Procedure : 2015/3032(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0077/2016

Ingediende teksten :

B8-0077/2016

Debatten :

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0018

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 285kWORD 87k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0068/2016
15.1.2016
PE575.979v01-00
 
B8-0077/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de tenuitvoerlegging van de associatieovereenkomsten en de diepe en brede vrijhandelsovereenkomsten met Georgië, Moldavië en Oekraïne (2015/3032(RSP))


Petras Auštrevičius, Javier Nart, Marietje Schaake, Johannes Cornelis van Baalen, Dita Charanzová, Ilhan Kyuchyuk, Louis Michel, Norica Nicolai, Urmas Paet, Jozo Radoš, Pavel Telička, Ivo Vajgl namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de tenuitvoerlegging van de associatieovereenkomsten en de diepe en brede vrijhandelsovereenkomsten met Georgië, Moldavië en Oekraïne (2015/3032(RSP))  
B8-0077/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien de associatieovereenkomsten van 27 juni 2014 tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, Moldavië en Oekraïne, anderzijds, alsmede de bijbehorende overeenkomsten over een diepe en brede vrijhandelsruimte,

–  gezien de ratificatie door het Europees Parlement van deze overeenkomsten in september (Oekraïne), november (Moldavië) en december (Georgië) 2014, en gezien de bijbehorende resoluties die het Europees Parlement destijds heeft aangenomen,

–  gezien zijn in juni 2015 aangenomen verslag over de herziening van het Europees nabuurschapsbeleid, en gezien zijn desbetreffende resoluties over de politieke situatie in de drie landen,

–  gezien de associatieagenda's voor 2014-2016 – de opvolgers van het actieplan voor de drie landen in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid,

–  gezien de voortgangsverslagen over de tenuitvoerlegging door Georgië en Oekraïne van het actieplan voor visumliberalisering van 18 december 2015,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het Europees nabuurschapsbeleid (ENB) en het oostelijk partnerschap zijn ontwikkeld en bedoeld om vrede, stabiliteit en welvaart in Europa te bevorderen door middel van ondersteuning van de democratie, de rechtsstaat en duurzame economische ontwikkeling; overwegende dat het ENB en de betrokkenheid van de EU bij en haar partnerschap met de oostelijke buren nooit is bedoeld als geopolitieke uitdaging van welk land dan ook;

B.  overwegende dat de associatieovereenkomsten thans al meer dan een jaar in werking zijn, evenals de handelsovereenkomsten met Georgië en Moldavië; overwegende dat de diepe en brede vrijhandelsruimte (DCFTA) tussen Oekraïne en de EU op 1 januari 2016 volledig in werking is getreden; overwegende dat de totstandbrenging van diepe en brede vrijhandelsruimten (DCFTA) tussen de EU en Georgië, de EU en Moldavië en de EU en Oekraïne een van de belangrijkste wederzijdse voordelen van de overeenkomsten vormt, aangezien het belang van de handel voor economische groei, het scheppen van banen, welvaart en stabiliteit onmiskenbaar is;

C.  overwegende dat visumvrij reizen tussen de EU en Moldavië in april 2014 werd ingevoerd, en overwegende dat in de meest recente verslagen van de Commissie uit december 2015 wordt aangegeven dat Georgië en Oekraïne thans voldoen aan de vereisten die zijn vastgelegd in het actieplan voor visumliberalisering;

D.  overwegende dat de betrokkenheid van de EU bij de oostelijke partners op verzet van de Russische Federatie is gestuit, waarbij de Russische Federatie de handreiking van de EU uitsluitend lijkt op te vatten als geopolitieke wedijver in een context waarin het verlies van de één de winst van de ander is;

