Procedure : 2016/2515(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0151/2016

Ingediende teksten :

B8-0151/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 04/02/2016 - 8.9
CRE 04/02/2016 - 8.9
Stemverklaringen
PV 25/02/2016 - 7.15
CRE 25/02/2016 - 7.15
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0066

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 185kWORD 73k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0151/2016
27.1.2016
PE576.512v01-00
 
B8-0151/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de humanitaire situatie in Jemen (2016/2515(RSP))


Javier Couso Permuy, Sabine Lösing, Ángela Vallina, Neoklis Sylikiotis, Takis Hadjigeorgiou, Fabio De Masi, Paloma López Bermejo, Marie-Christine Vergiat, Malin Björk, Tania González Peñas, Miguel Urbán Crespo, Lola Sánchez Caldentey, Xabier Benito Ziluaga, Estefanía Torres Martínez namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de humanitaire situatie in Jemen (2016/2515(RSP))  
B8-0151/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien de verklaringen over Jemen van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, en van diens speciale gezant voor Jemen, Ismail Ould Cheikh Ahmed,

–  gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken over Jemen, en de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger over Jemen, met name die van 26 oktober 2015 en 15 december 2015,

–  gezien de gezamenlijke verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger en de commissaris voor Humanitaire Hulp en Crisisbeheersing van 3 juli 2015 over de crisis in Jemen en van 10 januari 2016 over de aanval op een kliniek van Artsen zonder Grenzen (AzG) in Jemen,

–  gezien de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad, met name de resoluties 2014 (2011), 2051 (2012), 2140 (2014), 2201 (2015), 2204 (2015) en 2216 (2015),

–  gezien de toespraken tijdens de 7596e zitting van de VN-Veiligheidsraad op 22 december 2015 over de situatie in het Midden-Oosten,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Jemen, met name die van 9 juli 2015(1),

–  gezien zijn resolutie van 27 februari 2014 over de inzet van gewapende drones(2),

–  gezien het Handvest van de Verenigde Naties,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de reeds lang aanslepende confrontatie tussen de Houthi's en de Jemenitische regering begin 2014 weer oplaaide en leidde tot de opmars van de Houthi's in augustus 2014; overwegende dat de Houthi's doorgingen met het consolideren van hun greep op de macht en het grondgebied en aanzienlijke delen van het land innamen, wat leidde tot maandenlange botsingen en de verbanning van de internationaal erkende president, Abd-Rabbu Mansour Hadi;

B.  overwegende dat Saudi-Arabië, met steun van de Verenigde Staten, de coalitie leidt waartoe ook de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar, Bahrein, Koeweit, Jordanië, Marokko en Sudan behoren en die sinds 26 maart 2015 bombardementen uitvoert in Jemen in het kader van een interventiecampagne die tot doel heeft Hadi weer in het zadel te helpen; overwegende dat Saudi-Arabië een vrijwel totale blokkade heeft ingesteld tegen Jemen, een land dat in hoge mate afhankelijk is van de import; overwegende dat het brandstofembargo van de coalitie en de gerichte aanvallen op civiele infrastructuur in strijd zijn met het internationaal humanitair recht;

C.  overwegende dat deze confrontatie tussen de Houthi's en de Jemenitische regering, nog verergerd door de militaire aanvallen van de door Saudi-Arabië geleide coalitie, een humanitaire noodsituatie heeft veroorzaakt in Jemen; overwegende dat ongeveer 80 % van de Jemenitische bevolking – circa 21 miljoen mensen – dringend enige vorm van humanitaire hulp nodig heeft om de behoefte aan voedsel, geneesmiddelen en brandstof te lenigen;

D.  overwegende dat het conflict zich sinds medio maart 2015 heeft uitgebreid tot 20 van de 22 gouvernementen van Jemen, wat de toch al dramatische humanitaire situatie als gevolg van jarenlange armoede nog erger maakt; dat er bij het conflict in het land circa 7 500 doden zijn gevallen, van wie de helft burgers, en meer dan 27 500 mensen gewond zijn geraakt; dat de VN de autoriteiten en de verschillende groeperingen dringend ertoe oproept blijvend toegang te verlenen tot de belegerde steden, opdat er hulp kan worden geboden aan de bevolking in nood, aangezien de oorlog in Jemen is geclassificeerd in de ergste categorie van humanitaire crisis; dat duizenden vluchtelingen buurlanden hebben weten te bereiken;

