Procedure : 2015/2612(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0308/2016

Ingediende teksten :

B8-0308/2016

Debatten :

PV 07/03/2016 - 16
CRE 07/03/2016 - 16

Stemmingen :

PV 10/03/2016 - 7.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0089

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 198kWORD 90k
2.3.2016
PE579.734v01-00
 
B8-0308/2016

naar aanleiding van vraag met verzoek om mondeling antwoord B8-0116/2016

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over "Naar een bloeiende data-economie" (2015/2612(RSP))


Jerzy Buzek namens de Commissie industrie, onderzoek en energie
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over "Naar een bloeiende data-economie" (2015/2612(RSP))  
B8-0308/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 2 juli 2014 getiteld "Naar een bloeiende data-economie" (COM(2014)0442),

–  gezien de vraag aan de Commissie over de mededeling "Naar een bloeiende data-economie" (O-000021/2016 – B8-0116/2016),

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie industrie, onderzoek en energie,

–  gezien artikel 8 van het Handvest van de grondrechten van de EU en artikel 16 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien zijn resolutie van 10 december 2013 over het aanboren van het potentieel van cloud computing in Europa(1),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 mei 2015 getiteld "Strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa" (COM(2015)0192),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de "big data"-markt, volgens de mondiale vooruitzichten voor "big data"-technologie en ‑diensten (Worldwide Big Data Technology and Services Forecast) voor 2013-2017 van de International Data Corporation, tot 2017 zes keer sneller zal groeien dan de ict-markt als geheel en dat de "big data"-markt in zijn geheel een totaal zal bereiken van 50 miljard EUR, hetgeen volgens de publiek-private partnerschap Big Data Value tegen 2017 kan leiden tot 3,75 miljoen nieuwe banen;

B.  overwegende dat de hoeveelheid data in een ongekend tempo toeneemt, zodat er tegen 2020 16 biljoen gigabyte aan gegevens zal zijn, wat overeenkomt met een jaarlijkse groei van de gegenereerde gegevens van 236 %;

C.  overwegende dat besluiten op basis van kennis die met "big data" is gegenereerd, de productiviteit en het concurrentievermogen aanzienlijk kunnen doen toenemen en dat de voordelen van een data-economie tegen 2020 een extra groei van het bbp met 1,9 % met zich mee zullen brengen;

D.  overwegende dat de ontwikkeling van "big data" onlosmakelijk verbonden is met een nieuwe digitale markt, moet zorgen voor de ontwikkeling van innoverende en concurrerende bedrijfsmodellen en tevens in overeenstemming moet zijn met het EU-kader voor gegevensbescherming, omdat "big data" aanzienlijke risico's en uitdagingen kan inhouden, met name op het gebied van de grondrechten (met inbegrip van privacy en gegevensbescherming), en ook het potentieel heeft om te leiden tot oneerlijke discriminatie als gevolg van vertekende conclusies op basis van correlaties in plaats van oorzakelijk verband;

E.  overwegende dat een toekomstige bloeiende data-economie mogelijkheden kan bieden voor groei en banen, inclusief door het mogelijk maken van nieuwe zakenmodellen en diensten en van een verbeterde productiviteit; overwegende dat een goed evenwicht tot stand moet worden gebracht om het juiste kader te creëren voor economische groei, teneinde het vertrouwen te behouden en tegelijk de rechten van de consumenten te vrijwaren en te handhaven door effectieve monitoring, evaluatie en passende responsen, indien nodig door middel van wetgeving;

F.  overwegende dat "big data" ook mogelijkheden met zich meebrengt voor consumenten (bijvoorbeeld gemak, efficiëntie en besparingen), bedrijven (industrie 4.0) en de overheid (e-overheid) en met betrekking tot huisvesting (slimme steden), wetenschap, geneeskunde (mobiele gezondheidszorg), rampenbestrijding en misdaadbestrijding;

