over het antiontwijkingsmechanisme voor Georgië en het antiontwijkingsmechanisme en de vrijwaringsclausule in het geval van Moldavië;

10.  benadrukt het belang van de bepalingen in de AA/DCFTA's over de samenwerking op energiegebied met het oog op de voorzieningszekerheid en de ontwikkeling van concurrerende, transparante en niet-discriminerende energiemarkten, in overeenstemming met EU-voorschriften en -normen, en met het oog op hernieuwbare energie en energie-efficiëntie; staat achter de intentie van de EU om via de energiegemeenschap een volledige integratie van de energiemarkt met die van Moldavië, Oekraïne en Georgië te bevorderen;

11.  wijst erop hoe belangrijk het is om de bevolking van de associatielanden de voordelen uit te leggen van de tenuitvoerlegging van de AA/DCFTA's en eventuele mythen te ontzenuwen; verzoekt de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) de inspanningen van het maatschappelijk middenveld en de media op dit vlak te ondersteunen, en is ingenomen met het werk dat het East StratCom Team hiervoor heeft verzet;

Georgië

12.  benadrukt dat er een rustig en eerbiedig politiek klimaat moet worden gewaarborgd en moet worden toegezien op volledige inachtneming van de onafhankelijkheid en doeltreffendheid van de instellingen waarmee het functioneren van de democratie, de beginselen van de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten in Georgië gegarandeerd wordt; onderstreept dat een levensvatbare politieke oppositie cruciaal is voor een evenwichtig en rijp politiek bestel; veroordeelt alle gemelde gevallen van geweld tegen leden van een politieke partij, en benadrukt dat al deze gewelddaden onmiddellijk grondig moeten worden onderzocht;

13.  is van mening dat de vervolging van de voormalige president van Georgië, Micheil Saakasjvili, en de detentie en gevangenzetting van ambtenaren die werkten voor vorige regeringen en leden van de huidige oppositie flagrante voorbeelden zijn van selectieve rechtspraak; toont zich uiterst bezorgd over de uitbuiting van het gerechtelijk apparaat om politieke tegenstanders vleugellam te maken, hetgeen de Europese koers van Georgië en de inspanningen van de Georgische autoriteiten op het gebied van democratische hervormingen ondermijnt; herinnert aan de zaak van de voormalige burgemeester van Tblisi, Gigi Oegoelava, die binnen 23 uur na zijn vrijlating uit de gevangenis gearresteerd werd nadat het constitutionele hof verklaard had dat de verlenging van zijn voorarrest ongrondwettelijk en onrechtmatig was; verzoekt de politieke leiders van Georgië zich te richten op de toekomst van hun land en een einde te maken aan de politieke polarisatie;

14.  benadrukt dat vervolgingen transparant, onpartijdig, gefundeerd, evenredig en gespeend van politieke beweegredenen moeten zijn, volledig moeten beantwoorden aan het beginsel van behoorlijke onderzoeks- en rechtsgang en moeten plaatsvinden met volledige inachtneming van de beginselen van een eerlijk proces, als verankerd in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens;

15.  toont zich verontrust over de recente pogingen om te veranderen van eigenaar en redactioneel beleid bij de populairste onafhankelijke televisiezender van Georgië, Rustavi 2; eist dat deze politieke intimidatie gestaakt wordt; herinnert eraan dat deze situatie vooral zorgwekkend is gezien de steeds beperktere mediavrijheid, dit in grote mate indruist tegen de letter en de geest van de AA/DCFTA'S en bovendien de Europese koers van Georgië in gevaar brengt;

16.  verzoekt de Georgische regering, vooral met het oog op de parlementsverkiezingen van 2016, om een gunstig klimaat te scheppen voor vrije media waarin de vrijheid van meningsuiting en de pluriformiteit van de media wordt bevorderd, en om de media in staat te stellen zich te wijden aan onafhankelijke en objectieve verslaggeving zonder politieke of economische druk;

