Procedure : 2016/2515(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0153/2016

Ingediende teksten :

B8-0153/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 04/02/2016 - 8.9
CRE 04/02/2016 - 8.9
Stemverklaringen
PV 25/02/2016 - 7.15
CRE 25/02/2016 - 7.15
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0066

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 270kWORD 68k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0151/2016
27.1.2016
PE576.514v01-00
 
B8-0153/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/ hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de humanitaire situatie in Jemen (2016/2515(RSP))


Marietje Schaake, Petras Auštrevičius, Dita Charanzová, Gérard Deprez, Filiz Hyusmenova, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Ilhan Kyuchyuk, Javier Nart, Norica Nicolai, Urmas Paet, Jozo Radoš, Jasenko Selimovic, Pavel Telička, Ivo Vajgl, Johannes Cornelis van Baalen, Hilde Vautmans namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de humanitaire situatie in Jemen (2016/2515(RSP))  
B8-0153/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Jemen, en met name die van 9 juli 2015 over de situatie in Jemen(1),

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), Federica Mogherini, en de commissaris voor Humanitaire Hulp en Crisisbeheersing, Christos Stylianides, van 10 januari 2016 over de aanval op een ziekenhuis van Artsen zonder Grenzen (AzG) in Jemen,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) van 15 december 2015 over de hervatting van de door de VN geleide vredesbesprekingen over Jemen en de gezamenlijke verklaring van de VV/HR, Federica Mogherini, en de commissaris voor Humanitaire Hulp en Crisisbeheersing, Christos Stylianides, van 2 oktober 2015 over Jemen,

–  gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken over Jemen, in het bijzonder die van 20 april 2015;

–  gezien de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over Jemen, meer bepaald resoluties 2216 (2015), 2201 (2015) en 2140 (2014),

–  gezien de aan de woordvoerder van de secretaris-generaal van de VN toe te schrijven verklaringen van 10 januari 2016 en 8 januari 2016 over Jemen,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de dramatische humanitaire situatie in Jemen als gevolg van de door Saudi-Arabië geleide militaire interventie, waarbij ook gebruik wordt gemaakt van clusterbommen, en de voortdurende politieke, veiligheidsgerelateerde, economische en humanitaire problemen die de bevolking van het land treffen, ernstige gevolgen hebben voor de regio en een gevaar vormen voor de internationale vrede en veiligheid; overwegende dat de Jemenitische burgerbevolking, die toch al te kampen heeft met abominabele levensomstandigheden, het eerste slachtoffer is van de huidige militaire escalatie;

B.  overwegende dat volgens de woordvoerder van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN sinds het begin van de door Saudi-Arabië geleide interventie eind maart 2015 2 795 burgers zijn gedood en 5 324 gewond, wat het aantal burgerslachtoffers op 8 119 brengt; overwegende dat er onder de slachtoffers honderden vrouwen en kinderen zijn; overwegende dat de humanitaire gevolgen voor de burgerbevolking van de aanhoudende gevechten tussen verschillende milities, de bombardementen en de verstoring van essentiële diensten, alarmerende proporties aannemen;

C.  overwegende dat volgens het Bureau van de Verenigde Naties voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden (OCHA) meer dan 2,51 miljoen Jemenieten als gevolg van het conflict in eigen land ontheemd zijn; overwegende dat 21,1 miljoen mensen (80% van de bevolking) een of andere vorm van humanitaire bescherming of bijstand nodig hebben; overwegende dat meer dan 2,2 miljoen kinderen aan ondervoeding (dreigen te) lijden en ongeveer 14,4 miljoen mensen momenteel voedselonzekerheid kennen;

D.  overwegende dat er talrijke meldingen zijn dat burgerdoelen zoals ziekenhuizen, scholen, markten, graandepots, havens en een kamp voor ontheemden getroffen zijn bij luchtaanvallen, die ernstige schade hebben toegebracht aan essentiële hulpverleningsinfrastructuur en bijgedragen hebben tot het ernstige voedsel- en brandstoftekort in het land; overwegende dat een door AzG gesteund ziekenhuis in Noord-Jemen op 10 januari 2016 gebombardeerd werd, waarbij volgens personeel van AzG ten minste vijf doden en een dozijn gewonden zijn gevallen en de medische faciliteiten ernstig beschadigd zijn; overwegende dat dit slechts het meest recente geval is van aanvallen op zorginstellingen;

