Procedure : 2015/3032(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0079/2016

Ingediende teksten :

B8-0079/2016

Debatten :

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0018

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 280kWORD 80k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0068/2016
15.1.2016
PE575.981v01-00
 
B8-0079/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de tenuitvoerlegging van de associatieovereenkomsten / diepe en brede vrijhandelsovereenkomsten met Georgië, Moldavië en Oekraïne (2015/3032(RSP))


Knut Fleckenstein, Victor Boştinaru, Richard Howitt, David Martin, Nicola Caputo, Andi Cristea, Nicola Danti, Tanja Fajon, Doru-Claudian Frunzulică, Neena Gill, Iliana Iotova, Liisa Jaakonsaari, Afzal Khan, Arne Lietz, Andrejs Mamikins, Costas Mavrides, Marlene Mizzi, Sorin Moisă, Clare Moody, Victor Negrescu, Norbert Neuser, Pier Antonio Panzeri, Demetris Papadakis, Ioan Mircea Paşcu, Emilian Pavel, Tonino Picula, Kati Piri, Joachim Schuster, Tibor Szanyi, Boris Zala namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de tenuitvoerlegging van de associatieovereenkomsten / diepe en brede vrijhandelsovereenkomsten met Georgië, Moldavië en Oekraïne (2015/3032(RSP))  
B8-0079/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien de associatieovereenkomsten en de diepe en brede vrijhandelsruimten (AA/DCFTA's) tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, de Republiek Moldavië (hierna: Moldavië) en Oekraïne, anderzijds,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Georgië, Moldavië en Oekraïne, en zijn resoluties over het Europees nabuurschapsbeleid (ENB) en het Oostelijk Partnerschap,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de top van het Oostelijk Partnerschap (Riga, 21 en 22 mei 2015),

–  gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de HV/VV van 18 november 2015 over de herziening van het Europees nabuurschapsbeleid,

–  gezien de resultaten van de associatieraad EU-Moldavië op 16 maart 2105, de associatieraad EU-Georgië op 16 november 2015 en de associatieraad EU-Oekraïne op 7 december 2015,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Georgië, Moldavië en Oekraïne deel uitmaken van het Oostelijk Partnerschap en hebben gekozen voor economische integratie en nauwe politieke samenwerking met de EU, door middel van het sluiten van associatieovereenkomsten van de nieuwste generatie, op grond waarvan het mogelijk is diepe en brede vrijhandelsruimten te verwezenlijken (AA/DCFTA's);

B.  overwegende dat de AA/DCFTA's met Georgië en Moldavië sinds 1 september 2014 voorlopig worden toegepast;

C.  overwegende dat de EU en Oekraïne op 1 januari 2016 begonnen zijn met de voorlopige toepassing van de diepe en brede vrijhandelsruimte (DCFTA) die een integraal onderdeel vormt van de in juni 2014 ondertekende associatieovereenkomst (AA); overwegende dat het politieke deel van deze AA op 1 november 2014 in werking is getreden;

D.  overwegende dat de drie partnerlanden zich, in overeenstemming met de AA's, hebben verbonden tot het bevorderen en uitvoeren van hervormingen die gebaseerd zijn op de gemeenschappelijke waarden op het gebied van de democratie, behoorlijk bestuur, de beginselen van de rechtsstaat en de mensenrechten en fundamentele vrijheden, waaronder de rechten van personen die behoren tot een nationale minderheid;

E.  overwegende dat de nauwere politieke en economische betrekkingen die in dit kader ontwikkeld zullen worden, zullen leiden tot meer stabiliteit en welvaart in het hele Europese continent;

1.  is ingenomen met de in het algemeen succesvolle start van de tenuitvoerlegging van de AA's en de geleidelijke totstandbrenging van vrijhandelsruimten; acht het belangrijk dat de EU en de drie partnerlanden aan de tenuitvoerlegging van AA/DCFTA's en de bijbehorende associatieagenda's de hoogste prioriteit toekennen; dringt er bij de Commissie op aan nauwlettend toe te zien op het tenuitvoerleggingsproces, en het Parlement volledig op de hoogte te houden;

