Procedure : 2016/2699(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0726/2016

Ingediende teksten :

B8-0726/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 08/06/2016 - 12.17
CRE 08/06/2016 - 12.17
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 200kWORD 91k
1.6.2016
PE596.892v01-00
 
B8-0726/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Venezuela (2016/2699(RSP))


Javier Couso Permuy, Marina Albiol Guzmán, João Pimenta Lopes, Neoklis Sylikiotis, Miguel Viegas, João Ferreira, Eleonora Forenza, Paloma López Bermejo, Takis Hadjigeorgiou, Sofia Sakorafa namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Venezuela (2016/2699(RSP))  
B8-0726/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 1, lid 2, van hoofdstuk I van het Handvest van de Verenigde Naties van 1945, en de daarin geformuleerde doelstelling om: "tussen de naties vriendschappelijke betrekkingen tot ontwikkeling te brengen, die zijn gegrond op eerbied voor het beginsel van gelijke rechten en van zelfbeschikking voor volken, en andere passende maatregelen te nemen ter versterking van de vrede overal ter wereld",

–  gezien artikel 1 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en artikel 1 van het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, volgens welke artikelen alle volken zelfbeschikkingsrecht bezitten en zij uit hoofde van dit recht in alle vrijheid hun politieke status bepalen en vrijelijk hun economische, sociale en culturele ontwikkeling nastreven,

–  gezien de verklaring die is uitgegeven na de top van staatshoofden en regeringsleiders van de Organisatie van Staten van Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied (CELAC) en de EU-27 van januari 2013, waarin de ondertekenaars opnieuw hun verbondenheid uitspreken aan alle in het VN-Handvest verankerde doelstellingen en beginselen en aan hun besluit om alle inspanningen te ondersteunen om de soevereine gelijkheid van alle staten te verdedigen en hun territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid te eerbiedigen,

–  gezien de uitroeping van Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied tot zone van vrede, zoals overeengekomen tijdens de CELAC-bijeenkomsten in Havana (Cuba) in 2014, Belén (Costa Rica) in 2015 en Quito (Ecuador) in 2016,

–  gezien de politieke verklaring en de verklaring van Brussel die zijn uitgegeven na de top van staats- en regeringsleiders van de EU en CELAC op 10 en 11 juni 2015, waarin zij hun steun voor alle doelen en beginselen van het Handvest van de VN hebben bekrachtigd, alsook hun besluit houdende steun voor alle inspanningen gericht op handhaving van de soevereine gelijkheid van alle staten, eerbiediging van hun territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid, en beslechting van geschillen via vreedzame weg en in overeenstemming met het recht en de internationale wetgeving, en in de wetenschap dat CELAC Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied tot zone van vrede heeft uitgeroepen,

–  gezien het beginsel van non-interventie, dat in het VN-Handvest vastgelegd is,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien de herverkiezing van de Bolivariaanse Republiek Venezuela als lid van de VN‑Mensenrechtenraad in oktober 2015 en de conclusies van de laatste Universal Periodic Review on Venezuela van de Mensenrechtenraad,

–  gezien het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 1961,

–  gezien de voorgaande verklaring van de secretaris-generaal van de Unie van Zuid‑Amerikaanse landen (UNASAR) van 23 mei 2016, die hij aflegde na het bezoek van UNASAR aan Venezuela,

–  gezien de verklaring van de secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-moon, van 21 mei 2016,

–  gezien het besluit van het Hooggerechtshof van Venezuela over de grondwettelijkheid van regeringsdecreet nr. 2323 betreffende de noodtoestand en de economische noodtoestand,

–  gezien het initiatief van president Nicolás Maduro houdende de oprichting van en steun voor de Commissie van waarheid en herstel voor de slachtoffers van geweld, in overeenstemming met de rechtsstaat en eerbiediging van het grondwettelijk kader,

–  gezien de eerdere verklaringen van Mercosur, UNASAR en CELAC over de situatie in Venezuela, en in het bijzonder de verklaringen van de drie organisaties waarin zij de unilaterale dwangmaatregelen van de VS tegen de Bolivariaanse Republiek Venezuela verwerpen,