De rol van de data-economie in het kader van de strategie voor de digitale Unie

1.  verwacht dat de voordelen van een data-economie op nationaal en Europees niveau gevolgen zullen hebben voor de samenleving en voor alle soorten ondernemingen in de waardeketen; beschouwt de invoering van een data-economie als de kern van de strategie voor een digitale interne markt en is zich bewust van de mogelijkheden ervan om Europa te helpen zijn concurrentiepositie in geavanceerde sectoren te herstellen en het economisch herstel, de investeringen in groei en de innovatie in alle sectoren te versnellen, hetgeen alleen kan worden verwezenlijkt, als het juiste bedrijfsklimaat en de juiste middelen voorhanden zijn om de digitale transformatie op gang te brengen en als deze technologieën het rechtskader van de EU inzake gegevensbescherming eerbiedigen, zodat de risico's en uitdagingen die eraan verbonden zijn, met name wat de grondrechten betreft, en in het bijzonder privacy en gegevensbescherming, worden aangepakt;

2.  onderstreept dat de data-economie geavanceerde vaardigheden vereist en de komende jaren naar verwachting een aanzienlijk aantal nieuwe banen in Europa zal opleveren;

3.  onderkent de sociale en economische voordelen die verbonden zijn aan het geïntegreerde gebruik van gegevens in alle sectoren van de Europese economie en op alle gebieden van het Europees onderzoek en benadrukt het belang van transparantie ten aanzien van de waarde en het gebruik van verzamelde gegevens, de beheersregels en de wijze waarop deze gegevens worden verzameld en verwerkt, benadrukt het feit dat het individu een eigentijds, betekenisvol recht moet hebben op toegang tot informatie over de gegevensverwerking; benadrukt hierbij dat het noodzakelijk is nauwkeurige statistische gegevens te verzamelen over de mate van bewustzijn bij burgers, ondernemingen en overheidsinstanties; benadrukt het feit dat de digitalisering van de economie een belangrijke aanjager vormt van de ontwikkeling op het gebied van "big data", zodat een horizontale aanpak vereist is om de data-economie te laten groeien;

4.  is van oordeel dat data een waardevol instrument voor ondernemingen vormt, waarvan de waarde aanmerkelijk kan worden versterkt door de ontwikkeling van innoverende en slimme manieren om gegevens die eigendom van ondernemingen zijn, te kunnen integreren met open gegevens; vraagt dat initiatieven worden gestart om het bewustzijn van kmo's te vergroten met betrekking tot de waarde van hun data en de wijze waarop deze kunnen worden gebruikt om nieuwe bedrijfsmodellen te ontwikkelen teneinde groei te stimuleren en kmo's als een belangrijke speler op het gebied van "big data" op de kaart te zetten;

5.  wijst erop dat de verwerking van bepaalde soorten gegevens, met name persoonsgegevens, onder de EU-wetgeving inzake gegevensbescherming valt; dringt in verband hiermee aan op de snelle goedkeuring van het gegevensbeschermingspakket;

6.  wijst erop dat gegevensbescherming en de mogelijkheden die voorvloeien uit een geïntegreerd gebruik van gegevens, elkaar niet noodzakelijk uitsluiten, aangezien een slim gebruik van de mogelijkheden ervoor kan zorgen dat verenigbaarheid met gegevensbescherming gewaarborgd is; is van mening dat het waarborgen van vertrouwen in deze technologieën zowel in het beleid van overheden als in bedrijfsmodellen centraal moet staan, aangezien een gebrek aan vertrouwen grote schade kan toebrengen aan de groei en innovatie in de digitale sector; is van mening dat er een essentiële behoefte bestaat aan een toekomstbestendig en uniform rechtskader voor gegevensbescherming teneinde groei en innovatie te bevorderen en erkent het open en mondiale karakter van het internet; merkt op dat de wetgeving inzake gegevensbescherming technologieneutraal is en reeds volledig geldt voor "big data"-activiteiten in de EU, zodat zij volledig moet worden nageleefd; dringt erop aan dat het beleid van overheden "privacy by design" en "privacy by default" opneemt in de cyclus van het genereren en analyseren van gegevens en tegelijk elke kans grijpt om de ontwikkeling van het potentieel van "big data" te bevorderen;