E.  overwegende dat Rusland, direct dan wel indirect, betrokken blijft bij conflicten en interne verdeeldheid die alle drie de associatielanden raken – de conflicten over Abchazië en Zuid-Ossetië in Georgië, de kwestie-Transnistrië in Moldavië, de Russische annexatie van de Krim en de betrokkenheid van Rusland bij het conflict in het oostelijk deel van Oekraïne; overwegende dat deze conflicten de territoriale integriteit van de partnerlanden ondermijnen, in strijd zijn met het internationaal recht en de algehele veiligheidssituatie op het Europees continent aantasten;

F.  overwegende dat de Europese Unie en haar lidstaten een reeks sancties en restrictieve maatregelen tegen de Russische Federatie en Russische overheidsfunctionarissen heeft afgekondigd, met name als gevolg van de Russische annexatie van de Krim en de rechtstreekse betrokkenheid van Rusland bij het conflict in het oostelijk deel van Oekraïne;

G.  overwegende dat de associatielanden op vele terreinen meetbare vooruitgang boeken, terwijl zij tegelijkertijd onder interne politieke druk staan vanwege politieke, sociale en economische hervormingen en een zich nog steeds ontwikkelende democratische cultuur, en er tevens externe druk op hen wordt uitgeoefend;

H.  overwegende dat de democratische instellingen in de drie associatielanden nog altijd zwak zijn; overwegende dat de democratische vormgeving van deze landen beslissend wordt beïnvloed door economische belangen die in bepaalde politieke partijen een rol spelen, en daarmee ook in de regeringen en bij de kabinetsformaties;

I.  overwegende dat het sluiten van associatieovereenkomsten geen doel op zich is, maar deel uitmaakt van een breder proces om nauwere samenwerking aan te gaan met de associatielanden die dichter bij de EU liggen, op het gebied van juridische, economische, politieke en sociale hervormingen en convergentie; overwegende dat tenuitvoerlegging van de overeenkomsten daarom van essentieel belang is; overwegende dat dit proces is gebaseerd op de gemeenschappelijke waarden van de Europese Unie en de associatielanden, die alle lid zijn van de Raad van Europa;

1.  is ingenomen met de voortgang die is geboekt bij de tenuitvoerlegging van de associatieovereenkomsten en met de positieve uitwerking die de vrijhandelsovereenkomsten hebben gehad, te weten groeiende handel en uitbreiding van zakelijke contacten, impulsen tot hervorming en bijdragen aan economische groei, en benadrukt nogmaals dat de EU bereid is verdere inspanningen te leveren om de positieve resultaten van de hervormingen tot dusver te bestendigen, de effecten van de vrijhandelsovereenkomsten te monitoren en eventuele negatieve uitwerkingen op de nieuwe vigerende vrijhandelsregeling tot een minimum te beperken;

2.  onderstreept dat de associatielanden er uit vrije wil voor hebben gekozen zich contractueel te verbinden met de Europese Unie, en dat hun keuze volledig moet worden gerespecteerd; benadrukt andermaal dat het ENB en het oostelijk partnerschap geen politieke uitdaging vormen van welke derde partij dan ook, maar deel uitmaken van op de lange termijn gericht beleid ter bevordering van stabiliteit, welvaart en democratie op het Europese continent, gebaseerd op eerbiediging van de mensenrechten, goed bestuur, de rechtsstaat en een markteconomie;

3.  benadrukt dat de Raad van de Europese Unie de associatieovereenkomsten unaniem heeft ondertekend;

4.  is ingenomen met de positieve evaluatie die de Commissie gaf van de visumliberalisering voor Oekraïne en Georgië bij de laatste beoordeling van de tenuitvoerlegging van het actieplan voor visumliberalisering met de twee landen; verwacht van de Raad en de lidstaten dat zij doorgaan op de ingeslagen weg en de twee landen zonder nodeloze vertraging een visumvrije reisregeling toekennen;