–  gezien de verklaringen van de Argentijnse winnaar van de Nobelprijs voor de vrede Adolfo Pérez Esquivel en van paus Franciscus over Venezuela,

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over Venezuela, meer bepaald de meest recente verklaring van haar woordvoerder van 24 februari 2015,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Venezuela, en met name die van 24 mei 2007(1), 23 oktober 2008(2), 7 mei 2009(3), 11 februari 2010(4), 8 juli 2010(5), 24 mei 2012(6), 27 februari 2014(7), 18 december 2014(8) en 9 maart 2015(9),

–  gezien de officiële mededeling van de secretaris-generaal van UNASAR van 28 mei 2016 en de eerdere verklaringen van Leonel Fernández, de vroegere president van de Dominicaanse Republiek, die zijn gepubliceerd tijdens een bezoek van een economische delegatie uit Venezuela,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat een aantal sectoren in Venezuela een economische oorlog voeren, en deze de afgelopen maanden hebben opgevoerd, in de vorm van prijsstijgingen, de smokkel van goederen en hamsterpraktijken; overwegende dat de vrede en soevereiniteit van Venezuela met zowel interne, als externe bedreigingen wordt geconfronteerd, en dat het land buitengewone sociale, economische, politieke, natuurgerelateerde en milieuproblemen heeft;

B.  overwegende dat de regering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela bij meerdere gelegenheden de destabiliserende acties van de oppositie tegen de vrede en de democratische stabiliteit in het land en de Venezolaanse bevolking heeft veroordeeld, zoals de poging tot staatsgreep (Operatie Jericho) op 12 februari 2014 tegen de democratisch gekozen regering door de extreemrechtse oppositie en gefinancierd en gesteund door de regering van de VS met de steun van een aantal hoge Venezolaanse militairen, alsook de intensivering gedurende de voorbije maanden van de economische oorlog, het toenemende geweld tegen burgers, overheidsinstellingen, het leger en de politie, en de sabotage van openbare diensten door onder andere oppositieleiders, waaronder de burgemeester van Caracas, Antonio Ledezma, María Coria Machado en Leopoldo López, die ernstige misdaden hebben begaan en nu proberen de internationale publieke opinie te manipuleren om als politieke gevangenen te worden beschouwd;

C.  overwegende dat Leopoldo López op grond van een arrestatiebevel van het Openbaar Ministerie gearresteerd is en beschuldigd wordt van samenzwering en het vormen van een criminele organisatie vanwege zijn betrokkenheid bij de poging tot staatsgreep; overwegende dat beide misdrijven waarvan hij wordt beschuldigd, genoemd worden in en strafbaar zijn op grond van het Venezolaanse wetboek van strafrecht en de organieke wet tegen georganiseerde misdaad en terrorismefinanciering;

D.  overwegende dat het door het Venezolaanse extreem-rechtse kamp georganiseerde geweld bijgedragen heeft tot de moord op een aantal leiders van de Verenigde Socialistische Partij van Venezuela (PSUV), te weten Omar Arcadio Guararima en Jhonny Rodríguez in 2013, Juancho Montoya, Eliézer Otaiza, Efraín Enrique Larreal en Robert Serra in 2014, Dimas Gómez Chirinos, César Cristóbal Grisel Salazar, José Coraspe en Jean Carlos Añanguren in 2015, en Alfredis José Escandela Sánchez, Ricardo Durán, César Vera en Marco Tulio Carrillo in 2016, alsook - op 28 mei van dit jaar - tot de gewelddadige moord op Félix Velásquez, generaal-majoor b.d. van het Venezolaanse leger en voormalig commandant van de Bolivariaanse nationale militie, die in Caracas werd doodgeschoten; overwegende dat Gustavo González López, de minister van Binnenlandse Zaken, Justitie en Vrede, gemeld heeft dat twee van de gearresteerde verdachten van deze moord actieve leden zijn van de Chacao-politie, een dienst die trouw is aan de burgemeester van Caracas, die de oppositie steunt;