7.  acht het uiterst belangrijk een regelgevingskader te ontwikkelen dat gericht is op het aanpakken van de economische, technologische, sociale en culturele uitdagingen van een data-economie, zoals toegang tot, controle van en zeggenschap over gegevens, en met name openbare gegevens; meent dat veiligheid en gegevensbescherming de hoeksteen voor groei van de gegevensgestuurde industrie vormen; benadrukt het feit dat het komen tot een synergie tussen "big data", gegevensbescherming, veiligheid van gegevens en open gegevens de basis voor de nieuwe digitale start in Europa vormt; vraagt dat de volgende uitdagingen worden aangepakt: eigendom, bezit, beheer, toegang en beveiliging van gegevens, interoperabiliteit, gegevensbeperking en -opslag, beperkingen inzake gebruik en hergebruik van gegevens in Europa, innovatieve schakels op het gebied van intellectueel kapitaal, toegankelijkheid en infrastructuur, transparante regels inzake overdracht van gegevens, grensoverschrijdende mechanismen en, indien van toepassing, creatie en verspreiding van en toegang tot open gegevens en de beschikbaarheid ervan voor overheidsdiensten en dienstverleners;

Investeren in een data-economie (infrastructuur en O&O)

8.  merkt op dat een data-economie alleen een succes kan zijn indien deze ingebed is in een breder ict-ecosysteem, met inbegrip van het "Internet of Things" (IoT) voor het verzamelen van data, snelle breedbandnetwerken voor het transporteren ervan en cloud computing voor het verwerken ervan, evenals geschoolde werknemers, toegang tot data en interoperabiliteit; merkt op dat deze sector behoefte heeft aan enorme investeringen in ontwikkeling van de cloud, supercomputers en snelle breedband, en dat dit een basisvoorwaarde is voor een succesvolle digitale economie; dringt aan op een beter regelgevingskader en -klimaat die zowel op de particuliere als de overheidssector gericht zijn; herinnert eraan dat investeringen van de particuliere sector in netwerkinfrastructuur essentieel moet blijven; moedigt in verband hiermee de Commissie en de lidstaten aan investeringen in netwerkinfrastructuur te stimuleren door middel van een positief regelgevingskader en breedbandinfrastructuur te blijven ondersteunen door middel van bestaande programma's als de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) en het Cohesiefonds, maar alleen op terreinen waar tekortkomingen van de markt zijn vastgesteld;

9.  uit zijn bezorgdheid over het feit dat de digitale kloof, onvoldoende investeringen en het ontbreken van technische normen en toekomstbestendige wetgeving op het gebied van gegevensbescherming ertoe kunnen leiden dat Europa bij de ontwikkeling van een data-economie technisch en economisch achterop raakt;

10.  erkent het belang van interoperabiliteit en normen ter bevordering van het concurrentievermogen in de ict-sector en van een proactieve rol van de Commissie bij de mandatering van normalisatie-instellingen; vraagt de Commissie een strategie inzake "big data"-normen te ontwikkelen voor de identificatie van normkloven in de Europese "big data"-industrie, inclusief kmo's en belangrijke Europese sectoren; steunt de ontwikkeling van door de markt aangezwengelde, vrijwillige, technologisch neutrale, transparante, internationaal compatibele en voor de markt relevante normen;

11.  is van mening dat het ISA2-programma een kans biedt om interoperabiliteitsnormen te ontwikkelen voor het beheer van "big data" bij overheidsdiensten en tussen deze diensten en de bedrijven en de burgers;

12.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie om een initiatief betreffende het vrij verkeer van gegevens te ontwikkelen; is ingenomen met de aankondiging van een Europees initiatief inzake het vrij verkeer van gegevens dat de bestaande belemmeringen voor de interne markt voor gegevens moet wegnemen; verzoekt de Commissie een brede en transparante evaluatie betreffende de totstandbrenging van een data-economie uit te voeren, teneinde van tevoren te kunnen inspelen op de behoeften met betrekking tot de vereiste technologieën en de belemmeringen voor innovatie in Europa weg te nemen; vraagt dat met dit initiatief de volgende uitdagingen worden aangepakt: beveiliging van gegevens, interoperabiliteit, eigendom, bezit en opslag van gegevens, beperkingen inzake gebruik en hergebruik van gegevens in Europa, transparante regels inzake overdracht van gegevens, grensoverschrijdende mechanismen en de uitwisseling van open gegevens overheidsdiensten, bedrijven en het maatschappelijk middenveld;

13.  stelt vast dat "big data" alleen een succes kan zijn indien het ingebed is in een breder ict-ecosysteem, met inbegrip van het IoT voor het verzamelen van data, breedbandnetwerken voor het transporteren ervan en cloud computing voor het verwerken ervan;