5.  neemt kennis van het besluit van 21 december 2015 van de Raad om de economische sancties tegen Rusland uit te breiden, aangezien de overeenkomst van Minsk nog niet volledig is uitgevoerd; onderstreept dat volledige tenuitvoerlegging van de overeenkomst van Minsk cruciaal blijft voor de stabilisatie van het oostelijk deel van Oekraïne, en dat EU-sancties van kracht zullen blijven totdat Rusland zijn deel van de overeenkomst is nagekomen; herinnert eraan dat sancties geen doel op zich zijn en geeft uitdrukking aan zijn hoop dat de Russische Federatie het internationaal recht spoedig zal naleven, waarna de EU haar sancties zal kunnen opheffen;

6.  benadrukt dat de Europese Unie en alle multilaterale veiligheidsorganisaties in Europa, met name de OVSE en het Duitse OVSE-voorzitterschap, politieke aandacht moeten blijven besteden aan de conflicten in het oostelijk nabuurschap; verzoekt de EDEO, de Raad en de lidstaten zich proactiever op te stellen en gebruik te maken van alle diplomatieke en politieke mechanismen die zijn ingesteld om deze conflicten aan te pakken; wijst erop dat nieuwe vormen moeten worden overwogen wanneer een specifiek diplomatiek geschillenbeslechtingsmechanisme ondanks meerdere jaren van inspanning geen resultaten oplevert; herinnert eraan dat de EU het krachtigst kan optreden op het wereldtoneel wanneer zij verenigd is;

7.  verzoekt de Commissie en de EDEO om samen met de associatielanden maatregelen te ontwikkelen die zijn gericht op het opbouwen van vertrouwen, teneinde de spanning over de grenzen van afgescheiden gebieden te doen afnemen en het lijden van mensen onder deze conflicten te verlichten; benadrukt in dit verband het belang van het werk dat de GVDB-missies van de EU nog altijd verrichten – de EU-missie voor bijstandsverlening inzake grensbeheer (EUBAM) in Moldavië en Oekraïne en de EU-waarnemingsmissie (EUMM) in Georgië;

8.  onderstreept andermaal zijn steun aan de soevereiniteit en territoriale integriteit van alle landen in het oostelijk nabuurschap, ook van de drie associatielanden, en onderstreept dat de overeenkomsten, met inbegrip van de vrijhandelsbepalingen, ten uitvoer gelegd moeten worden op een wijze die het gemakkelijker maakt een oplossing te vinden voor territoriale conflicten;

9.  benadrukt dat de DCFTA zal bijdragen aan de modernisering en diversificatie van deze economieën door aanpassing aan de EU-wetgeving op gebieden als mededinging, overheidsopdrachten en bescherming van intellectuele-eigendomsrechten, en daarmee een impuls zal geven aan hervormingen en de bestrijding van corruptie; wijst erop dat de landen in aanmerking kunnen komen voor de uitvoer van producten van dierlijke oorsprong naar de EU wanneer zij verbeteringen doorvoeren op het gebied van voedselveiligheid; merkt op dat de aanpassing van sanitaire en fytosanitaire normen (SPS) en technische regelingen en normen aan de EU-vereisten moet leiden tot positieve groeieffecten op de landbouw en de voedselverwerkingssector;

10.  onderstreept dat de rechterlijke macht in Georgië, Oekraïne en Moldavië absoluut onafhankelijk dient te zijn;

11.  onderstreept tevens de noodzaak van werkelijke persvrijheid; onderstreept zijn bezorgdheid over alle gevallen waarin de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid op het spel staan;

12.  is van mening dat parlementaire controle een essentiële voorwaarde is voor de democratische ondersteuning van EU-beleid; dringt er derhalve bij de Commissie op aan dat zij de regelmatige en gedetailleerde monitoring van de tenuitvoerlegging van de DCFTA door het Europees Parlement tijdig faciliteert; dringt er bij de Commissie op aan om de tenuitvoerlegging van de DCFTA's nauwlettend te volgen teneinde sociale en milieudumping te voorkomen, met name tijdens de voor enkele sectoren geldende overgangsperiode; benadrukt hoe belangrijk parlementaire diplomatie is en wijst er in dit verband op dat de Parlementaire Vergadering Euronest dringend hervormd moet worden;