E.  overwegende dat het land geconfronteerd wordt met een humanitaire ramp en dat er onder meer het gevaar van hongersnood bestaat; dat Jemenitische gezinnen zich nog steeds genoodzaakt zien hun huizen te verlaten als gevolg van luchtaanvallen, beschietingen en geweld, waardoor er meer dan 2,5 miljoen intern ontheemden zijn; dat ongeveer 7,6 miljoen mensen in Jemen noodvoedselhulp nodig hebben om te overleven; dat ten minste 2 miljoen mensen ondervoed zijn; dat ongeveer 8 miljoen mensen geen betrouwbare en veilige toegang tot drinkwater meer hebben omdat meer dan 50 % van het waternet door de gevechten is vernield; dat zo'n 14 miljoen mensen onvoldoende toegang tot gezondheidszorg hebben; dat de rampzalige situatie betreffende de Jemenitische gezondheidszorg nog is verergerd door de vernieling van drie medische centra van AzG in Taiz en Saada; dat de oproep tot humanitaire hulp voor Jemen voor 2015 slechts voor 52 % is gefinancierd;

F.  overwegende dat 1,3 miljoen kinderen onder de vijf jaar het risico lopen ondervoed te raken; dat 320 000 kinderen al aan ernstige ondervoeding lijden; dat maar liefst 1,8 miljoen kinderen de school moesten verlaten, naast de 1,6 miljoen die al niet naar school gingen vóór het conflict begon;

G.  overwegende dat Jemenitische vrouwen bijzonder zwaar door het conflict zijn getroffen; dat meer dan 30 % van de ontheemde huishoudens wordt geleid door een vrouw; dat de Wereldgezondheidsorganisatie heeft gewaarschuwd dat er voor veel chronische aandoeningen niet langer geneesmiddelen voorhanden zijn en dat het risico op moedersterfte tijdens de bevalling binnenkort aanzienlijk zou kunnen toenemen;

H.  overwegende dat het conflict en het daardoor veroorzaakte veiligheidsvacuüm hebben geleid tot een gevaarlijke uitbreiding van extremistische groeperingen in het land, met name in de gouvernementen Abyan, Al Bayda' en Shabwah; dat Al Qaida op het Arabische Schiereiland zijn aanwezigheid in het gouvernement Hadramaut en zijn controle over de haven van Al Mukalla heeft geconsolideerd; dat ISIS doorgaat met zijn campagne van aanslagen en moorden, waaronder de moord op Jaafar Mohammed Saad, de gouverneur van Aden, op 6 december 2015;

I.  overwegende dat er van 15 tot 20 december 2015 in Zwitserland onderhandelingen onder auspiciën van de VN hebben plaatsgevonden tussen de regering van Jemen, de Houthi's en het Algemeen Volkscongres; dat de speciale gezant van de VN voor Jemen in de ochtend van 15 december 2015 de staking van de vijandelijkheden aankondigde; dat het geweld aanhield, hoewel de partijen zich bereid verklaarden de vijandelijkheden tijdens de gesprekken volledig te staken; dat er een coördinatie- en de-escalatiecomité werd opgericht om schendingen zo veel mogelijk te beperken; dat tijdens de besprekingen onder meer humanitaire kwesties op de agenda stonden, alsook vertrouwenwekkende maatregelen en een algemeen kader dat als grondslag voor een alomvattende regeling zou kunnen fungeren; dat het staakt-het-vuren officieel werd verlengd tot 28 december 2015; dat vanaf 14 januari 2016 een nieuwe gespreksronde had moeten plaatsvinden maar dat die is uitgesteld;

J.  overwegende dat Jemen een van de armste landen ter wereld is; overwegende dat vóór het begin van de oorlog de helft van de Jemenieten al onder de armoedegrens leefde, twee derde van de jongeren werkloos was en sociale basisvoorzieningen op instorten stonden;

K.  overwegende dat het conflict is afgeschilderd als een probleem tussen sjiieten en soennieten in een poging de werkelijke geopolitieke redenen ervan te verhullen; dat Saudi-Arabië de Houthi's ervan beschuldigt gesteund te worden door Iran en hen beschouwt als een bedreiging van de Saudische veiligheid; dat het ingewikkelde conflict in Jemen in sommige opzichten een oorlog op afstand is, in een land met een sterke aanwezigheid van Al Qaida-groepen en met afscheidingsbewegingen en zaidi-sjiitische rebellen in het noorden en gevechten tussen Houthi's en gewapende groeperingen in het zuiden;