2.  benadrukt het belang van het ontwikkelen van de sociale dimensie van het partnerschap, in overeenstemming met de bepalingen in de associatieagenda's en de relevante verdragen van de IAO; dringt er bij alle partijen op aan hun toezeggingen op het gebied van de fundamentele arbeidsnormen gestand te doen; pleit voor uitwisseling van beste praktijken en voor meer inspanningen ter bevordering van waardig werk en de omzetting van informeel werk in regulier werk, de ontwikkeling van normen inzake arbeidszekerheid, alsmede ter bevordering van de sociale dialoog en de volledige eerbiediging van vakbondsrechten; pleit daarnaast voor sociaal evenwichtige belastingstelsels en voor het aanpakken van belastingontduiking;

3.  is van oordeel dat de DCFTA's met name ten doel moeten hebben de levensomstandigheden van gewone mensen, met name in de partnerlanden die zich in een economische crisis bevinden, op concrete en duurzame wijze te verbeteren; wijst erop dat de tenuitvoerlegging van de DCFTA in Oekraïne, gezien de huidige slechte economische omstandigheden in dat land, flinke uitdagingen met zich mee zal brengen voor de economie en arbeidsmarkt, en sociale gevolgen zal hebben die niet genegeerd mogen worden; benadrukt dat de totstandbrenging van bilaterale DCFTA's met Oekraïne, Georgië en Moldavië een belangrijk instrument vormt ter bevordering van moderne, transparante en voorspelbare handel, harmonisatie van regelgeving en geleidelijke economische integratie van de partnerlanden in de interne markt van de EU, en een positieve invloed heeft op directe buitenlandse investeringen, die leiden tot meer werkgelegenheid en duurzame groei, met als uiteindelijke doel de verwezenlijking van een grotere economische ruimte waarbinnen de regels van de WTO worden geëerbiedigd en soevereine keuzes worden gerespecteerd;

4.  spreekt opnieuw zijn krachtige steun uit voor de soevereiniteit en de territoriale integriteit van alle drie partnerlanden binnen hun internationaal erkende grenzen;

5.  is ingenomen met de voorlopige inwerkingtreding op 1 januari 2016 van de DCFTA EU-Oekraïne en betreurt dat de Russische Federatie, ondanks voortdurende en serieuze inspanningen van Oekraïne en de EU om aan Russische zorgen tegemoet te komen, nieuwe economische sancties heeft ingesteld tegen Oekraïne; wijst erop dat deze stap in strijd is met het ministeriële akkoord van september 2014 over de tenuitvoerlegging van de bepalingen van het Minsk-protocol; is stellig van mening dat het binnen de mogelijkheden die de DCFTA biedt en in overeenstemming met de WTO-regels nog altijd mogelijk is praktische oplossingen te vinden; dringt daarom aan op voortzetting van de trilaterale dialoog op het hoogst mogelijke niveau; prijst Oekraïne om zijn vastberadenheid te beginnen met de tenuitvoerlegging van de bepalingen van de DCFTA; roept ertoe op meer inspanningen te verrichten om te komen tot een haalbare modus vivendi met de Euraziatische Economische Unie;

6.  steunt de gerichte en veelzijdige financiële en technische bijstand die de EU en andere financiële instellingen verstrekken aan Oekraïne en Georgië; betreurt dat de EU zich vanwege de politieke situatie in Moldavië genoodzaakt zag haar financiële hulp aan dat land op te schorten; benadrukt dat de financiële hulp van de EU aan al haar partners afhankelijk is gesteld van concrete hervormingsmaatregelen, en dat politieke stabiliteit in dit kader ook een belangrijke rol speelt; dringt er bij de politieke actoren in Moldavië op aan vaart te zetten achter de lopende onderhandelingen en een nieuwe regeringscoalitie te vormen die onmiddellijk verder kan gaan met het hervormingsproces, in het belang van de hele Moldavische bevolking; benadrukt voorts dat het bankenschandaal grondig onderzocht moet worden, om ervoor te zorgen dat de schuldigen voor de rechter gebracht worden en de gestolen middelen worden teruggegeven; is van oordeel dat de aanhoudende bankencrisis aantoont dat binnen het juridisch kader dringend systemische verbeteringen moeten worden doorgevoerd ter verbetering van het toezicht op en de transparantie van de activiteiten van de bankensector;