14.  vindt dat de EU de procedures voor de toekenning van subsidies moet vereenvoudigen en meer financiële middelen moet uittrekken voor onderzoek en innovatie met betrekking tot het geïntegreerde gebruik van data, digitale innovatie en marktontwikkeling op gebieden waarvan is vastgesteld dat zij een meerwaarde opleveren voor de burgers, de samenleving en de economie, en er ook voor moet zorgen dat innoverende producten en diensten sneller ingang vinden in de markt; is in verband hiermee van mening dat een gezamenlijke Europese routekaart voor de lidstaten en de EU voor de middellange tot lange termijn moet worden opgesteld, in combinatie met een stabiel financieringskader, om vooruitgang in de richting van e-onderzoek te kunnen boeken; is van mening dat gratis software een belangrijke rol kan spelen om deze doelstellingen te verwezenlijken;

15.  waardeert de initiatieven van de Commissie voor de totstandbrenging van publiek-private partnerschappen (PPP's) op basis van de ontwikkeling van de data-economie, aangezien samenwerking tussen de publieke en de private sector van cruciaal belang is voor de identificatie van belemmeringen voor de ontwikkeling van de nodige technologieën; merkt op dat de Commissie en de Europese data-industrie hebben toegezegd 2,5 miljard EUR te investeren in een PPP om de gegevenssector te versterken en van Europa een koploper in de mondiale gegevenswedloop te maken door het potentieel van de digitale economie maximaal te benutten; wijst erop dat toegang tot open gegevensportalen en e-onderzoeksinfrastructuur een middel kan zijn om de nadelen te verminderen die onderzoekers en kmo's in perifere gebieden ondervinden;

16.  is verheugd over de totstandbrenging van zogenaamde innovatieruimten, d.w.z. ruimten waar een reeds bestaande concentratie van bedrijven en vaardigheden aanwezig is en kan worden vergroot en waar met datagerelateerde technologieën kan worden geëxperimenteerd binnen innoverende clusters die ecosystemen en projecten van industriële platforms tussen sectoren ontwikkelen om een netwerk tussen de reële en de digitale economie tot stand te brengen; onderstreept het feit dat deze ruimten als starterscentra moeten fungeren, die ondernemingen voorlichten over hoe het gebruik van gegevens kan worden vertaald in zakelijke mogelijkheden en die de groei en internationalisering van kmo's en innoverende start-ups ondersteunen; verzoekt hiertoe de partnerschappen tussen bedrijven en universitaire instellingen en onderzoekcentra te versterken om de ontwikkeling en innovatie op het gebied van "big data" te bevorderen. wijst in verband hiermee op de investeringen die zijn gedaan in initiatieven als de Grand Coalition for Digital Jobs en de Europese Week van de e-vaardigheden;

17.  spoort de Commissie en de lidstaten ertoe aan een modern en toekomstbestendig regelgevingskader in te voeren dat investeringen stimuleert en bevordert in de netwerkinfrastructuur die noodzakelijk is voor de toekomstige vereisten van de digitale, onderling verbonden economie, alsmede beleid te ontwikkelen om het IoT te laten bloeien en een adequate gegevenscapaciteit en -snelheid te garanderen door mobiele technologie uit te breiden en de invoering van IPv6 aan te moedigen;

18.  benadrukt het feit dat er meer coördinatie moet komen voor de toepassing van openheid in verband met normen en van interoperabiliteit met betrekking tot systemen en samenwerkingsplatformen;

19.  verzoekt de Commissie beleid te ontwikkelen dat buitensporige belemmeringen voor innoverende sectoren wegneemt, investeringen in O&O en Europese normalisatie aan te moedigen en het bestaande probleem van schendingen van essentiële octrooien aan te pakken; acht het noodzakelijk een passend evenwicht tot stand te brengen tussen degenen die investeren in onderzoek en innovatie voor de ontwikkeling van deze essentiële octrooien en degenen die voordeel halen uit deze octrooien; benadrukt het feit dat essentiële octrooien een belangrijke rol spelen bij de normalisatie en deel uitmaken van het bedrijfsmodel van tal van Europese bedrijven in de ict-sector; dringt aan op maatregelen tot instandhouding van een hoogwaardig normalisatiesysteem dat de beste technologische bijdragen kan aantrekken, interoperabele en innoverende digitale diensten en toepassingen kan leveren en licentieovereenkomsten voor octrooien tegen billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden (fair, reasonable and non-discriminatory, FRAND) mogelijk kan maken; is evenwel van oordeel dat bijkomende inspanningen moeten worden geleverd om de toegang te verbeteren en de digitale belemmeringen te verwijderen voor mensen met een handicap;