E.  overwegende dat de Amerikaanse president, Barack Obama, in december 2014 een wetsvoorstel met unilaterale en extraterritoriale sancties tegen Venezuela heeft ingediend en dat de Amerikaanse senaat het voorstel heeft goedgekeurd, waarmee de unilaterale en extraterritoriale sancties van de VS tegen de bevolking en de Bolivariaanse regering van Venezuela tot 2019 zijn verlengd; overwegende dat alle 33 landen van Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied deze unilaterale Amerikaanse sancties tegen Venezuela hebben veroordeeld en verworpen; overwegende dat in de verklaring van Brussel van de tweede top van staats- en regeringsleiders van de EU en CELAC nota wordt genomen van de verwerping door CELAC van de Amerikaanse sancties tegen de Bolivariaanse Republiek Venezuela; overwegende dat de regering van Venezuela op haar beurt een aantal maatregelen heeft genomen op grond van artikelen van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer;

F.  overwegende dat Federica Mogherini, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, op 10 mei 2016 in Straatsburg het Parlement op interventionistische en alarmerende wijze heeft opgeroepen steun te geven aan 'elke zinnige oplossing' van de situatie in Venezuela;

G.  overwegende dat vicevoorzitter Antonio Tajani van het Europees Parlement op 17 mei 2016 tijdens de EuroLat-bijeenkomst in Lissabon de EU heeft opgeroepen in Venezuela in te grijpen;

H.  overwegende dat een van de elementen van het permanente proces van destabilisering in Venezuela de financiële steun ten belope van vele miljoenen dollars voor antiregeringsorganisaties en politieke partijen gedurende de afgelopen twaalf jaar door Amerikaanse organisaties zoals USAid en de National Endowment for Democracy was en ook nu nog is; overwegende dat president Obama het licht op groen heeft gezet voor een speciaal fonds met 5,5 miljoen dollar voor het financieren van antiregeringsgroepen via het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken;

I.  overwegende dat in februari 2014 in het kader van een studentendemonstratie het plan 'La Salida' ('De uitweg') werd gepresenteerd na een oproep van rechtse en extreem-rechtse partijen, en dat de demonstratie uitmondde in geweld dat meerdere maanden aanhield, met als duidelijk herkenbaar doel de democratisch verkozen regering van Venezuela te destabiliseren; overwegende dat tussen februari en juni 2014 43 mensen zijn omgekomen, terwijl 878 personen gewond zijn geraakt; overwegende dat het hier geen nieuwe strategie betreft, aangezien het scenario lijkt op dat van de staatsgreep in 2002 en het geweld dat volgde op de democratische verkiezing van president Maduro in april 2013; overwegende dat de oppositieleiders de verkiezingsuitslagen destijds weigerden te erkennen en het geweld sindsdien herhaaldelijk hebben aangewakkerd; overwegende dat op de avond van de verkiezingen elf Venezolanen, waaronder twee kinderen, omgekomen zijn bij aanvallen op Bolivariaanse feestvierders;

J.  overwegende dat het Comité van slachtoffers van geweld van wegblokkades en de permanente staatsgreep (Comité de Víctimas de la Guarimba y el Golpe Continuado), dat is opgericht door slachtoffers van het geweld en hun familieleden, de internationale gemeenschap heeft opgeroepen mensenrechten niet voor politieke doeleinden te misbruiken en niet samen te werken met de Venezolaanse politieke actoren die proberen het geweld en de haat waar Venezuela sinds mei 2014 onder leidt te verhullen of te manipuleren; overwegende dat de familieleden van de slachtoffers erop hebben aangedrongen dat de verantwoordelijken worden vervolgd en dat een eind wordt gemaakt aan de straffeloosheid voor de mensenrechtenschendingen in het land;

K.  overwegende dat in mei 2016 op verzoek en initiatief van president Maduro een UNASAR-commissie in het leven is geroepen ter bevordering van dialoog tussen de regering van Venezuela en de oppositie, teneinde fundamentele kwesties voor het land dichter bij een oplossing te brengen; overwegende dat het team dat aan bevordering van dialoog werkt onder andere bestaat uit José Luis Rodríguez Zapatero, de vroegere Spaanse premier, Martín Torrijos, de vroegere president van Panama, en Leonel Fernández, de voormalige president van de Dominicaanse Republiek; overwegende dat de secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-moon, zijn steun heeft uitgesproken voor de lopende initiatieven van voormalige staats- en regeringsleiders gericht op het bevorderen van dialoog tussen de regering van Venezuela en de oppositie, onder auspiciën van UNASAR;