E.  overwegende dat een zeeblokkade de toegang tot essentiële humanitaire hulp belemmert voor de burgerbevolking, die dringend voedsel, water en medische verzorging nodig heeft; overwegende dat volgens bronnen bij de VN slechts 15 % van het invoervolume van voor de crisis het land binnenkomt, en dat terwijl de voedselvoorziening voor 90 % van invoer afhankelijk is; overwegende dat 10 van Jemens 22 gouvernementen volgens de classificatie van het Wereldvoedselprogramma qua voedselzekerheid de alarmfase hebben bereikt, één stap onder hongersnood;

F.  overwegende dat ook tankers die benzine, diesel en stookolie aanvoeren systematisch door de zeeblokkade worden tegengehouden, waardoor de stroomvoorziening van het land wordt ontwricht en zieken en scholen massaal tot sluiting worden gedwongen; overwegende dat het meest urgente probleem is dat de waterpompen ingevolge de blokkade niet langer functioneren;

G.  overwegende dat de gevechten en het embargo er volgens Oxfam toe hebben geleid dat 3 miljoen Jemenieten sinds maart 2015 geen toegang meer hebben tot zuiver water, waardoor in totaal 16 miljoen mensen, ofwel bijna twee derde van de bevolking, geen toegang hebben tot drinkwater en sanitaire voorzieningen, met rampzalige gevolgen voor de verspreiding van ziekten zoals cholera en knokkelkoorts;

H.  overwegende dat volgens Save the Children in minstens 18 van de 22 gouvernementen van het land ziekenhuizen gesloten zijn als gevolg van, of ernstig te lijden hebben onder, de gevechten of het gebrek aan brandstof; overwegende dat met name 153 gezondheidscentra die voorheen meer dan 450 000 in gevaar verkerende kinderen van voedsel voorzagen, gesloten zijn, evenals 158 ambulante zorgcentra die basisgezondheidszorg moeten bieden aan bijna een half miljoen kinderen onder de vijf jaar;

I.  overwegende dat het conflict in Jemen volgens Unicef ook ernstige gevolgen heeft voor de toegang van kinderen tot het onderwijs, dat voor bijna 2 miljoen kinderen stil ligt omdat 3 584 scholen, ofwel één op de vier, gesloten zijn; overwegende dat 860 van die scholen beschadigd zijn of voor de opvang van ontheemden worden gebruikt;

J.  overwegende dat op 15 december 2015 een nationaal staakt-het-vuren werd afgekondigd, dat sindsdien echter herhaaldelijk is geschonden, en dat de vredesbesprekingen tussen de strijdende partijen die medio december in Zwitserland werden gehouden niet hebben geleid tot een belangrijke doorbraak die uitzicht geeft op de beëindiging van het conflict; overwegende dat de hervatting van de door de VN geleide vredesbesprekingen onder auspiciën van de VN-gezant voor Jemen, Ismail Ould Cheikh Ahmed, die voor 14 januari 2016 gepland was, tijdelijk is uitgesteld, terwijl het geweld voortduurt;

K.  overwegende dat de handhaving van het bestand de juiste keuze is om verdere burgerslachtoffers en de vernietiging van kritieke civiele infrastructuur te voorkomen; overwegende dat dit bestand ook de kans biedt om volledige toegang te krijgen tot noodhulp om de nooit eerder geziene noden van de Jemenitische bevolking te lenigen;

L.  overwegende dat Saudi-Arabië in april 2015 had toegezegd een VN-fonds voor humanitaire noodhulp aan Jemen ter waarde van 274 miljoen dollar volledig te zullen financieren, maar dat tot dusver geen geld naar het VN-bureau voor de coördinatie van humanitaire zaken is overgemaakt; overwegende dat de VN in juni 2015 gevraagd hebben om 1,6 miljard USD om 11,7 miljoen mensen te kunnen helpen, maar daarvan op 18 november 2015 slechts 43 % hadden ontvangen;

M.  overwegende dat de EU in 2015 voor 12 miljoen euro bijkomende humanitaire bijstand heeft verleend om de crisis in Jemen en de gevolgen ervan in de Hoorn van Afrika te verlichten; overwegende dat de EU tot 2 miljoen euro zal bijdragen aan de invoering van het verificatie- en inspectiemechanisme van de VN (UNVIM) voor commerciële leveringen aan Jemen, waarmee de onbelemmerde levering van handelsgoederen en humanitaire bijstand zal worden vergemakkelijkt;

1.  is ernstig bezorgd over de alarmerende verslechtering van de humanitaire situatie in Jemen, die gekenmerkt wordt door wijdverbreide voedselonzekerheid en ernstige ondervoeding, willekeurige aanvallen op burgers, gezondheidswerkers en hulpverleners en vernietiging van civiele en medische infrastructuur als gevolg van de steeds hevigere luchtaanvallen, grondgevechten en beschietingen, ondanks de herhaalde oproepen tot een nieuwe staking van de vijandelijkheden; bevestigt opnieuw dat het Jemen en de Jemenitische bevolking zal blijven steunen.