L.  overwegende dat de EU een wapenembargo en andere gerichte sancties heeft opgelegd aan een Houthi-leider die de zoon van voormalig president Saleh is; dat EU-landen zoals het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Frankrijk, Italië en Duitsland intussen wapens blijven verkopen aan Saudi-Arabië; dat het VK en Spanje hun wapenleveringen aanzienlijk hebben opgevoerd; dat Saudi-Arabië de grootste afnemer van Britse wapens is en dat het VK de grootste wapenleverancier van de landen van de Samenwerkingsraad van de Golf is; dat de coalitie voor wapencontrole heeft aangeklaagd dat deze handel indruist tegen de Britse verplichtingen uit hoofde van het Wapenhandelsverdrag, het gemeenschappelijk standpunt van de EU inzake wapenuitvoer en de geconsolideerde criteria van het VK inzake wapenuitvoer;

M.  overwegende dat de VS de militaire luchtmachtbasis al-Annad in de nabijheid van de Zuid-Jemenitische stad al-Houta bezitten, van waaruit zij drone-aanvallen uitvoeren op mensen die ervan verdacht worden lid te zijn van de plaatselijke tak van Al Qaida; dat de aanvallen met Amerikaanse drones en de standrechtelijke executies in Jemen sinds 2002 de situatie in Jemen mede hebben gedestabiliseerd; dat volgens het jongste verslag van het Bureau van de hoge commissaris voor de mensenrechten van de VN (OHCHR) over Jemen bij drone-aanvallen meer burgers dan vermeende terroristen of leden van Al Qaida om het leven komen; dat volgens het Bureau of Investigative Journalism sinds het begin van de operaties in 2002 ten minste 424 mensen, onder wie acht kinderen, bij dergelijke missies zijn gedood;

N.  overwegende dat voormalig president Saleh als een bondgenoot van de VS werd beschouwd en miljoenen dollars aan bijstand op het gebied van "terrorismebestrijding" en hulp bij het trainen van het leger heeft ontvangen; dat die wapens tegen de Jemenitische bevolking werden ingezet en nu worden gebruikt bij gevechten tussen diverse groeperingen;

O.  overwegende dat de ligging van Jemen aan de toegang tot de Rode Zee, die leidt naar het Suezkanaal, en aan de Golf van Aden het land een strategisch belang verleent in verband met belangrijke zeeroutes en energievoorraden;

1.  maakt zich grote zorgen over de schrijnende humanitaire situatie in Jemen, waar ongeveer 21 miljoen Jemenieten dringend humanitaire hulp behoeven; roept alle partijen op te zorgen voor een veilige, snelle en ongehinderde doorgang voor humanitaire hulpverlening aan alle getroffen gouvernementen, met name Taiz;

2.  spreekt zijn bezorgdheid uit over de moeilijkheden die de VN ondervindt om de benodigde middelen voor humanitaire hulp te verkrijgen, en over het feit dat de EU-lidstaten de op de donorconferenties toegezegde bedragen niet hebben verstrekt; dringt er andermaal bij de lidstaten en de internationale gemeenschap op aan met spoed overeenstemming te bereiken over een gecoördineerde humanitaire actie onder leiding van de VN om de humanitaire behoeften in Jemen te lenigen, en verzoekt alle lidstaten daaraan bij te dragen;

3.  veroordeelt het gebruik van geweld tegen burgers door conflictpartijen, terroristen of andere gewapende groeperingen, dat tot een ernstige humanitaire crisis in het land heeft geleid en een groot aantal doden en gewonden onder de burgerbevolking alsook een groot aantal ontheemden heeft veroorzaakt; betuigt zijn diepe medeleven met de nabestaanden van de slachtoffers;

4.  veroordeelt de militaire aanvallen van de door Saudi-Arabië geleide alliantie in Jemen, alsook de door Saudi-Arabië ingestelde zeeblokkade van de havens van Jemen; is ervan overtuigd dat Saudi-Arabië met zijn interventie ernaar streeft zijn controle over de regio te versterken en dat dit alleen maar zal leiden tot nog meer leed onder de Jemenitische bevolking en tot nog diepere verdeeldheid tussen religieuze groeperingen in het Midden-Oosten;

5.  is uiterst bezorgd dat Al Qaida op het Arabische Schiereiland en ISIS gebruik kunnen maken van de verslechtering van de politieke en de veiligheidssituatie in Jemen; wijst erop dat alle terroristische daden, waar, wanneer en door wie zij ook begaan worden, misdadig en niet te rechtvaardigen zijn, ongeacht de beweegredenen ervoor;