L.  overwegende dat de meeste nationale en internationale media een eenzijdig beeld schetsen van de situatie in Venezuela; overwegende dat de manipulatie van informatie, met name via de sociale netwerken, tot geruchtenstromen en desinformatie over Venezuela leidt, waaronder over een vermeende humanitaire crisis, teneinde een interventie in Venezuela te rechtvaardigen;

M.  overwegende dat Adolfo Pérez Esquivel, winnaar van de Nobelprijs voor de vrede, opgeroepen heeft om de democratie in Venezuela tegen pogingen tot destabilisatie van de regering te verdedigen, en gewaarschuwd heeft dat met nieuwe methodes de voorbereidingen voor staatsgrepen in Latijns-Amerika worden getroffen, en met een beschuldigende vinger gewezen heeft in de richting van multinationale mediaondernemingen zoals CNN en Fox News, die oorlogspropaganda verspreiden in naam van de vrede en haat in naam van de vrijheid;

N.  overwegende dat de afgelopen 15 jaar in Venezuela 20 verschillende verkiezingen plaatsgevonden hebben; overwegende dat de laatste parlementsverkiezingen door de oppositie gewonnen zijn, hetgeen laat zien dat de bewering dat er in Venezuela geen democratie is, niet klopt; overwegende dat een deel van de oppositie ondanks de democratische verkiezingen altijd weigert de legitimiteit van de regering te erkennen; overwegende dat de oppositie er bij de laatste verkiezingen op opportunistische wijze voor koos de uitslag te erkennen en opriep tot eerbiediging van de grondwet van Venezuela, hoewel ze zich er altijd tegen had verzet; overwegende dat de grondwet van de Bolivariaanse Republiek Venezuela procedures bevat voor participatieve democratie, zoals de bepaling voor een referendum tot intrekking van het mandaat van de president;

O.  overwegende dat extreem-rechts in Venezuela de publieke opinie probeert te misleiden door te beweren dat de nationale verkiezingsraad het mandaatintrekkingsreferendum tegenhoudt; overwegende dat de oppositie de gelegenheid had het proces op 10 januari 2016 te starten, maar dit om de een of andere reden niet heeft gedaan en in plaats daarvan tot het laatste moment heeft gewacht met het geven van het startsein, hoewel men precies wist welke stappen moesten worden gezet; overwegende dat extreem-rechts de procedures niet heeft gevolgd en de nationale verkiezingsraad voortdurend bekritiseert omdat het de wet op opportunistische wijze wil aanpassen in overeenstemming met de eigen agenda;

P.  overwegende dat extreem-rechts geprobeerd heeft een amnestiewet aangenomen te krijgen die, in die vorm, in Europa zou leiden tot de vrijlating van moordenaars en terroristen; overwegende dat extreem-rechts beweert dat deze wet erop gericht is politieke gevangenen vrij te krijgen; overwegende dat degenen die in Venezuela gevangen zitten, verantwoordelijk zijn voor misdaden tegen de Venezolaanse bevolking en haar legitieme regering, voor de moord op gewone mensen tijdens de Guarimbas en voor andere terroristische daden;

Q.  overwegende dat de Bolivariaanse Republiek Venezuela met brede steun gekozen is als lid van de VN-Mensenrechtenraad; overwegende dat Venezuela ingestemd heeft met 97 % van de aanbevelingen van de laatste Universal Periodic Review van de Mensenrechtenraad van 2011; overwegende dat 80 % van de aanbevelingen rechtstreeks toepasbaar was en dat Venezuela beloofd heeft ook de andere aanvaarde aanbevelingen ten uitvoer te leggen; overwegende dat Venezuela in oktober 2014 ook (met 181 stemmen vóór, op een totaal van 193 leden van de VN) verkozen is als een van de vijf roterende leden van de VN-Veiligheidsraad voor de periode 2015-2016; overwegende dat Venezuela op 6 en 7 november 2014 voor het VN-Comité tegen foltering is verschenen, dat een onderzoek hield naar de inachtneming door Venezuela van het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing;