20.  is van oordeel dat, om zo veel mogelijk van innovatie op het gebied van "big data" te profiteren, het Horizon 2020-beginsel van "verantwoorde innovatie" leidend moet zijn voor het karteren van mogelijkheden om ingang in de markt te versnellen, met name voor kmo's;

21.  vraagt de Commissie te zorgen voor investeringen in infrastructuur en een toekomstbestendige ontwikkeling van clouddiensten in Europa, door meer rechtszekerheid te bieden met betrekking tot de verplichtingen en verantwoordelijkheden van elke partij, te waarborgen dat er gemeenschappelijke maatregelen op het gebied van beveiliging en gegevensbescherming worden nageleefd, ervoor te zorgen dat gegevens grenzen kunnen overschrijden en het juiste bedrijfsklimaat te bevorderen voor de ontwikkeling van een doeltreffende, open en wereldwijde markt;

Totstandbrenging van een data-economie voor de EU-markt

22.  is van oordeel dat "big data" de economische productiviteit kan stimuleren en consumenten- en overheidsdiensten kan verbeteren; erkent dat "big data" tot meer ondernemingsmogelijkheden en tot een grotere beschikbaarheid van kennis en kapitaal kan leiden, op voorwaarde dat de overheid en belanghebbenden constructief samenwerken; wijst er evenwel op dat de huidige versnipperde interne markt de ontwikkeling van een data-economie, "big data", cloud computing, het IoT en andere gegevensgestuurde technologieën ondermijnt;

23.  is van mening dat de grootste technologische belemmeringen voor de ontwikkeling van een data-economie het ontbreken is van interoperabiliteit en van een gemeenschappelijk interfacekader voor de communicatie van sensoriële en machinale gegevens en voor de communicatie tussen de virtuele en de fysieke wereld, alsook de onvoldoende beschikbaarheid van open gegevens en het ontbreken van marktvoorwaarden waardoor ondernemers kunnen innoveren en groeien; verzoekt de Commissie gedeeld onderzoek te bevorderen om deze kwesties aan te pakken;

24.  verzoekt de Commissie gedeeld onderzoek te bevorderen naar de creatie van een gemeenschappelijk interfacekader, om duplicatie van normen te voorkomen en te zorgen voor technische en semantische interoperabiliteit, zodat een standaardiseringsproces wordt gevolgd dat wordt aangedreven door de behoeften van de consumenten en de bedrijven;

25.  is ingenomen met de aankondiging van een Europees initiatief inzake het vrij verkeer van gegevens dat de bestaande belemmeringen voor de interne markt voor gegevens moet wegnemen;

26.  dringt aan op de totstandbrenging van een toekomstbestendig regelgevingsklimaat dat zich aanpast aan het veranderende karakter van de sector, dat technologieneutraal is, dat de oprichting van start-ups en de intrede op de markt van nieuwkomers bevordert, dat gelijke randvoorwaarden en eerlijke concurrentie creëert, zonder de regelgevingsdruk te hoog te laten oplopen, en dat ervoor zorgt dat de regels inzake gegevensbescherming en privacy volledig worden nageleefd; juicht in dit verband het voornemen van de Commissie om de ePrivacy-richtlijn te herzien toe; merkt op dat de regelgeving door de markt moet worden gestuurd; meent dat een gelijk speelveld een ruimte moet zijn waar alle marktdeelnemers, klein en groot, kunnen investeren, innoveren en concurreren in het voordeel van de Europese eindgebruikers, wat keuze en betaalbaarheid betreft;