7.  herinnert eraan dat de beschikbaar gestelde middelen alleen niet voldoende zijn om de economie te stabiliseren en dat er geen blijvend succes tot stand kan worden gebracht zonder de voortdurende inzet van de partnerlanden om structurele hervormingen door te voeren en ten uitvoer te leggen, te zorgen voor een stijging van de binnenlandse vraag en sociale cohesie te bereiken;

8.  prijst de Georgische en Moldavische autoriteiten voor de inspanningen die zij geleverd hebben om te komen tot de huidige resultaten op het gebied van de harmonisatie van wetgeving en normen, in overeenstemming met de DCFTA; is ingenomen met het feit dat de uitvoer uit Georgië en Moldavië naar de EU, ondanks de negatieve economische ontwikkeling in de regio, in de eerste twaalf maanden na de start van de tenuitvoerlegging van de DCFTA's is toegenomen, te weten een stijging van de EU-import uit Georgië van 15 % en uit Moldavië van 62 %. is van oordeel dat er versneld vooruitgang moet worden geboekt op het gebied van de sanitaire en fytosanitaire normen; is verheugd dat momenteel meer dan 95 % van de bestaande Georgische normen inzake technische handelsbelemmeringen internationale en Europese normen zijn, hetgeen van cruciaal belang is voor deelname van economische actoren aan Europese waardeketens; dringt er bij Moldavië op aan de nationale actieplannen aan te passen op gebieden waar achterstanden zijn geconstateerd;

9.  betreurt dat corruptie, ondanks vooruitgang in de vorm van de vaststelling van nieuwe wetgeving en de oprichting van instellingen ter bestrijding van corruptie, nog altijd wijdverbreid is; roept de partnerlanden nadrukkelijk op optimaal te profiteren van de door de overeenkomst ontstane mogelijkheden, en hun inspanningen op het gebied van corruptiebestrijding te verdubbelen, omdat corruptie hun sociaaleconomische ontwikkeling belemmert; dringt in dit verband aan op tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake corruptiebestrijding en de actieplannen of strategieën op dit gebied; benadrukt dat er aanvullende inspanningen moeten worden geleverd om uitvoering te geven aan de aanbevelingen van de Groep van staten tegen corruptie (Greco) en de OESO inzake corruptiebestrijding;

10.  spreekt zijn grote waardering uit voor het innovatieve e-aanbestedingssysteem dat door Georgië is ingevoerd, en dat ervoor gezorgd heeft dat de transparantie, doeltreffendheid en controleerbaarheid, allemaal belangrijke factoren in de strijd tegen corruptie, aanzienlijk zijn toegenomen; beveelt Georgië aan de gunningscriteria uit te breiden en niet uitsluitend te kijken naar de kosten; verzoekt de Commissie om Georgië hierover te adviseren en het land erop te wijzen dat ook gekeken moet worden naar de beste prijs-kwaliteitverhouding en dat rekening gehouden moet worden met sociale en duurzaamheidscriteria; dringt er bij de Georgische autoriteiten op aan meer vaart te zetten achter de voorbereidingen voor een werkprogramma voor handel en duurzame ontwikkeling en hierbij de sociale partners en andere belanghebbenden nauw te betrekken;

11.  benadrukt dat justitiële hervormingen noodzakelijk zijn om te komen tot een goed functionerend, doeltreffend en onafhankelijk rechtssysteem, in overeenstemming met de aanbeveling van de Commissie van Venetië;

12.  benadrukt dat verder moet worden gewerkt aan de modernisering van overheidsdiensten op centraal en lokaal niveau, als voorwaarde voor een transparant en doeltreffend democratisch bestuur dat ten dienste staat van alle burgers; dringt er bij de Commissie op aan de Europese beginselen van openbaar bestuur die zijn vastgesteld door de OESO/Sigma meer onder de aandacht te brengen en hierbij op de methodologie te volgen die werd ontwikkeld voor kandidaten voor het EU-lidmaatschap;