R.  overwegende dat Venezuela tussen 2006 en 2013 13 plaatsen gestegen is op de Human Development Index van de VN (en nu op plaats 71 staat van in totaal 187 landen); overwegende dat de regering van Venezuela de afgelopen tien jaar de sociale uitgaven met meer dan 60,6 % heeft verhoogd; overwegende dat Venezuela nu het land in de regio is dat de minste ongelijkheid kent;

S.  overwegende dat Venezuela volgens CEPAL (de Economische Commissie voor Latijns-Amerika van de VN) de armoede in het land aanzienlijk heeft weten te reduceren en de levensverwachting van zijn bevolking heeft vergroot; overwegende dat het percentage mensen dat in extreme armoede leeft nog nooit zo klein was als in 2015, namelijk 5,4 % (in vergelijking met 21 % in 1998); overwegende dat de Wereldvoedselorganisatie van de VN (FAO) de regering van Venezuela ermee heeft gefeliciteerd dat zij het aantal mensen dat aan ondervoeding lijdt aanzienlijk heeft gereduceerd, waarmee het land een van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling van de VN heeft verwezenlijkt;

T.  overwegende dat Venezuela het op vier na grootste olie-exporterende land ter wereld is en over de grootste aangetoonde olievoorraden in de wereld beschikt; overwegende dat in de ontwerpbegroting voor 2015 38 % van de overheidsuitgaven (hetgeen neerkomt op 8,2 % van het bbp van het land) gereserveerd is voor sociale investeringen, waaronder onderwijs, huisvesting en stadsontwikkeling, gezondheidszorg, sociale zekerheid, cultuur, communicatie, en wetenschap en technologie;

U.  overwegende dat Venezuela geconfronteerd wordt met een zware politieke, diplomatieke, financiële, economische en media-aanval van de VS en de EU, en tegelijkertijd te maken heeft met het verschijnsel El Niño, dat de afgelopen drie jaar tot een regentekort heeft geleid, waardoor meer gebieden met droogte en hoge temperaturen kampen; overwegende dat deze situatie tot een lager waterpeil in het Guri‑stuwmeer heeft geleid en bijgedragen heeft tot de energiecrisis in het land; overwegende dat de economische situatie in Venezuela beïnvloed wordt door de dalende olieprijzen en dat de regering van het land werkt aan het handhaven van het huidige sociale model en de tot stand gebrachte sociale vooruitgang;

V.  overwegende dat president Maduro tegen de achtergrond van de buitengewone tijden die Venezuela nu doormaakt, besloten heeft decreet nr. 2323 over de noodtoestand en de economische noodtoestand uit te vaardigen, dat reeds positief heeft uitgewerkt op de verdediging van de rechten van werknemers, inheemse bevolkingsgroepen en gepensioneerden, en andere groepen die door de huidige bijzonder omstandigheden getroffen zijn;

W.  overwegende dat een dialoog op gang is gebracht tussen vertegenwoordigers van de regering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela en de oppositie, na bemiddeling door José Luis Rodríguez Zapatero, Leonel Fernández and Martín Torrijos;

1.  veroordeelt met klem de permanente pogingen tot destabilisatie van de Bolivariaanse Republiek Venezuela door gewelddadig handelen, op een soortgelijke manier als de voorgaande poging tot het plegen van een staatsgreep in 2002; stelt dat de interventionistische acties tegen de Venezolaanse soevereiniteit niet bijdragen tot dialoog en vrede, maar juist extreme posities in de hand werken, die buiten de institutionele en constitutionele orde van het land vallen;

2.  ontkent dat er in Venezuela sprake zou zijn van een humanitaire crisis en wijst erop dat de geruchten dienaangaand bedoeld zijn een klimaat tot stand te brengen dat gunstig is voor een internationale interventie;

3.  betreurt ten zeerste het verlies aan mensenlevens en spreekt zijn medeleven uit met de families van de slachtoffers van de woede van de oppositie; dringt erop aan dat degenen die verantwoordelijk zijn voor het plegen van of het aanzetten tot deze misdrijven rekenschap afleggen voor hun daden; betuigt zijn respect voor het rechtsstelsel van de Bolivariaanse Republiek Venezuela en verwerpt bijgevolg iedere vorm van inmenging in de lopende gerechtelijke procedures op nationaal niveau;