13.  moedigt de drie associatielanden aan verdere inspanningen te leveren op de volgende gebieden:

Georgië:

i.  neemt kennis van het aantreden van een nieuwe premier in Georgië in december 2015 en is ingenomen met de verklaringen ten gunste van samenwerking met de parlementaire oppositie, waarmee de spanningen rondom de politieke polarisatie in het land kunnen worden verminderd; is evenwel van mening dat ondernemerschap en politiek niet met elkaar verweven mogen zijn bij het bestuur van een democratisch land;

ii.  is ingenomen met de recente hervormingen van de Georgische autoriteiten met het oog op verdere versterking van de stabiliteit, de onafhankelijkheid en de effectiviteit van de staatsinstellingen, in het bijzonder de gerechtelijke instellingen, alsook met de inspanningen om de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden te bestendigen; is evenwel van mening dat de reikwijdte van deze hervormingen te beperkt is en dat zij ontoereikend zijn om de uitdagingen aan te kunnen gaan waarvoor de gerechtelijke instellingen zich gesteld zien, met name de kwestie onafhankelijkheid en institutionele integriteit tegen ongeoorloofde politieke invloed; verzoekt meer in het bijzonder rechters op transparante wijze en naar verdienste te selecteren, en dringt aan op wijziging van het systeem van een driejarige proefperiode voor rechters;

iii.  benadrukt dat alle vervolgingen transparant, op bewijs berustend, evenredig en gespeend van politieke beweegredenen moeten zijn, en dat elke vervolging volledig moet beantwoorden aan het beginsel van behoorlijke onderzoeks- en rechtsgang en moet plaatsvinden met volledige inachtneming van de beginselen van een eerlijk proces, als vastgelegd in het Europees Verdrag voor de rechten van de mens; blijft bezorgd over het gebrek aan verantwoordingsplicht van het openbaar ministerie en over de onduidelijke criteria op grond waarvan aanklagers en opsporingsambtenaren worden benoemd; verlangt voortdurende inspanningen, volledige onafhankelijkheid, efficiëntie, onpartijdigheid en professionaliteit van de rechterlijke macht, het openbaar ministerie en het ministerie van Binnenlandse Zaken, alsook van de onlangs opgerichte veiligheidsdienst, en vraagt om bevordering van de politieke wil om mechanismen te creëren voor de controleerbaarheid van deze instellingen;

iv.  is ingenomen met de wijzigingen in de arbeidswetgeving in Georgië; onderstreept evenwel dat wetgeving inzake gezondheid en veiligheid op het werk nog steeds bovenaan de agenda dient te staan;

v.  beklemtoont andermaal zijn bezorgdheid over het lot van kinderen die geplaatst zijn in residentiële religieuze instellingen zonder staatstoezicht, benadrukt de verantwoordelijkheid van de regering uit hoofde van de internationale mensenrechten om alle kinderen te beschermen tegen geweld, en verzoekt om maatregelen ter waarborging hulp aan van kinderen die mishandeld of seksueel misbruikt zijn en effectief onderzoek naar de omstandigheden waarin dit is gebeurd;

vi.  verlangt duidelijk, transparant en op mensenrechten gebaseerd beleid en mechanismen voor het onderzoeken, vervolgen en compenseren van schendingen van de mensenrechten, en dringt aan op waarborging dat dit proces volledig in overeenstemming is met de beginselen van de rechtsstaat en een eerlijk proces;

