Procedure : 2016/2537(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0177/2016

Ingediende teksten :

B8-0177/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 04/02/2016 - 8.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0048

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 264kWORD 63k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0146/2016
1.2.2016
PE576.538v01-00
 
B8-0177/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Libië (2016/2537(RSP))


Elmar Brok, Cristian Dan Preda, Andrej Plenković, Mariya Gabriel, David McAllister, Tunne Kelam, Michael Gahler, Barbara Matera, Daniel Caspary, Davor Ivo Stier, Roberta Metsola, Kinga Gál, Adam Szejnfeld, Therese Comodini Cachia, Traian Ungureanu, Lorenzo Cesa, Dariusz Rosati, Tokia Saïfi, Lara Comi, Milan Zver, Ramón Luis Valcárcel Siso namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Libië (2016/2537(RSP))  
B8-0177/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Libië,

–  gezien de conclusies van de Raad van 18 januari 2016,

–  gezien de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over de situatie in Libië, waaronder Resolutie 2259 (2015),

–  gezien de ondertekening van het politieke akkoord voor Libië in Skhirat, Marokko, op 17 december 2015,

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 19 januari 2016,

–  gezien de respectievelijke mandaten van de VN-Ondersteuningsmissie in Libië (UNSMIL) en van de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Libië sinds de val van dictator kolonel Muammar Kaddafi in 2011 wordt getroffen door instabiliteit, interne conflicten en sektarisme;

B.  overwegende dat de aspiraties die het Libische volk heeft ontleend aan de val van kolonel Kaddafi ondanks nationale parlementsverkiezingen in juni 2014 zijn doorkruist door politieke onenigheid en geweld; overwegende dat in respectievelijk Tripoli en Trobuk rivaliserende regeringen en parlementen zetelen;

C.  overwegende dat de ondertekening van het politieke akkoord voor Libië op 17 december 2015 deel uitmaakt van het proces tot vereniging van het land en tot instelling van een inclusieve, stabiele, duurzame regering en politieke procedure;

D.  overwegende dat het Libische parlement in Tobruk de door de VN gesteunde eenheidsregering op 25 januari 2016 verwierp, maar terzelfdertijd wel zijn goedkeuring hechtte aan het politieke akkoord voor Libië, dat een basis is voor een politieke overgang in het land;

E.  overwegende dat Da'esh en andere extremistische strijdmachten misbruik hebben gemaakt van het politieke vacuüm en de afwezigheid van een stabiele regering, en zo de vrede en veiligheid in de hele regio in gevaar hebben gebracht;

F.  overwegende dat de recente gevechten er in grote mate toe hebben bijgedragen dat terroristische groeperingen als Da'esh zich in het land konden verspreiden en vestigen; overwegende dat dit, indien niets wordt ondernomen, een grote bedreiging van de veiligheid van de regio en van de EU kan betekenen; overwegende dat Da'esh een groot offensief tegen belangrijke Libische olie-installaties is begonnen;

G.  overwegende dat de mensenrechtensituatie in het hele land steeds verder verslechtert, met willekeurige gevangenneming, ontvoering, buitengerechtelijke executies en marteling van alsmede geweld tegen journalisten, functionarissen, politici en mensenrechtenactivisten; overwegende dat de chaotische situatie in Libië het voor smokkelaars mogelijk heeft gemaakt om vluchtelingen die Europa proberen te bereiken uit te buiten;

1.  spreekt zijn steun uit voor het politieke akkoord voor Libië, dat op 17 december 2015 ondertekend werd, en is verheugd over de vorming van de presidentiële raad;

2.  steunt de regering van nationale eenheid als de legitieme regering van Libië, en roept alle actoren alsook derde landen op om haar autoriteit te aanvaarden;

3.  betreurt de beslissing van het parlement in Tobruk om de regering van nationale eenheid te verwerpen; is van mening dat de goedkeuring van de regering van nationale eenheid een cruciale stap is in de uitvoering van het politieke akkoord voor Libië;