27.  merkt op dat open gegevens belangrijk zijn als hoogwaardige grondstof voor de ontwikkeling van informatiediensten en -producten met toegevoegde waarde; benadrukt dat gegevens die worden gegenereerd door overheidsinstellingen en door met overheidsmiddelen gesubsidieerde Europese onderzoeksprogramma's als Copernicus en Galileo, via een open toegangsmodel beschikbaar moeten zijn voor de Europese burgers en dat zij toegankelijk moeten zijn voor overheidsinstanties en particuliere bedrijven, zodat deze de kwaliteit van hun dienstverlening kunnen verbeteren, met eerbiediging van de geldende intellectuele-eigendomsrechten;

28.  wijst erop dat er voor een meer concurrerende en innoverende data-economie meer gegevens beschikbaar moeten zijn en dat internetplatforms bijgevolg moeten worden aangemoedigd om hun datasets in een anonieme en geaggregeerde vorm als open gegevens vrij te geven, met naleving van de regels inzake gegevensbescherming;

29.  is van mening dat meer inspanningen moeten worden geleverd inzake anonimisering en pseudonimisering van gegevens en dat dit een voorwaarde is voor creatieve innovatie op het gebied van gegevens en een belangrijke stap om de markt toegankelijker te maken voor start-ups en kmo's; meent dat de toepassing van technologieën, met inbegrip van tekst- en datamining, een belangrijke factor zal zijn om meerwaarde uit open datasets te halen; wijst er evenwel op dat een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen de verwerking van persoonsgegevens en andere soorten gegevens en dat er technologische oplossingen moeten worden ontwikkeld die de privacy vergroten;

30.  benadrukt dat alle beginselen die zijn vastgelegd in de EU-wetgeving inzake gegevensbescherming, zoals billijkheid en wettelijkheid, afbakening van het doel, rechtsgrond voor verwerking, toestemming, proportionaliteit, accuraatheid en beperkte bewaartermijnen voor de gegevens, door aanbieders van "big data" bij de verwerking van persoonsgegevens in acht moeten worden genomen; herinnert in verband hiermee aan het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming inzake privacy en concurrentievermogen in het tijdperk van "big data";

Bevordering van start-ups en kmo's in de data-economie

31.  onderkent dat er behoefte is aan de ontwikkeling van een sterke basis van dienstverleners, om de voordelen en troeven van het geïntegreerde gebruik van gegevens voor de economie en de samenleving onder de aandacht te brengen en bij kmo's vertrouwen te wekken in aan "big data" gerelateerde technologieën; erkent het feit dat er behoefte is aan ondersteuning van de wijdverbreide toepassing van "big data"-diensten om de efficiëntie in diverse economische sectoren te verbeteren en steun te bieden aan nieuwe dienstverleners; vraagt de oprichting van centrale aanspreekpunten om kmo's te helpen beter gebruik te maken van hun eigen en publieke data, met naleving van de EU-wetgeving inzake gegevensbescherming;

32.  betreurt het feit dat vele ideeën en kansen verloren gaan of buiten Europa worden gerealiseerd als gevolg van schaalbaarheidsproblemen die voortvloeien uit belemmeringen zoals administratieve lasten en toegang tot financiering, dit alles met een negatief effect op het concurrentievermogen van Europa; vraagt dat de toegang tot privékapitaal wordt gefaciliteerd door het geven van de juiste prikkels, inclusief inspanningen om de uitdagingen aan te pakken als gevolg van de verschillende nationale, administratieve, regelgevings- en belastingregels; roept ertoe op ecosystemen te ontwikkelen om publieke en private instellingen die technologie en infrastructuur aanbieden, in contact te brengen met start-ups die ideeën hebben voor toepassingen;

33.  herinnert eraan dat slechts 1,7 % van de ondernemingen optimaal gebruikmaakt van geavanceerde digitale technologieën, ondanks de voordelen die digitale instrumenten in alle economische sectoren kunnen opleveren; dringt er daarom bij de Commissie en de lidstaten op aan een strategie voor digitaal ondernemerschap in gang te zetten;

34.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan Europese hubs voor de digitale economie op te richten die het gebruik van "big data" en andere gegevenstechnologieën door ondernemers, kmo's en innoverende ondernemingen omvatten en waarbij ook onderzoekers en de bredere economie betrokken zijn; verzoekt de Commissie en de lidstaten de totstandbrenging te bevorderen van innovatieruimten en -clusters, om te helpen bij de ontwikkeling van vaardigheden, een concurrentievoordeel te creëren op het gebied van intellectueel kapitaal en de vooruitzichten en beperkingen van "big data"-technologie beter te begrijpen;