vii.  benadrukt dat een betere politieke cultuur tot stand moet komen, alsook een klimaat van nationale verzoening; is van mening dat het vasthouden en de gevangenneming van functionarissen die werkten voor voorgaande regeringen en leden van de huidige oppositie beschouwd kunnen worden als tekenen van selectieve rechtspraak; is bezorgd over het mogelijke gebruik van het rechtssysteem om politieke opponenten te bestrijden, hetgeen de Europese koers van Georgië en de inspanningen van de Georgische autoriteiten op het gebied van democratische hervormingen zou kunnen ondermijnen; verzoekt alle politieke krachten dit soort instrumentalisering te vermijden, en tegelijkertijd serieus de strijd aan te gaan met het oog op uitbanning van corruptie en misbruik van het openbare ambt;

viii.  verzoekt de Georgische regering, vooral met het oog op de parlementsverkiezingen van 2016, om een gunstig klimaat te scheppen voor vrije media waarin de vrijheid van meningsuiting en de pluriformiteit van de media wordt bevorderd, en om de media in staat te stellen tot onafhankelijke en objectieve berichtgeving zonder politieke of economische druk; toont zich verontrust over de recente pogingen om de eigenaar en het redactioneel beleid van de populairste onafhankelijke televisiezender van Georgië, Rustavi 2, omver te werpen, alsook over de vrijheid van de media in het land; verlangt in dit verband dat volledige uitvoering wordt gegeven aan de wet inzake transparantie van media-eigendom, en benadrukt eens te meer dat geen enkele gerechtelijke uitspraak de onafhankelijkheid van het redactioneel beleid van de media mag ondermijnen;

ix.  verzoekt de Georgische regering het initiatief te nemen tot hervorming van de kieswet met het oog op een betere proportionele en pluralistische vertegenwoordiging, overeenkomstig de internationale en Europese vereisten en de uitspraak van het Georgische Constitutioneel Hof;

x.  veroordeelt de pogingen om monumenten en standbeelden van Jozef Stalin op te richten en verzoekt de Georgische autoriteiten zich te distantiëren van dergelijke activiteiten en voldoende respect te tonen voor de herinnering van miljoenen slachtoffers van het stalinisme;

xi.  onderstreept dat de EU-invoer uit Georgië volgens het Georgische statistisch bureau (Geostat) de eerste 12 maanden na de start van de tenuitvoerlegging van de DCFTA's met 15% is gestegen, terwijl de EU-uitvoer naar Georgië met 6,2% licht is gedaald; verzoekt, met het oog op volledige naleving van hoofdstuk 11 van de DCFTA, om toetreding van Georgië tot het Verdrag inzake de energiegemeenschap;

xii.  benadrukt dat de regelingen inzake voedselveiligheid ter plaatse sneller ten uitvoer gelegd moet worden, en dat de samenwerking tussen agentschappen in Georgië moet worden verbeterd, zodat de gewenste resultaten van de DCFTA geboekt kunnen worden;

xiii.  verzoekt de Georgische regering erop toe te zien dat het maatschappelijk middenveld voldoende betrokken wordt bij het hervormingsproces;

Moldavië:

i.  betreurt het dat het parlement van Moldavië en de politieke partijen die daarin vertegenwoordigd zijn er nog niet in zijn geslaagd om een nieuwe regering te vormen nadat de motie van wantrouwen op 29 oktober 2015 heeft geleid tot het ontslag van de regering van premier Valeriu Streleț; is van mening dat de huidige politieke impasse in Moldavië een kritiek punt heeft bereikt, waarbij het risico bestaat dat de instellingen van het land destabiliseren en de economie, de politieke legitimiteit van alle politieke partijen en de strijd tegen corruptie in het gedrang komen, hetgeen grote gevolgen heeft voor de instroom van directe buitenlandse investeringen;

ii.  verzoekt alle politieke partijen van Moldavië serieuze onderhandelingen te openen teneinde een meerderheid te vinden waarmee een regering kan worden gevormd die de tenuitvoerlegging van de noodzakelijke hervormingen kan voortzetten, in het bijzonder de stabilisering van de economie, overeenkomstig de eisen van de Wereldbank en het IMF, met het oog op waarborging van investeringen en overheidsopdrachten;

