Procedure : 2016/2550(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0562/2016

Ingediende teksten :

B8-0562/2016

Debatten :

PV 09/05/2016 - 15
CRE 09/05/2016 - 15

Stemmingen :

PV 11/05/2016 - 7.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0217

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 181kWORD 77k
3.5.2016
PE582.577v01-00
 
B8-0562/2016

naar aanleiding van vraag met verzoek om mondeling antwoord B8-0364/2016

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over een versnelde tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid (2016/2550(RSP))


Iskra Mihaylova namens de Commissie regionale ontwikkeling

Resolutie van het Europees Parlement over een versnelde tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid (2016/2550(RSP))  
B8-0562/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 4, artikel 162, de artikelen 174 tot en met 178 en artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad(1) (hierna de "verordening gemeenschappelijke bepalingen" (VGB)),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2),

–  gezien het zesde verslag van de Commissie over economische, sociale en territoriale cohesie, getiteld "Investeren in groei en werkgelegenheid: bevorderen van ontwikkeling en goed bestuur in de regio's en steden van de EU" van 23 juli 2014,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 14 december 2015 getiteld "Investeren in banen en groei – naar een optimale inzet van de Europese structuur- en investeringsfondsen" (COM(2015) 639 final),

–  gezien zijn resolutie van 14 januari 2014 over de gereedheid van de EU-lidstaten voor een doeltreffende en tijdige aanvang van de nieuwe programmeringsperiode van het cohesiebeleid(3),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 22 februari 2016 getiteld "Investeringsplan voor Europa: nieuwe richtsnoeren over de combinatie van de Europese structuur- en investeringsfondsen met het EFSI",

–  gezien zijn resolutie van 27 november 2014 over vertragingen bij de aanvang van het cohesiebeleid 2014-2020(4),

–  gezien zijn resolutie van 28 oktober 2015 over het cohesiebeleid en de evaluatie van de Europa 2020-strategie(5),

–  gezien zijn resolutie van 26 november 2015 over "Naar vereenvoudiging en prestatiegerichtheid van het cohesiebeleid 2014-2020"(6),

–  gezien de vraag aan de Commissie over een versnelde tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid (O-000070/2016 – B8-0364/2016),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het cohesiebeleid, met een begroting van meer dan 350 miljard EUR tot 2020, het instrument is dat de EU dichter bij de burger brengt en het belangrijkste investerings- en ontwikkelingsbeleid van de EU vormt dat betrekking heeft op alle EU-regio's; overwegende dat financiering in het kader van het cohesiebeleid voor een aantal lidstaten de belangrijkste bron van overheidsinvesteringen vormt;

B.  overwegende dat de Europa 2020-doelstellingen kunnen worden verwezenlijkt door een samenhangende wisselwerking tussen de beleidsmaatregelen voor ontwikkeling en groei en, indien nodig, structurele hervormingen, alsook door regio's en steden actief te betrekken bij de tenuitvoerlegging van de doelstellingen; overwegende dat het cohesiebeleid wat dit betreft van cruciaal belang is;

C.  overwegende dat met de verordeningen voor 2014-2020 een aantal belangrijke hervormingen in het cohesiebeleid zijn ingevoerd, zoals een thematische concentratie met ruimte voor de nodige flexibiliteit om beter in te spelen op de lokale behoeften, een grotere resultaatgerichtheid, een betere coördinatie met het economisch en sociaal beleid, een grotere samenhang tussen de EU-prioriteiten en de regionale behoeften, en een beter gecoördineerd gebruik van financiering uit de ESI-fondsen via het gemeenschappelijk strategisch kader;

D.  overwegende dat investeringen in het kader van het cohesiebeleid moeten worden gecoördineerd en geharmoniseerd met andere beleidsdomeinen van de EU, zoals de digitale interne markt, de energie-unie, sociaal beleid, macroregionale strategieën, de stedelijke agenda, onderzoek en innovatie en vervoersbeleid, om beter te kunnen bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie;

E.  overwegende dat de Commissie overeenkomstig artikel 136, lid 1, van de VGB het deel van het bedrag van een operationeel programma moet vrijmaken dat op 31 december van het derde begrotingsjaar na het jaar van vastlegging voor het operationele programma niet is gebruikt voor betalingen van initiële en jaarlijkse voorfinanciering en voor tussentijdse betalingen;