6.  spreekt zijn waardering uit en betuigt opnieuw zijn volle steun voor de inspanningen van de VN en de speciale gezant van de secretaris-generaal voor Jemen; herhaalt dat alleen een politieke oplossing een eind kan maken aan het conflict in Jemen; verzoekt daarom alle partijen in Jemen zich te onthouden van provocaties en unilaterale acties en de weg in te slaan naar omvattende, door Jemenieten geleide onderhandelingen om de vrede in het land te herstellen; is ervan overtuigd dat elke langetermijnoplossing moet bestaan in het aanpakken van de onderliggende oorzaken van de instabiliteit en de armoede in het land en tegemoet moet komen aan de legitieme wensen en aspiraties van de Jemenitische bevolking; spreekt nogmaals zijn steun uit voor alle vreedzame politieke inspanningen ter bescherming van de soevereiniteit, de onafhankelijkheid en de territoriale integriteit van Jemen;

7.  betreurt ten zeerste dat de internationale gemeenschap en de media geen aandacht besteden aan het conflict in Jemen;

8.  verwerpt elk buitenlands militair ingrijpen in het land, ongeacht of dat Saudisch, Iraans, Arabisch of westers is; waarschuwt voor het risico dat de situatie uiteindelijk zal ontaarden in een godsdienstoorlog; benadrukt dat de oorlog in Jemen niet louter een conflict tussen sjiieten en soennieten is; veroordeelt het feit dat religieuze verschillen worden gebruikt om politieke crises en sekte-oorlogen uit te lokken;

9.  herinnert alle partijen eraan dat zij medeverantwoordelijk zijn voor de naleving van het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten, hetgeen inhoudt dat zij burgers moeten beschermen, zich moeten onthouden van gerichte aanvallen op civiele infrastructuur en veilige en onbelemmerde toegang tot het land moeten bieden aan humanitaire organisaties; uit zijn ernstige bezorgdheid over de meldingen dat de Houthi-strijdkrachten, Ansar Al-Sharia en de regeringstroepen gebruik maken van kindsoldaten; dringt erop aan dat degenen die verantwoordelijk zijn voor schendingen van de mensenrechten of van het internationaal humanitair recht ter verantwoording worden geroepen voor hun daden;

10.  veroordeelt de stilzwijgende medewerking en medeplichtigheid van de EU aan dictatoriale regimes in de regio; staat uiterst kritisch tegenover de rol die de diverse westerse interventies de afgelopen jaren gespeeld hebben bij het aanwakkeren van conflicten in het gebied; benadrukt dat de conflicten in de regio niet met militaire middelen kunnen worden opgelost; verwerpt het idee van "verantwoordelijkheid om te beschermen" omdat dit inbreuk maakt op internationaal recht en geen adequate rechtsgrondslag biedt die het eenzijdig gebruik van geweld kan rechtvaardigen;

11.  levert felle kritiek op de intensieve wapenhandel die EU-lidstaten, zoals het VK, Spanje, Frankrijk en Duitsland, bedrijven met diverse landen in de regio; dringt aan op de onmiddellijke stopzetting van wapenleveringen en militaire steun aan Saudi-Arabië en zijn coalitiepartners; verzoekt de Raad in dit verband na te gaan of er sprake is geweest van inbreuk op de EU-gedragscode betreffende wapenuitvoer en maatregelen vast te stellen om te waarborgen dat deze code door alle lidstaten volledig wordt nageleefd;

12.  is sterk gekant tegen het gebruik van drones voor buitengerechtelijke en extraterritoriale executies; vraagt dat het gebruik van drones hiervoor wordt verboden, overeenkomstig zijn voormelde resolutie van 27 februari 2014 over de inzet van gewapende drones, waarin in paragraaf 2, onder a) en b), ertoe wordt opgeroepen "zich te verzetten tegen en een verbod uit te vaardigen op de praktijk van buitengerechtelijk doelgericht doden" en "ervoor te zorgen dat de lidstaten, overeenkomstig hun wettelijke verplichtingen, zich niet bezondigen aan onwettig doelgericht doden of het andere landen gemakkelijk maken dit te doen";

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de regeringen van de lidstaten, de regering van Jemen en de leden van de Samenwerkingsraad van de Golf en de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0270.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0172.

Juridische mededeling - Privacybeleid