Procedure : 2016/2515(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0147/2016

Ingediende teksten :

B8-0147/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 04/02/2016 - 8.9
CRE 04/02/2016 - 8.9
Stemverklaringen
PV 25/02/2016 - 7.15
CRE 25/02/2016 - 7.15
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 262kWORD 62k
27.1.2016
PE576.506v01-00
 
B8-0147/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de humanitaire situatie in Jemen (2016/2515(RSP))


Charles Tannock, Raffaele Fitto, Angel Dzhambazki, Ruža Tomašić, Geoffrey Van Orden, Ryszard Antoni Legutko, Tomasz Piotr Poręba, Ryszard Czarnecki, Monica Macovei, Pirkko Ruohonen-Lerner, Jana Žitňanská, Branislav Škripek namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de humanitaire situatie in Jemen (2016/2515(RSP))  
B8-0147/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Jemen, onder meer die van 8 juli 2015(1),

–  gezien de conclusies van de Raad van 16 november 2015 over de situatie in Jemen,

–  gezien de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties 2201 (2015), 2204 (2015) en 2216 (2015) over de situatie in Jemen,

–  gezien het vredesakkoord en de nationale partnerschapsovereenkomst die op 21 september 2014 zijn ondertekend,

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over de situatie in Jemen,

–  gezien de voortdurende door de VN gefaciliteerde besprekingen over Jemen,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het huidige conflict in Jemen te wijten is aan het feit dat de opeenvolgende regeringen er niet in zijn geslaagd tegemoet te komen aan de democratische, economische en sociale verlangens van de Jemenitische bevolking, waardoor er een voedingsbodem is ontstaan voor de ontevredenheid en de verdeeldheid die tot het huidige geweld hebben geleid;

B.  overwegende dat Jemen, door niet voor een inclusieve, politieke weg te kiezen, vast is komen te zitten tussen toenemende tribale spanningen en een bittere "oorlog op afstand" tussen de door Iran gesteunde Houthi-rebellen en Saudi-Arabië, dat een militaire campagne tegen de rebellen leidt, waardoor de bredere regio rechtstreeks in een ingewikkeld conflict terecht is gekomen dat reeds maanden voortwoekert; overwegende dat Saudi-Arabië de Houthi-rebellen in Jemen ziet als een Iraanse strijdmacht op afstand, en Iran het door Saudi-Arabië geleide offensief heeft veroordeeld en heeft opgeroepen de door Saudi-Arabië geleide luchtaanvallen onmiddellijk te staken;

C.  overwegende dat de verslechterende veiligheidssituatie in Jemen een kwestie van toenemende internationale zorg aan het worden is en dat sinds de escalatie van het conflict in maart 2015 ten minste 5 700 mensen zijn omgekomen, van wie bijna de helft burgers; overwegende dat de Houthi-soldaten ervan worden beschuldigd met zware wapens te schieten in woongebieden, terwijl de door Saoedi-Arabië geleide coalitie ervan is beschuldigd diverse luchtaanvallen te hebben uitgevoerd op ziekenhuizen en andere civiele gebouwen;

D.  overwegende dat de combinatie van gevechten op de grond, luchtaanvallen en de land-, lucht- en zeeblokkade in Noord-Jemen een vernietigend effect op het land heeft gehad; overwegende dat het voortdurende conflict heeft geleid tot een ernstige humanitaire crisis waarvan 80 % van de 26 miljoen mensen tellende bevolking van Jemen de gevolgen ondervindt;

E.  overwegende dat een stabiel en veilig Jemen met een goed functionerende regering van cruciaal belang is voor de internationale inspanningen om extremisme en geweld in de regio en daarbuiten te bestrijden, en voor vrede en stabiliteit in Jemen zelf;

F.  overwegende dat beëindiging van het conflict moeilijker is geworden als gevolg van de verslechterende betrekkingen tussen Iran en Saoedi-Arabië na de recente executie van de prominente sjiitische geestelijke Nimr al-Nimr;

G.  overwegende dat ook gevreesd wordt dat door het conflict talloze schendingen van de mensenrechten hebben plaatsgevonden in Jemen, zoals aanvallen op journalisten en media-instellingen, gedwongen verdwijningen, inbreuken op het Verdrag tegen foltering, intimidatie en opsluiting van religieuze minderheden, en vermeende inzet van kinderen in gewapende conflicten;

1.  is uitermate bezorgd over het aanhoudende geweld in Jemen en de daaruit voortvloeiende humanitaire crisis, die miljoenen onschuldige mannen, vrouwen en kinderen treft; betreurt voorts ten zeerste dat het conflict levens geëist heeft en leed berokkent aan diegenen die klem komen te zitten tussen de gevechten;

2.  spreekt zijn krachtige steun uit voor de inspanningen van de speciale VN-gezant Ismail Ould Cheikh Ahmed om een duurzame en vreedzame oplossing voor de huidige crisis te vinden; dringt er voorts bij alle overheids- en niet-overheidsactoren die bij het conflict betrokken zijn op aan zich in te zetten voor vrede en verzoening, en zonder voorafgaande voorwaarden aan een dergelijk proces deel te nemen;

3.  is van mening dat Saudi-Arabië en Iran de sleutel tot de oplossing van de crisis in handen hebben, en roept beide landen op om de bilaterale betrekkingen te verbeteren en te proberen samen te werken om de gevechten in Jemen te beëindigen;

4.  is er stellig van overtuigd dat de enige langetermijnoplossing voor de crisis in Jemen via een inclusieve politieke dialoog tot stand kan worden gebracht, in overeenstemming met het initiatief van de Samenwerkingsraad van de Golf, de uitkomsten van de conferentie voor nationale dialoog en de diverse conclusies van de Veiligheidsraad en de Europese Raad;

5.  vreest ten zeerste dat het voortdurende geweld en de instabiliteit in Jemen terroristen en extremistische groepen in staat kunnen stellen van de huidige situatie gebruik te maken, hetgeen bredere gevolgen met zich meebrengt voor de veiligheid in de regio en daarbuiten;

6.  betreurt het ten zeerste dat in Jemen burgers en humanitaire hulpverleners zijn omgekomen en dat civiele infrastructuur, met inbegrip van scholen en ziekenhuizen, klaarblijkelijk lukraak worden aangevallen;

7.  dringt er bij alle partijen op aan de mensenrechten en vrijheden te eerbiedigen van alle Jemenitische burgers en van al degenen die zich inzetten voor vrede en humanitaire missies in het land, inclusief hulpverleners, artsen en journalisten;

8.  dringt aan op een onafhankelijk onderzoek naar alle aantijgingen van misbruik, foltering, het gericht doden van burgers en andere schendingen van het internationaal humanitair recht en het recht inzake mensenrechten;

9.  is van mening dat alle Jemenieten vertegenwoordigd moeten zijn in een legitieme, transparante politieke transitie met een duidelijk tijdpad, op basis van de uitkomsten van de conferentie voor nationale dialoog en het vredesakkoord en de nationale partnerschapsovereenkomst en langs de in het initiatief van de Samenwerkingsraad van de Golf uiteengezette lijnen, met inbegrip van een grondwet, een referendum en verkiezingen;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de EDEO, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de president van Jemen, het Jemenitische Huis van Afgevaardigden en de secretaris-generaal van de Samenwerkingsraad van de Golf.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0270.

Juridische mededeling - Privacybeleid