4.  blijft bezorgd over de toenemende humanitaire crisis in Libië; roept alle partijen op om het geweld te staken, om zich te onthouden van acties die tot verdere verdeeldheid en polarisatie leiden, en om door middel van politieke dialoog oplossingen te zoeken;

5.  is ernstig verontrust over de toenemende aanwezigheid van extremistische organisaties en bewegingen in Libië; is van oordeel dat deze groeperingen een grote bedreiging voor de stabiliteit en veiligheid van de hele regio vormen, alsmede van de veiligheid van Europa;

6.  is bezorgd dat het Libische conflict een overloopeffect zal kennen en Egypte en vooral Tunesië onveilig zal maken, evenals Algerije met zijn olievelden; wijst nadrukkelijk op de rol die het Libische conflict heeft in de toename van het extremisme in Tunesië; roept de EU op om in de strijd tegen het terrorisme meer met Tunesië samen te werken, en meer ondersteuning te verlenen ten behoeve van de sociaal-economische overgang in Tunesië;

7.  wijst op de ontwrichtende impact van het Libische conflict op andere landen in het Sahelgebied; benadrukt dat de poreuze Libische grenzen en het ontbreken van een centraal politiek gezag ertoe hebben geleid dat wapens heel gemakkelijk worden verspreid en verhandeld, en dat gewapende groeperingen zich vrijelijk kunnen bewegen; roept buurlanden en andere regionale actoren op de inspanningen van UNSMIL ten behoeve van een dialoog te ondersteunen en zich te onthouden van acties die hier haaks op staan;

8.  hecht zijn goedkeuring aan operatie Sophia (EUNAVFOR MED), en aan de inspanningen die binnen dit kader gebeuren om de vluchtelingenstroom en de mensenhandelaars die deze vluchtelingen uitbuiten aan te pakken; brengt in herinnering dat het welslagen van de operatie rechtstreeks in verband staat met de duurzaamheid van de politieke dialoog in Libië en de behoefte om de vrede en de stabiliteit in het land te herstellen; roept op tot een overeenkomst die de EU-missie in staat stelt om binnen afzienbare tijd operaties in de Libische territoriale wateren uit te voeren;

9.  roept de EU en de internationale gemeenschap op om humanitaire, financiële en politieke hulp te blijven geven zodat werk gemaakt kan worden van de humanitaire situatie in Libië, van het lot van ontheemden en vluchtelingen in het land zelf en van het lot van burgers die geen toegang meer hebben tot basisvoorzieningen;

10.  veroordeelt de aanvallen van Da'esh op de olie-installaties in Libië; brengt in herinnering dat Libië door zijn te grote afhankelijkheid van de koolwaterstofindustrie economisch steeds kwetsbaarder wordt; is van mening dat economisch herstel een belangrijke stap is in de overgang naar democratie in Libië;

11.  onderstreept dat het politieke proces in Libische handen ligt en dat moet worden toegezien op een blijvende inclusiviteit, waarbij ook wordt gezorgd voor de deelname van vrouwen, het maatschappelijk middenveld en politieke en lokale actoren;

12.  is verheugd over het werk van UNSMIL en de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN, Martin Kobler;

13.  dringt er bij de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden op aan de acties van de lidstaten in Libië te coördineren en hun steun te richten op de opbouw van overheidsstructuren en instellingen, en samen met de lidstaten, de VN, de NAVO en regionale partners te helpen bij de oprichting van effectieve en op nationaal niveau aangestuurde en gecontroleerde veiligheidstroepen (leger- en politiemacht) die de vrede en de orde in het land kunnen handhaven; vraagt de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden daarnaast ook om de pogingen om tot een staakt-het-vuren te komen te steunen en een regeling op te stellen om toe te zien op de handhaving ervan; benadrukt dat de EU ook een prioriteit moet maken van het ondersteunen van de hervorming van het Libische rechtsstelsel, alsmede van andere gebieden die cruciaal zijn voor het democratisch bestuur;

14.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Europese Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Europese dienst voor extern optreden, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de Libische regering en het Libische Huis van Afgevaardigden, de secretaris-generaal van de VN, de Arabische Liga en de Afrikaanse Unie.

Juridische mededeling - Privacybeleid