Ontwerpresolutie - B8-0607/2016Ontwerpresolutie
B8-0607/2016

ONTWERPRESOLUTIE over de markteconomiestatus van China

10.5.2016 - (2016/2667(RSP))

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement

Alexander Graf Lambsdorff, Marietje Schaake, Marielle de Sarnez, Dita Charanzová, Hannu Takkula, Johannes Cornelis van Baalen namens de ALDE-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0607/2016

Procedure : 2016/2667(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B8-0607/2016
Ingediende teksten :
B8-0607/2016
Debatten :
Aangenomen teksten :

B8-0607/2016

Resolutie van het Europees Parlement over de markteconomiestatus van China

(2016/2667(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de antidumpingwetgeving van de EU (Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap[1]) en de antisubsidieverordening (Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad van 11 juni 2009 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn[2]),

–  gezien het protocol van toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO), en met name sectie 15 daarvan,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de handelsbetrekkingen tussen de EU en China,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 10 oktober 2012 getiteld "Een sterkere Europese industrie om bij te dragen tot groei en economisch herstel" (COM(2012)0582), waarin de doelstellingen worden uiteengezet om het aandeel van de industrie in het bbp van de EU te verhogen naar 20% in 2020,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese Unie en China twee van de grootste handelsblokken ter wereld zijn en dat China de tweede handelspartner van de EU is en de EU de belangrijkste handelspartner van China, met een handelsverkeer van ruim 1 miljard EUR per dag;

B.  overwegende dat een besluit over maatregelen om rekening te houden met het verstrijken van sectie 15, onder a), punt ii), van het protocol van toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie en over de behandeling van illegale invoer met dumping uit China na december 2016 moet beantwoorden aan het leidende beginsel dat het EU-recht in overeenstemming moet zijn met de WTO-regelgeving;

C.  overwegende dat op het moment van de toetreding van China tot de WTO, een overgangsregeling voor zijn toetreding voorzag in een specifieke methode voor dumpingberekening, die in sectie 15 van het toetredingsprotocol werd vastgelegd en als basis dient voor een afwijkende behandeling van Chinese invoer;

D.  overwegende dat China momenteel niet voldoet aan de EU-criteria voor een markteconomiestatus en hieraan eind 2016 zeer zeker nog steeds niet zal voldoen;

E.  overwegende dat een evaluatie moet worden gemaakt van de precieze wettelijke gevolgen van het verstrijken van sectie 15 onder a), punt ii), voor wat betreft de thans gebruikte methode voor het vaststellen van de normale waarde van naar de EU geëxporteerde Chinese goederen met het oog op de vaststelling van antidumpingmaatregelen, alsook van de wettelijke gevolgen van de resterende bepalingen van sectie 15;

F.  overwegende dat, gezien de huidige mate van invloed van de staat op de Chinese economie, de besluiten van bedrijven met betrekking tot prijzen, kosten, productie en productiemiddelen vaak niet inspelen op marktsignalen van vraag en aanbod;

G.  overwegende dat het gebrek aan transparantie en samenwerking het voor de EU vaak moeilijk maakt om claims van prijsmanipulatie en overheidsinterventie in de industriële sector van China naar behoren te onderzoeken;

H.  overwegende dat China's overcapaciteit aan productie in sommige sectoren de wereldprijzen drukt en Chinese export tegen zulke lage prijzen een impact heeft op bepaalde EU-industrieën, getuige de recente negatieve impact op de EU-staalsector;

I.  overwegende dat de onlangs opgestarte openbare raadpleging en studie over de gevolgen van mogelijke wijzigingen in de antidumpingprocedures van de EU ten aanzien van China aanvullende informatie kunnen opleveren die wellicht van pas komt bij de aanpak van de kwestie;

1.  wijst nogmaals op het belang van het strategisch partnerschap van de EU met China, waarin handel en investeringen een centrale rol spelen, het belang van China in wereldwijde waardeketens en het feit dat veel banen in de EU afhankelijk zijn van de handelsbetrekkingen met China;

2.  neemt kennis van het verstrijken van sectie 15, onder a), punt ii), van het protocol van toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie op 11 december 2016; verzoekt de Commissie eventueel na te gaan welke juridische wijzigingen nodig zijn om met het aflopen ervan rekening te houden;

3.  wenst dat een eventueel Commissievoorstel wordt gebaseerd op de volgende vier essentiële beginselen:

•  het EU-recht moet volledig in overeenstemming blijven met de verplichtingen van de Unie in het kader van de WTO-regelgeving en de wettelijke gevolgen van de wijziging van bepaalde delen van sectie 15 van het protocol van toetreding van China;

•  er moet niet alleen rekening worden gehouden met de specifieke wettelijke gevolgen van het verstrijken van sectie 15, onder a), punt ii), maar er moet ook worden gezorgd voor een correcte juridische interpretatie van de secties van het toetredingsprotocol die na 11 december 2016 van kracht blijven;

•  het is van vitaal en essentieel belang dat de EU het volle vermogen behoudt om tijdige, noodzakelijke en doeltreffende maatregelen te nemen om dumpingpraktijken aan te pakken, meer armslag krijgt om subsidies en overcapaciteit van handelspartners van de EU die nadelig zijn voor de Europese industrie aan te pakken en te waarborgen dat EU-bedrijven op een in mondiaal opzicht gelijk speelveld kunnen blijven opereren;

•  een wetgevingsvoorstel moet gebaseerd zijn op een degelijke en zorgvuldige beoordeling van de impact van de wettelijke aspecten van een besluit, maar ook van de mogelijke economische, sociale, industriële, politieke en strategische gevolgen ervan op de middellange en lange termijn;

4.  dringt erop aan dat deze reflectie geen afbreuk doet aan de komende meer algemene hervorming van de handelsbeschermingsinstrumenten van de EU;

5.  verzoekt de Commissie met alle betrokken industriële sectoren van de EU, zoals de staal-, keramiek- en papierindustrie, in dialoog te blijven over de volgende te ondernemen stappen;

6.  dringt er bij de Commissie op aan om, ook in de context van de komende G7-top, met haar belangrijkste handelspartners te overleggen over de te ondernemen stappen na het aflopen van een aantal bepalingen van sectie 15;

7.  verzoekt de Commissie geen voorstellen in te dienen tijdens het parlementair reces;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.