17.  verzoekt de Commissie en de EDEO om een deskundigendelegatie met hoge adviseurs, bestaande uit gepensioneerde rechters van het Europees Hof van Justitie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, te sturen om toezicht uit te oefenen op de zaak Rustavi 2;

18.  herhaalt zijn ferme steun voor de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië, binnen zijn internationaal erkende grenzen, en toont zich wederom verontrust ten aanzien van de voortdurende bezetting van de Georgische gebieden van Abchazië en het Tsinvali-gebied/Zuid-Ossetië door Russische troepen; is sterk gekant tegen de voortzetting en uitbreiding van het door Rusland geïnitieerde proces van "grensbepaling" langs de administratieve grens, die ernstige humanitaire gevolgen met zich meebrengt; spoort Georgië aan zich te blijven inzetten om de gemeenschappen op zijn hele grondgebied te bereiken;

Moldavië

19.  maakt zich ernstige zorgen over de feitelijke, stelselmatige politieke instabiliteit die sinds de laatste parlementsverkiezingen van 30 november 2014 ook nu nog voortduurt; betreurt het dat het parlement van Moldavië en de politieke partijen die daarin vertegenwoordigd zijn er nog niet in zijn geslaagd om een nieuwe regering te vormen nadat de motie van wantrouwen op 29 oktober 2015 had geleid tot het ontslag van de door premier Valeriu Streleț geleide regering; wijst op de mislukte pogingen om een nieuwe regering te vormen op 4 en 13 januari;

20.  is van mening dat de huidige politieke impasse in Moldavië een kritiek punt heeft bereikt waarbij er een risico bestaat op een verdere destabilisatie van het land en zijn toch al zwakke instellingen, en de economie in het gedrang kan komen, vooral door een daling van de directe buitenlandse investeringen en belastinginkomsten;

21.  verzoekt alle Europagezinde politieke partijen in Moldavië hun verschillen terzijde te schuiven en hun verantwoordelijkheid te nemen, een serieus begin te maken met de onderhandelingen om deze crisis te beëindigen, en een meerderheid te vinden om een stabiele regering te vormen die haar tijd zal uitdienen tot het einde van de huidige parlementaire zittingsperiode en er meteen toe overgaat om alle noodzakelijke hervormingen resoluut door te voeren met duidelijke doelstellingen en een precies tijdschema;

22.  verzoekt de Europagezinde partijen de grimmige geopolitieke gevolgen onder ogen te zien als hun inspanningen om een nieuwe regering te vormen tot niets hebben geleid op 29 januari 2016, de termijn die is gesteld met een uitspraak van het constitutioneel hof, hetgeen zou resulteren in vervroegde verkiezingen; benadrukt de mogelijke negatieve gevolgen die vervroegde verkiezingen zouden hebben voor het draagvlak van Europagezinde partijen evenals de mogelijke/realistische geopolitieke koerswijziging en de verdere destabilisatie van het land;

23.  wijst erop dat de noodzakelijke hervormingen in Moldavië de volgende elementen omvatten: het uitroeien van stelselmatige corruptie, het ongedaan maken van de "gijzeling van de staat", de verwezenlijking van een onafhankelijke, onpartijdige en gedepolitiseerde rechtspraak, het stabiliseren van de economie in overeenstemming met de eisen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), en het waarborgen van doeltreffend toezicht op de banksector; betreurt het dat de financiële steun van de EU sinds begin 2015 is opgeschort vanwege de politieke instabiliteit, het onvermogen van de Moldavische instellingen om hun doelstellingen te halen en het gebrek aan overeenstemming met het IMF; vestigt de aandacht op eventuele wanbetaling aan het begin van 2016 als de huidige politieke crisis aanhoudt;

24.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om alle nodige technische kennis en financiële steun te verstrekken aan de toekomstige regering van Moldavië, in navolging van de steungroep voor Oekraïne, onder andere door deskundigen en ambtenaren uit Brussel en hoofdsteden van lidstaten te detacheren en ze in te zetten in het Moldavische bestuur zodat ze ter plaatse dagelijks kunnen helpen bij en controle uitoefenen op de doorvoering van de hervormingen;

