Procedure : 2016/2537(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0146/2016

Ingediende teksten :

B8-0146/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 04/02/2016 - 8.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0048

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 267kWORD 61k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0146/2016
27.1.2016
PE576.505v01-00
 
B8-0146/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Libië (2016/2537(RSP))


Charles Tannock, Raffaele Fitto, Angel Dzhambazki, Ruža Tomašić, Ryszard Antoni Legutko, Tomasz Piotr Poręba, Ryszard Czarnecki, Monica Macovei, Pirkko Ruohonen-Lerner, Geoffrey Van Orden, Anna Elżbieta Fotyga, Jana Žitňanská, Branislav Škripek, Kazimierz Michał Ujazdowski, Beatrix von Storch namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Libië (2016/2537(RSP))  
B8-0146/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Libië,

–  gezien de conclusies van de Raad van 18 januari 2016,

–  gezien de diverse resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over de situatie in Libië, waaronder Resolutie 2259 (2015),

–  gezien het politieke akkoord over Libië dat op 17 december 2015 werd ondertekend in Skhirat (Marokko),

–  gezien de respectieve mandaten van de VN-Ondersteuningsmissie in Libië (UNSMIL) en van de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN,

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) over de situatie in Libië,

–  gezien de lopende, door de VN gefaciliteerde besprekingen over Libië,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–  gezien het mandaat van operatie Sophia (EUNAVFOR MED),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Libië sinds de val van kolonel Muammar Kaddafi in 2011 wordt geteisterd door instabiliteit, interne conflicten en sektarisme;

B.  overwegende dat de aspiraties van het Libische volk na de val van kolonel Kaddafi ondanks nationale parlementsverkiezingen in juni 2014 zijn gedwarsboomd door politieke onenigheid en geweld; overwegende dat in Tripoli en Tobruk rivaliserende regeringen en parlementen actief zijn;

C.  overwegende dat de Da'esh en andere extremistische krachten gebruik hebben gemaakt van het politieke vacuüm en het ontbreken van een stabiele regering en zo de vrede en veiligheid in de hele regio in gevaar hebben gebracht;

D.  overwegende dat de ondertekening van het politieke akkoord over Libië op 17 december 2015 deel uitmaakt van het proces tot verzoening van de strijdende partijen in het land en tot instelling van een inclusieve, stabiele en duurzame regering en een inclusief, stabiel en duurzaam politiek proces;

E.  overwegende dat burgers de voornaamste slachtoffers zijn van het geweld en de tweedracht in Libië en dat zij te lijden hebben onder verslechterende levensomstandigheden en meer risico lopen om als gevolg van geweld gewond te raken of om het leven te komen; overwegende dat wie gewelddaden begaat, niet of nauwelijks oog lijkt te hebben voor de gevolgen hiervan voor onschuldige partijen;

F.  overwegende dat mensenhandelaars dankzij de politieke chaos en het geweld in Libië vrij spel hebben gekregen en misbruik maken van de wanhoop van migranten en vluchtelingen die naar Europa willen komen; overwegende dat in juni 2015 een militaire operatie van de EU is opgezet in het zuidelijke deel van het Middellandse Zeegebied (operatie Sophia, aanvankelijk EUNAVFOR MED genoemd) met als uiteindelijke doel de vaartuigen en andere middelen die worden gebruikt of vermoedelijk worden gebruikt door migrantensmokkelaars of mensenhandelaars te identificeren, in beslag te nemen en uit de weg te ruimen;

1.  steunt het politieke akkoord over Libië en de door de VN geleide besprekingen en roept alle partijen op tot samenwerking in het belang van de eenheid en stabiliteit van Libië en het tegengaan van uitsluiting in het land;

2.  blijft zich grote zorgen maken over de impact van het aanhoudende geweld in Libië op het leven van de Libische burgers; is van mening dat dit geweld de na de val van kolonel Kaddafi in 2011 gerezen hoop op een democratisch, pluralistisch en vreedzaam Libië ernstig in gevaar brengt; veroordeelt al wie met geweld voordeel probeert te halen uit de politieke onenigheid;

3.  blijft uiterst ongerust over de aanwezigheid van Da'esh in Libië en de gevolgen hiervan op het vlak van de veiligheid in de regio rond Libië; is er daarnaast van overtuigd dat de oprichting van een nieuwe regering in Libië de beste vooruitzichten biedt om het land te stabiliseren en de groeiende dreiging van Da'esh de kop in te drukken;

4.  is van mening dat de instabiliteit in Libië terug te voeren is op de beslissingen die tijdens het veertig jaar durende dictatuur van kolonel Kaddafi zijn genomen, aangezien het land na diens val geen behoorlijk bestuurssysteem meer had en slechts over zwakke overheidsinstellingen beschikte;

5.  steunt de regering van nationale eenheid (RNE) als de legitieme regering van Libië en roept alle betrokkenen alsmede derde landen ertoe op om haar gezag te aanvaarden;

6.  pleit voor Libische controle over het politieke proces en benadrukt dat uitsluiting moet worden verhinderd, onder meer middels de deelname van vrouwen, het maatschappelijk middenveld en de aanwezige religieuze en etnische groepen en politieke en lokale actoren;

7.  looft de inspanningen van de Ondersteuningsmissie van de Verenigde Naties in Libië en de speciale vertegenwoordiger van de VN om vrede, verzoening en een stabiele en insluitende regering tot stand te brengen;

8.  biedt de RNE en de Libische bevolking zijn steun aan bij de bestrijding van geweld en extremisme; is voorts van mening dat de oprichting van de RNE de enige reële kans vormt om Libië vrede, stabiliteit en welvaart te brengen en de talrijke bedreigingen en hindernissen voor de verwezenlijking van deze doelstelling, waaronder terrorisme en mensenhandel, aan te pakken;

9.  toont zich uiterst bezorgd over het lot van de vluchtelingen uit Libië die over zee Europa proberen te bereiken en betreurt dat hierbij in 2015 honderden mensen om het leven zijn gekomen; pleit voorts voor meer efficiëntie van operatie Sophia (EUNAVFOR MED) bij het aanpakken van de toevloed van vluchtelingen en van de mensenhandelaars die deze vluchtelingen uitbuiten;

10.  roept alle partijen in de regio, waaronder de Arabische Liga en de Afrikaanse Unie, ertoe op samen te werken met de VN en andere internationale organisaties en aldus bij te dragen tot de opbouw van een stabiel, insluitend en democratisch Libië;

11.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de commissie, de Europese dienst voor extern optreden (EDEO), de vicevoorzitter van de Europese Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de speciale vertegenwoordiger van de VN voor Libië, de Arabische Liga, de Afrikaanse Unie en de leden van de Libische Presidentiële Raad.

Juridische mededeling - Privacybeleid