iii.  onderstreept dat diagnostische audits moeten worden doorgevoerd bij de Moldindconbank, de Moldova Agroindbank en de Victoria Bank en dat eventuele problemen die aan het licht komen onmiddellijk moeten worden aangepakt; merkt op dat het toezicht op de bankensector ontoereikend blijft; benadrukt dat bedrijven de kosten van de financiële crisis dragen doordat zij minder gemakkelijk leningen kunnen afsluiten;

iv.  benadrukt dat de totale uitvoer uit Moldavië één jaar nadat de tenuitvoerlegging van de DCFTA van start ging met 14,8% is gedaald, waarbij de handel met de EU evenwel het stabielst was en de uitvoer met slechts 1,4% is gedaald, terwijl de uitvoer naar het GOS en andere partners sterker is gedaald; wijst in het bijzonder op het voorbeeld van de landbouw- en voedingsmiddelensector, waarover de verwachtingen hooggespannen waren en veel tegenstanders stelden dat Moldavië niet competitief zou zijn, terwijl de uitvoer naar de EU positief veranderde en met 10,8% toenam;

v.  merkt op dat de fundamentele zwakheden van de dienstensector nog altijd te wijten zijn aan basale bepalingen in de binnenlandse wetgeving inzake de vestiging en het verkeer van beroepsbeoefenaars en de verzekeringssector, waardoor Moldavië risico's loopt die sterke overeenkomsten vertonen met de risico's die leidden tot de mondiale bankencrisis;

Oekraïne:

i.  betreurt het dat nog geen volledige uitvoering is gegeven aan de overeenkomst van Minsk en moedigt de Oekraïense en de Russische autoriteiten aan om alles in het werk te stellen zodat zij hun verplichtingen in het kader van de overeenkomst volledig en omvattend kunnen nakomen; is ingenomen met de voorbereiding van de wettelijke hervormingen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de vereisten van de overeenkomst van Minsk, en met het werk dat is verricht om te kunnen voldoen aan het actieplan voor visumliberalisering en aan het associatie-actieplan, en onderstreept dat deze hervormingen, wanneer zij eenmaal volledig ten uitvoer zijn gelegd, de Oekraïense samenleving fundamenteel zullen veranderen en de omstandigheden waarin de Oekraïense burgers verkeren zullen verbeteren;

ii.  verzoekt de lidstaten de OVSE-missie volledig bemand en operationeel te houden; neemt kennis van de verzoeken van de Oekraïense regering om een uitgebreide internationale vredesmacht langs de Oekraïens-Russische grens en in de districten Loegansk en Donetsk; stemt ermee in dat een door de EU geleide GVDB-missie moet worden aangeboden aan de bij het conflict betrokken partijen zodra de situatie dit toelaat en als onderdeel van de volledige tenuitvoerlegging van de overeenkomst van Minsk, waarbij deze missie ondersteuning biedt bij taken als het opruimen van mijnen, hulp bij de voorbereiding van lokale verkiezingen en het garanderen van onbelemmerde doorgang voor humanitaire hulporganisaties;

iii.  herhaalt de oproep om bijzondere aandacht te blijven besteden aan de hervorming van het gerechtelijk apparaat en de bestrijding van corruptie, hetgeen cruciaal is voor herstel van volledig vertrouwen in en legitimiteit van het Oekraïense parlement en de Oekraïense politieke partijen;

iv.  verzoekt de Oekraïense autoriteiten, politici, leiders, politieke partijen en andere opiniemakers om zich te blijven inspannen voor vereniging van het land en het ontstijgen van interne verdeeldheid, en een halt toe te roepen aan de dikwijls gepolariseerde politieke cultuur in het land; onderstreept dat de politieke partijen getransformeerd moeten worden tot volledig democratische en lokaal opererende organisaties, en voor hun financiering en invloed niet afhankelijk moeten zijn van oligarchen; beklemtoont dat de wet inzake partijfinanciering strikt ten uitvoer moet worden gelegd;