25.  herinnert eraan dat alles in het werk moet worden gesteld en er politieke wil en moed moet worden getoond om gedegen onderzoek te doen naar het corruptieschandaal dat leidde tot de diefstal van een slordige 1 miljard euro (ongeveer 18 % van het plaatselijke bbp) in de banksector, dat de verantwoordelijken moeten worden berecht en het verdonkeremaande bedrag moet worden teruggevorderd; is van mening dat alle bovenstaande maatregelen een belangrijke stap van de politieke klasse zou zijn om het vertrouwen van de samenleving terug te winnen;

Oekraïne

26.  is ingenomen met de inwerkingtreding van de diepe en brede vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Oekraïne op 1 januari 2016; vindt het echter kwalijk dat de Russische Federatie haar vrijhandelsovereenkomst met Oekraïne unilateraal heeft opgeschort, zware handelsbeperkingen heeft opgelegd voor Oekraïense exportproducten naar Rusland, en de doorvoer van goederen naar derde landen belemmert, hetgeen in strijd is met de verdragen van de Wereldhandelsorganisatie en andere bilaterale handelsverdragen en nadelige gevolgen heeft voor de Oekraïense economie en zijn buitenlandse handel; verzoekt de Commissie actie te ondernemen waardoor Rusland wordt gestimuleerd om deze maatregelen recht te zetten en teniet te doen; heeft de intentie om zich in de desbetreffende organen van het Europees Parlement te blijven bezighouden met de DCFTA tussen de EU en Oekraïne;

27.  benadrukt de ongekende openheid en inspanningen van de Commissie sinds meer dan anderhalf jaar om alle twijfels aan Russische zijde in verband met de gevolgen van de tenuitvoerlegging van de DCFTA bespreekbaar te maken en praktische oplossingen te vinden; betreurt het dat de Russen geen concrete voorbeelden aandragen van de manier waarop haar eigen markt en handel zou worden getroffen door de inwerkingtreding van de DCFTA; wijst er nogmaals op dat de tenuitvoerlegging van de AA/DCFTA Rusland voordelen kan bieden, zoals meer handels- en economische activiteiten en een stabielere regio;

28.  veroordeelt het agressieve en expansionistische beleid van Rusland nogmaals sterk, aangezien dat een bedreiging vormt voor de eenheid, territoriale integriteit en onafhankelijkheid van Oekraïne en de Europese Unie zelf, en is sterk gekant tegen de militaire interventie en bezetting van Oekraïens grondgebied, waaronder de illegale annexatie van de Krim, die een schending vormen van het internationaal recht en de verplichtingen van Rusland zelf uit hoofde van het Handvest van de Verenigde Naties, de Slotakte van Helsinki van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en het Memorandum van Boedapest van 5 december 1994;

29.  maakt zich ernstige zorgen over de tenuitvoerlegging van de akkoorden van Minsk tot de aanvankelijk overeengekomen termijn van 31 december 2015; wijst erop dat de Russische autoriteiten een bijzondere verantwoordelijkheid hebben op dit vlak; herinnert eraan dat de schendingen van het staakt-het-vuren zijn toegenomen sinds half oktober, dat waarnemers van de speciale waarnemingsmissie van de OVSE nog altijd beperkt worden in hun bewegingsvrijheid, dat het herstel van de Oekraïense controle over de volledige lengte van zijn grens met Rusland niet is verwezenlijkt, dat er geen akkoord is bereikt over de omstandigheden waarin de plaatselijke verkiezingen in de tijdelijk bezette gebieden Loehansk en Donetsk moeten plaatsvinden, en dat niet alle gevangenen en onrechtmatig in bewaring gestelde personen zoals Nadiya Savchenko en Oleg Sentsov zijn vrijgelaten;

30.  is tevreden met het besluit van de Raad van 21 december 2015 om de economische sancties tegen de Russische Federatie te verlengen, als gevolg van de niet-naleving van de akkoorden van Minsk; herinnert eraan dat de volledige tenuitvoerlegging van de akkoorden van Minsk een voorwaarde is voor de opschorting van de sancties;