F.  overwegende dat er sinds het begin van de nieuwe programmeringsperiode twee jaar zijn verstreken en dat de tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid vertraging heeft opgelopen; overwegende dat de meeste operationele programma's eind 2014 en in 2015 zijn goedgekeurd en dat een groot aantal ex-antevoorwaarden nog niet is vervuld;

G.  overwegende dat de Commissie overeenkomstig artikel 53 van de VGB met ingang van 2016 jaarlijks een samenvattend verslag moet toezenden aan het Europees Parlement over de programma's van de ESI-fondsen, op basis van de door de lidstaten op grond van artikel 50 ingediende jaarverslagen over de uitvoering, en dat de Commissie in 2017 en 2019 een strategisch verslag met een samenvatting van de voortgangsverslagen van de lidstaten moet opstellen;

1.  vraagt de Commissie de stand van de tenuitvoerlegging van de ESI-fondsen in de periode 2014-2020 te beoordelen en een gedetailleerde analyse van de risico's van vrijmaking te maken, met vermelding van de bedragen per lidstaat evenals een analyse van de door de lidstaten ingediende betalingsramingen, zo snel mogelijk na 31 januari en 31 juli, de in de VGB vastgelegde uiterste termijnen; verzoekt de Commissie tevens aan te geven welke maatregelen worden gepland om vrijmaking van de ESI-fondsen zo veel mogelijk te voorkomen;

2.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om het potentieel van de ESI-fondsen ten volle te benutten, in overeenstemming met de Europa 2020-strategie, teneinde de sociale en economische cohesie te versterken en de territoriale verschillen te verkleinen door alle regio's in staat te stellen hun concurrentievermogen te ontwikkelen en investeringen te bevorderen, ook uit particuliere bronnen;

3.  stelt, terugblikkend op de programmeringsperiode 2007-2013, vast dat de tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid in verscheidene lidstaten en regio's voornamelijk door de volgende obstakels en problemen werd bemoeilijkt: ontoereikende informatie voor potentiële begunstigden, hetgeen een gebrek aan in aanmerking komende projecten tot gevolg had, trage en langdurige goedkeuringsprocedures voor grote projecten in combinatie met een gebrek aan administratieve structuren om investeringen voor grote projecten te beheren, complexe staatssteunregels, ingewikkelde vergunningsprocedures, onopgeloste vermogensrechtelijke betrekkingen, de buitensporige lengte van de goedkeuringsprocedure en de moeilijke toegang tot financiering; stelt bovendien vast dat de lidstaten en lokale overheden soms met moeilijkheden werden geconfronteerd bij het naleven van de vereisten met betrekking tot de interne en externe tenuitvoerlegging van het stabiliteits- en groeipact; vraagt de Commissie om voor de programmeringsperiode 2014-2020 enerzijds informatie te verstrekken over de obstakels die de lidstaten bij de tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid ervaren, en anderzijds te beoordelen welk effect het uitvoeren van de opgave om te voldoen aan de ex-antevoorwaarden heeft op de effectieve tenuitvoerlegging van het beleid;

4.  is ingenomen met de oprichting van de taskforce voor een betere tenuitvoerlegging van de programma's van 2007-2013 in acht lidstaten, en verzoekt de Commissie het Parlement in kennis te stellen van de bereikte resultaten; vraagt de Commissie deze taskforce verder te zetten om de tenuitvoerlegging van de programma's voor 2014-2020 in alle lidstaten te ondersteunen en te bespoedigen, en het Parlement een actieplan voor de werkzaamheden van de taskforce te presenteren; vraagt de Commissie om de ESI-fondsen volledig in de EU-strategie voor betere regelgeving op te nemen;