4.  betreurt de 'reputatie' van een aantal leden van de oppositie, zoals Antonio Ledezma, María Corina Machado en Leopoldo López, die zichzelf bij eerdere gelegenheden buiten het democratisch kader hebben geplaatst met hun pogingen de grondwettelijke orde van Venezuela te ondermijnen;

5.  spreekt opnieuw zijn volledige steun aan en solidariteit met de bevolking van Venezuela, het Bolivariaanse proces en de gekozen president, Nicolás Maduro, uit; herhaalt dat het het beginsel van non-interventie in de binnenlandse aangelegenheden van staten volledig volledig eerbiedigt, overeenkomstig het internationaal recht; betreurt ten zeerste elk ingrijpen door de EU of enig ander land in de interne aangelegenheden van derde landen, en betreurt ook de recente opmerkingen van Federica Mogherini en Antonio Tajani; veroordeelt in dezelfde geest ook het Amerikaanse besluit om Venezuela sancties op te leggen;

6.  veroordeelt het oneigenlijke gebruik van mensenrechten voor politieke doeleinden door het Europees Parlement, in het bijzonder in het geval van Venezuela; herinnert eraan dat dit de tiende resolutie van het Parlement over Venezuela is sinds 2007 en dat de meeste van die resoluties ingediend werden in de aanloop naar verkiezingen of wanneer sprake was van een proces van destabilisering; stelt vast en veroordeelt dat geprobeerd wordt het Europees Parlement te gebruiken als een plek waar de interne Venezolaanse crisis geïnstrumentaliseerd wordt ten dienste van de Spaanse verkiezingscampagne, in reactie op bepaalde belangen van bepaalde politieke partijen in dat land en zonder dat dit iets van doens heeft met de prioriteiten van de EU, die zich zou moeten richten op het aanpakken van de belangrijke sociale en politieke problemen van haar eigen burgers en grondgebied;

7.  verwerpt de ondemocratische en op omverwerping gerichte doelstellingen van de destabilisatiecampagne; onderstreept het imperialistische belang van de VS bij het waarborgen van de toegang tot de Venezolaanse olievoorraden en het politieke doel van het ondermijnen van de landen van de Bolivariaanse Alliantie voor de Amerika's (ALBA) en de People's Trade Agreement (TCP);

8.  onderschrijft de beginselen zoals vervat in de verklaring waarin Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied tot een zone van vrede worden uitgeroepen, en spoort de internationale gemeenschap aan deze verklaring in haar betrekkingen met de CELAC‑landen volledig te eerbiedigen, hetgeen onder andere betekent dat beloofd wordt niet direct of indirect in de interne aangelegenheden van andere staten te interveniëren en de beginselen van nationale soevereiniteit, gelijke rechten en het zelfbeschikkingsrecht van volkeren te respecteren;

9.  benadrukt dat dialoog met derde landen er onder geen beding in mag resulteren dat beperkingen worden opgelegd aan het zelfbeschikkingsrecht van volkeren; betreurt het feit dat de EU en haar lidstaten te vaak voorrang geven aan diplomatieke, politieke of economische overwegingen in plaats van aan mensenrechten, een benadering die bovendien beleid in de hand werkt dat gekenmerkt wordt door dubbele maatstaven, hetgeen niet strookt met een universele visie op de mensenrechten; verwerpt Irak-, Afghanistan-, Syrië- en Libië-scenario's, waarbij onder het mom van het tot stand brengen van democratie en eerbied voor mensenrechten hele regio's in vernietiging, oorlog, chaos en humanitaire crises terecht zijn gekomen;

10.  betreurt de rol die door een meerderheid van de internationale media wordt gespeeld bij het verspreiden van geruchten en desinformatie met het doel een sfeer van geweld en destabilisatie te creëren, die de Venezolaanse regering ondermijnt; herinnert eraan dat de vrijheid van informatie een fundamenteel mensenrecht is, en roept de internationale media op verantwoord te handelen en op een eerlijke, nauwkeurige en evenwichtige wijze over de gebeurtenissen te berichten, wat thans niet het geval is;