31.  feliciteert Oekraïne met het positieve definitieve voortgangsverslag over de tenuitvoerlegging van het actieplan voor visumliberalisering, dat in december 2015 openbaar werd gemaakt door de Commissie; verwacht van de Oekraïense leiding dat ze haar anti-corruptietoezeggingen in het eerste kwartaal van 2016 nakomt; is ingenomen met de voortdurende inspanningen van de Oekraïense autoriteiten om het actieplan voor visumliberalisering uit te voeren; vertrouwt erop dat de snelle invoering van een visumvrije regeling door een overgrote meerderheid van de Oekraïense bevolking zal worden gezien als een tastbaar voordeel van hun keuze voor Europa; verwacht een concreet wetgevingsvoorstel van de Commissie om Oekraïne aan de lijst toe te voegen van derde landen waarvan de inwoners vrijgesteld zijn van de visumplicht;

32.  benadrukt dat de grootste uitdaging van de hervormingsinspanningen de hardnekkige corruptie is; dringt er bij de Oekraïense autoriteiten op aan zich te verplichten tot de uitbanning van corruptie in het land; is ingenomen met de tot nu toe genomen besluiten, zoals het opstellen van wetgeving, de oprichting van instellingen (het nationale anti-corruptiebureau, het nationaal agentschap voor de preventie van corruptie, een speciale anti-corruptieaanklager) en de instelling van mechanismen om corruptie te bestrijden; is groot voorstander van het waarborgen van de politieke onafhankelijkheid, evenals van toereikende financiële en andere hulpbronnen zodat de instellingen hun taken kunnen uitvoeren en zodoende volledig kunnen voldoen aan de verwachtingen van de internationale gemeenschap, maar bovenal van de Oekraïense burgers; benadrukt in het bijzonder dat de anti-corruptie-instellingen politiek onafhankelijk moeten zijn en moeten worden uitgerust met voldoende bevoegdheden en hulpbronnen om hun mandaat daadwerkelijk uit te kunnen voeren; dringt er bij de autoriteiten op aan geen enkele concessie te doen op dit vlak en de gevestigde belangen aan te vechten, aangezien zowel de internationale gemeenschap die zich achter Oekraïne schaart, als de Oekraïense burgers snelle en tastbare resultaten verwachten in de strijd tegen corruptie; wijst erop dat vooruitgang alleen zal worden gemeten op grond van resultaten en niet aan de hand van goede bedoelingen;

33.  verwacht dat de Oekraïense autoriteiten de bepalingen van de DCFTA en de associatieagenda snel en nauwgezet ten uitvoer leggen; begrijpt dat de oorlogssituatie in het oosten van Oekraïne deze inspanning ernstig bemoeilijkt; maakt echter duidelijk dat het succes en de veerkracht van Oekraïne jegens externe vijanden sterk afhankelijk zijn van de vitaliteit van zijn economie en rechtskader, een goed functionerende democratie en groeiende welvaart;

34.  herinnert eraan dat de volledige tenuitvoerlegging van de AA/DCFTA's zal leiden tot grotere stabiliteit, duurzame groei, toegang tot nieuwe markten en de harmonisatie van EU-voorschriften en -normen, wat het economisch klimaat ten goede zal komen en de besluitvoering in bijvoorbeeld aanbestedingsprocedures transparanter zal maken, waarmee afstand wordt genomen van de oligarchische praktijk van onderhandse economische deals die kenmerkend waren voor het post-Sovjettijdperk; wijst erop dat dit tastbare resultaten oplevert voor gewone burgers, banen genereert en ze in staat stelt te functioneren in een land met gezonde en sterke instellingen, zodat de bevolking respect en waardigheid ten deel valt;