2.  onderstreept dat gecoördineerd humanitair optreden onder leiding van de VN noodzakelijk is, en dringt er bij alle landen op aan bij te dragen tot het lenigen van de humanitaire noden; verzoekt alle partijen de binnenkomst en levering van dringend noodzakelijke levensmiddelen, geneesmiddelen, brandstof en andere noodzakelijke bijstand door de VN en internationale humanitaire organisaties toe te staan om, overeenkomstig de beginselen van onpartijdigheid, neutraliteit en onafhankelijkheid, in de dringende behoeften van de door de crisis getroffen burgers te kunnen voorzien; herhaalt dat de toegang tot Jemen voor commerciële leveringen daarom absoluut moet worden versoepeld;

3.  verzoekt alle bij het conflict betrokken partijen humanitaire werkers en hulpverleners onbeperkt en ongehinderd toegang te verlenen tot de Jemenitische bevolking, die dringend behoefte heeft aan levensnoodzakelijke bijstand, en verzoekt daarom om een humanitaire pauze, zodat levensreddende bijstand de Jemenitische bevolking met spoed kan bereiken;

4.  herhaalt zijn oproep aan alle partijen om het internationaal humanitair recht en de internationale mensenrechtenwetgeving te eerbiedigen, de bescherming van burgers te waarborgen en zich te onthouden van rechtstreekse aanvallen op civiele infrastructuur, met name medische voorzieningen en watervoorzieningsstelsels, en van het gebruiken van civiele gebouwen voor militaire doeleinden;

5.  herinnert alle partijen eraan dat ziekenhuizen en medisch personeel expliciet beschermd zijn krachtens het internationaal humanitair recht en dat het doelbewust tot doelwit maken van burgers en civiele infrastructuur een oorlogsmisdrijf is; benadrukt dat het belangrijk is de veiligheid van hulpverleners te verbeteren zodat zij doeltreffender op aanvallen kunnen reageren; vraagt om een onpartijdig en onafhankelijk onderzoek naar alle vermeende schendingen van de internationale mensenrechtenwetgeving en het internationaal humanitair recht, met inbegrip van de recente aanvallen op humanitaire infrastructuur en hulpverleners; verzoekt de VV/HV het initiatief te nemen voor een Europees wapenembargo tegen Saudi-Arabië, gezien de ernst van deze beschuldigingen en het feit dat voortzetting van de wapenverkoop in strijd is met criteria 2, 4 en 6 van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008;

6.  verzoekt de EU en de lidstaten een grotere financiële bijdrage te leveren aan het plan voor humanitaire hulp aan Jemen, teneinde in de financieringsbehoeften voor 2016 te voorzien; verzoekt de EU druk uit te oefenen op alle donoren opdat zij hun beloften en toezeggingen met spoed naleven;

7.  herhaalt zijn dringende verzoek aan de VV/HV en de lidstaten om in de VN steun te winnen voor een internationaal plan om de watervoorziening in Jemen veilig te stellen; meent dat dit een essentiële stap kan zijn naar een succesvolle afronding van een mogelijk vredesproces, en de bevolking een kans biedt om de landbouw te verbeteren, de voedselvoorziening te herstellen en het land opnieuw op te bouwen;

8.  benadrukt dat alleen een politieke, inclusieve en via onderhandelingen tot stand gekomen oplossing voor het conflict mogelijk is; verzoekt alle partijen zo spoedig mogelijk en te goeder trouw deel te nemen aan een nieuwe vredesronde onder leiding van de VN; ondersteunt de niet-aflatende inspanningen van speciaal VN-gezant Ismail Ould Cheikh Ahmed om door de VN geleide vredesbesprekingen over Jemen te houden, overeenkomstig het initiatief van de Samenwerkingsraad van de Golf, de conclusies van de Conferentie voor nationale dialoog en de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad, met name resoluties 2140 en 2216;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de secretaris-generaal van de Samenwerkingsraad van de Golf, de secretaris-generaal van de Liga van Arabische Staten en de regering van Jemen.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0270.

Juridische mededeling - Privacybeleid