5.  onderstreept dat administratieve capaciteit zowel op nationaal als op regionaal en lokaal niveau een belangrijke voorwaarde is voor een tijdige en geslaagde tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid; wijst er in dit verband op dat een gebrek aan in aanmerking komende projecten vaak samenhangt met het gebrek aan middelen die lokale en regionale overheden nodig hebben om projectdocumentatie op te stellen; vraagt de Commissie daarom steun te verlenen voor de versterking van de administratieve capaciteit in de stadia van de tenuitvoerlegging en de evaluatie van het beleid, en aan het Parlement verslag uit te brengen over de maatregelen die daartoe zijn gepland; spoort tevens de beheersautoriteiten aan ten volle en op doeltreffende wijze gebruik te maken van de bepalingen van thematische doelstelling 11 inzake "vergroting van de institutionele capaciteit van overheidsinstanties en belanghebbenden" en van de beschikbare richtsnoeren van de Commissie;

6.  benadrukt, met de gedachte in het hoofd dat goed bestuur kan bijdragen tot een beter absorptievermogen, dat moet worden aangespoord tot de nodige structurele hervormingen, in overeenstemming met de doelstellingen voor territoriale samenhang en voor duurzame groei en werkgelegenheid, alsook tot investeringsvriendelijke beleidsmaatregelen en de strijd tegen fraude; kijkt uit naar de conclusies van het verslag van de Commissie betreffende de achterstandsgebieden en naar meer informatie over de manier waarop deze conclusies kunnen worden gebruikt om de uitdagingen aan te pakken die al jaar en dag de tijdige tenuitvoerlegging en absorptie van de ESI-fondsen bemoeilijken; verzoekt de Commissie tevens duidelijkheid te scheppen over het concept van een op prestaties gebaseerd begrotingsmodel met het oog op een efficiëntere besteding van middelen;

7.  is verheugd over de oprichting door de Commissie van een groep van onafhankelijke deskundigen op hoog niveau voor toezicht op de vereenvoudiging van de ESI-fondsen voor begunstigden; benadrukt dat vereenvoudiging een van de voorwaarden is voor een snellere tenuitvoerlegging; dringt er daarom bij de Commissie op aan om nog tijdens de huidige programmeringsperiode vaart te zetten achter maatregelen ter invoering van vereenvoudigde procedures en om in het cohesiebeleid een hoge graad van transparantie te handhaven; is in dit verband van oordeel dat de aanbevelingen van de groep op hoog niveau onverwijld in aanmerking moeten worden genomen;

8.  verzoekt de Commissie en de lidstaten de bestaande flexibiliteit in het kader van het stabiliteits- en groeipact ten volle aan te wenden en te benutten, rekening houdend met het feit dat de economische crisis in vele lidstaten tot liquiditeitstekorten en een gebrek aan beschikbare overheidsmiddelen voor openbare investeringen heeft geleid en dat middelen voor cohesiebeleid de belangrijkste bron van openbare investering aan het worden zijn; verzoekt de Commissie bovendien een permanente dialoog in stand te houden met de lidstaten die om toepassing van de huidige investeringsclausule hebben gevraagd, teneinde de flexibiliteit met betrekking tot investeringen voor groei en banen tot het uiterste te benutten; verzoekt de Commissie daarnaast aan te sporen tot inbreng van de EIB in de vorm van verhoogde technische en financiële steun voor de voorbereiding en tenuitvoerlegging van projecten voor de lidstaten die erom vragen; is van oordeel dat financieringsinstrumenten, mits zij op doeltreffende wijze worden gebruikt op basis van een behoorlijke voorafgaande beoordeling en strategisch worden gecombineerd met subsidies, het effect van financiering aanzienlijk kunnen vergroten en op die manier de negatieve gevolgen van krimpende overheidsbegrotingen kunnen helpen ondervangen en kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van inkomstengenererende projecten; benadrukt dat deze ambitie werkelijkheid kan worden met behulp van duidelijke, samenhangende en doelgerichte regels inzake financieringsinstrumenten om het proces van voorbereiding en tenuitvoerlegging gemakkelijker te maken voor fondsbeheerders en begunstigden en waarin rekening wordt gehouden met de verschillende niveaus van ontwikkeling van de financiële markten van de EU-lidstaten; is van oordeel dat het in dit proces ook nuttig zou zijn dat alle relevante voorschriften over financieringsinstrumenten in één gemakkelijk toegankelijk en begrijpelijk document worden samengebracht en dat onnodige herzieningen van de bijbehorende richtsnoeren middenin de financieringsperiodes worden vermeden, tenzij dit wettelijk vereist is;