35.  merkt op dat om het vertrouwen van de Oekraïense mensen in de oprechtheid van de hervormingsinspanningen van de huidige Oekraïense autoriteiten geheel te herstellen, de hervorming van de rechterlijke macht en de met vervolging belaste autoriteiten moet worden behandeld als prioriteit voor de lange termijn; constateert dat deze hervormingen een nieuwe generatie van onafhankelijke beroepsbeoefenaars moeten opleveren die worden aangeworven via onbevooroordeelde, competitieve selectieprocedures; benadrukt dat de procureur-generaal het vertrouwen van de mensen moet terugwinnen door degenen die verantwoordelijk zijn voor het doden van de Euromaidan-demonstranten te berechten; is van mening dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, transparante procedures en depolitisering cruciaal zijn; wijst erop dat er een doeltreffende rechtsstaat moet worden ingesteld; benadrukt dat de vooruitgang zichtbaar zal worden zodra er radicaal wordt afgerekend met het verleden en gewone mensen weten dat het recht aan hun kant staat en niet aan de kant van degenen die daarvoor kunnen betalen, zoals de afgelopen twintig jaar het geval is geweest;

35.  is verheugd over het lopende proces van constitutionele hervormingen op het vlak van decentralisatie en de rechtspraak; herinnert eraan dat de Commissie van Venetië van de Raad van Europa positieve aanbevelingen heeft gedaan over beide reeksen constitutionele amendementen; benadrukt dat de goedkeuring van de amendementen over de rechterlijke macht de weg plaveien voor een alomvattende hervorming van de rechtspraak, en is dan ook ingenomen met de stap die onlangs is gezet door het Oekraïense parlement om deze amendementen naar het constitutionele hof te sturen; onderstreept dat de amendementen over decentralisatie een afspiegeling zijn van een vereiste uit de akkoorden van Minsk en bovendien in grote mate zullen bijdragen aan de modernisering van het land; verzoekt het Oekraïense parlement dan ook om snel over te gaan tot de goedkeuring van deze amendementen in tweede lezing;

36.  is verontrust over de toestand waarin de Oekraïense economie verkeert en over de algemene financiële situatie waarin het land zich bevindt; neemt kennis van de lichte vooruitgang die is gemeld in de stabilisatie van de economische prestaties; prijst de gedenkwaardige deal voor schuldverlichting, die Oekraïne in september 2015 met zijn schuldeisers heeft weten te sluiten; herinnert eraan dat de internationale gemeenschap, met name de EU, in Europa gevestigde internationale financiële instellingen, het IMF en individuele landendonoren, een ongeëvenaard bedrag van omstreeks 20 miljard euro heeft toegezegd; benadrukt dat de uitbetaling daarvan strikt moet worden gekoppeld aan tastbare vooruitgang bij de hervormingen, benchmarks en tijdschema's bij de tenuitvoerlegging; is van mening dat de deregulering en demonopolisering van de economie een prioriteit moet blijven, evenals verdere hervormingen van de regelgeving, echte privatisering, fiscale hervormingen, meer transparantie en het creëren van een gunstig investeringsklimaat; is verheugd over het onlangs opgerichte Bureau voor betere regelgeving dat dit doel moet dienen; pleit voor de actieve betrokkenheid van deskundigen uit zowel Oekraïne als de EU, om een bijdrage te leveren door onafhankelijke expertise te verstrekken en toezicht uit te oefenen op het tenuitvoerleggingsproces van de hervormingen;

37.  waardeert het doeltreffende en dynamische werk van het Parlementair Associatiecomité EU-Oekraïne bij het toezicht op de politieke, economische en veiligheidssituatie in Oekraïne, evenals zijn inzet en steun voor de verbetering van de op de EU georiënteerde hervormingsprocessen die de Oekraïense autoriteiten zijn aangegaan; wijst op het memorandum van overeenstemming dat in 2015 is ondertekend door de Verkhovna Rada van Oekraïne en het Europees Parlement met het oog op de oprichting van een gezamenlijk kader voor parlementaire steun en capaciteitsopbouw tussen de twee parlementen; wijst erop dat er momenteel een missie ter beoordeling van de behoeften plaatsvindt om de voorwaarden voor steun van het Europees Parlement aan de Verkhovna Rada van Oekraïne vast te leggen;