13.  herhaalt dat het belangrijk is dat het maatschappelijk middenveld betrokken wordt bij de beleidsvorming en bij hervormingen; is verheugd dat bij de herziening van het ENB wordt erkend dat extra steun nodig is voor subnationale, nationale en intraregionale maatschappelijke organisaties; stelt echter met bezorgdheid vast dat er tot dusver onder de maatschappelijke organisaties in de EU weinig belangstelling is voor deelname aan de adviesgroepen waarin de associatieovereenkomsten voorzien; dringt er bij de Commissie op aan hieruit passende conclusies te trekken en deze mechanismen te versterken en hun representativiteit te waarborgen, een en ander in overeenstemming met de aanbevelingen van het Europees Economisch en Sociaal Comité;

14.  is zeer ingenomen met de recentste en laatste voortgangsverslagen over de tenuitvoerlegging door Georgië en Oekraïne van hun actieplannen voor visumliberalisering, die door de Commissie op 18 december 2015 werden gepubliceerd, en ziet uit naar de presentatie van de wetgevingsvoorstellen ter zake en de goedkeuring daarvan; prijst Moldavië voor de correcte uitvoering van de regeling inzake visumliberalisering, die sinds april 2014 van kracht is, en is van oordeel dat Moldavië hiermee de hele regio het goede voorbeeld geeft;

15.  merkt op dat alle drie landen weliswaar vooruitgang hebben geboekt op het gebied van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, maar dat er nog meer structurele hervormingen moeten worden doorgevoerd voor het consolideren van de democratie en de rechtsstaat; spreekt zijn tevredenheid uit over de vaststelling van nieuwe wetgeving, meest recentelijk in Oekraïne, en van beleid waarmee de bescherming tegen discriminatie is verbeterd; constateert evenwel dat LGBTI's nog altijd worden vervolgd en het slachtoffer zijn van bedreigingen door extremistische groeperingen, dat de Romagemeenschap nog altijd gemarginaliseerd wordt en dat vrouwen nog altijd te maken hebben met discriminatie en ongelijke behandeling in het maatschappelijke, economische en politieke leven;

16.  is ingenomen met de vooruitgang die Georgië heeft geboekt op het gebied van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden; dringt er bij alle politieke actoren in Georgië op aan om het politieke klimaat te verbeteren en confrontaties en polarisatie te vermijden en de dialoog tussen partijen te waarborgen met het oog op versterking van de democratie en de rechtsstaat, en daarbij de nadruk te leggen op prioriteiten zoals de economische ontwikkeling, sociale kwesties en verdere tenuitvoerlegging van de AA/DCFTA; benadrukt dat het met het oog op verdere consolidatie van de Georgische democratie met name van belang is dat de oppositie de ruimte krijgt, dat gewaarborgd wordt dat het instrument van voorlopige hechtenis uitsluitend wordt gebruikt als uitzonderlijke maatregel, in overeenstemming met het recht, en dat, onder andere, het beginsel van het vermoeden van onschuld wordt geëerbiedigd en het pluralisme en de onafhankelijkheid van de media worden versterkt, alsmede de vrijheid van mening en meningsuiting;

17.  is tevreden over de deelname van de drie landen aan of hun medewerking met EU-programma's, zoals het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen (Cosme), Horizon 2020, Erasmus+, Marie Skłodowska-Curie en Creatief Europa; merkt op dat deze samenwerking wederzijds voordelen oplevert en de partnerlanden bovendien de gelegenheid biedt om vertrouwd te raken met EU-werkmethoden en -beleid;