v.  is ingenomen met de inwerkingtreding van de diepe en omvattende vrijhandelsovereenkomst op 1 januari 2016 en betreurt het besluit van de Russische Federatie om de handel met Oekraïne te beperken, hetgeen strijdig is met bilaterale toezeggingen en toezeggingen aan de WTO; herinnert eraan dat de Commissie betrokken is geweest bij technische besprekingen tussen Oekraïne en Rusland over de gevolgen van de vrijhandelsovereenkomst, hetgeen de eerste keer is dat de EU ooit deel heeft genomen aan besprekingen met een derde land over een vrijhandelsovereenkomst; hoopt dat deze besprekingen voortgezet kunnen worden en concrete resultaten opleveren; verzoekt de Russische Federatie derhalve af te zien van verdere handelsbeperkingen en zich zowel ten aanzien van de EU als ten aanzien van Oekraïne constructiever op te stellen;

vi.  merkt op dat in de eerste helft van 2015 in Oekraïne sprake was van een terugloop van zijn totale uitvoer, waarbij een wijziging in de regionale structuur van de uitvoer ertoe heeft geleid dat het aandeel van de uitvoer naar de EU met circa 30% van de totale uitvoer stabiel is gebleven;

vii.  dringt erop aan dat Oekraïne zijn wetgeving in overeenstemming brengt met die van de EU op het gebied van vennootschapsrecht, maatschappelijk verantwoord ondernemen, accounting en audits, en de beperkingen op de uitvoer van hout opheft, die immers strijdig zijn met artikel 35 van de vrijhandelsovereenkomst en met de WTO-regelingen;

viii.  is ingenomen met het besluit van Oekraïne om zijn veiligheidsmaatregelen ten aanzien van personenauto's op te heffen overeenkomstig de uitspraak van de WHO van 20 juli 2015, en erkent de intrekking van een speciale erga omnes heffing die Oekraïne eind 2014 heeft ingevoerd wegens onevenwichtigheden op de betalingsbalans;

14.  verzoekt om spoedige afronding van de in 2015 gestarte energiehervormingen; merkt op dat alle energieprijzen vanaf 1 april 2016 uniform moeten zijn om willekeurige toekenning van privileges aan bepaalde insiders in de toekomst te voorkomen, en dat een daadwerkelijk functionerende markt voor gas en elektriciteit moet worden ingevoerd, die onder toezicht staat van een werkelijk onafhankelijke toezichthouder;

15.  benadrukt dat vrije media en de vrijheid van meningsuiting bevorderd moeten worden en als fundament moeten worden gezien, waarbij tevens meer inspanningen nodig zijn om desinformatie tegen te gaan en de strategische communicatie over EU-beleid en -acties in het oostelijk partnerschap te verbeteren, ook voor de drie associatielanden, en in samenwerking met de EU East StratCom Task Force, een recent opgericht verband binnen de EDEO;

16.  merkt op dat Georgië, Moldavië en Oekraïne overeenkomstig artikel 49 VEU, net als ieder ander Europees land, het EU-lidmaatschap kunnen aanvragen, mits zij de democratische beginselen in acht nemen, de fundamentele vrijheden en de mensenrechten en rechten van minderheden eerbiedigen, en het functioneren van de rechtsstaat garanderen;

17.  herhaalt zijn verzoek om hernieuwing van het Europees nabuurschapsbeleid, gebaseerd op een duidelijke en ambitieuze politieke visie en de noodzaak om met een unanieme politieke stem te spreken; dringt andermaal aan op benoeming van bijzondere EU-vertegenwoordigers voor het oosten en het zuiden, die tot taak hebben het herziene beleid in politiek opzicht te coördineren;

18.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de presidenten, de parlementen en de regeringen van Georgië, Moldavië en Oekraïne, alsmede aan de Raad, de Commissie, de EDEO, en de Raad van Europa.

Juridische mededeling - Privacybeleid