38.  benadrukt dat het maatschappelijk middenveld in Oekraïne moet worden versterkt om de autoriteiten te adviseren en te ondersteunen bij de verwezenlijking van de beloofde hervormingen en op te treden als een doeltreffende waakhond en klokkenluider; is ingenomen met de doeltreffende samenwerking tussen de deskundigen en de Verkhovna Rada tijdens het hervormingsproces en de tenuitvoerlegging van de AA/DCFTA's; vindt het prijzenswaardig dat de prioriteiten van de Verkhovna Rada vorm hebben gekregen na een uitvoerige dialoog met het maatschappelijk middenveld; pleit voor een krachtiger aanpak om bewustzijn te creëren in het bedrijfsleven, vooral bij kleine en middelgrote ondernemingen, over de specifieke mogelijkheden die de AA/DCFTA's bieden; verzoekt andere overheidsinstellingen om partnerschappen aan te gaan met het maatschappelijk middenveld, aangezien er voor de tenuitvoerlegging van de AA/DCFTA's een breed draagvlak in de samenleving nodig is, hetgeen alleen kan worden bewerkstelligd met dialoog en gedachtewisselingen;

39.  toont zich uiterst bezorgd over de schendingen van de mensenrechten in Oost-Oekraïne en op de Krim, een gebied dat de Russische Federatie op onrechtmatige wijze geannexeerd heeft en waar de Krim-Tataren en andere minderheden, met name religieuze minderheden, het slachtoffer zijn van gerichte mensenrechtenschendingen, als een gevolg van de volledige ontwrichting van de maatschappelijke orde;

40.  benadrukt dat de EU, samen met de Oekraïense autoriteiten, aandacht moet blijven schenken aan de humanitaire crisis in Oekraïne, en de rampzalige humanitaire situatie, in het bijzonder de toestand van intern ontheemden, moet aanpakken; prijst de inspanningen die de Oekraïense autoriteiten, de Commissie, de lidstaten en de internationale gemeenschap als geheel zich hebben getroost op dat vlak; herinnert aan zijn eerdere oproepen aan de Commissie om de zichtbaarheid van de humanitaire hulp van de EU te vergroten, en benadrukt dat dit een tastbare manier is om de mensen in de getroffen gebieden gevoelsmatig en rationeel voor zich te winnen; benadrukt dat Oekraïne extra financiële bijstand van de EU nodig heeft om de ernstige humanitaire crisis het hoofd te kunnen bieden;

41.  toont zich uiterst bezorgd over de achtergrond waartegen het op stapel staande Nederlandse raadplegende referendum over de AA/DCFTA's tussen de EU en de Oekraïne zal worden gehouden; vertrouwt erop dat de beslissing van de Nederlanders zal worden genomen op grond van de verdiensten van de overeenkomst, en dat de concrete effecten voor de EU in het algemeen en Nederland in het bijzonder op waarde worden geschat; verzoekt om duidelijkheid van de Nederlandse regering over de opvolging die zij wenst te geven aan de uitslag van het referendum;

°

°  °

42.  benadrukt dat de ondertekening en ratificatie van de associatieovereenkomsten geen einddoel op zich is van de betrekkingen tussen de EU en Georgië, Moldavië en Oekraïne, en wijst erop dat Georgië, Moldavië en Oekraïne overeenkomstig artikel 49 VEU net als alle Europese landen een Europese dimensie kennen en kunnen verzoeken lid te worden van de Europese Unie voor zover ze de beginselen van democratie, de fundamentele vrijheden, de mensenrechten en de rechten van minderheden eerbiedigen en het functioneren van de rechtsstaat garanderen;

43.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de presidenten, premiers en parlementsvoorzitters van Georgië, Moldavië en Oekraïne, de voorzitter van de Europese Raad, de voorzitter van de Europese Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken.

Juridische mededeling - Privacybeleid