35.  dringt bij de EU en haar lidstaten aan op een intensivering van hun gecoördineerde inspanningen in scholen en onderwijsinstellingen om van ict een aantrekkelijk beroep te maken, met name voor vrouwen en meisjes, en is van mening dat deze inspanningen maatregelen moeten omvatten om een meer ondernemingsgerichte instelling te bevorderen en de toegang tot "big data"-ondernemerschap te vergemakkelijken, door de oprichting van nieuwe start-ups op dit gebied, zodat meer mogelijkheden op het gebied van werkgelegenheid worden gecreëerd; wijst erop dat het belangrijk is een multidisciplinaire aanpak te volgen voor de opleiding van beroepsbeoefenaars en teambuilding;

36.  vraagt dat initiatieven worden gestart en financieringsmodellen aanbevolen om levenslang leren en op maat gesneden maatregelen voor iedereen te bevorderen, inclusief voor ouderen, en om de toegang tot opleiding te vergemakkelijken, opdat beroepsuitoefenaars hun vaardigheden op het gebied van ict en gegevensverwerking kunnen vergroten, met als doel het aantal digitaal onderlegde vaklui op te trekken; roept ertoe op de digitale transformatie van bedrijven een prominentere plaats te geven in permanente educatie en programma's inzake e-leadership op te stellen voor bedrijfsleiders en hogere ambtenaren; benadrukt het feit dat de mobiliteit van geschoolde arbeidskrachten in de hele EU moet worden bevorderd en dat maatregelen moeten worden genomen om vaardigheidstekorten aan te pakken, inclusief specifieke maatregelen voor het aantrekken van talent;

37.  steunt initiatieven die erop gericht zijn codering en onderwerpen in verband met gegevensverwerking in de nationale curricula op te nemen; benadrukt het feit dat gratis software in het onderwijs vele voordelen heeft en vraagt dat er in het bijzonder op wordt toegezien dat deze nieuwe curricula kinderen motiveren om hun talenten te ontdekken en te participeren in datawetenschap en codering;

38.  is van mening dat de EU en haar lidstaten hun inspanningen moeten opvoeren om een braindrain van hoogopgeleide en gekwalificeerde deskundigen naar andere regio's, buiten Europa, te voorkomen;

39.  vraagt steun voor de ontwikkeling van "front end"-instrumenten om eindgebruikers in kmo's in staat te stellen nieuwe, op data stoelende bedrijfsmodellen te ontwikkelen;

Participatie door de samenleving

40.  vraagt dat initiatieven worden gestimuleerd om het bewustzijn te vergroten van de voordelen en de waarde van digitale technologieën en dat het publieke debat hierover in de lidstaten en op Europees en internationaal niveau wordt aangemoedigd, met name bij groepen die nog geen toegang tot digitale technologieën hebben of die er niet erg vertrouwd mee zijn; vraagt initiatieven om de burgers mondiger te maken met betrekking tot het gebruik en de waarde van hun gegevens, met name in verband met de ontwikkeling van nieuwe innoverende diensten, en om het bewustzijn te vergroten van de voordelen en de waarde van "big data" voor de samenleving;

41.  wijst erop dat de analyse van "big data" kan bijdragen tot een aanzienlijke versnelling van de ontwikkeling van innoverende overheidsdiensten op basis van het gebruik van open overheidsgegevens en het hergebruik van informatie van de openbare sector; is bijgevolg verheugd over de mogelijkheden die digitale infrastructuur en het geïntegreerde gebruik van gegevens bieden om de participatie en de betrokkenheid van de bevolking te vergroten via diverse vormen van e-bestuur en e-democratie;

42.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan vaart te zetten achter maatregelen voor de ontwikkeling van e-bestuur; erkent met name de waarde van het IoT en verzoekt de Commissie het kader voor een digitale interne markt af te stemmen op de bestaande Europa 2020-doelstellingen; benadrukt het feit dat ook optimaal de voordelen moeten worden benut van een gedeelde economie en een inclusieve betrokkenheid van maatschappelijke organisaties en burgers;

43.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0535.

Juridische mededeling - Privacybeleid