11.  veroordeelt de door extreem-rechts in Venezuela ingediende ontwerpamnestiewet, die voornamelijk gericht is op de vrijlating van moordenaars, terroristen en personen die de dood van onschuldige slachtoffers op hun geweten hebben;

12.  spreekt zijn grote solidariteit uit met Venezuela en Latijns-Amerika in verband met het verschijnsel El Niño en de grote gevolgen ervan voor Venezuela; roept op tot internationale solidariteit en dringt aan op hulp en steun voor de regio's die onder de gevolgen van dit natuurverschijnsel lijden;

13.  is verheugd over de maatregelen die Venezuela neemt op het gebied van sociale insluiting, die stoelen op sociale verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid, gelijkheid, solidariteit en mensenrechten, hetgeen ertoe heeft bijgedragen dat de ongelijkheid in het land is teruggedrongen, waarbij met name de sociale ontwikkelingsmaatregelen belangrijk zijn geweest, en over de significante vooruitgang die geboekt is bij de bestrijding van de armoede en op onderwijsgebied, waaronder de uitroeiing van het analfabetisme in 2005 en de toename van het aantal hogeronderwijsstudenten;

14.  herinnert aan het belang van de rol van Venezuela bij de totstandkoming en versterking van een proces van samenwerking en integratie ten behoeve van de volkeren van Latijns-Amerika; onderstreept dat veel progressie is geboekt op het vlak van de regionale integratie en samenwerking, hetgeen de volken van Latijns-Amerika ten goede komt; is er verheugd over dat ALBA-TCP en CELAC veel tot stand hebben gebracht op de terreinen volksgezondheid, onderwijs, cultuur en financiële integratie;

15.  neemt er kennis van dat de lidstaten van ALBA-TCP zich bewust zijn van het vele werk dat de regering van Venezuela heeft verricht op het gebied van het bevorderen en beschermen van mensenrechten, rechtvaardigheid en vrede, en van het indammen van de plannen voor internationaal ingrijpen in Venezuela, die niet alleen de stabiliteit van hun buurland in gevaar brengen, maar zelfs ook van de hele regio;

16.  onderschrijft de EuroLat-verklaring van de top in Lissabon van 16 tot 18 mei 2015, waarin - onder verwijzing naar de uitdagingen waar een aantal landen van de bi‑regionale organisatie mee te kampen heeft - bezorgdheid tot uitdrukking wordt gebracht over de politieke, economische en sociale gevolgen van de economische crisis in veel Europese en Latijns-Amerikaanse landen, en waarin - wat de Venezolaanse crisis betreft - wordt aanbevolen te zoeken naar een 'punten van overeenkomst' op basis waarvan vertegenwoordigers van de regering, de assemblee en politieke partijen kunnen zoeken naar oplossingen binnen het kader van de Venezolaanse grondwet;

17.  verwelkomt het initiatief van president Maduro, met ondersteuning van UNASAR, voor dialoog tussen vertegenwoordigers van de regering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela en de oppositie, en ondersteunt de rol van UNASAR, die voor deze dialoog inzet op de volgende prioriteiten: welzijn van alle burgers, vrede, rechtvaardigheid, waarheid, goede institutionele betrekkingen, aanzwengeling van de economie, verdediging van de rechtsstaat, democratie en eerbiediging van de nationale soevereiniteit, en neemt ter kennis dat de eerste ontmoeting in de Dominicaanse Republiek heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van de voormalige premiers of presidenten Luis Rodríguez Zapatero (Spanje), Leonel Fernández (Dominicaanse Republiek) en Martín Torrijos (Panama);

18.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, het Mercosur-parlement, de Euro-Latijns-Amerikaanse parlementaire vergadering, en de Latijns-Amerikaanse regionale organisaties UNASAR, ALBA-TCP en CELAC.

(1)

PB C 120 E van 24.4.2008, blz. 484.

(2)

PB C 15 E van 21.1.2010, blz. 85.

(3)

PB C 212 E van 5.8.2010, blz. 113.

(4)

PB C 341 E van 16.12.2010, blz. 69.

(5)

PB C 351 E van 2.12.2011, blz. 130.

(6)

PB C 264 E van 13.9.2013, blz. 88.

(7)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0176.

(8)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0106.

(9)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0080.

Juridische mededeling - Privacybeleid