9.  is zich bewust van de complementaire aard van EFSI-investeringen ten opzichte van het cohesiebeleid en neemt kennis van de mededeling van de Commissie van 22 februari 2016 getiteld "Investeringsplan voor Europa: nieuwe richtsnoeren over de combinatie van de Europese structuur- en investeringsfondsen met het EFSI"; verzoekt de Commissie en de lokale en regionale overheden naar behoren rekening te houden met de mogelijkheden om financiering uit de ESI- en EFSI-fondsen te combineren, aangezien beide instrumenten weliswaar verschillend zijn maar elkaar niettemin kunnen aanvullen, waardoor het hefboomeffect van investeringen wordt vergroot;

10.  maakt zich zorgen over de vertragingen die de lidstaten ondervinden bij de aanduiding van programmerings- en certificerende instanties, waardoor het indienen van betalingsaanvragen door de lidstaten op zijn beurt vertraging oploopt en de vlotte tenuitvoerlegging van de programma's wordt verhinderd;

11.  is van mening dat een te sterke centralisatie en een gebrek aan vertrouwen ook een rol kunnen spelen bij de vertraging van de tenuitvoerlegging van ESI-fondsen, waarbij een aantal lidstaten en beheersautoriteiten weinig animo aan de dag leggen om lokale en regionale overheden meer verantwoordelijkheden toe te kennen voor het beheer van EU-middelen, onder meer via nieuwe ontwikkelingsinstrumenten als geïntegreerde territoriale investering (ITI) en vanuit de gemeenschap geleide plaatselijke ontwikkeling (CLLD); vraagt de Commissie, zonder echter uit het oog te verliezen dat het regelgevend kader van de EU deze houding in de hand heeft gewerkt, te blijven zorgen voor een betere uitwisseling van optimale werkwijzen tussen lidstaten en regio's op het gebied van geslaagde subdelegatie;

12.  benadrukt hoe belangrijk tijdige betalingen zijn voor de behoorlijke en doeltreffende tenuitvoerlegging en de geloofwaardigheid van het cohesiebeleid; verzoekt de Commissie daarom het Parlement te laten weten welke maatregelen worden overwogen om ervoor te zorgen dat het betalingsplan in het kader van de begroting 2016 en ook de volgende jaren volledig wordt uitgevoerd;

13.  benadrukt dat als de (versnelde) tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid nu wordt beoordeeld de Commissie belangrijke werkpunten op het spoor kan komen met het oog op de bespreking van het toekomstige cohesiebeleid voor de periode na 2020; vraagt de Commissie zo snel mogelijk met het Parlement, de lidstaten en andere belanghebbenden samen te zitten om de toekomst van de ESI-fondsen na 2020 te bespreken, teneinde hun doelgerichte gebruik en tijdige tenuitvoerlegging te verbeteren;

14.  wijst erop hoe belangrijk het is dat de lidstaten de maatregelen op het gebied van ex-antevoorwaarden tegen eind 2016 vervullen om een vlotte tenuitvoerlegging van de programma's te waarborgen en de eventuele opschorting van tussentijdse betalingen te voorkomen; dringt er bij de Commissie op aan uitgebreide richtsnoeren inzake openbare aanbestedingen en maatregelen ter voorkoming van fouten en onregelmatigheden bij aanbestedingen op te stellen, en standaardaanbestedingsprocedures voor begunstigden te publiceren om financiële correcties en de eventuele intrekking van EU-bijdragen te voorkomen;

15.  verzoekt de Commissie, de lidstaten en alle belanghebbenden doeltreffende initiatieven op het gebied van communicatiebeleid beter te coördineren en op touw te zetten, om de tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid meer bekendheid en een grotere zichtbaarheid te geven bij het grote publiek en er op die manier voor te zorgen dat het grote publiek de resultaten en de effecten van het cohesiebeleid beter kan inschatten;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, het Comité van de Regio's alsmede de lidstaten en hun nationale en regionale parlementen.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0015.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0068.

(5)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0384.

(6)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0419.

Juridische mededeling - Privacybeleid