18.  benadrukt het belang van de bepalingen in de AA/DCFTA's over de samenwerking op energiegebied met het oog op de voorzieningszekerheid en de ontwikkeling van concurrerende, transparante en niet-discriminerende energiemarkten, in overeenstemming met EU-voorschriften en -normen, en met het oog op hernieuwbare energie en energie-efficiëntie; steunt het voornemen van de EU om via de energiegemeenschap te werken aan volledige integratie van de energiemarkt met Moldavië, Oekraïne en Georgië en om de energieafhankelijkheid te verminderen zonder particuliere huishoudens te zwaar te belasten; dringt er bij de EU en de betrokken regeringen op aan maatregelen uit te werken om maatschappelijke ongemakken te verzachten;

19.  benadrukt dat er te allen tijde op moet worden toegezien dat de interne wetgeving, onder meer op het gebied van geografische aanduidingen en intellectuele-eigendomsrechten, strookt met de verbintenissen die de landen in het kader van de DCFTA zijn aangegaan; is van oordeel dat douanediensten bij de handhaving op dit gebied een belangrijke rol moeten spelen;

20.  herinnert aan de belangrijke rol van de nationale parlementen bij het stimuleren van hervormingen en het geleidelijk afstemmen van de wetgeving op het EU-acquis; pleit voor uitwisseling van beste praktijken en voor het sluiten van memoranda van overeenstemming, gebaseerd op het memorandum van overeenstemming dat is ondertekend door het Europees Parlement en het Parlement van Oekraïne (Verchovna Rada); is ingenomen met de instelling en de eerste bijeenkomsten van de Parlementaire Associatiecomités, overeenkomstig de AA's, en benadrukt het nut van contacten tussen parlementsleden, zowel in bilaterale als in multilaterale context;

21.  is ingenomen met de nieuwe focus van het herziene ENB op en het voornemen van de EU tot intensivering van de samenwerking met de EU-partners op het gebied van conflictpreventie, terrorismebestrijding, de aanpak van radicalisering en hervorming van de veiligheidssector; is van oordeel dat dergelijke samenwerking substantieel moet zijn en zich moet richten op de aanpak van gemeenschappelijke veiligheidsdreigingen en de ontwikkeling van gezamenlijke maatregelen voor het oplossen van conflicten, onder meer door middel van een grotere participatie in GVDB-missies en ‑opleidingsactiviteiten en acties op het gebied van de non-proliferatie van massavernietigingswapens en de bestrijding van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens (SALW); spreekt opnieuw zijn steun uit voor de EU-missie voor bijstandsverlening inzake grensbeheer aan Moldavië en Oekraïne (EUBAM), de adviesmissie van de EU voor de hervorming van de civiele veiligheidssector in Oekraïne (EUAM Ukraine) en de waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië (EUMM), alsmede voor de inspanningen gericht op de vreedzame oplossing van conflicten in de drie landen;

22.  wijst erop dat het belangrijk is de voordelen van de associatieovereenkomst zichtbaarder te maken en onder de bevolking te promoten, onder meer door regelmatig te overleggen met maatschappelijke organisaties, en de verspreiding van objectieve, onafhankelijke en onpartijdige informatie ter zake mogelijk te maken en te bevorderen; dringt aan op gezamenlijke inspanningen om misleidende informatie en propagandacampagnes in zowel de partnerlanden als de lidstaten tegen te gaan;

23.  spreekt zijn voldoening uit over het feit dat de ratificatieprocedures overeenkomstig de nationale wetgeving van de lidstaten bijna zijn afgerond; neemt kennis van het feit dat in Nederland een raadplegend referendum over de AA/DCFTA met Oekraïne zal plaatsvinden en kijkt met belangstelling uit naar de uitslag daarvan; roept op erop te letten dat de reikwijdte van de overeenkomst niet onjuist wordt uitgelegd en benadrukt met name dat de AA/DCFTA gericht is op intensivering van de politieke en economische samenwerking met Oekraïne, maar het land niet het vooruitzicht op EU-lidmaatschap biedt; verzoekt de Nederlandse bevolking dit belangrijke partnerschap goed te keuren, in het belang van Europa als geheel;

24.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden en aan de presidenten, parlementen en regeringen van Georgië, Moldavië en Oekraïne.

Juridische mededeling - Privacybeleid